← België

ECLI:BE:ARANT:2009:JUG.20090623.15

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Arbeidsrechtbank Antwerpen Vonnis/arrest van 23 juni 2009 ECLI nr: ECLI:BE:ARANT:2009:JUG.20090623.15 Rolnummer: 08/104/B Rechtsgebied: Overige - Insolventierecht Invoerdatum: 2011-11-28 Raadplegingen: 135 - laatst gezien 2026-07-02 20:03 Fiche 1 Afdeling 6 van Hoofstuk II van het Gerechtelijk Wetboek handelt specifiek over de 'Terechtzitting' zodat aan een partij enkel het recht kan ontzegd worden om ter terechtzitting zelf zijn verweermiddelen voor te dragen. Op grond van deze bepaling is het niet mogelijk ambtshalve een advocaat aan te stellen om de schuldenaar bij te staan in het voeren van onderhandelingen en in het opnemen van zijn schriftelijke verdediging. UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - RECHTSPLEGING - Inleiding van de zaak - Verschijning van partijen - In persoon Vrije woorden: RECHTSWETENSCHAP - RECHT - WETGEVING - GERECHTELIJK RECHT - zitting - persoonlijke verschijning - macht van de rechter - intrekking van het recht - geen aanstelling van advocaat Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - 758 - 30 Link Justel databank 19671010-30 Fiche 2 Alhoewel bij kwijtschelding van schulden in hoofdsom de tegeldemaking de regel is, kan toch tot algehele kwijtschelding van de schulden worden overgegaan zonder tegeldemaking van een onverdeeld aandeel in een onroerend goed indien het nadeel de facto onverkoopbaar is. UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - COLLECTIEVE SCHULDENREGELING - Totale kwijtschelding Vrije woorden: RECHTSWETENSCHAP - RECHT - WETGEVING - GERECHTELIJK RECHT - collectieve schuldenregeling - kwijtschelding van schulden in hoofdsom - tegeldemaking onverdeeld aandeel onroerend goed Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - 1675/13bis - 05 ELI link Pub nr 1967101056 Nota: Gerangschikt onder I A - artikel 758 en artikel 1675/13bis (andere korte inhoud). Annotaties Publicaties: SRK 2011 - - nr. 4, blz. 203-204 Tekst van de beslissing Rep.nr. VONNIS gewezen en uitgesproken in het gerechtsgebouw te Antwerpen op DRIEENTWINTIG JUNI TWEEDUIZEND EN NEGEN, ter openbare terechtzitting, door de voorzitter van de DERTIENDE KAMER van de ARBEIDSRECHTBANK, alwaar zetelden: AM. JANSSENS, Ondervoorzitter in de arbeidsrechtbank, voorzitter van de kamer. D. VERCAUTEREN, griffier. Inzake: Rolnr. 08/104/B Schuldenaar : G.F., geboren op , . hebbende als raadsman: Mr. K.C., . Schuldbemiddelaar : Mr. W.S.. Schuldeisers :

  1. O.G.
  2. O.B.
  3. A.Z. S.A.,
  4. V.J.
  5. G.B.
  6. C.O.B.
  7. G.E.
  8. G.D.
  9. L.D.
  10. D.L.
  11. P.A., - o O o - In toepassing van artikel 1675/11 § 2 Ger.W. en artikel 1675/15 § 1 Ger.W. werden de schuldenaar, zijn raadsman, de schuldbemiddelaar en de schuldeisers opgeroepen ter openbare terechtzitting van dinsdag 9 juni 2009 van de dertiende kamer dezer rechtbank. Dhr. G.F., in persoon, Mr. W.S. als schuldbemiddelaar, Mr. M.M. loco Mr. J.V.S. voor Mevrouw L.D., zijn verschenen ter openbare terechtzitting van 9 juni 2009 en werden aldaar gehoord. De overige schuldeisers, behoorlijk opgeroepen, zijn op voormelde openbare terechtzitting niet verschenen. - o O o - Gelet op de Wet van 15 juni 1935 op het taalgebruik in gerechtszaken. Rechtsprekende in toepassing van artikel 1675/2 tot en met 1675/19 Ger. W. Gelet op de artikelen 1025 tot 1034 van het Gerechtelijk Wetboek. Gelet op artikel 628,17° van het Gerechtelijk Wetboek. Gelet op de Wet van 15 juni 1935 betreffende het gebruik der talen in gerechtszaken. Gelet op het proces-verbaal met het oog op de toepassing van artikel 1675/13bis Ger.W. bij gebrek aan minnelijke of gerechtelijke aanzuiveringsregeling uitgaande van Mr. W.S., advocaat te Antwerpen, neergelegd op 11 mei
