id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Nederlandstalige arbeidsrechtbank Brussel Vonnis/arrest van 21 december 2004 ECLI nr: ECLI:BE:ARBRL:2004:JUG.20041221.6 Rolnummer: 200356302 Rechtsgebied: Invoerdatum: 2006-10-02 Raadplegingen: 79 - laatst gezien 2026-07-01 01:36 Fiche
- De rechtbank moet het recht op een bonus tijdens het jaar voorafgaand aan de beëindiging beoordelen. Daartoe analyseert zij de criteria in het plan en verifieert zij het bereiken van de doelstellingen ten tijde van de beëindiging. Maar, de rechtbank weigert zich in de plaats te stellen van de werkgever bij de evaluatie van een criterium dat door hem discretionair beoordeeld wordt.
- Voor de berekening van de opzeggingsduur of de opzeggingsvergoeding moet rekening gehouden worden met: - het privé-gebruik van de firmawagen, redelijk begroot; - het privé-gebruik van de GSM; - de maaltijdcheques; - de werkgeversbijdragen voor de extra-legale verzekeringen; - de bonus met betrekking tot de 12 maanden voorafgaand aan het ontslag; - de aandelenopties, gewaardeerd op het ogenblik van toekenning. In deze zaak was er geen contractueel beding voor de waardering van de aandelenopties. Daarom moeten ze op hun reële waarde worden begroot en daarvoor voldoet de fiscale forfait van de wet van 26 maart 1999 niet. Het voordeel stemt overeen met de eventuele korting op het tijdstip van de toekenning, zijnde het verschil in waarde van het aandeel op het ogenblik van de toekenning en de aankoopprijs op dat ogenblik die lager zou zijn dan deze waarde. Dus is er normaal geen voordeel, maar in dit geval, is het mogelijk dat er een verschil was wegens de ontwikkelingsvooruitzichten die bleken ten tijde van de toekenning, maar nog niet waren verrekend op het ogenblik van de financiële waardering door de auditors 9 maanden eerder.
- De beslissing van de werkgever gebaseerd op een subjectieve waardering van de loyaliteit van het werk is geen misbruik van ontslagrecht.
- De werknemer verliest het recht om zijn opties te lichten na de beëindiging van de arbeidsovereenkomst. De rechtbank stelt vast dat er geen schending is van de taalwetgeving: de vertaling naar het Frans wordt retroactief van kracht; de ontbindende voorwaarde is wettig; het verlies van het recht de optie te lichten wegens het ontslag wordt niet geacht een nietige zuiver potestatieve voorwaarde te zijn; de ontslagbeslissing is geen fout met als gevolg dat de voorwaarde als vervuld moet worden beschouwd.
- Artikel 82 van de wet van 2 juni 2002 is nog niet van kracht; bijgevolg zijn de verwijlinteresten verschuldigd op het netto bedrag. Vrije woorden: ARBEIDSOVEREENKOMSTEN - ALGEMENE REGELINGEN - Bonus - Opzeggingsvergoeding - Berekeningsbasis - Firmawagen - GSM - Bonus - Aandelenopties - Misbruik van ontslagrecht - Lichten van de aandelenopties na het ontslag - Verwijlinteresten. Wettelijke bepalingen: Wet - 03-07-1978 - 39 - 01 ELI link Pub nr 1978070303 Nota: Gepubliceerd in SRK 2006, 102 + noot. ZIE baslissing alvorens recht te doen A.R. Brussel 18.5.2004, RS62035 Annotaties Publicaties: SOCIAALRECHTELIJKE KRONIEKEN - - 2006(P.102-109) Tekst van de beslissing Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.