← België

ECLI:BE:ARGNT:2006:JUG.20060509.1

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Arbeidsrechtbank Gent Vonnis/arrest van 09 mei 2006 ECLI nr: ECLI:BE:ARGNT:2006:JUG.20060509.1 Rolnummer: 27910II;- Rechtsgebied: Invoerdatum: 2006-10-03 Raadplegingen: 89 - laatst gezien 2026-07-01 04:25 Fiche Artikel 52 ,§ 3 van de Arbeidsovereenkomstenwet impliceert drie vereisten die cumulatief dienen vervuld te zijn opdat er geen recht zou zijn op het gewaarborgd loon: ü het ongeval moet zijn opgelopen naar aanleiding van een lichaamsoefening tijdens een sportcompetitie of exhibitie, ü waarvoor de inrichter toegangsgeld ontvangt, ü en waarvoor de deelnemers in om het even welke vorm een loon ontvangen. Een sportcompetitie impliceert de ontmoeting van verschillende deelnemers met het oog op het behalen van een overwinning of een min of meer gunstige rangschikking terwijl een sportexhibitie een sportactiviteit is waarbij de deelnemer(

  1. s)voor een publiek blijk geven van hun kracht of bekwaamheid en zulks los van elke strijd voor een overwinning of rangschik-king (J. Herman, Schorsing van de individuele arbeidsovereenkomst, Die Keure, 2005, nr. 495). Inzake het toegangsgeld en het loon zijn de hoogte of de vorm niet relevant. Het wordt niet betwist dat de eisende partij speelt in een sportcompetitie, een vergoeding ontvangt per punt (zoals hij zelf erkent in zijn conclusie) en er toegangsgeld wordt gevraagd in de competitiematchen van vierde provinciale. De vraag is of het spelen van een oefenmatch, waarvoor er geen specifieke vergoeding wordt betaald of inkomgeld wordt gevraagd, "geïsoleerd" dient te worden bekeken. Naar het oordeel van de rechtbank kadert deze oefenmatch in de voorbereiding van de com-petitie waarvoor de eisende partij een vergoeding ontvangt (die betrekking heeft op zijn glo-bale medewerking ook al is het een betaling per punt) en waarvoor de club inkomgeld vraagt (ook al is er geen specifieke inkom voor een oefenmatch). Het gaat om een betaalde competitie zowel voor de speler (eisende partij) als voor de club, waarbij er geen recht is op het gewaarborgd loon. Deze interpretatie is in overeenstemming met de letter van de wet, waarbij niet wordt gesteld dat elke match afzonderlijk dient te worden beschouwd, maar ook met de bedoeling van de wet om een betaalde (vergoeding voor de speler en inkomgeld voor de club) sportbeoefening uit te sluiten en het gewaarborgd loon te beperken tot de echte "hobbyist". De oefenmatchen, die ook toegankelijk zijn voor het publiek en essentieel zijn om te slagen in deze (betaalde) competitie, isoleren van het sportgebeuren is onlogisch nu er nagenoeg een zelfde risico bestaat op blessures door deze vorm van sportbeoefening. De eisende partij is dan ook niet gerechtigd op het gewaarborgd loon. Vrije woorden: DE ARBEIDSOVEREENKOMSTEN . WERKLIEDEN Gewaarborgd loon Sportongeval - Oefenmatch. Wettelijke bepalingen: Wet - 03-07-1978 - 52,§3 - 01 ELI link Pub nr 1978070303 Tekst van de beslissing Uitgifte Eerste bladzijde. V. . op A.R. nr. 27.910/II. Rep. nr. . aan ____________________________________________________________________________ C.D. R.C. De ARBEIDSRECHTBANK te OUDENAARDE, tweede kamer, spreekt het hieronder R.P. volgend vonnis uit tijdens de openbare terechtzitting van dinsdag negen mei Verminderd tweeduizend en zes Griffierecht IN DE ZAAK: V., C., arbeider, wonende te, eisende partij, vertegenwoordigd door Mr. G. L., advocaat te Zottegem namens Mr. J. T., advocaat te Brakel, tegen G., besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid, waarvan de vennootschapszetel gevestigd is te, met ondernemingsnummer, verwerende partij, vertegenwoordigd door Mr. E. D., advocaat