id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Nederlandstalige arbeidsrechtbank Brussel Vonnis/arrest van 27 april 2010 ECLI nr: ECLI:BE:ARBRL:2010:JUG.20100427.9 Rolnummer: 8880/08 Rechtsgebied: Arbeidsrecht Invoerdatum: 2011-01-31 Raadplegingen: 118 - laatst gezien 2026-07-01 12:46 Fiche UTU-thesaurus: SOCIAAL RECHT - ARBEID - Arbeidsovereenkomst SOCIAAL RECHT - ARBEID - Arbeidsovereenkomst - Werklieden SOCIAAL RECHT - ARBEID - Arbeidsovereenkomst - Werklieden - Willekeurige afdanking Vrije woorden: schoonmaaksector - overdracht - onderhoudscontract Wettelijke bepalingen: Collectieve arbeidsovereenkomst - 12-05-2003 Collectieve arbeidsovereenkomst - 24-11-2005 Collectieve arbeidsovereenkomst - 03-05-2007 Collectieve arbeidsovereenkomst - 32bis Tekst van de beslissing ARBEIDSRECHTBANK VAN BRUSSEL 25 ste kamer - openbare zitting van VONNIS A.R.. nr 8880/08 Arbeidsovereenkomst arbeider Aud. nr Rép. nr 010/ IN DE ZAAK : A. eisende partij, vertegenwoordigd door de heer Jean-Claude Vannieuwenhuyze, syndicaal afgevaardigde van het ACV, gevestigd te 1000 Brussel, Pletinckxstraat, 19; TEGEN : De NV GOM, met maatschappelijke zetel gevestigd te 2060 Antwerpen, Ijzerlaan, 11, KBO nr. 0414.600.566, verwerende partij, vertegenwoordigd door Mter E. Thiers, advocaat te 2000 Antwerpen, Vlaamse Kaai, 54-57; Gelet op de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtzaken, Gelet op de wet van 10 oktober 1967, houdend het Gerechtelijk Wetboek, Procedure De rechtbank nam kennis van volgende procedurestukken: · de gedinginleidende dagvaarding betekend op 6 juni 2008; · de conclusies van verwerende partij neergelegd ter griffie op 11 september 2009; · de conclusies van eisende partij neergelegd ter griffie op 30 oktober 2009; · de syntheseconclusies van verwerende partij neergelegd ter griffie op 30 november 2009; · en het dossier van eisende partij. De verzoeningspoging ter zitting van 16 maart 2010 mislukte. De partijen hebben gepleit op voornoemde zitting, waarna de debatten gesloten werden en de zaak in beraad genomen werd. De feiten. Eiseres werkte sinds 1 september 2004 als schoonmaakster voor het schoonmaakbedrijf de nv Jette Clean. Het betrof een deeltijdse arbeidsovereenkomst voor 15 uren per week. Eiseres werkte in de kantoren van de klant V. te Brussel. Met ingang van 1 juni 2007 werd de overeenkomst met de klant V. beëindigd en besteedde deze klant het schoonmaakwerk uit aan verweerster. Verweerster sloot een schriftelijke arbeidsovereenkomst met eiseres met aanvang op 1 juni 2007, voor een deeltijdse tewerkstelling van 13 uren en 45 minuten per week en met een proeftijd van 14 dagen. Eiseres werd verder tewerkgesteld op de V. te Brussel. Op 11 juni 2007 stelde verweerster een onmiddellijk einde aan de arbeidsovereenkomst zonder opzeggingsvergoeding omdat het ontslag viel tijdens de tweede week van de proeftijd. Eiseres vroeg haar reïntegratie in de onderneming maar verweerster ging daar niet op in. De vordering Eiseres vordert de veroordeling van verweerster tot betaling van : · 789,79 euro bruto ten titel van verbrekingsvergoeding ; · 13,17 euro ten titel van schadevergoeding voor niet ontvangen loon ; · 4.106,90 euro bruto ten titel van vergoeding voor willekeurige afdanking, meer de wettelijke en de gerechtelijke intresten en de kosten van het geding, begroot in hoofde van eisende partij op 107,85 euro dagvaardingskosten. Bespreking 1. De opzeggingsvergoeding
