id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Arbeidsrechtbank Gent Vonnis/arrest van 08 februari 2024 ECLI nr: ECLI:BE:ARGNT:2024:JUG.20240208.1 Rolnummer: 24/57/A Rechtsgebied: Overige Invoerdatum: 2025-07-10 Raadplegingen: 193 - laatst gezien 2026-06-16 03:32 Fiche Het ABVV verzoekt de rechtbank in hoofdorde, te zeggen voor recht dat alle gedaagde partijen
(3)één technische bedrijfseenheid vormen waarvan de gewoonlijke, gemiddelde tewerkstelling minstens 100 werknemers bedraagt, waarvoor sociale verkiezingen dienen te worden georganiseerd voor zowel de ondernemingsraad als het CPBW. Op 25 januari 2024 werd door eisende en verwerende partij een akkoordconclusie neergelegd. Partijen verzoeken de rechtbank hun akkoord te bekrachtigen als volgt: “Bijgevolg te zeggen voor recht dat voornoemde partijen T. NV en D. BV samen één technische bedrijfseenheid vormen met het oog op de sociale verkiezingen 2024 en dat zij dientengevolge alle handelingen dienen te stellen zoals voorzien door de wet van 4 december 2007 en de wet van 4 april 2019 tot wijziging van de wet van 4 december 2007 betreffende de sociale verkiezingen, van de wet van 20 september 1948 houdende de organisatie van het bedrijfsleven en de wet van 4 augustus 1996 betreffende het welzijn van de werknemers bij de uitvoering van hun werk." Wanneer overeenkomsten tussen partijen inzake sociale verkiezingen worden voorgelegd aan de rechter kan deze zich bezwaarlijk beperken tot het louter vaststellen van het bestaan van deze overeenkomst om ze dan te bekrachtigen. De rechter dient te onderzoeken of de inhoud van de overeenkomst niet strijdig is met enige wetsbepaling die de openbare orde raakt. Indien hij een schending van de openbare orde vaststelt, kan hij geen akkoordvonnis verlenen. De rechtbank stelt vast dat geen bepalingen van openbare orde werden geschonden en verleend akte aan partijen van het tussen hen gesloten akkoord. UTU-thesaurus: SOCIAAL RECHT - ARBEID - Bedrijfsorganisatie - Sociale verkiezingen Wettelijke bepalingen: Wet - 04-12-2007 - 12bis - 30 ELI link Pub nr 2007012768 Wet - 20-09-1948 - 14 - 01 ELI link Pub nr 1948092002 Wet - 07-04-1996 - 50 - 00 Link Justel databank 19960407-00 Tekst van de beslissing Uitgifte Repertoriumnummer: Uitgereikt aan Uitgereikt aan 25/ Datum van uitspraak: op op 08/02/2024 € € Rechtsmiddelen Rolnummer: 24/57/A Materie: Sociale verkiezingen Type vonnis: Eindvonnis arbeidsrechtbank Gent, afdeling Sint-Niklaas Vonnis Kamer S2 Arbeidsrechtbank Gent, afdeling Sint-Niklaas – 24/57/A – p. 2 VON : EVT In de zaak van: HET ALGEMEEN BELGISCH VAKVERBOND (ABVV), KBO 0851.766.007, met zetel gevestigd te 1000 Brussel, Hoogstraat 42, EISENDE PARTIJ, ter openbare terechtzitting vertegenwoordigd door tegen:
- T. N.V.,
- D. B.V.,
- C. B.V., VERWERENDE PARTIJEN, ter openbare terechtzitting vertegenwoordigd door MEDE INZAKE:
- HET ALGEMEEN CHRISTELIJK VAKVERBOND (ACV), KBO: 0850.330.506, met zetel te 1030 SCHAARBEEK, Haachtsesteenweg 579,
- ALGEMENE CENTRALE DER LIBERALE VAKBONDEN VAN BELGIE (ACLVB), KBO: 0850.330.011, met zetel te 9000 GENT, Koning Albertlaan 95,
- DE NATIONALE CONFEDERATIE VAN HET KADERPERSONEEL (NCK), met zetel te 1030 BRUSSEL, Lambermontlaan 171 bus
- BETROKKEN PARTIJEN, ter openbare terechtzitting niet vertegenwoordigd
- PROCEDURE De rechtbank neemt kennis van de stukken van het geding, gevoegd bij het dossier van de rechtspleging en vermeld op de inventaris ervan en o.m.: - Het verzoekschrift op tegenspraak, ter griffie neergelegd op 19 januari 2024; - De beschikking d.d. 22 januari 2024, waarbij de procedurekalender werd vastgelegd en de zaak werd vastgesteld op de buitengewone terechtzitting van 1 februari 2024; - De akkoordconclusie, neergelegd via e-Deposit op 25 januari 2024; De rechtbank past de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken toe. Arbeidsrechtbank Gent, afdeling Sint-Niklaas – 24/57/A – p. 3 De verschenen partijen werden op de zitting van 1 februari 2024 in hun argumenten en conclusies gehoord. Het debat werd gesloten. De stukken van het dossier werden ingezien.