te Kortrijk. De artikelen 2, 30, 34, 36, 37 en 41 van de Wet van 15 juni 1935 op het taalgebruik in gerechtszaken werden nageleefd. De verwerende partij werd regelmatig gedagvaard bij exploot haar betekend op 23 december 2004 door de gerechtsdeurwaarder B. Quintens, plaatsvervangend gerechtsdeurwaarder van V. Jennen. De eisende partij verzocht bij verzoekschrift, neergelegd ter griffie op 12 januari 2006, de rechtsdag te bepalen met toepassing van het artikel 750 ,§ 2 van het Gerechtelijk Wetboek. De rechtsdag werd bepaald op 11 april 2006. De door artikel 750 ,§ 2 van het Gerechtelijk Wetboek voorgeschreven formaliteiten werden nageleefd. Tijdens de terechtzitting van 11 april 2006 werd tevergeefs een poging tot minnelijke schikking aangewend. De rechtbank heeft de partijen gehoord; de conclusies van partijen en de stukken van het dossier werden ingezien. De vordering strekt ertoe: 1° de verwerende partij te veroordelen om aan de eisende partij te betalen:
  2. a)een bedrag van 372,78 euro voor gewaarborgd loon van 20 augustus 2004 tot 26 augustus 2004;
  3. b)een bedrag van 320,14 euro voor gewaarborgd loon van 27 augustus 2004 tot 2 september 2004;
  4. c)een bedrag van 111,71 euro voor gewaarborgd loon van 3 september 2004 tot 10 september 2004;
  5. d)de wettelijke interesten vanaf de gemiddelde datum van 31 augustus 2004 en de gerechtelijke interesten; 2° de verwerende partij in de kosten van het geding te doen verwijzen; 3° de voorlopige tenuitvoerlegging van het vonnis te horen toestaan zonder dat een zekerheid zal moeten gesteld worden. De feiten De eisende partij is tewerkgesteld bij de verwerende partij sinds 1 april 2003 als arbeider krachtens een arbeidsovereenkomst van onbepaalde duur. De eisende partij is voetballer bij de club "Kluisbergen-sportief" in de vierde provinciale afdeling. Bij een voetbalwedstrijd (oefenmatch) op 19 augustus 2004 liep de eisende partij een kwetsuur op aan de linkerenkel met een volledige arbeidsongeschiktheid van drie weken tot gevolg. Bij aangetekend schrijven dd. 25 oktober 2004 werd de verwerende partij in gebreke gesteld in betaling van het gewaarborgd loon. Bij aangetekend schrijven dd. 26 oktober 2004 betwistte de verwerende partij dat hij dit gewaarborgd loon verschuldigd was. Bij aangetekend schrijven dd. 29 oktober 2004 werd de verwerende partij nogmaals in gebreke gesteld door de vakbond van de eisende partij. Bij schrijven dd. 9 november 2004 handhaafde de verwerende partij haar afwijzend standpunt. Standpunt van partijen De eisende partij stelt dat hij het letsel opliep bij het "opspringen" in een oefenmatch zonder dat er een andere speler was bij betrokken. Volgens de eisende partij wordt hij niet vergoed voor een oefenmatch en wordt er ook geen toegangsgeld gevraagd. De eisende partij benadrukt dat hij, behoudens de terugbetaling van de medische kosten, geen vergoeding ontving van de Belgische Voetbalbond. De verwerende partij betwist dat zij het gewaarborgd loon verschuldigd is. De verwerende partij stelt dat de eisende partij een vergoeding ontvangt die ook betrekking heeft op de oefenmatchen. De verwerende partij benadrukt dat de trainingen en oefenmatchen deel uitmaken van het sportgebeuren en er anders een ongerechtvaardigd onderscheid zou zijn met de echte matchen. De verwerende partij vraagt zich ook af of er geen tussenkomst is van de Belgische Voetbalbond of haar verzekering. Ondergeschikt vraagt de verwerende partij bijkomende gegevens om eventueel een verhaal in te stellen tegen een aansprakelijke derde. Beoordeling 1. Krachtens artikel 52 ,§ 1 van de Wet van 3 juli 1978 inzake de arbeidsovereenkomsten heeft de werkman in geval van ziekte (andere dan een beroepsziekte) en in geval van een ongeval (ander dan een arbeidsongeval) principieel recht op het gewaarborgd loon lastens de werkgever. Het is aan de werkgever om te bewijzen waarom de eisende partij hierop geen recht heeft bv. door de uitzondering van artikel 52 ,§ 3 van de vermelde Wet (sportongeval), waarbij uiteraard de eisende partij als procespartij in een eerlijk en fair proces dient mee te helpen aan de bewijslast. 