id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Nederlandstalige arbeidsrechtbank Brussel Vonnis/arrest van 16 juli 2004 ECLI nr: ECLI:BE:ARBRL:2004:JUG.20040716.1 Rolnummer: 200429REF Rechtsgebied: Invoerdatum: 2006-01-09 Raadplegingen: 87 - laatst gezien 2026-07-01 00:42 Fiche xxx
- Er is geen aanhangigheid noch samenhang tussen een vordering in kort geding en een vordering ten gronde daar de vordering in kort geding slechts strekt tot de uitspraak van voorlopige maatregelen, en niet op het materieel recht gegrond is.
- De hoogdringendheid is verantwoord daar de relaties tussen de partijen zo verzuurd lijken en voor iedere partij zware ongemakken zullen teweeg brengen die opgelost dienen te worden door het nemen van voorlopige maatregelen, zelfs wanneer de eiseres laattijdig een vordering ten gronde instelde.
- Een partij kan, ter gelegenheid van zijn antwoord op het advies van de auditeur geen bijkomende stukken neerleggen, doch dient hiertoe de heropening van de debatten aan te vragen.
- In het kader van een klacht betreffende morele pesterij, kan er een poging tot verzoening ingesteld worden met het oog op het bepalen van de procedure voor het onderzoek van de klacht : in casu, heeft de werkgever zich, als ver- zoeningspoging, ertoe verbonden om, conform zijn wettelijke plicht, een preventieadviseur aan te stellen binnen de kortst mogelijke tijd. Deze preventieadviseur dient in de eerste plaats de klacht van de eiseres te behandelen.
- Wanneer het slachtoffer van de pesterijen zich beklaagt bij de hiërarchisch overste en de HR-dienst over het voortgaan van de pesterijen, dan mag een preventieadviseur zijn opdracht niet als voltooid beschouwen louter omwille van het feit dat de vermoedelijk grootste pester van functie veranderd is en het vermoedelijke slachtoffer van de pesterijen niet meer met hem in contact staat. De preventieadviseur dient daarom het onderzoek van de klacht inzake pesterijen verder te zetten conform de door de werkgever aangegane verbintenis. De werkgever van zijn kant dient de tuchtprocedure te schorsen wanneer die ingesteld is in de overweging dat de adviseur zijn onderzoek had afgerond en besloten had dat er geen sprake was van pesterij. Vrije woorden: RECHTSWETENSCHAP - RECHT - WETGEVING - GERECHTELIJK RECHT - I. Aanhangigheid en samenhang - Vordering in kort geding en vordering ten gronde. - II. Kort geding - Hoogdringendheid. - III. Advies van de auditeur - Repliek - Neerlegging van bijkomende stukken. - IV. Verzoening - Arbeidsovereenkomst - Vordering betreffende pesterijen op het werk - Onderzoek van de klacht - Aanstelling van een preventieadviseur. - V. Pester die van functie is veranderd - Klacht betreffende de vervolging wegens pesterij - Verderzetting van het onderzoek - Tuchtprocedure. Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - 584 - 03 ELI link Pub nr 1967101054 Annotaties Publicaties: SOCIAALRECHTELIJKE KRONIEKEN - - 2005(P.473-476) Tekst van de beslissing Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.