- VOORWERP VAN DE VORDERINGEN Bij verzoekschrift, ter griffie neergelegd op 19 januari 2024, vecht eisende partij in toepassing van art. 12bis van de wet van 4 december 2007 betreffende de sociale verkiezingen, de beslissing van de verwerende partijen aan (x-35) inzake de beschrijving van de technische bedrijfseenheid waarvoor een ondernemingsraad en het comité voor preventie en bescherming op het werk moeten worden opgericht. Eisende partij verzoekt de rechtbank in hoofdorde, te zeggen voor recht dat alle gedaagde partijen
(3)één technische bedrijfseenheid vormen waarvan de gewoonlijke, gemiddelde tewerkstelling minstens 100 werknemers bedraagt, waarvoor sociale verkiezingen dienen te worden georganiseerd voor zowel de ondernemingsraad als het CPBW. In ondergeschikte orde verzoekt eisende partij de rechtbank, te zeggen voor recht dat volgende gedaagde partijen één technische bedrijfseenheid vormen, waarvan de gewoonlijke, gemiddelde tewerkstelling minstens 100 werknemers bedraagt: T. NV D. BV. Meer ondergeschikt verzoekt eisende partij de rechtbank, te zeggen voor recht dat volgende verwerende partijen één technische bedrijfseenheid vormen, waarvan de gewoonlijke, gemiddelde tewerkstelling minstens 100 werknemers bedraagt: T. NV C. BVBA. Verder vordert eisende partij, op basis van deze beslissing te zeggen voor recht dat voor de technische bedrijfseenheid een comité voor preventie en bescherming op het werk en een ondernemingsraad dient te worden opgericht, en gedaagden te bevelen onverwijld over te gaan tot het verrichten van alle hen door de wet van 4 december 2007 betreffende de sociale verkiezingen opgelegde handelingen, met het oog op organiseren van sociale verkiezingen voor de aanwijzing van personeelsafgevaardigden in het comité voor preventie en bescherming op het werk en ondernemingsraad. Tevens vordert eisende partij om gedaagden te bevelen de informatie voorzien in art. 10 van bovenvermelde wet op de voorgeschreven wijze te verstrekken binnen de 5 werkdagen na de kennisgeving van het vonnis. Arbeidsrechtbank Gent, afdeling Sint-Niklaas – 24/57/A – p. 4 Verder verzoekt eisende partij om gedaagden solidair te veroordelen tot betaling van een dwangsom van 2.500 euro per dag vertraging bij het starten van de procedure (en tot een dwangsom van 2.500 euro voor elke dag dat de data die bovenvermelde wet voorziet voor de verdere handelingen in de verkiezingsprocedure worden overschreden). Tot slot vordert eisende partij om gedaagden te veroordelen tot de kosten van het geding, in haar hoofde begroot op minstens 24,00 euro uit hoofde van retributie voor het Begrotingsfonds juridische tweedelijnsbijstand. Op 25 januari 2024 werd door eisende en verwerende partij een akkoordconclusie neergelegd. Partijen verzoeken de rechtbank hun akkoord te bekrachtigen als volgt: “Bijgevolg te zeggen voor recht dat voornoemde partijen T. NV en D. BV samen één technische bedrijfseenheid vormen met het oog op de sociale verkiezingen 2024 en dat zij dientengevolge alle handelingen dienen te stellen zoals voorzien door de wet van 4 december 2007 en de wet van 4 april 2019 tot wijziging van de wet van 4 december 2007 betreffende de sociale verkiezingen, van de wet van 20 september 1948 houdende de organisatie van het bedrijfsleven en de wet van 4 augustus 1996 betreffende het welzijn van de werknemers bij de uitvoering van hun werk. De dwangsom af te wijzen wegens ongegrond. Akte te nemen dat elke partij zijn eigen kosten draagt.” 5. BEOORDELING 5.1 Nopens de bevoegdheid De arbeidsrechtbank is materieel bevoegd inzake geschillen betreffende de sociale verkiezingen, wat wordt bevestigd door artikel 582, 3° en 4° Gerechtelijk Wetboek, door artikel 24 van de wet van 20 september 1948 en 79 van de Wet van 4 augustus 1996, zoals ze werden gewijzigd door de wet van 28 februari 1999, en de Wet betreffende de sociale verkiezingen. Wat de territoriale bevoegdheid betreft zijn de algemene regels van het Gerechtelijk Wetboek van toepassing. De territoriaal bevoegde rechter is diegene van de plaats waar de mijn, de fabriek, de werkplaats, het magazijn, het kantoor is gelegen en in het algemeen de plaats die bestemd is voor de exploitatie van de onderneming, de uitoefening van het beroep of de werkzaamheid van de vennootschap, de vereniging of de groepering (artikel 627,9° Gerechtelijk Wetboek). Deze rechtbank is zowel materieel als territoriaal bevoegd om van huidig geschil kennis te nemen. 