  12. - o O o - Op 6 februari 2008 legde de Heer F.G. een verzoekschrift neer tot het bekomen van een collectieve schuldenregeling. Bij beschikking van toelaatbaarheid van 7 februari 2008 werd Mr. W.S., advocaat te Antwerpen, aangesteld als schuldbemiddelaar. Op 27 maart 2008 werd een proces-verbaal van vaststelling van gebrek aan minnelijke of gerechtelijke aanzuiveringsregeling ter griffie neergelegd. Bij vonnis van 13 mei 2008 werd de vordering tot een gerechtelijke aanzuiveringsregeling overeenkomstig artikel 1675/13 bis Ger.W als ongegrond afgewezen. Bij vonnis van 4 februari 2009 werd het verzoek tot machtiging openbare verkoop ontvankelijk doch ongegrond verklaard. Op 11 mei 2009 werd een nieuw proces-verbaal van vaststelling van gebrek aan minnelijke of gerechtelijke aanzuiveringsregeling ter griffie neergelegd. De schuldbemiddelaar wijst er in het verzoekschrift op dat de Heer G. een totale schuldenlast van 126.366,41 EUR en een maandelijks inkomen van 760,00 EUR heeft. Hij wijst er op dat er een duidelijke wanverhouding is tussen de inkomsten en de uitgaven die niet toelaat enige aanzuiveringsregeling uit te werken. Het aandeel van de Heer G. in het onroerend goed (namelijk de helft van het vruchtgebruik) is naar het oordeel van de schuldbemiddelaar onverkoopbaar zodat er geen ten geldemaking dient te gebeuren. De schuldbemiddelaar verzoekt dan ook om een totale kwijtschelding van schulden toe te staan zonder aanzuiveringsregeling. Mevrouw D.L., die naast de andere helft van het vruchtgebruik tevens naakte eigenaar is, verzoekt de rechtbank om met toepassing van artikel 758 van het Ger.W. ambtshalve een raadsman aan te stellen. 1.Het door Mevrouw L. geformuleerde verzoek. Mevrouw L. verzoekt de rechtbank om met toepassing van artikel 758 van het Ger.W. ambtshalve een raadsman aan te stellen teneinde op een normale en serene wijze de casus te kunnen afhandelen. Luidens artikel 758 van het Ger.W. mogen de partijen zelf hun conclusies en verweermiddelen voordragen, tenzij de wet anders bepaalt. De rechter kan hun evenwel de uitoefening van dit recht ontzeggen, indien hij bevindt dat zij door drift of onbedrevenheid buiten staat zijn hun zaak met de vereiste betamelijkheid of met de nodige duidelijkheid te bespreken. Artikel 758 van het Ger.W. hoort thuis onder Afdeling 6 van Hoofdstuk II : "Behandeling en berechting op tegenspraak" van het Gerechtelijk Wetboek. Afdeling 6 handelt specifiek over de "Terechtzitting" en heeft enkel voor gevolg dat de rechtbank aan een partij het recht kan ontzeggen om ter terechtzitting zelf zijn verweermiddelen voor te dragen. Ten onrechte is Mevrouw L. van oordeel dat de rechtbank op grond van deze bepaling ambtshalve een advocaat kan aanstellen om de schuldenaar bij te staan in het voeren van onderhandelingen en in het opnemen van zijn schriftelijke verdediging. De schuldenaar wenst zijn eigen belangen te verdedigen en dit recht kan hem niet ontzegd worden. Het verzoek van Mevrouw L. kan dan ook niet ingewilligd worden.
  13. Het verzoek van de schuldbemiddelaar. De schuldbemiddelaar verzoekt alle aangegeven schuldvorderingen op te nemen in de gerechtelijke regeling en vervolgens een gerechtelijke regeling overeenkomstig artikel 1675/13 bis Ger.W. op te leggen. Uit de voorliggende stukken van het dossier blijkt dat volgende schuldeisers aangifte van schuldvordering hebben gedaan: O.G., O.B. , S.A., J.V., G., O. B., E, D.G., D.L. en de P.A.. Mevrouw D.L. deed geen aangifte van schuldvordering alhoewel zij door de schuldbemiddelaar bij aangetekend schrijven met ontvangstmelding van 3 april 2009 hiertoe werd aangemaand. Zoals wettelijk voorzien heeft de schuldbemiddelaar in zijn schrijven van 3 april 2009 de tekst van artikel 1675/9 § 3 van het Ger.W. opgenomen. Uit geen enkel stuk blijkt dat Mevrouw D.L. in het kader van de procedure collectieve schuldenregeling aangifte van schuldvordering deed binnen de termijn van 15 dagen na ontvangst van dit schrijven zodat zij geacht moet worden van haar vordering afstand te hebben gedaan. Uit de voorliggende stukken van het dossier blijkt dat de schuldenaar een totale (aangegeven) schuldenlast heeft van 126.365,41 EUR. De inkomsten van de schuldenaar bedragen 760,00 EUR. Zijn maandelijkse vaste kosten bedragen 646,45 EUR er maand zodat hij maandelijks een bedrag overhoudt van 115,00 EUR, zijnde minder dan 5,00 EUR per dag, als leefgeld. Er zijn geen noemenswaardige roerende goederen die vatbaar zijn voor beslag of verkoop. De schuldenaar