id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Arbeidsrechtbank Antwerpen Vonnis/arrest van 06 maart 2008 ECLI nr: ECLI:BE:ARANT:2008:JUG.20080306.4 Rolnummer: 2070567 Rechtsgebied: Sociale-zekerheidsrecht Invoerdatum: 2009-01-15 Raadplegingen: 125 - laatst gezien 2026-07-02 17:09 Fiches 1 - 2 Partijen kunnen wanneer zij niet overeenkomen over de toekenning van de kinderbijslag vragen aan de arbeidsrechtbank om de kinderbijslagtrekkende aan te duiden in het belang van het kind. Bij gebreke aan voldoende vaststaande en niet betwiste gegevens aangaande de tussenkomst van de ouders in de kosten ten behoeve van de kinderen, is er geen reden om een andere kinderbijslagtrekkende aan te duiden dan deze die door het kinderbijslagfonds op reglementaire wijze werd aangeduid. UTU-thesaurus: SOCIAAL RECHT - SOCIALE ZEKERHEID - Gezinsbijslag - Werknemer - Algemeen Vrije woorden: sociale zekerheid voor werknemers - gezinsbijslag - bijslagtrekkende - algemene regel - kinderbijslag - toekenning na echtscheiding met onderlinge toestemming - verzoek aan de arbeidsrechtbank om kinderbijslagtrekkende aan te duiden in het belang van het kind Wettelijke bepalingen: Gecoordineerde Wetten - 19-12-1939 - 69, § 1, 1° - 01 ELI link Pub nr 1939121901 Gecoordineerde Wetten - 19-12-1939 - 69, § 3 - 01 ELI link Pub nr 1939121901 Nota: VII F Gerangschikt onder VII F - artikel 69 § 1, 1° en onder VII F - artikel 69 §
- Annotaties Publicaties: Limburgs Rechtsleven, 2008, blz. 229-237 - - Tekst van de beslissing ARBEIDSRECHTBANK TE HASSELT. Eerste kamer. Rep.nr. VONNIS van 6 MAART 2008 Mevrouw H.L., eisende partij, vertegenwoordigd door Mr. S.SIMONS, advocaat te 3500 HASSELT, Maastrichtersteenweg 145/
- tegen: GROEP S KINDERBIJSLAG VZW, verwerende partij, niet verschenen noch iemand regelmatig voor haar. De heer R.V., vrijwillig tussenkomende partij, vertegenwoordigd door Mr. H.STASSEN, advocaat te 3700 TONGEREN, Piepelpoel
- Gezien het tussenvonnis dd. 28 juni
- De partijen werden behoorlijk opgeroepen. Eisende partij en de vrijwillig tussenkomende partij werden gehoord in hun middelen en besluiten. Verwerende is niet verschenen, opzichtens haar wordt verstek gevorderd. Verleent akte van de vrijwillige tussenkomst door de heer V. Zoals reeds uiteengezet in het tussenvonnis dd. 28 juni 2007 hebben de heer V en mevrouw L een akte echtscheiding onderlinge toestemming dd. 1 augustus 2003 overeengekomen waarin het volgende geregeld werd: - de partijen komen co-ouderschap overeen - de echtgenoten komen bijgevolg overeen dat zij gezamenlijk het gezag over de persoon en het beheer van de goederen zullen uitoefenen... - de kinderen zullen hun hoofdverblijfplaats vestigen bij de heer V - het kindergeld zal integraal toekomen aan mevrouw L Eerder had het Kinderbijslagfonds nr. 2 VZW aan beide partijen, die blijkbaar sedert 17 januari 2003 gescheiden leefden, bij brief dd. 10 juni 2003 uitleg verschaft over hun rechten in verband met de kinderbijslag. In dit schrijven wordt uitdrukkelijk verwezen naar de toepasselijke geldende regeling en er wordt aan toegevoegd dat, bij gebreke aan reactie binnen de 14 dagen, de uitbetaling aan de moeder wordt verdergezet. Op 16 juni 2004 werd aan mevrouw L een formulier ter invulling overgemaakt waarin zij invulde dat het ouderlijk gezag exclusief aan haar werd toegekend voor alle kinderen. Zij stuurde een kopie mee van een gedeelte van bovenvermelde akte. Op 13 maart 2006 vroeg de heer V de uitbetaling van de kinderbijslag aan hem toe te kennen daar de kinderen op zijn adres zijn ingeschreven. Bij schrijven dd. 16 maart 2006 deelt het Kinderbijslagfonds mee aan mevrouw L dat zij niet langer de kinderbijslag ontvangt, omdat de vader van de kinderen bijslagtrekkende is geworden bij toepassing van de wetgeving in verband met de gezamenlijke uitoefening van het ouderlijk gezag (art. 69§1 derde lid samengeordende wetten inzake de kinderbijslag voor werknemers. Na briefwisseling tussen mevrouw L, haar notaris en haar raadsman en Groep S Kinderbijslagfonds VZW, richtte mevrouw L op 28 februari 2007 een verzoek tot de rechtbank om haar aan te duiden als kinderbijslagtrekkende vanaf april
