id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Nederlandstalige arbeidsrechtbank Brussel Vonnis/arrest van 30 juni 2005 ECLI nr: ECLI:BE:ARBRL:2005:JUG.20050630.5 Rolnummer: 200520REF Rechtsgebied: Invoerdatum: 2006-01-09 Raadplegingen: 92 - laatst gezien 2026-07-01 03:22 Fiche xxx
- Uit artikelen 578, 11°, van het Gerechtelijk Wetboek, en uit artikel 2, ,§ l, l, a, 32bis en 32decies van de wet van 4 augustus 1996, zoals gewijzigd door de wet van 11 juni 2002, volgt dat de Arbeidsrechtbank of zijn voorzitter in kort geding, een injunctie inzake pesterijen kan geven aan een administratieve overheid zonder het principe van de scheiding der machten te schenden.
- Het feit dat de arbeidsrechtbank eveneens bevoegd gemaakt is in pesterijzaken voor statutaire ambtenaren, doch onbevoegd is voor discriminatiezaken, vormt op zich geen discriminatie daar in discriminatiezaken op zijn minst een rechter bevoegd is, zijnde de rechtbank van eerste aanleg. Er is dan ook geen reden om over dit onderwerp een prejudiciële vraag te stellen aan het Arbitragehof.
- De arbeidsrechtbank is bevoegd, niet om te beoordelen in plaats van de hiërarchisch overste, doch om na te gaan of de beoordelingsprocedure wordt gevolgd of gevolgd is geweest conform de algemeen aangenomen principes in deze materie en volgens de in het bedrijf of in de dienst van toepassing zijnde regels terzake.
- De hoogdringendheid om de zaak in kort geding te behandelen is gewettigd vermits uit het geheel van de ingeroepen feiten als aanwijzingen van pesterijen, zelfs over een periode van verschillende jaren, een recent feit onderschei-den wordt dat de vraag tot het nemen van voorlopige maatregelen rechtvaardigt.
- Uit geen enkel element van het statuut van de federale politie kan blijken dat de korpschef van een lokale politiezone een onbetwistbaar recht zou kunnen inroepen om, voor het verhoor door de minister, voorafgaand aan de beslissing van deze om al dan niet voortijdig een einde te stellen aan het mandaat van de korpschef, een audit of een bijkomend onderzoek te organiseren dat gebonden is met de beoordelingsprocedure, en nog minder om de beoordeling op deze grond te laten herzien. De belanghebbende die volgens de vorm een klacht indiende wegens pesterijen, beschikt daarentegen over een onbetwistbaar recht om, zolang deze klacht niet behandeld is geweest door de bevoegde instanties, zich te beroepen op de bescherming geboden door artikel 32tredecies van de wet van 4 augustus
- Deze bescherming bestaat erin dat de werkgever, in casu verweerder, geen einde mag stellen aan de arbeidsovereenkomst noch eenzijdig de arbeidsvoorwaarden kan wijzigen. Het verhoor door de minister kan niet gehouden worden en de beslissing over het mandaat kan niet genomen worden voordat de bevoegde instan- ties op het vlak van pesterijen zich uitgesproken hebben conform de wet van 11 juni
- Een injunctie inzake pesterijen kan niet samen gaan met een dwangsom daar artikel 1385bis van het Gerechtelijk Wetboek een dergelijke dwangsom verbiedt voor vorderingen ingesteld ter uitvoering van arbeidsovereenkomsten. Artikel 1385bis van het Gerechtelijk Wetboek is van toepassing op alle arbeidsbetrekkingen in ondergeschikt verband, ook op die van statutaire aard met een openbaar bestuur, anders roept het een discriminatie in het leven. Vrije woorden: RECHTSWETENSCHAP - RECHT - WETGEVING - GERECHTELIJK RECHT - I. Kort geding - Macht van de rechter - Injunctie - Scheiding der machten - Pesterijen op het werk. - II. Bevoegdheid van de arbeidsrechtbank - Statutaire ambtenaren - Vordering betreffende pesterijen op het werk - Vordering betreffende een discriminatie - Verschillend regime - Afwezigheid van discriminatie. - III. Beoordeling van het personeel. - IV. Kort geding - Hoogdringendheid - Pesterijen op het werk. - V. Openbaar ambt - Federale politie - Mandaat van korpsoverste - Hoorzitting voorafgegaan aan een beslissing over het mandaat - Klacht over pesterij - Bescherming tegen wijziging van de arbeidsvoorwaarden. - VI. Dwangsom - Gelijke behandeling als een arbeidsovereenkomst. Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - 584 - 03 ELI link Pub nr 1967101054 Annotaties Publicaties: SOCIAALRECHTELIJKE KRONIEKEN - - 2005(P.476-479) Tekst van de beslissing Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.