bezit wel de helft van het vruchtgebruik van een zeer bescheiden appartement aan de R. in G.. Blijkens de notariële akte van 8 februari 1985 kocht de schuldenaar samen met Mevrouw L. het vruchtgebruik (met beding van aangroei) en kocht Mevrouw L. de volledige naakte eigendom. In de notariële akte is volgende bijzondere clausule opgenomen : "Mevrouw L. en de heer G. verklaren de aankoop van het vruchtgebruik te doen in onverdeeldheid gedurende hun leven en voor de langstlevende van hen na het overlijden van de eerststervende; elk van beide heeft dus de kans, ingeval hij de mede-aankoper overleeft, alleen het volledig vruchtgebruik te verwerven, alsof hij vanaf het begin alleen het vruchtgebruik had aangekocht en alsof de eerststervende er nooit enig recht op zou gehad hebben. En omdat dit kansbeding zijn volledige uitwerking zou hebben is er overeengekomen, op straffe van nietigheid van elke akte die dit verbod zou overtreden, dat, zolang beide aankopers in leven zijn, geen van hen, zonder de toestemming en de medewerking van de andere, enige daad van beschikking zal mogen stellen of enig zakelijk recht op het verworven vruchtgebruik zal mogen toestaan." Voor de rechtbank is het duidelijk dat het water tussen de schuldenaar en Mevrouw L. veel te diep is om tot een onderhandelde oplossing te komen. Het beding van aanwas in de notariële akte maakt, naar het oordeel van de rechtbank, de helft van het vruchtgebruik van de Heer G. onverkoopbaar, minstens van een dergelijke beperkte waarde dat de kosten van een openbare verkoop niet kunnen opwegen tegen de baten. Het hoeft immers geen betoog dat geen enkel kandidaat koper bereid zal zijn de helft van een vruchtgebruik van een appartement, van overigens niet meer dan 54 m², aan te kopen, wanneer een beding van aanwas het goed bezwaart. Verder dient opgemerkt dat, anders dan aan de rechtbank meegedeeld werd, er geen procedure tot uit onverdeeldheidtreding hangende is. De Heer G. en Mevrouw L. zijn wel in een jarenlange juridische strijd met betrekking tot de huurwaarde van het appartement enerzijds en de onderlinge afrekening tussen hen beiden verwikkeld doch het resultaat van deze procedure dient, nu Mevrouw L. geen aangifte van schuldvordering deed niet afgewacht te worden. Gelet op de verhouding tussen de inkomsten en de uitgaven, de leeftijd van de schuldenaar, het feit dat hij ondanks volgehouden inspanningen geen plaats meer vindt op de arbeidsmarkt en op feit dat in de toekomst geen beterschap mag worden verwacht is er geen minnelijke of gerechtelijke aanzuiveringsregeling in toepassing van art. 1675/12 of 1675/13 Ger.W. mogelijk. Overeenkomstig artikel 1675/13 bis Ger.W. wordt bijgevolg overgegaan tot de algehele kwijtschelding van de schulden in hoofdsom, de interesten, de kosten en de vergoedingen. OM DEZE REDENEN DE RECHTBANK Nemen alle aangegeven schuldvorderingen op. Leggen de volgende gerechtelijke aanzuiveringsregeling op conform artikel 1675/13 bis Ger.W. Zeggen voor recht dat niet dient overgegaan te worden tot de te gelde making van de goederen eigendom van de schuldenaar. Schelden de schulden in hoofdsom, interesten, kosten en vergoedingen, evenwel met uitzondering van deze vermeld in artikel 1675/13 § 3 van het Ger.W, kwijt. Sluiten de procedure van collectieve schuldenregeling af. Zeggen, conform art. 1675/14 §3 Ger.W., dat de schuldbemiddelaar op het bericht van collectieve schuldenregeling de datum van beëindiging laat vermelden. Verklaren de staat van onkosten en ereloon van de schuldbemiddelaar uitvoerbaar ten belope van 1.577,38 EUR. Leggen de staat van onkosten en ereloon van de schuldbemiddelaar ten laste van het Fonds ter bestrijding van de overmatige schuldenlast, NG III Koning Albert II-laan 16 te 1000 Brussel. Stellen vast dat aan deze procedure geen gerechtskosten verbonden zijn. Stellen vast dat, bij toepassing van artikel 1675/16 Ger.W., huidig vonnis uitvoerbaar is bij voorraad, niettegenstaande hoger beroep en zonder borgstelling en niet vatbaar voor derdenverzet noch voor verzet. PDF document ECLI:BE:ARANT:2009:JUG.20090623.15 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.