id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Arbeidsrechtbank Gent Vonnis/arrest van 10 november 2008 ECLI nr: ECLI:BE:ARGNT:2008:JUG.20081110.15 Rolnummer: 177902 Rechtsgebied: Sociale-zekerheidsrecht Invoerdatum: 2009-02-20 Raadplegingen: 120 - laatst gezien 2026-07-02 18:17 Fiche Er zijn geen solidariteitsbijdragen verschuldigd wanneer de werknemers gebruik maken van lichte vrachtwagens om van thuis naar de werf te rijden en het privaat gebruik door de car-policy verboden is. UTU-thesaurus: SOCIAAL RECHT - SOCIALE ZEKERHEID - Sociale zekerheid - Werknemer - Bijdragen - Bijzondere bijdragen Vrije woorden: Gebruik lichte vrachtwagens - woon-wegverkeer - car-policy - geen solidariteitsbijdragen Tekst van de beslissing Zie ook P.D.F. Vonnis van 10 november 2008 A.R. 177902 Rep.nr. De arbeidsrechtbank Gent, tweede kamer, spreekt het volgend vonnis uit : INZAKE : N.V. R., ondernemingsnummer 417.363.680, met zetel - EISENDE PARTIJ - ter zitting verte-genwoordigd door Mr. F. HEYMANS, advo-caat loco Mr. P. BOUCKAERT, advocaat met kantoor te 9000 GENT, Sint-Martensstraat 16; TEGEN : RIJKSDIENST VOOR SOCIALE ZEKERHEID, openbare instelling met zetel te 1060 BRUSSEL, Victor Hortaplein 11, onder-nemingsnummer 0206731645, - VERWERENDE PARTIJ - ter zitting ver-tegenwoordigd door Mr. I. VANDEN BOS-SCHE, advocaat loco Mr. D. DE GREEF, advocaat met kantoor te 1731 ZELLIK, Noorderlaan 30. Vgl. mobiliteit: vg. Cass., 14.01.2002, S.00.0193 : verplaatsingen met werfwagens en kosten eigen aan de werkgever I. PROCEDURE. Bij vonnis van 8 september 2008 heeft de Rechtbank een deel van de discussie beslecht: de vordering van de nv R. in verband met de personenwagens werd ongegrond verklaard. De discussie werd niet beslecht in verband met lichte vrachtwagens. De Rechtbank wilde de partijen aanvullend horen over de beweringen van de RSZ dat - er daarover met R. een afbetalingsplan was afgesproken (aangaande de bijdragen op het gebruik lichte vrachtwagens van 42.593,16 eu-ro + CO2-sanctie van 85.186,32 euro), - dat dit plan niet was nageleefd en dat tot dagvaarding was overgegaan. De partijen werden opgeroepen voor de zitting van 29 september 2008. Omdat er op 13 oktober 2008 blijkbaar ook nog andere zaken hangende waren tus-sen partijen, zou de zaak op 13 oktober 2008 worden besproken. De partijen zijn verschenen, en werden gehoord in de uiteenzetting van hun middelen en conclusies. De debatten werden gesloten. Na de heropening van de debatten hebben de partijen hun stukkenbundels niet opnieuw neergelegd. II. VORDERING. De nv R. vordert in haar syntheseconclusie van 11.04.2008 : - te horen zeggen voor recht dat de solidari-teitsbijdrage voor het persoonlijk gebruik van bedrijfswagens niet verschuldigd is; - de beslissing van 8 januari 2007 te vernieti-gen, - de RSZ te veroordelen tot terugbetaling aan de eiseres van de onverschuldigd betaalde som-men van : - 2.502,44 euro, 2.143,15 euro, 756,86 euro, te vermeerderen met de moratoire intresten sinds de betaling tot 26 april 2007 en vanaf dan de gerechtelijke intresten tot de dag der algehele betaling; - voor zover de solidariteitsbijdragen toch ver-schuldigd zouden zijn, de RSZ te sommeren het bericht van wijziging der bijdragen aan te pas-sen. - verwerende partij te veroordelen tot de kosten van het geding. - het vonnis uitvoerbaar te verklaren bij voor-raad. III. FEITEN. Als bouwbedrijf dat zich op afbraakwerken toelegt stelt R. personenwagens ter beschikking aan be-paalde medewerkers, en ook lichte vrachtwagens aan arbeiders die de afbraakwerken doen. De Sociale Inspectie heeft een