(1)Volgens eiseres werd zij overgenomen in het kader van een overgang van onderneming en kon er geen nieuw proefbeding worden overeengekomen en kon ook de wekelijkse arbeidsduur niet worden verminderd. Verweerster stelt het volgende: - In toepassing van de collectieve arbeidsovereenkomst dd. 12 mei 2003 (algemeen verbindend verklaard bij KB 19 juli 2006, B.S. 1 september 2006 ; gewijzigd bij CAO van 24 november 2005, algemeen verbindend verklaard 11 januari 2007, B.S. 16 februari 2007, weer gewijzigd met CAO van 3 mei 2007) heeft verweerster als onderneming die het onderhoudscontract verwerft per aangetekende brief inlichtingen omtrent het personeelsbestand gevraagd bij JETTE CLEAN als onderneming die het onderhoudscontract heeft verloren. - Verweerster mocht van JETTE CLEAN geen enkele reactie bekomen en diende bijgevolg zelf op zoek te gaan naar personeel om de operationaliteit van de werf vanaf 1 juni 2007 te kunnen waarborgen. - Verweerster heeft op 21 mei 2007 de vennootschap JETTE CLEAN hiervan ingelicht. - Op het ogenblik dat verweerster bezig was gesprekken te voeren met diverse potentiële werknemers ontving zij op 23 mei 2007 een schrijven van JETTE CLEAN NV waarin laconiek de personeelslijsten van mensen actief op de werven V. worden medegedeeld. - Onmiddellijk heeft verweerster per brief van 23 mei 2007 geprotesteerd tegen de handelswijze van JETTE CLEAN. - Aangezien de onderneming JETTE CLEAN de bepalingen van de sectorale CAO's afgesloten in het PC voor de schoonmaak en ontsmettingsondernemingen niet heeft nageleefd, wordt wettelijk voorzien dat die onderneming blijk heeft gegeven van haar verlangen om al haar personeel te behouden, personeel dat zij opnieuw moet inschakelen. - De Heer S., secretaris van het ACV heeft verweerster echter verzocht om met eiseres een nieuwe arbeidsovereenkomst af te sluiten wat bijgevolg ook gebeurd is op datum van 1 juni
- - De sectorale CAO is in meerdere opzichten strenger dan de CAO 32 bis die uitvoering geeft aan de richtlijn nr. 77/187, en die van toepassing is bij wijziging van werkgever die het gevolg is van het om het even welke overgang van een onderneming of een gedeelte van een onderneming krachtens overeenkomst. - Tussen partijen bestaat geen betwisting dat CAO 32 bis principieel niet van toepassing is. Het handelt immers niet om een klassieke overdracht van onderneming door de oude werkgever aan een werkgever. Zulks maakt overigens ook de correcte naleving van de CAO uit conform artikel
- De sociale partners hebben zich immers als volgt verbonden : « De sociale partners verbinden zich ertoe deze collectieve arbeidsovereenkomst stipt uit te voeren en geen beroep te doen op enige andere regelgeving die de materie inzake contractoverdracht zou kunnen beheersen, noch dergelijk beroep op enige wijze te ondersteunen ». - De sectorale CAO bindt werkgevers en werknemers en bepaalt de gevolgen indien de uittredende onderneming de in artikel 4 van de CAO van 12 mei 2003 (zoals gewijzigd) niet naleeft. Artikel 4, 8ste gedachtestreep, luidt : « De uittredende onderneming die de juiste en volledige inlichtingen niet binnen de voorziene termijnen overmaakt, geeft blijk van haar verlangen om de totaliteit van haar personeel te behouden, personeel dat zij moet herklasseren. (...) ». Wanneer de uittredende onderneming, in casu JETTE CLEAN, geacht wordt haar personeel te willen behouden, en bovendien ingevolge de CAO de verplichting heeft om dat personeel te herklasseren, is de intredende onderneming per definitie geen overnemer van dat personeel, en heeft zij t.a.v. dat personeel geen verplichtingen. Derhalve volgt de tewerkstelling van tegenpartij bij verweerster niet uit de werking van de sectorale CAO, noch uit de werking van CAO 32 bis, doch enkel uit de nieuwe arbeidsovereenkomst die verweerster met tegenpartij was aangegaan. Tegenpartij is aldus niet overgegaan van JETTE CLEAN naar verweerster in het kader van de verwerving van het onderhoudscontract door verweerster ».
