id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Arbeidsrechtbank Gent Vonnis/arrest van 01 september 2008 ECLI nr: ECLI:BE:ARGNT:2008:JUG.20080901.17 Rolnummer: 179859 Rechtsgebied: Arbeidsrecht Invoerdatum: 2009-02-20 Raadplegingen: 110 - laatst gezien 2026-07-02 17:50 Fiche De deeltijds werknemer die administratief bediende is, maar met de organisatie van haar werkgever - een vzw die reizen organiseert voor personen met een handicap - meegaat op reis, doet dat niet voltijds als werknemer, maar wel als vrijwilliger. UTU-thesaurus: SOCIAAL RECHT - ARBEID - Aard arbeidsrelatie SOCIAAL RECHT - ARBEID - Arbeidsovereenkomst - Begrip - bestaansvereisten - vorm - Begrip - bestaansvereisten Vrije woorden: Arbeidsovereenkomst - begrip - vrijwilligerswerk - determinerende beweegreden om te werken Wettelijke bepalingen: Wet - 03-07-1978 - 2-3 Tekst van de beslissing (zie ook PDF) A.R. 179859 Rep.nr. Vonnis 1 september 2008 De arbeidsrechtbank Gent, tweede kamer, heeft het volgend vonnis uitgesproken : INZAKE : DS, , - EISENDE PARTIJ - ter zitting verte-genwoordigd door dhr.J.RAMAN, vol-machtdrager, afgevaardigde van een re-presentatieve organisatie voor werkne-mers, met zetel te 9000 GENT, Poel 7; TEGEN : V.Z.W. C, , - VERWERENDE PARTIJ - ter zitting ver-tegenwoordigd door Mr.E.VAN RAEPEN-BUSCH, advocaat loco Mr.F.DUCHEYNE, advocaat met kantoor te 8000 BRUGGE, Nieuwe Gentweg
- I. PROCEDURE. II. VORDERING. De eisende partij vordert de verwerende partij te veroordelen tot: § het betalen van: 2.256,77 euro bruto loon (...); - 346,19 euro bruto vakantiegeld (...); - 550,00 euro terugbetaling kosten (...); - (...); FEITEN. DS trad op 1 april 2002 in dienst bij de vzw C. De partijen sloten een arbeidsovereenkomst voor deel-tijdse arbeid en van onbepaalde duur. DS werd te-werk gesteld als administratief bediende. Zij heeft de arbeidsovereenkomst zelf opgezegd; de overeenkomst liep ten einde op 15 oktober
- In de maand juli van 2006 deed zich een probleem voor door een tekort aan vrijwilligers voor de be-geleiding van reizen. DS nam hun plaats in voor een reis naar Griekenland, en een reis naar Slove-nië. Zij stelt dat zij deze reizen heeft gemaakt in het kader van haar arbeidsovereenkomst. Haar loon werd doorbetaald, zij het enkel het loon voor deeltijd-se prestaties terwijl zij voltijdse werkte. Zij stelt dat ze mee moest gaan op reis en een af-spraaknota voor vrijwilligers moest ondertekenen. De vzw C. van haar zijde beweert dat DS er zelf op aandrong om als vrijwilligster mee te mogen gaan als begeleidster. Zij verwijst in dit verband o.m. naar de afsprakennota's, en naar het engagement van de eiseres om bij te dragen in de reiskosten. BEOORDELING. Het gevorderde loon. De vraag is of het werk van DS gepresteerd werd in het kader van haar arbeidsovereenkomst met de vzw C. Als eisende partij dient zij daar het bewijs van te leveren (art. 870 B.W., art. 1315 Ger.W.). Meer bepaald moet ze bewijzen dat ze arbeid tegen betaling heeft gepresteerd, en dit in onderge-schikt verband, en met de bedoeling er een inkomen uit te halen. Pas dan is er sprake van een ar-beidsovereenkomst. Het staat vast dat DS arbeidsprestaties heeft ge-leverd, en het is ook aannemelijk dat zij zich diende te schikken naar de instructies van de or-ganisatie, of m.a.w. dat het (vrijwilligers)werk onder gezag werd gepresteerd. Maar het blijkt niet dat een loon werd betaald als tegenprestatie voor dat vrijwilligerswerk, en evenmin dat de determi-nerende beweegreden erin bestond een beroepsinko-men te verwerven. * Volgens de arbeidsovereenkomst van 25 maart 2002 bestond de taak van DS in "administratie met occa-sionele buitenopdrachten". Beide partijen zijn het er over eens dat deze taak administratief van aard was. Die taak omvat niet het begeleiden van perso-nen met een handicap tijdens een reis, wat een op-dracht van een totaal andere aard is. Deze ar-beidsovereenkomst noch enig ander document wijst er dus op dat het vrijwilligerswerk in uitvoering van de arbeidsovereenkomst werd gepresteerd. Bovendien hebben de partijen twee afsprakennota's voor vrijwilligers afgesloten. Deze vermelden dat DS als ‘vrijwillige begeleidster' werd ingescha-keld. Er werd een bijdrage in de persoonlijke reiskosten overeengekomen (250 euro voor de reis naar Slovenië, en 300 euro voor de reis naar Grie-kenland), en de nota's bevestigen uitdrukkelijk dat de taken ‘KOSTELOOS' zouden worden uitgevoerd. DS heeft beide nota's ondertekend (op 8 juli 2006). De bewering van DS dat zij deze nota's moest on-dertekenen wordt door niets gestaafd. Het is niet geloofwaardig dat Vzw C. haar verplicht heeft om haar deeltijds administratief werk in te ruilen voor een kosteloze opdracht als reisbegeleidster in het buitenland, en dit dan nog mits betaling van de reiskosten. Er wordt evenmin een wilsgebrek aangetoond. De afsprakennota's zijn rechtsgeldige overeenkom-sten. De Rechtbank dient de bindende kracht ervan te respecteren (art. 1134 B.W.; vergelijk i.v.m. schrijnzelfstandigheid: Cass., 23 december 2002, J.T.T., 2003, 271; Cass., 28 april 2003, J.T.T., 261, Cass., 3 mei 2004, NJW 2005, 18 en Cass., 6 december 2004, NJW, 21; Cass., 22 mei 2006, www.cass.be). Er liggen geen feiten voor die onverenigbaar zijn met de kwalificatie als vrijwilligerswerk. Welin-tegendeel stelt DS in een niet gedagtekende ver-klaring: "Ook bij de volgende vakantie ... waren er be-geleiders te kort en daarom had ik dan ook ingestemd om terug mee te gaan nadat mijn baas mij vroeg om nogmaals mee te gaan en te-rug te betalen". Het gaat dus om een vraag van de werkgever, niet om een eenzijdige en opgedrongen beslissing, waar DS mee heeft ingestemd, weze het dan dat zij "niet durfde te weigeren. Mijn gevoel zei mij van ik moet doorbijten want het is tenslotte mijn werkgever". Deze verklaring toont niet aan dat zij verplicht werd om mee te gaan: het werd haar gevraagd, en zij heeft ingestemd omdat zij dacht dat ze dat moest doen. De partijen hadden dus de intentie om een overeen-komst voor vrijwilligerswerk af te sluiten. Even-min blijkt dat andere medewerkers werden betaald. Overigens gaf DS ook uitvoering aan de afspraken-nota's, aangezien zij spontaan het bedrag van 300 euro heeft betaald voor de reis naar Griekenland. Weliswaar werd het deeltijds loon doorbetaald, maar dit gegeven is niet onverenigbaar met de kwa-lificatie als vrijwilligerswerk. De betaling vindt zijn oorzaak enkel in de arbeidsovereenkomst, die voor het overige geschorst was (cfr. J. Herman, Schorsing van de individuele arbeidsovereenkomst, Brugge, die Keure, 2005, p. 6, nr. 14). Gelet op de context is het begrijpelijk dat het deeltijds loon werd doorbetaald. In elk geval werd dat loon niet betaald als tegenprestatie voor het vrijwil-ligerswerk (waarvan het kosteloos karakter uit-drukkelijk werd vastgelegd). * Zonder twijfel hebben DS en de andere vrijwilli-gers veel en hard gewerkt. Dat betekent echter niet dat het om ‘beroepsar-beid' ging. Het arbeidsrecht is enkel van toepas-sing op betaalde beroepsarbeid (zie bv. H. Lenae-rts, Inleiding tot het sociaal recht, Gent, 1995, p. 10). Er is sprake van ‘beroepsarbeid' zo de be-langrijkste beweegreden bestaat in het verwerven van een inkomen om in het levensonderhoud te voor-zien. Prestaties die niet met die intentie worden verricht, vallen niet te aanzien als beroepsarbeid waarop het arbeidsovereenkomstenrecht van toepas-sing is, zelfs niet wanneer er een gezagsverhou-ding bestaat, en - anders dan in dit geval - er een zekere vergoeding voor wordt betaald. Dat kan zich voordoen, uitgerekend met vrijwilligerswerk, of bv. ook met sportieve prestaties (voor een toe-passing, zie Arbrb. Tongeren, 6 maart 2006, RABG 2006, p. 1043). De eiseres toont niet aan dat zij de buitenlandse opdracht aanvaard heeft om een inkomen te verwer-ven. Geen enkel gegeven van het dossier wijst daar op. Integendeel blijkt uit haar nota (stuk 14) dat ze zich als vrijwilligster zag, al stelt ze dat ze meer verantwoordelijkheden kreeg dan andere vrij-willigers, en zich als personeelslid behandeld "voelde". Het blijkt echter niet dat haar determi-nerende beweegreden erin bestond zich een voltijds loon te verschaffen of de prestaties te leveren in het kader van de arbeidsovereenkomst. Hetzelfde blijkt uit de brief van 6 december 2006 waarbij de vakorganisatie Vzw C. in gebreke stelde: die brief zegt niet dat het de bedoeling was voltijdse be-roepsarbeid te leveren; de loonvordering werd en-kel gemotiveerd op basis van de argumentatie