id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Arbeidsrechtbank Antwerpen Vonnis/arrest van 20 april 2009 ECLI nr: ECLI:BE:ARANT:2009:JUG.20090420.10 Rolnummer: 08/7896/A Rechtsgebied: Arbeidsrecht Invoerdatum: 2010-07-14 Raadplegingen: 134 - laatst gezien 2026-07-02 19:34 Fiches 1 - 2 Indien een werknemer de arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd onrechtmatig beëindigt, dient hij een opzeggingsvergoeding te betalen die berekend wordt, niet alleen op grond van de lopende maandwedde, maar ook op basis van het dubbel vakantiegeld, de eindejaarspremie en de in de arbeidsovereenkomst bedongen voordelen, in dit geval de werkgeversbijdragen in de maaltijdcheques en het voordeel van het privégebruik van de bedrijfswagen. De werkgever heeft recht op de uitbetaling van het brutobedrag, omdat de werknemer geen wettelijke inhoudingen dient te verrichten voor de socialezekerheidsbijdragen en de bedrijfsvoorheffing. Omdat de door de werknemer te betalen opzeggingsvergoeding geen loon is in de zin van de Loonbeschermingswet, zijn geen wettelijke interesten verschuldigd, maar enkel verwijlinteresten vanaf de datum van ingebrekestelling. UTU-thesaurus: SOCIAAL RECHT SOCIAAL RECHT - ARBEID SOCIAAL RECHT - ARBEID - Arbeidsovereenkomst SOCIAAL RECHT - ARBEID - Arbeidsovereenkomst - Einde (arbeidsovereenkomst) SOCIAAL RECHT - ARBEID - Arbeidsovereenkomst - Einde (arbeidsovereenkomst) - Andere Vrije woorden: Arbeidsovereenkomsten - algemene regeling - einde van de overeenkomst - forfaitaire opzeggingsvergoeding - overeenkomst zonder tijdsbepaling - bestanddelen - onrechtmatig ontslag door werknemer - dubbel vakantiegeld - eindejaarspremie - extralegale voordelen - inhoudingen - wettelijke interesten - II AAN Wettelijke bepalingen: Wet - 03-07-1978 - 39, § 1, lid 2 - 01 ELI link Pub nr 1978070303 UTU-thesaurus: SOCIAAL RECHT SOCIAAL RECHT - ARBEID SOCIAAL RECHT - ARBEID - Loon SOCIAAL RECHT - ARBEID - Loon - Begrip - recht op loon SOCIAAL RECHT - ARBEID - Loon - Loonbescherming SOCIAAL RECHT - ARBEID - Loon - Loonbescherming - Loonbegrip Vrije woorden: Arbeidsreglementering - bescherming van het loon - wettelijke interesten - arbeidsovereenkomst - opzeggingsvergoeding - bestanddelen - onrechtmatig ontslag door werknemer - dubbel vakantiegeld - eindejaarspremie - extralegale voordelen - inhoudingen - III H Wettelijke bepalingen: Wet - 12-04-1965 - 10 - 04 ELI link Pub nr 1965041207 Nota: Gerangschikt onder II AAN - artikel 39, § 1, lid 2 en onder III H - artikel
- Annotaties Publicaties: RW 2009-2010 - - nr. 29 - blz. 1234-1236 Tekst van de beslissing VONNIS uitgesproken door de Voorzitter van de TWEEDE KAMER in openbare terechtzitting van de Arbeidsrechtbank van het Gerechtelijk Arrondissement Antwerpen op TWINTIG APRIL TWEEDUIZEND EN NEGEN INZAKE: A.R. 08/7896/A BVBA F, met zetel te *****. EISENDE PARTIJ: ter zitting vertegenwoordigd door Mr. R. TEGEN: de heer M, wonende te 2060 Antwerpen, Viaduct-Dam
- VERWERENDE PARTIJ: ter zitting vertegenwoordigd door Mr. B VERLEENT DE RECHTBANK HET VOLGENDE VONNIS: Gelet op de stukken van het geding, gevoegd bij het dossier van de rechtspleging en vermeld op de inventaris ervan, o.m.: - de originele inleidende dagvaarding van het ambt van gerechtsdeurwaarder **** met standplaats te Anwerpen van 8.12.
- - de conclusie van eisende partij, ontvangen ter griffie van de Arbeidsrechtbank te Antwerpen op 19.2.
- - de conclusie van verwerende partij, ontvangen ter griffie van de Arbeidsrechtbank te Antwerpen op 12.3.
- - de aanvullende en syntheseconclusie van eisende partij, ontvangen ter griffie van de Arbeidsrechtbank te Antwerpen op 13.3.
- - het proces-verbaal van de openbare terechtzittingen. * * * Gelet op de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken, waarvan de voorschriften werden nageleefd. Het debat werd voorafgegaan door een poging tot minnelijke schikking overeenkomstig art. 734 Ger.W., doch partijen kwamen niet tot een verzoening. Gehoord de partijen in hun middelen en gezegden ter openbare zitting van 16.3.