(2)De rechtbank merkt op dat geen volledige kopie van de arbeidsovereenkomst tussen eiseres en verweerster werd neergelegd zodat niet eens blijkt of het proefbeding schriftelijk werd vastgesteld uiterlijk op het ogenblik dat eiseres bij verweerster begon te werken (vgl. artikel 48 §1 van de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten). Hoe dan ook was het proefbeding niet geldig om de redenen uiteengezet hierna.
(3)De " collectieve arbeidsovereenkomst nr 32 bis van 7 juni 1985 betreffende het behoud van de rechten van de werknemers bij wijziging van werkgever ingevolge de overgang van ondernemingen krachtens overeenkomsten tot regeling van de rechten van de werknemers die overgenomen worden bij overname van activa na faillissement", algemeen bindend verklaard bij Koninklijk Besluit van 25 juli 1985, Belgisch Staatsblad 9 augustus 1985, gaf uitvoering aan de Europese Richtlijn 77/187. Overeenkomstig deze collectieve arbeidsovereenkomst, gaan in geval van overgang van ondernemingen of van een gedeelte van een onderneming krachtens overeenkomst, de rechten en verplichtingen die voor de vervreemder voortvloeien uit de op het tijdstip van de overgang van onderneming bestaande arbeidsovereenkomsten door deze overgang op de verkrijger over (artikelen 1 ,1e en 7). De collectieve arbeidsovereenkomst nr 32 bis, zoals gewijzigd door de collectieve arbeidsovereenkomst nr 32 quinquies van 13 maart 2002 overeenkomstig de Richtlijn 2001/23/EG, omschrijft het begrip overgang van onderneming als volgt: "Onderhavig hoofdstuk is van toepassing bij iedere wijziging van werkgever die het gevolg is van om het even welke overgang van een onderneming of van een gedeelte van een onderneming krachtens overeenkomst, met uitsluiting van de gevallen bedoeld bij hoofdstuk III van deze collectieve arbeidsovereenkomst." «Onder voorbehoud van het bepaalde in het eerste lid wordt in deze collectieve arbeidsovereenkomst als overgang beschouwd de overgang met het oog op de voortzetting van een al dan niet hoofdzakelijk economische eenheid die haar identiteit behoudt, waaronder een geheel van georganiseerde middelen wordt verstaan. » (artikel 6, ) Deze definitie is overgenomen uit de Richtlijn 98/50/EG van de Raad van 29 juni 1998 (PBL, nr. 201, 17 juli 1998, 88) en sloot aan bij de meest recente arresten van het Hof van Justitie inzake de interpretatie van het begrip overgang van onderneming in de richtlijn 77/187/EEG van de Raad van 14 februari 1977 inzake de onderlinge aanpassing van de wetgevingen der Lidstaten betreffende het behoud van de rechten van de werknemers bij overgang van onderneming, vestigingen of onderdelen daarvan (PBL nr. 061, 5.3.1977, 26; cfr. BAYART, Chr., Outsourcing en overdracht van onderneming - rechtspraak Hof van Justitie, Or. 2002, 6-24).. In deze zaak blijkt niet dat er een overgang van een deel van een onderneming in de zin van CAO 32 bis was. V. besteedde het schoonmaakwerk op haar drie vestigingen vanaf 1 juni 2007 uit aan verweerster en niet langer aan de nv Jette Clean. Tussen de twee schoonmaakbedrijven werd geen overeenkomst gesloten en er was geen overname van activa. Het blijkt niet dat verweerster meer dan 2 personeelsleden heeft in dienst genomen die tot dan toe in dienst waren van de nv Jette Clean en bij V. werkten. Uit de lijsten die de nv Jette Clean aan verweerster zond, blijkt dat deze minstens een tiental personen bij V. tewerkstelde. Het blijkt dus niet dat er sprake was van de overgang van een deel van een onderneming, in de zin van een "eenheid die haar identiteit behoudt, waaronder een geheel van georganiseerde middelen wordt verstaan" (vgl. artikel 6 van CAO 32 bis).