algemene controle uitgevoerd bij dit bedrijf. De sociaal inspecteur meent dat R. inbreuken begaat tegen de RSZ-wet. Hij heeft het bedrijf hierover aangeschreven bij brief van 23 augustus 2006, en een onderzoeksver-slag opgesteld op 30 oktober 2006. Volgens de Sociale Inspectie heeft R. bepaalde voordelen in natura niet aangegeven, m.n. het pri-végebruik van firmawagens door JS en CR. Daarover werd reeds geoordeeld in het vonnis van 8 septem-ber 2008. Verder stelt de Sociale Inspectie dat evenmin de CO2-bijdragen werden betaald op het persoonlijk gebruik van de lichte vrachtwagens door haar ar-beiders. Volgens de sociaal inspecteur beloopt het bedrag van deze bijdragen 42.593,16 euro. Tenslotte stelt de Inspectie nog dat er twee beta-lingen gebeurden van in totaal 1.750 euro aan werknemer FV, zonder dat er sociale bijdragen op werden berekend en doorgestort aan de RSZ. * De nv R. is het daar niet mee eens. Haar raadsman heeft de Sociale Inspectie in die zin aangeschre-ven op 22 september 2006. Deze argumentatie heeft de RSZ evenwel niet over-tuigd. De Rijksdienst ging bij brief van 8 januari 2007 over tot ambtshalve aangifte van een solida-riteitsbijdrage voor het persoonlijk gebruik van bedrijfswagens. Deze betreft de periode van okto-ber 2001 tot en met juni 2006. In uitvoering van deze beslissing werden de be-richten van wijziging der bijdragen van 11 janua-ri, 16 januari en 12 juli 2007 opgesteld. * Bij brief van 17 januari 2007 heeft R. geprotes-teerd. Omdat het een bouwonderneming is ging R. echter wel over tot een betaling, zij het onder voorbehoud van recht en zonder nadelige erkente-nis. R. heeft aldus betaald: - 2.502,44 euro op 31.01.2007 (cfr. bericht van wijziging der bijdragen van 16 januari 2007; dit beslaat de periode januari 2003 tot en met decem-ber 2004 - zie stuk 3 RSZ), - 756,86 euro op 04.04.2007 (de opslagen en inte-resten op voormeld bedrag), en - 2.143,15 euro op 22.02.2007 (cfr. bericht van wijziging der bijdragen van 11 januari 2007; dit beslaat de periode van het vierde kwartaal van 2001 tot en met het vierde kwartaal van 2002; de bijdragen daarvoor zijn gelijk aan 1.512,27 euro, meer de interesten en opslagen geeft dit het be-drag van 2.143,15 euro - zie stuk 2 RSZ). IV. BEOORDELING. 1. Wat is er van het afbetalingsplan en de dag-vaarding ? De CO2-bijdragen die de RSZ op de lichte vrachtwa-gens aanrekent, zitten vervat in het bericht van wijziging der bijdragen van 12 juli 2007. Het gaat om 42.593,16 euro; de sanctie het dubbel daarvan, zijnde 85.186,32 euro. In conclusies voor tussenvonnis stelde de RSZ ech-ter dat met de nv R. een afbetalingsplan werd af-gesproken over de bijdragen van 42.593,16 euro en de CO2-sanctie van 85.186,32 euro. Maar omdat dat plan niet zou zijn nageleefd, zou door de RSZ tot dagvaarding zijn overgegaan. Verder kreeg de Rechtbank geen informatie. Bij de stukken die op de eerste zitting van 23 juni 2008 werden overgemaakt, stak geen afbetalingsplan of dagvaarding. De Rechtbank was van oordeel dat dit gegeven nochtans van belang kon zijn bij het be-oordelen van de discussie (bv.: mogelijks was er misschien al een vonnis na die dagvaarding?). De partijen werden daartoe aanvullend gehoord, op 13 oktober 2008. De RSZ heeft echter niet de minste bijkomende in-formatie verschaft, terwijl R. betwist dat een af-betalingsplan werd afgesproken (en dat dit niet werd nageleefd met een dagvaarding tot gevolg). In die omstandigheden houdt de Rechtbank geen re-kening met de bewering van de RSZ. 2. Relevante wetgeving. Solidariteits- en CO2-bijdragen zijn verschuldigd overeenkomstig artikel 38 § 3quater van de Alge-meen Beginselenwet Sociale Zekerheid van 29 juni 1981. Deze wet werd verschillende keren gewijzigd. Hij is in verschillende versies van toepassing: (