- * * * I. VORDERING Met inleidende dagvaarding van 8 december 2008 vordert de BVBA F de veroordeling van de heer M tot betaling van euro 3 732,24 bruto ten titel van verbrekingsvergoeding gelijk aan 1 maand en 7 dagen loon, te vermeerderen met de verwijlintresten sedert 16 oktober 2008 en met de gerechtelijke intresten vanaf de dagvaarding. Verder vordert de BVBA F de heer M te veroordelen tot de kosten van het geding, begroot op de dagvaardingskosten en de rechtsplegingsvergoeding van euro 650,00 en het vonnis uitvoerbaar te verklaren bij voorraad, spijts welk rechtsmiddel ook, en met uitsluiting van het vermogen tot kantonnement en/of borgstelling. * * * In aanvullende en syntheseconclusies van 13 maart 2009 herleidt de BVBA F het bedrag van de door haar gevorderde verbrekingsvergoeding tot euro 3 598,92 bruto, te vermeerderen met de verwijlintresten sedert 16 oktober 2008 en met de gerechtelijke intresten vanaf 8 december
- Voor het overige handhaaft de BVBA F haar vordering zoals hoger geformuleerd. II. FEITEN Op 28 augustus 2008 ondertekenden partijen een arbeidsovereenkomst voor bedienden voor onbepaalde duur, waarbij de indiensttreding van de heer M bij de BVBA F als " Junior Developer" werd bedongen ten vroegste op 1 oktober
- (Zie stuk 1 dossier BVBA F) Deze arbeidsovereenkomst voorzag in een proefperiode van 6 maanden. Het staat vast dat partijen naderhand overeenkwamen dat de heer M in dienst zou treden op 16 oktober
- Met een brief van 4 oktober 2008 gaf de heer M te kennen dat hij afzag van de overeenkomst en dat hij zijn tewerkstelling bij de BVBA F niet zou aanvatten per 1 oktober
- (Zie stuk 2 dossier BVBA F) Met brieven van 16 oktober 2008 en 29 oktober 2008 werd de heer M in gebreke gesteld om over te gaan tot betaling van een verbrekingsvergoeding. (Zie stukken 3 en 4 dossier BVBA F) Hierop werd door de heer M klaarblijkelijk niet gereageerd en op 8 december 2008 ging de BVBA F over tot dagvaarding. III. BEOORDELING De partij die een arbeidsovereenkomst beëindigt zonder inachtneming van een opzeggingstermijn is gehouden aan de andere partij een opzeggingsvergoeding te betalen, die gelijk is aan het lopende loon dat overeenstemt met de duur van de opzeggingstermijn die normaal gezien in acht had moeten worden genomen, dit conform artikel 39, § 1, eerste lid van de Arbeidsovereenkomstenwet. Dat de BVBA F, gelet op de eenzijdige beëindiging van de arbeidsovereenkomst door de heer M, terecht aanspraak maakt op de betaling van een opzeggingsvergoeding, staat als zodanig niet ter betwisting. Wanneer een arbeidsovereenkomst met een proefbeding wordt verbroken vooraleer de effectieve uitvoering van de proef wordt aangevangen, is een opzeggingsvergoeding verschuldigd, gelijk aan het loon en de voordelen van 1 maand, vermeerderd met de wettelijke opzeggingstermijn van 7 dagen. (Zie Cass. 11 december 2000, R.W. 2001-2002, 308) De heer M betwist de verschuldigdheid van een opzeggingsvergoeding gelijk aan het loon van 1 maand en 7 dagen niet doch hij gaat niet akkoord met de berekening van de vergoeding, die door de BVBA F wordt gevorderd. Hij betwist niet een bedrag van euro 3 061,00 05 verschuldigd te zijn, doch van de beweerde betaling van dit bedrag, vermeerderd met de intresten, de dagvaardingskosten en 1/4de van de rechtsplegingvergoeding wordt geen bewijs voorgebracht. Met betrekking tot de looncomponenten die in aanmerking moeten worden genomen voor de berekening van de opzeggingsvergoeding moet het volgende worden vastgesteld: Voor de berekening van de verschuldigde opzeggingsvergoeding moet rekening worden gehouden met artikel 39 § 1 tweede lid van de Arbeidsovereenkomstenwet: krachtens deze bepaling behelst de opzeggingsvergoeding niet alleen het lopende loon, maar ook de voordelen verworven krachtens de arbeidsovereenkomst. Het bedrag van de opzeggingsvergoeding wordt berekend met inachtneming van het loon waarop de werknemer aanspraak heeft op grond van de arbeidsovereenkomst waardoor hij is gebonden op de dag van het ontslag. Het is niet vereist dat de uitvoering van de overeenkomst op het ogenblik van de beëindiging reeds was begonnen. (Zie Cass. 16 november 1992, R.W. 1992-1993, 991 Bij de berekening van de verschuldigde opzeggingsvergoeding gaat de BVBA F terecht uit van de contractuele bedongen maandwedde van euro 2 310,00, vermeerderd met het dubbel vakantiegeld en de eindejaarspremie. Hieraan dienen nog de in de arbeidsovereenkomst bedongen voordelen te worden