(4)Blijft dan de algemeen verbindend verklaarde CAO van 12 mei 2003 "betreffende de personeelsovername ten gevolge van een overdracht van een onderhoudscontract", gesloten in de sector van de schoonmaak- en ontsmettingsondernemingen, zoals gewijzigd bij CAO van 24 november 2005 en van 3 mei
- Artikel 3 tweede lid bepaalt " Voor de overdracht van onderhoudscontracten waarbij minder dan 3 arbeiders betrokken zijn, treden de arbeiders met prestaties van ten minste vierentwintig maanden op de werf (periodes van schorsing van de arbeidsovereenkomst inbegrepen), onmiddellijk voorafgaand aan de datum van inwerkingtreding van het nieuwe commercieel contract, die de pensioengerechtigde leeftijd niet hebben bereikt en die, met inachtneming van de essentiële bepalingen van de arbeidsovereenkomst, geen eventueel voorstel tot overplaatsing vanwege de onderneming die het contract verliest, hebben aanvaard, van rechtswege in dienst van de onderneming die het onderhoudscontract verwerft. (...) Vermits de arbeiders van rechtswege in dienst treden van de onderneming die het contract verwerft, geeft de onderneming die het contract verliest geen opzegging aan de betrokken arbeiders. De aldus overgenomen arbeiders, krijgen een nieuwe arbeidsovereenkomst, zonder proefperiode en met behoud van hun anciënniteit en van hun aantal arbeidsuren en met inachtneming van de normaal voor deze werknemers, ingevolge de collectieve arbeidsovereenkomsten van het Paritair Comité voor de schoonmaak- en ontsmettingsondernemingen, geldende arbeidsvoorwaarden. Vermits de arbeiders van rechtswege in dienst van de onderneming treden, zal de onderneming die het contract verwerft en de bovenvermelde verplichting tot het sluiten van een nieuwe arbeidsovereenkomst overtreedt, verplicht zijn de opzegging en de verbrekingsvergoeding van de betrokken werknemers ten laste nemen". In artikel 4 volgt dan een gedetailleerde procedure die de "onderneming die het onderhoudscontract verwerft" en de "onderneming die het onderhoudscontract verliest" moeten volgen teneinde elkaar te informeren over de verwerving van het onderhoudscontract en het personeelsbestand. In deze zaak roept verweerster in dat de nv Jette Clean de informatie laattijdig bezorgde. De rechtbank stelt vast dat verweerster niet aantoont dat zijzelf "binnen de week volgend op de verwerving van het onderhoudscontract" het verzoek om informatie heeft gedaan als bepaald in artikel 4 eerste lid van de CAO. Verder bepaalt artikel 4 van de CAO weliswaar: " De vorige onderneming die de juiste en volledige inlichtingen niet binnen de vastgelegde termijnen bezorgt, geeft blijk van haar verlangen om al haar personeel te behouden, personeel dat zij opnieuw moet inschakelen". Niettegenstaande deze bepaling en het feit dat de nv Jette Clean de informatie laattijdig zou hebben overgemaakt, heeft verweerster eiseres toch aangeworven om zonder onderbreking verder te werk te stellen bij V.. De nv Jette Clean heeft in het C4-formulier vermeld dat de arbeidsovereenkomst werd beëindigd "wegens overname door GOM". De CAO belette verweerster, die het onderhoudscontract verwierf, niet om met goedvinden van de onderneming die het onderhoudscontract verloor (de nv Jette Clean), alsnog één of meerdere personeelsleden over te nemen teneinde hen op dezelfde werf verder te werk te stellen, ook al werden de bepalingen van artikel 4 niet strikt nageleefd. Door aldus te handelen, hebben zij enkel afgeweken van de bepalingen van artikel
- Waar zij de bepalingen van artikel 4 niet strikt naleefden, konden zij niet, ten nadele van de werknemer, eiseres, ook afwijken van de bepalingen van artikel 3 van de CAO. Doordat eiseres werd overgenomen in de voormelde omstandigheden, konden verweerster en eiseres niet afwijken van artikel 3 en konden zij met name geen proefbeding overeenkomen en ook niet het aantal arbeidsuren verminderen.