- a)op de periode tot 2005, (
- b)van januari 2005 tot juli 2005 en (
- c)vanaf juli 2005. (
- a)Artikel 38quater, zoals van toepassing tot 2005 bepaalt dat "een solidariteitsbijdrage verschuldigd (
- is)door de werkgever op het voordeel betreffende het persoonlijk en individueel gebruik van een voertuig ter beschik-king gesteld door de werkgever". Zie de gearchiveerde versie nr. 63 van de wet op www.juridat.be. De aanslag i.v.m. de lichte vrachtwagens betreft evenwel enkel het eerste kwartaal van 2005 tot en met het tweede kwartaal van 2006. (
- b)Voormeld artikel werd gewijzigd voor de perio-de vanaf 1 januari 2005. De solidariteitsbijdrage is nu verschuldigd "door de werkgever die een voertuig dat ook voor ande-re dan beroepsdoeleinden is bestemd, rechtstreeks of onrechtstreeks ter beschikking stelt van zijn werkne-mer, ongeacht elke financiële bijdrage van de werkne-mer in de financiering of het gebruik van dit voer-tuig". Zie de gearchiveerde versie nr. 62 van de wet op www.juridat.be. (
- c)En vanaf 1 juli 2005 is het nog eens anders. Nu luidt het dat de "solidariteitsbijdrage verschuldigd is door de werkge-ver die gelijk welk voertuig, dat ook voor andere dan louter beroepsdoeleinden wordt gebruikt, rechtstreeks of onrechtstreeks ter beschikking stelt van zijn werk-nemer, ongeacht elke financiële bijdrage van de werk-nemer in de financiering of het gebruik van dit voer-tuig. Wordt verondersteld ter beschikking van de werk-nemer te zijn gesteld voor andere dan louter beroeps-doeleinden, ieder voertuig dat op naam van de werkge-ver is ingeschreven of dat het voorwerp uitmaakt van een huur- of leasingcontract of van gelijk welk ander contract voor het gebruik van het voertuig, behalve indien de werkgever aantoont ofwel dat het gebruik voor ander dan louter beroepsdoeleinden uitsluitend gebeurt door een persoon die niet valt onder het toe-passingsgebied van de sociale zekerheid voor werkne-mers, ofwel dat het voertuig voor louter beroepsdoel-einden wordt gebruikt". Deze bepaling werd ingevoerd door artikel 7 van de wet van 20 juli 2005 houdende diverse bepalingen (BS 28 juli 2005). Ze trad in werking op 1 juli 2005 (art. 8 Wet 20.07.2005). In de periodes (
- b)en (
- c)geldt dat - "onder voertuig dient te worden verstaan de voertuigen die behoren tot de categorieën M1 en N1 zoals bepaald in het koninklijk besluit van 15 maart 1968 houdende alge-meen reglement op de technische eisen waaraan de auto's, hun aanhangwagens, hun onderdelen en hun veiligheidstoe-behoren moeten voldoen" en specifiek wat periode (
- c)betreft werd bepaald dat - "onder andere dan loutere beroepsdoeleinden dient onder andere te worden verstaan de woon-werkverplaatsing die individueel afgelegd wordt, het privé gebruik en het col-lectief vervoer van werknemers". 3. Toepassing van de wetgeving op de situatie van de nv R. Er is enkel discussie over één toepassingsvoor-waarde van de wet. R. beweert dat de lichte vrachtwagens niet voor andere dan beroepsdoeleinden zijn bestemd (periode b), of dat ze niet voor andere dan loutere be-roepsdoeleinden worden gebruikt (periode c). De Rechtbank is van oordeel dat R. daar het bewijs van bijbrengt. Vooreerst wijst R. op zijn car-policy, en legt het bedrijf de listings voor inzake tewerkstelling van werknemers op verschillende werven en mobiliteits-verslagen (stuk 7). De car-policy vermeldt dat "na de werkuren: deze voertuigen mogen