2. Vermeld artikel 52 ,§ 3 impliceert drie vereisten die cumulatief dienen vervuld te zijn opdat er geen recht zou zijn op het gewaarborgd loon: ü het ongeval moet zijn opgelopen naar aanleiding van een lichaamsoefening tijdens een sportcompetitie of exhibitie, ü waarvoor de inrichter toegangsgeld ontvangt, ü en waarvoor de deelnemers in om het even welke vorm een loon ontvangen. Een sportcompetitie impliceert de ontmoeting van verschillende deelnemers met het oog op het behalen van een overwinning of een min of meer gunstige rangschikking terwijl een sportexhibitie een sportactiviteit is waarbij de deelnemer(
  6. s)voor een publiek blijk geven van hun kracht of bekwaamheid en zulks los van elke strijd voor een overwinning of rangschikking (J. Herman, Schorsing van de individuele arbeidsovereenkomst, Die Keure, 2005, nr. 495). Inzake het toegangsgeld en het loon zijn de hoogte of de vorm niet relevant. 3. Het wordt niet betwist dat de eisende partij speelt in een sportcompetitie, een vergoeding ontvangt per punt (zoals hij zelf erkent in zijn conclusie) en er toegangsgeld wordt gevraagd in de competitiematchen van vierde provinciale. De vraag is of het spelen van een oefenmatch, waarvoor er geen specifieke vergoeding wordt betaald of inkomgeld wordt gevraagd, "geïsoleerd" dient te worden bekeken. Naar het oordeel van de rechtbank kadert deze oefenmatch in de voorbereiding van de competitie waarvoor de eisende partij een vergoeding ontvangt (die betrekking heeft op zijn globale medewerking ook al is het een betaling per punt) en waarvoor de club inkomgeld vraagt (ook al is er geen specifieke inkom voor een oefenmatch). Het gaat om een betaalde competitie zowel voor de speler (eisende partij) als voor de club, waarbij er geen recht is op het gewaarborgd loon. Deze interpretatie is in overeenstemming met de letter van de wet, waarbij niet wordt gesteld dat elke match afzonderlijk dient te worden beschouwd, maar ook met de bedoeling van de wet om een betaalde (vergoeding voor de speler en inkomgeld voor de club) sportbeoefening uit te sluiten en het gewaarborgd loon te beperken tot de echte "hobbyist". De oefenmatchen, die ook toegankelijk zijn voor het publiek en essentieel zijn om te slagen in deze (betaalde) competitie, isoleren van het sportgebeuren is onlogisch nu er nagenoeg een zelfde risico bestaat op blessures door deze vorm van sportbeoefening. De eisende partij is dan ook niet gerechtigd op het gewaarborgd loon. OP DEZE GRONDEN: de rechtbank, rechtsprekend op tegenspraak, - wijst de meeromvattende en strijdige conclusies af; - laat de vordering toe; - verklaart de vordering ongegrond; - bepaalt het bedrag van de tot op heden te vereffenen kosten x van de eisende partij: 184,04 euro, zoals gevorderd, x van de verwerende partij: 104,86 euro, zoals gevorderd; - verwijst de eisende partij in de kosten van het geding. Aanwezig: Luc HOEDAERT, voorzitter van de Arbeidsrechtbank, voorzitter van de kamer; Marc PROVOST, rechter in sociale zaken benoemd als werkgever; Erik VAN LAECKE, rechter in sociale zaken benoemd als werknemer-arbeider; Myriam DE BOCK, hoofdgriffier. Van Laecke Provost De Bock Hoedaert PDF document ECLI:BE:ARGNT:2006:JUG.20060509.1 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.