dat men juridisch niet tegelijk werknemer en vrijwil-liger kan zijn. * De partijen voeren verder ook discussie over het Decreet van 23 maart 1994 ‘betreffende het georga-niseerd vrijwilligerswerk in de welzijns- en ge-zondheidssector'. Deze discussie is evenwel naast de kwestie. Dit decreet regelt immers zaken als de erkenning en subsidiëring van vrijwilligersorganisaties. Of DS nu een vrijwilliger was of niet in de zin van dat Decreet, kan bijgevolg enkel gevolgen hebben voor die erkenning, subsidiëring e.d.m. Dat heeft ech-ter geen repercussies voor de toepasselijkheid van het arbeidsovereenkomstenrecht. Vallen de partijen niet onder dat Decreet, dan heeft zulks niet auto-matisch tot gevolg dat er sprake is van een ar-beidsovereenkomst. Dat laatste hangt enkel af van de vraag of er sprake is van arbeidsprestaties die tegen betaling én in ondergeschikt verband worden geleverd, en waarbij de determinerende beweegreden erin bestaat te voorzien in zijn levensonderhoud. Zoals gezegd wordt die beweegreden niet aange-toond, was het vrijwilligerswerk kosteloos, en vindt de doorbetaling va n het loon zijn oorzaak niet in het vrijwilligerswerk (maar in de gedeel-telijk geschorste arbeidsovereenkomst). Dat geldt ook in verband met de wet van 3 juli
- De discussie over dit decreet en die wet heeft verder geen belang. * DS verwijst ook nog naar artikel 5bis van de Ar-beidsovereenkomstenwet. Deze bepaling betreft de "bijkomende dienstprestaties (..) in uitvoering van een aannemingsovereenkomst". Het is nochtans duidelijk dat DS niet is meegegaan op reis in het kader van een aanneming van werken. Ook dit argu-ment kan niet worden aanvaard. De inhouding op het loon van 250 euro en de be-taalde kostenvergoeding. Het staat vast en wordt niet betwist dat Vzw C. dit bedrag heeft ingehouden op verschuldigd loon. Inhoudingen op het loon zijn echter slechts zeer uitzonderlijk toegestaan. Vzw C. had het loon moeten uitbetalen, en los daarvan om de betaling van de 250 euro moeten ver-zoeken. De inhouding is in strijd met artikel 23 van de Loonbeschermingswet. Dit deel van het loon dient dan ook te worden terugbetaald. Aangezien evenwel de eiseres buiten het kader van de arbeidsovereenkomst meeging naar het buiten-land, is het aanvaardbaar dat van haar een bijdra-ge in de reiskosten werd gevraagd. Zij kan het be-taalde bedrag van 300 euro niet terugvorderen. Dit deel van de vordering is niet gegrond. De gerechtskosten. De vordering is slechts zeer beperkt gegrond. Om-dat de eiseres moest overgaan tot dagvaarding om de 250 euro te recupereren, dient Vzw C. de kosten daarvan ten laste te nemen. Voor het overige acht de Rechtbank het aangewezen de kosten om te slaan (art. 1017 Ger.W.). Er is derhalve geen reden om deze discussie aan te hou-den tot na het arrest van het Grondwettelijk Hof (cfr. zittingsblad). (...) BESLISSING. De Arbeidsrechtbank te Gent, tweede kamer, spreekt het volgend vonnis uit op tegenspraak. De Rechtbank verklaart de vorderingen ontvankelijk, en beperkt gegrond. De Rechtbank veroordeelt de vzw Centrum voor Recreatie en Vakantiebevordering bij Mindervaliden en/of Vzw C. tot het betalen aan DS van een bedrag van 250,00 euro ten titel van onterecht ingehouden loon. Dit bedrag dient te worden vermeerderd met interesten aan de wettelijke interestvoet vanaf 12 oktober
- (...) De Rechtbank wijst de overige vorderingen af als ongegrond. De Rechtbank veroordeelt de vzw Centrum voor Re-creatie en Vakantiebevordering bij Mindervaliden en/of Vzw C. tot het betalen van de dagvaardings-kosten, begroot op 98,27 euro, en veroordeelt elk der partijen voor het overige tot het ten laste nemen van de kosten aan eigen zijde gevallen. (...) Aldus gewezen door: Dhr. B.LIETAERT, rechter in de arbeidsrecht-bank die de tweede kamer voorzit ; Dhr. F.D'HAESE, rechter in sociale zaken, benoemd als werkgever ; Dhr. F.DE VOS, rechter in sociale zaken be-noemd als werknemer-bediende; bijgestaan door :Mevr. R.COOLENS, griffier ; en uitgesproken op EEN SEPTEMBER TWEEDUIZEND EN ACHT in openbare terechtzitting van de tweede ka-mer van de arbeidsrechtbank Gent. R.COOLENS F.DE VOS F.D'HAESE B.LIETAERT PDF document ECLI:BE:ARGNT:2008:JUG.20080901.17 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div