enkel gebruikt worden om naar huis te rijden en niet voor andere doeleinden. Inbreu-ken worden gesanctioneerd met 10 Euro/dag tijdens de week en 30 Euro/dag tijdens weekend en feestda-gen/vakantiedagen". Zie stuk 8 R.. Het persoonlijk (of concurrerend) gebruik is dus niet alleen verboden, overtredingen worden zelfs beboet. Verder blijkt ook dat het om lichte vrachtwagens met een open laadbak gaat. Deze wagens dienen om werkmateriaal en afbraakmateriaal op te laden. Het is heel onwaarschijnlijk dat de aard van deze voertuigen/werktuigen zich leent tot persoonlijk gebruik. De RSZ stelt dat dit wetsontduiking mogelijk maakt, want de werkgevers kunnen dan lichte vrachtwagens met open laadbak aan hun personeel gaan geven, in plaats van gewone personenwagens, om zo bijdragen te ontwijken. De Rechtbank is niet overtuigd. Dit verweer gaat voorbij aan de maatschappelijke realiteit en is niet ernstig. Tenslotte is het ook zo dat de arbeiders de lichte vrachtwagens niet gebruiken in het kader van het woon-wegverkeer. Weliswaar gebruiken de arbeiders de voertuigen om mee naar huis te rijden, maar dat is geen woon-wegverkeer, aangezien uit de listings blijkt dat de arbeiders steeds naar verschillende werven wor-den uitgezonden. Anders dan de RSZ beweert blijkt uit de feiten en listings niet dat het om "opeenvolgende vaste plaatsen van tewerkstelling" gaat. Er is geen vaste plaats van tewerkstelling. De ar-beiders moeten op verschillende werven afbraakwer-ken verrichten. Wanneer zij aldus naar de werf gaan, geven de arbeiders uitvoering aan een op-dracht van de werkgever. Zij maken de verplaatsing in uitvoering van de arbeidsovereenkomst. Dat is bijgevolg geen woon-wegverkeer. Er is gelijkluidende rechtspraak in die zin: Handelsvertegenwoordigers die een wagen ter beschik-king krijgen, waarvan het privé-gebruik evenwel verbo-den werd, én die rechtstreeks van thuis uit naar de klanten gaan, verrichten geen woon-wegverkeer, zodat het Hof oordeelt dat er enkel sprake was van gebruik voor beroepsdoeleinden (Arbh. Antwerpen, 16 september 2004, A.R. nr. 2030350, www.juridat.be; of: De tijd nodig voor verre verplaatsingen is arbeidstijd en geeft recht op loon (cfr. Arbrb. Gent, 4 oktober 2007, A.R. nr. 175453/06, www.juridat.be; Arbh.Brussel, 20.11.2007, JTT 2008,229). Ook in de rechtsleer wordt in dit verband gesteld: "De notie «prive´-gebruik» slaat op de verplaatsingen die de werknemer maakt in zijn vrije tijd, bij de uit-oefening van hobby's,... Ook het woon-werkverkeer naar een vaste plaats van tewerkstelling valt daaronder. De verplaatsingen die de werknemer maakt naar variabe-le werkplaatsen, zijn echter professionele verplaat-singen". (Jan Vanthournout, "De bedrijfswagen na de CO2-taks: enkele sociale en fiscale topics", Oriëntatie, februa-ri 2005, p. 42). De arbeiders kunnen trouwens wel niet anders dan met de lichte vrachtwagens haar huis terug keren. De volgende werkdag hebben zij de vrachtwagens im-mers terug nodig op de werf. De aard van de samen-werking dwingt hen de lichte vrachtwagens te ge-bruiken. Er is geen keuzevrijheid voor de arbei-ders. Aangezien het gebruik van de vrachtwagens wordt opgedrongen, is er geen sprake van privé-verplaatsingen wat in het kader van het woon-wegverkeer wel het geval is. Gelet op al deze elementen samen genomen en de feitelijke gegevens zoals die blijken uit het dos-sier, is de Rechtbank van oordeel dat de nv R. aantoont dat er enkel sprake is van gebruik voor "louter beroepsdoeleinden". 