(5)Verwerende partij bevestigt in conclusies dat zij principieel aanvaardt dat de CAO gesloten in de sector, ook buiten het geval van een overgang van onderneming in de zin van de Europese richtlijnen en de CAO 32 bis, op geldige wijze kon bepalen dat geen proefbeding kon worden ingelast in de arbeidsovereenkomst van een personeelslid dat wordt overgenomen om op dezelfde werf te werken. De rechtbank gaat daarom niet in op de vraag of de CAO kan afwijken van de dwingende bepalingen van de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten met betrekking tot het proefbeding. De vordering tot betaling van een opzeggingsvergoeding gelijk aan 35 kalenderdagen is bijgevolg gegrond. Eiseres berekent deze vergoeding correct als volgt: 5 weken x 15 uren/week x 10,5305 euro = 789,79 euro .
- De vergoeding wegens willekeurig ontslag. Artikel 63 van de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten bepaalt: "Onder willekeurige afdanking, voor de toepassing van dit artikel, wordt verstaan, het ontslag van een werkman die is aangeworven voor een onbepaalde tijd, om redenen die geen verband houden met de geschiktheid of het gedrag van de werkman of die niet berusten op de noodwendigheden inzake de werking van de onderneming, de instelling of de dienst. Bij betwisting behoort het aan de werkgever het bewijs te leveren van de voor het ontslag ingeroepen redenen. Onverminderd artikel 39, § 1, zal de werkgever die een voor een onbepaalde tijd aangeworven werkman op willekeurige wijze afdankt, aan deze man een vergoeding moeten betalen die overeenstemt met het loon van zes maanden, behalve indien een andere vergoeding is vastgesteld door een door de Koning algemeen verbindend verklaarde collectieve arbeidsovereenkomst. De in het derde lid bedoelde vergoeding is verschuldigd onafgezien van het feit of de werkman al dan niet met inachtneming van een opzeggingstermijn werd afgedankt; zij kan niet samen genoten worden met de vergoedingen bedoeld in artikel 39, §§ 2 en 3, van deze wet." Verweerster beweert dat zij eiseres heeft ontslagen omdat de klant V. dit had gevraagd. Waar verweerster - die geen enkel stuk neerlegt - geen enkel bewijs levert van deze reden voor ontslag, is hoe dan ook niet aangetoond dat het ontslag niet willekeurig was. De wettelijke vergoeding is verschuldigd. Eiseres berekent deze correct als volgt: 26 weken x 15 uren/week x 10,5305 euro = 4.106,895 euro
- Schadevergoeding wegens te weinig ontvangen loon. Om de redenen uiteengezet hierboven konden partijen niet geldig overeenkomen dat eiseres 13 uren en 45 minuten per week in plaats van 15 uren zoals bij de nv Jette Clean werkte. Eiseres berekent de schadevergoeding correct alsvolgt: 6 werkdagen x 0,25 uren/dag x 10,5305 euro = 15,80 euro maar erkent dat volgens de loonbrief reeds één kwartier werd betaald, zodat eiseres haar oorspronkelijke vordering herleidt tot : 15,80 euro - (0,25 uren x 10,5305 euro ) = 15,80 euro - 2,63 euro = 13,17 euro . OM DEZE REDENEN, DE RECHTBANK, Rechtsprekende op tegenspraak en in eerste aanleg; Verklaart de vordering in de volgende mate gegrond; Verklaart verwerende partij tot het betalen aan eisende partij van: · 789,79 euro bruto ten titel van opzeggingsvergoeding; · 13,17 euro ten titel van schadevergoeding voor niet ontvangen loon; · 4.106,90 euro bruto ten titel van vergoeding voor willekeurige afdanking meer de wettelijke en de gerechtelijke intresten op de bruto bedragen. Veroordeelt verwerende partij tot de kosten van het geding, begroot in hoofde van eisende partij op 107,85 euro dagvaardingskosten en begroot in haar hoofde op 900 euro rechtsplegingsvergoeding. Aldus gevonnist door de 25ste Kamer van de Arbeidsrechtbank van Brussel, door : Mevrouw C. Corbisier, Rechter; De Heer H. Vyverman: Rechter sociale zaken - werkgever; De Heer T. De Rijck: Rechter sociale zaken - arbeider; en uitgesproken op door Mevrouw C. Corbisier, Rechter, bijgestaan door P. Gasthuys: griffier; De griffier, De Rechters in Sociale Zaken, De Rechter, P. GASTHUYS T. DE RIJCK H. VYVERMAN C. CORBISIER Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div