toegevoegd, te weten de werkgeversbijdragen in de maaltijdcheques en het voordeel van het privégebruik van de bedrijfswagen. Het feit dat het vakantiegeld, de eindejaarspremie en de bedongen voordelen pas als verworven kunnen worden beschouwd in de mate dat arbeidsprestaties werden geleverd, betekent niet dat zij niet in aanmerking kunnen worden genomen bij de berekening van de opzeggingsvergoeding. Aangezien de opzeggingsvergoeding moet worden berekend met inachtneming van het loon waarop de werknemer recht heeft op het tijdstip van het ontslag, betekent zulks ingeval van beëindiging van de arbeidsovereenkomst voor indiensttreding dat rekening moet worden gehouden met het loon en de voordelen zoals bedongen in de arbeidsovereenkomst en waarop de werknemer virtueel recht heeft op het ogenblik van het ontslag. De opzeggingsvergoeding is aldus gelijk aan het loon dat de werknemer zou ontvangen hebben indien hij op de voorziene datum was in dienst getreden. Er dient derhalve wel degelijk rekening te worden gehouden met het voordeel van het privégebruik van de bedrijfswagen en met de werkgeversbijdragen in de maaltijdcheques. Wat de begroting van het voordeel van het privégebruik van de bedrijfswagen van het type Peugeot 207 Sport Pack 90 pk met bijhorende tankkaart betreft, komt een begroting van euro 150,00 per maand geenszins overdreven voor. De BVBA F verklaart zich akkoord om de posten groeps- en hospitalisatieverzekering te weren uit de berekening van het basisjaarloon, vermits hiervoor nog geen specifiek bedrag werd vastgesteld op het ogenblik van de verbreking van de arbeidsovereenkomst. Rekeninghoudend met voorgaande overwegingen doet de samenstelling van het jaarloon dat in aanmerking moet worden genomen voor de berekening van de opzeggingsvergoeding zich voor als volgt: - maandloon, dubbel vakantiegeld en eindejaarspremie inbegrepen: euro 2.310,00 x 13,92: euro 32 155,20 - werkgeversbijdragen in de maaltijdcheques: euro 4,91 x 231: euro 1 134,21 - voordeel privégebruik bedrijfswagen met bijhorende tankkaart: euro 150,00 x 12: euro 1 800,00 TOTAAL : euro 35 089,41 De aan de BVBA F toekomende opzeggingsvergoeding gelijk aan 1 maand en 7 dagen dient als volgt te worden berekend: - euro 35 089,41 x 1/12: euro 2 924,12 - euro 2 924,12 x 3/13: euro 674,80 TOTAAL: euro 3 598,92 Dit bedrag komt de werkgever bruto toe: de werknemer moet immers, in tegenstelling tot de werkgever wanneer deze een opzeggingsvergoeding aan de werknemer uitbetaalt, geen wettelijke inhoudingen voor sociale zekerheidsbijdragen en bedrijfsvoorheffing verrichten. (Zie Arbeidshof Antwerpen, 1 februari 1988, Soc. Kron. 1988, 380) Aangezien deze opzeggingsvergoeding geen loon is in de zin van de Loonbeschermingswet, vermits zij niet door de werkgever aan de werknemer verschuldigd is, maar andersom, zijn geen wettelijke intresten verschuldigd overeenkomstig artikel 10 van de Loonbeschermingswet, doch enkel verwijlsintresten vanaf de datum van ingebrekestelling van 16 oktober 2008 en gerechtelijke intresten vanaf de datum van de dagvaarding. Op de vraag van de BVBA F om het vonnis uitvoerbaar te verklaren bij voorraad, zonder enige reserve, kan tenslotte niet worden ingegaan. Er worden door de BVBA F immers geen feiten aangehaald, laat staan bewezen, die deze uitzonderingsmaatregel zouden rechtvaardigen. OM DEZE REDENEN, DE RECHTBANK, Rechtsprekende op tegenspraak, Na erover beraadslaagd te hebben, Alle andersluidende conclusies verwerpende, Verklaart de herleide vordering ONTVANKELIJK en in de hierna bepaalde mate GEGROND: Veroordeelt de heer M tot betaling aan de BVBA F van het bedrag van: DRIEDUIZEND VIJFHONDERD ACHTENNEGENTIG EURO TWEEENNEGENTIG CENT ( euro 3 598,92) bruto ten titel van opzeggingsvergoeding gelijk aan 1 maand en 7 dagen loon, te vermeerderen met de verwijlsintresten vanaf 16 oktober 2008 en met de gerechtelijke intresten vanaf 8 december
- Zegt voor recht dat er geen reden bestaat om de voorlopige tenuitvoerlegging van het vonnis te bevelen Veroordeelt de heer M tot de kosten van het geding, aan de zijde van de BVBA F begroot op euro 109,76 dagvaardingskosten en euro 650,00 rechtsplegingsvergoeding en aan de zijde van de heer M op euro 650,00 rechtsplegingsvergoeding. De Griffier, De Voorzitter van de kamer, N.B H.V Rechter in Sociale Zaken, Rechter in Sociale Zaken, werkgever, werknemer-bediende, R.V V.N PDF document ECLI:BE:ARANT:2009:JUG.20090420.10 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div