id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Arbeidsrechtbank Antwerpen Vonnis/arrest van 10 december 2008 ECLI nr: ECLI:BE:ARANT:2008:JUG.20081210.28 Rolnummer: 08/2183/B Rechtsgebied: Insolventierecht Invoerdatum: 2011-11-28 Raadplegingen: 108 - laatst gezien 2026-07-02 18:29 Fiches 1 - 2 De kwijtschelding van schulden is, wanneer een gerechtelijke regeling overeenkomstig artikel 1675/13 Ger. W. werd opgelegd en nageleefd, verworven wanneer de schuldenaar voor het einde van de gerechtelijke aanzuiveringsregeling niet tot beter fortuin is gekomen. UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - COLLECTIEVE SCHULDENREGELING - Gerechtelijke aanzuivering Vrije woorden: RECHTSWETENSCHAP - RECHT - WETGEVING - GERECHTELIJK RECHT - collectieve schuldenregeling - kwijtschelding van schulden - geen terugkeer tot beter fortuin Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - 1675/13 - 05 ELI link Pub nr 1967101056 Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - 1675/13bis - 05 ELI link Pub nr 1967101056 Nota: I A Gerangschikt onder I A - artikel 1675/13 en 1675/13bis. Annotaties Publicaties: SRK 2011 - - nr. 4, blz. 202-203 Tekst van de beslissing VONNIS gewezen en uitgesproken in het gerechtsgebouw te Antwerpen op TIEN DECEMBER TWEEDUIZEND EN ACHT ter openbare terechtzitting, door de voorzitter van de DERTIENDE KAMER van de ARBEIDSRECHTBANK, alwaar zetelden: AM. JANSSENS, Ondervoorzitter in de arbeidsrechtbank - voorzitter van de kamer, D. VERCAUTEREN,Griffier, Inzake: Rolnr. 08/2183/B Schuldenaar: V. G. J., geboren op , wonende te Schuldbemiddelaar: Meester R. D., advocaat met kantoor te . Schuldeisers:
- V.M.,
- O.P.A,
- RSZ,
- F.F.,
- F.F.,
- S.V.,
- S.A.,
- F.F.,
- A.V.,
- W.,
- B., - o O o - In toepassing van artikel 1675/14 § 2 Ger.W. werden de schuldenaar, haar raadsman, de schuldbemiddelaar en de schuldeisers opgeroepen ter openbare terechtzitting van 26 november 2008 van de dertiende kamer dezer rechtbank. Mr. R. D., als schuldbemiddelaar is verschenen ter openbare terechtzitting van 26 november 2008 en werd aldaar gehoord. De schuldenaar en de schuldeisers, behoorlijk opgeroepen in toepassing van artikel 1675/14 § 2 Ger.W., zijn op voormelde openbare terechtzitting niet verschenen. - o O o - Gelet op de Wet van 15 juni 1935 op het taalgebruik in gerechtszaken. Rechtsprekende in toepassing van artikel 1675/2 tot en met 1675/19 Ger. W. - o O o - Op 3 december 2001 legde de schuldenaar een verzoekschrift neer tot het bekomen van een collectieve schuldenregeling. Bij beschikking van toelaatbaarheid van 19 december 2001 werd Meester R. D., advocaat te Antwerpen, aangesteld als schuldbemiddelaar. Op 23 april 2002 werd een voorlopige gerechtelijke aanzuiveringsregeling conform artikel 1675/13 Ger.W. opgelegd voor een termijn van 5 jaar. Bij vonnis van 28 oktober 2003 werd deze gerechtelijke aanzuiveringsregeling herzien. Bij vonnis van 4 juni 2008 werd aan de schuldenaar kwijtschelding verleend van de resterende schulden, niet enkel qua intresten en kosten doch ook in hoofdsommen en werd de procedure van collectieve schuldenregeling afgesloten. Daarnaast werd de staat van onkosten en erelonen ten laste van de schuldenaar gelegd en werd de schuldbemiddelaar gelast om de resterende gelden over te maken aan de schuldenaar. Op 10 juni 2008 ontving de schuldbemiddelaar op de rubriekrekening het achterstallig leefloon van de schuldenaar. Op 8 september 2008 verzocht de schuldbemiddelaar de zaak op te roepen met toepassing van artikel 1675/13 bis § 4 Ger.W. Uit de voorliggende stukken van het dossier van de rechtbank van eerste aanleg blijkt dat een gerechtelijke aanzuiveringsregeling met toepassing van artikel 1675/13 Ger.W. werd opgelegd en dat de schuldenaar de opgelegde aanzuiveringsregeling heeft nageleefd en vóór het einde van de gerechtelijke aanzuiveringsregeling niet tot beter fortuin is gekomen. De beslagrechter heeft bij vonnis van 4 juni 2008 de resterende schulden kwijtgescholden en de procedure beëindigd. De kwijtschelding van schulden is derhalve verworven en het feit dat na datum van het vonnis nog een achterstallige betaling van leefloon op de rubriekrekening is ontvangen doet hieraan geen afbreuk. Artikel 1675/13 bis § 4 Ger.W. is ter zake niet van toepassing omdat in casu er geen regeling overeenkomstig artikel 1675/13 bis werd opgelegd doch wel een regeling overeenkomstig artikel 1675/13 Ger.W. Enkel in de mate de schuldenaar een bedrieglijke handeling in het nadeel van de schuldeiser(s) zou gesteld hebben zou met toepassing van artikel 1675/15 Ger.W. een herroeping kunnen gevraagd worden. In casu is er geenszins sprake van enige bedriegelijke handeling. Het bedrag dat na de beëindiging van de collectieve schuldenregeling nog is toegekomen op de rubriekrekening dient dan ook overgemaakt te worden aan de schuldenaar. De staat van ereloon en kosten, zoals neergelegd door de schuldbemiddelaar ter zitting van 26 november 2008, stemt overeen met de door het KB van 18 december 1998 opgelegde barema's. Deze staat van ereloon en kosten komt volgens de bepalingen van artikel 1675/19 Ger.W. ten laste van de schuldenaar. OM DEZE REDENEN DE RECHTBANK, Leggen de staat van onkosten en ereloon van de schuldbemiddelaar ten laste van de schuldenaar en stellen vast dat deze bij voorrang wordt uitbetaald conform artikel 1675/19 Ger.W. Verklaren de staat van onkosten en ereloon van de schuldbemiddelaar uitvoerbaar ten belope van 163,89 Euro. Zeggen voor recht dat, na verrekening van de staat van onkosten en ereloon van de schuldbemiddelaar, het beschikbaar saldo op de rubriekrekening terug ter beschikking dient gesteld te worden van de schuldenaar Stellen vast dat aan deze procedure geen gerechtskosten verbonden zijn. Stellen vast dat, bij toepassing van artikel 1675/16 Ger.W., huidig vonnis uitvoerbaar is bij voorraad, niettegenstaande hoger beroep en zonder borgstelling en niet vatbaar voor derdenverzet noch voor verzet. PDF document ECLI:BE:ARANT:2008:JUG.20081210.28 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div