4. Besluit. De nv R. vordert dat de Rechtbank zou zeggen voor recht dat er geen solidariteitsbijdragen verschul-digd zijn op het persoonlijk gebruik van de be-drijfswagens. Tevens vordert zij de vernietiging van de beslissing van 8 januari 2007. Als dusdanig kan deze vordering niet worden inge-willigd omdat ze ook slaat op de personenwagens van CR en JS. Daarvoor zijn wel bijdragen ver-schuldigd (cfr. vonnis 8 september 2008). De vordering is enkel gegrond waar ze slaat op de lichte vrachtwagens. In uitvoering van de ambtshalve aangifte werden berichten van wijziging der bijdragen opgesteld. Onder voorbehoud van recht heeft de nv R. dienvol-gens betaald: - 2.502,44 euro op 31.01.2007 (cfr. bericht van 16 januari 2007). Dit betreft de periode van januari 2003 tot en met december 2004 (stuk 3 RSZ), - 756,86 euro op 04.04.2007 (de opslagen en inte-resten op voormeld bedrag), en - 2.143,15 euro op 22.02.2007 (cfr. bericht van 11 januari 2007). Dit betreft de periode van het vierde kwartaal van 2001 tot en met het vierde kwartaal van 2002. De bijdragen daarvoor zijn gelijk aan 1.512,27 euro, meer de interes-ten en opslagen geeft dit het bedrag van 2.143,15 euro (zie stuk 2 RSZ). Geen van deze betalingen betreft de bijdragen voor de lichte vrachtwagens, aangezien deze kennelijk oplopen tot een bedrag van 42.593,16 euro (+ CO2-sanctie van 85.186,32 euro) en betrekking hebben op de periode vanaf 2005. Overigens heeft de nv R. nog andere RSZ-schulden. Ook de vordering tot terugbetaling is derhalve on-gegrond. De RSZ dient echter wel zijn bericht van wijziging van de bijdragen aan te passen opdat het in over-eenstemming zou zijn met beide vonnissen. Aangezien beide partijen "omtrent enig geschilpunt in het ongelijk zijn gesteld" acht de Rechtbank het raadzaam de kosten om te slaan (art. 1017 Ger.W.). V. BESLISSING. De Arbeidsrechtbank te Gent, tweede kamer, spreekt het volgend vonnis uit op tegenspraak. De Rechtbank verklaart de vordering van de nv R. gegrond in de mate waarin ze betrekking heeft op de CO2-bijdragen en sanctie die de RSZ aanrekent op het gebruik van de lichte vrachtwagens ter beschikking gesteld aan de arbeiders. De Rechtbank vernietigt derhalve de beslissing van 8 januari 2007 in de mate dat ze onverenigbaar is met deze rechterlijke beslissing. De vordering van de nv R. om de RSZ te veroordelen tot het terugbetalen van de bedragen van 2.502,44 euro, 2.143,15 euro en 756,86 euro wordt afgewezen als ongegrond. De Rechtbank zegt de RSZ aan de berichten van wijziging der bijdragen in overeenstemming te brengen met beide rechterlijke uitspraken gewezen in deze zaak. Beide partijen worden veroordeeld tot het ten las-te nemen van de kosten aan eigen zijde gevallen. Deze kosten worden als volgt begroot aan de zijde van eisende partij op : dagvaarding : 110,72 euro rechtsplegingsvergoeding : 650,00 euro aan de zijde van verwerende partij op : rechtsplegingsvergoeding : 900,00 euro Dit vonnis wordt uitgesproken rekening houdend met de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken, inzonderheid de artikelen 2, 34, 36, 37 en 41, die alle werden nageleefd. Aldus gewezen door: Dhr. B.LIETAERT, rechter in de arbeidsrecht-bank die de tweede kamer voorzit ; Dhr. L.DHAENENS, rechter in sociale zaken, benoemd als werkgever ; Dhr. D.VAN HOOREBEKE, rechter in sociale zaken be-noemd als werknemer-bediende; bijgestaan door :Mevr. R.COOLENS, griffier ; en uitgesproken op TIEN NOVEMBER TWEEDUIZEND EN ACHT in openbare terechtzitting van de tweede ka-mer van de arbeidsrechtbank Gent. R.COOLENS D.VAN HOOREBEKE L.DHAENENS B.LIETAERT PDF document ECLI:BE:ARGNT:2008:JUG.20081110.15 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div