- Op 1 februari 2008 werd het echtscheidingsvonnis dd. 27 april 2004, waarin de authentieke akte dd. 1 augustus 2003 werd gehomologeerd bij gerechtsdeurwaardersexploot, betekend aan Groep S Kinderbijslagfonds VZW. ****** De rechtbank stelt vast dat de kinderbijslag aanvankelijk aan de moeder werd uitbetaald en dat deze situatie voortduurde nadat het Kinderbijslagfonds via gewone briefwisseling kennis kreeg van de scheiding der echtgenoten. Uit de briefwisseling die gevoerd werd, kon wel afgeleid worden dat partijen één en ander waren overeengekomen in een akte echtscheiding onderlinge toestemming, doch noch deze akte, noch het echtscheidingsvonnis werd op reglementaire wijze, dit wil zeggen via kennisgeving door de griffie of door gerechtsdeurwaardersexploot ter kennis gebracht aan het Kinderbijslagfonds. Wanneer de heer V, verwijzend naar artikel 69§1 van de samengeordende wetten betreffende de kinderbijslag, verzocht om de kinderbijslag aan hem uit te betalen, heeft het Kinderbijslagfonds, naar het oordeel van de rechtbank, terecht de kinderbijslag aan hem uitbetaald. De beslissing dd. 13 maart 2006, die aan mevrouw L werd betekend, steunt aldus op reglementaire en rechtmatige gronden. Partijen kunnen inderdaad, wanneer zij niet overeenkomen over de toekenning van de kinderbijslag, vragen aan de Arbeidsrechtbank om de kinderbijslagtrekkende aan te duiden in het belang van het kind. De rechtbank stelt vast dat de door partijen weergegeven uitleg, volledig tegenstrijdig voorkomt. De heer V houdt voor dat mevrouw L naliet haar aandeel in de kosten voor de kinderen bij te dragen en dat hij vanaf mei 2006 de maandelijkse kinderbijslag op een rekening plaatste en hiermee de kosten betaalt, volledig in het belang van de kinderen. Hij vraagt dat hij verder de kinderbijslag mag ontvangen, in ondergeschikte orde dat de gelden op een gemeenschappelijke rekening worden geplaatst. Mevrouw L stelt dat de heer V alle voordelen geniet, met name de kinderbijslag en het volledig fiscaal voordeel, terwijl zij beiden geacht worden de helft van de kosten te dragen. Mevrouw L voert verder aan dat de heer V de spaarrekeningen van de kinderen heeft leeggehaald en pertinent weigert om mee te betalen in de bijzondere kosten voor de kinderen. Er zou een procedure hangende zijn voor de Vrederechter aangaande de tussenkomst van de ouders in de kosten ten behoeve van de kinderen. De rechtbank is van oordeel dat, gelet op de fundamentele feitelijke betwisting tussen partijen, het gepast voorkomt dat de beslissing dd. 13 maart 2006 bevestigd wordt en dat er voor recht gezegd wordt dat de kinderbijslag vanaf 1 april 2006 terecht aan de vader werd uitgekeerd. De rechtbank meent dat zij over onvoldoende vaststaande, niet betwiste gegevens beschikt om met kennis van zaken te kunnen oordelen over een eventuele toekenning van de kinderbijslag aan een andere kinderbijslagtrekkende dan deze dewelke door het Kinderbijslagfonds op reglementaire wijze werd aangeduid. De rechtbank meent dat het aan partijen behoort om eventueel desbetreffend een verrekening te maken tussen beide partijen in de procedure voor de Vrederechter. Wat betreft de periode vanaf 1 maart 2008 is de rechtbank van oordeel dat, gelet op de betekening via het gerechtsdeurwaardersexploot dd. 1 februari 2008, dat de kinderbijslag dient toegekend te worden aan de moeder. Het echtscheidingsvonnis en de daarbij horende akte werd op reglementaire wijze ter kennis gebracht aan het Kinderbijslagfonds, zodat vanaf 1 maart 2008 de kinderbijslag dient toegekend te worden aan de moeder dewelke in de akte wordt aangeduid als bijslagtrekkende. Verwijzende naar het KB van 26.10.2007 tot vaststelling van het tarief van de rechtsplegingsvergoeding bedoeld in art. 1022 van het Ger. W. en tot vaststelling van de datum van inwerkingtreding van de artikelen 1 tot 13 van de wet van 21 april 2007 betreffende de verhaalbaarheid van de erelonen en de kosten verbonden aan de bijstand van de advocaat en gelet op het akkoord van partijen om de basisbedragen toe te passen, worden de basisbedragen toegepast. OM DEZE REDENEN: na naleving van de voorschriften van de wet van 15.06.1935 op het gebruik van de talen in gerechtszaken; na mevrouw I.JANNES, substituut-arbeidsauditeur gehoord te hebben in het schriftelijk advies waarop eisende partij repliceerde; beslist de eerste kamer van de Arbeidsrechtbank, na beraad, OP TEGENSPRAAK ten opzichte van eisende partij en de vrijwillig tussenkomende partij en BIJ VERSTEK van verwerende partij. Verklaart de vordering ontvankelijk en deels gegrond. Zegt voor recht dat de heer V dient aangeduid te blijven als kinderbijslagtrekkende vanaf 1 april
- Zegt tevens voor recht dat mevrouw L dient aangeduid te worden als kinderbijslagtrekkende vanaf 1 maart
- Veroordeelt ieder der partijen tot haar eigen kosten. Vereffent de kosten aan de zijde van eisende partij op 109, 32 euro rechtsplegingsvergoeding. Laat de kosten aan de zijde van de verwerende partij en de vrijwillig tussenkomende partij onvereffend wegens niet-indiening van een kostenbegroting. Aldus gewezen door: mevrouw E.HERTOGHS ondervoorzitter, voorzitter van de kamer, de heer K.PUELINGS rechter in sociale zaken, werkgever, de heer J.FRANS rechter in sociale zaken, werknemer-arbeider, en uitgesproken in openbare terechtzitting van DONDERDAG ZES MAART TWEEDUIZEND EN ACHT door voormelde voorzitter van de kamer, met bijstand van adjunct-griffier A.COENEN. PDF document ECLI:BE:ARANT:2008:JUG.20080306.4 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div