5.2 Nopens de ontvankelijkheid De vordering werd tijdig (uiterlijk op de 7de dag die volgt op de bij artikel 12bis van de wet van 4 december 2007 betreffende de sociale verkiezingen bedoelde vijfendertigste dag (X-uiterlijk 28 dagen) ingeleid. Arbeidsrechtbank Gent, afdeling Sint-Niklaas – 24/57/A – p. 5 Bovendien werd de vordering ook regelmatig naar vorm (artikel 24§2 Bedrijfsorganisatiewet) ingeleid. De vordering is ontvankelijk. 5.3 Ten gronde Zoals hoger uiteengezet werd inmiddels tussen partijen een akkoord bereikt, in die zin dat zij het er over eens zijn dat T. N.V. en D. B.V. samen één technische bedrijfseenheid zouden vormen met het oog op de sociale verkiezingen van 2024, daarbij C. uitdrukkelijk buiten beschouwing latend. Wanneer overeenkomsten tussen partijen inzake sociale verkiezingen worden voorgelegd aan de rechter kan deze zich bezwaarlijk beperken tot het louter vaststellen van het bestaan van deze overeenkomst om ze dan te bekrachtigen. De rechter dient te onderzoeken of de inhoud van de overeenkomst niet strijdig is met enige wetsbepaling die de openbare orde raakt. Indien hij een schending van de openbare orde vaststelt, kan hij geen akkoordvonnis verlenen. (cfr. VANTHOURNOUT J., HUMBLET P., De sociale verkiezingen tot op het bot, Intersentia, Antwerpen – Cambridge, 2019, p. 260) Indien partijen een akkoord sluiten over de technische bedrijfseenheid, zal de rechter dit toetsen aan de openbare orde alvorens ze te bekrachtigen. Een technische bedrijfseenheid wordt in de toepasselijke regelgeving gedefinieerd op basis van economische en sociale criteria. De definitie van technische bedrijfseenheden is in de Wet Welzijn op het Werk en de Bedrijfsorganisatiewet identiek. Artikel 50, §3 Wet van 4 augustus 1996 betreffende het welzijn van de werknemers bij de uitvoering van hun werk bepaalt: Meerdere juridische entiteiten worden vermoed, tot het tegendeel wordt bewezen, een technische bedrijfseenheid te vormen, indien het bewijs kan worden geleverd:
(1)dat ofwel deze juridische entiteiten deel uitmaken van eenzelfde economische groep of beheerd worden door eenzelfde persoon of door personen die onderling een economische band hebben, ofwel dat deze juridische entiteiten éénzelfde activiteit hebben of activiteiten die op elkaar afgestemd zijn;
(2)en dat er elementen bestaan die wijzen op een sociale samenhang tussen deze juridische entiteiten, zoals met name een gemeenschap van mensen verzameld in dezelfde gebouwen of in nabije gebouwen, een gemeenschappelijk personeelsbeheer, een Arbeidsrechtbank Gent, afdeling Sint-Niklaas – 24/57/A – p. 6 gemeenschappelijk personeelsbeleid, een arbeidsreglement of collectieve arbeidsovereenkomsten die gemeenschappelijk zijn of die gelijkaardige bepalingen bevatten. Onder artikel 14, §2 van de Wet van 20 september 1948 houdende de organisatie van het bedrijfsleven wordt bepaald: b) meerdere juridische entiteiten worden vermoed, tot het tegendeel wordt bewezen, een technische bedrijfseenheid te vormen, indien het bewijs kan worden geleverd:
(1)dat ofwel deze juridische entiteiten deel uitmaken van eenzelfde economische groep of beheerd worden door eenzelfde persoon of door personen die onderling een economische band hebben, ofwel deze juridische entiteiten éénzelfde activiteit hebben of activiteiten die op elkaar afgestemd zijn;
(2)en dat er elementen bestaan die wijzen op een sociale samenhang tussen deze juridische entiteiten, zoals met name een gemeenschap van mensen verzameld in dezelfde gebouwen of in nabije gebouwen, een gemeenschappelijk personeelsbeheer, een gemeenschappelijk personeelsbeleid, een arbeidsreglement of collectieve arbeidsovereenkomsten die gemeenschappelijk zijn of die gelijkaardige bepalingen bevatten. In voormelde bepalingen is een weerlegbaar vermoeden opgenomen. Met toepassing van dit vermoeden worden meerdere juridische entiteiten vermoed een technische bedrijfseenheid te vormen indien bijvoorbeeld het bewijs wordt geleverd dat de juridische entiteiten deel uitmaken van eenzelfde economische groep, behoudens wanneer het tegendeel wordt bewezen. (Cass. 29 januari 2001, AR S.00.0081.F ECLI:BE:CASS:2001:ARR.20010129.3). Uit de door partijen verstrekte uitleg en voorgebrachte stukken blijkt dat T. N.V. het bedrijf D. B.V. heeft overgenomen. Beide ondernemingen zijn actief in de transportsector. In het inleidend verzoekschrift zet eisende partij o.m. uiteen dat T. NV en D. BV worden geleid door dezelfde bestuurders, er 1 website is voor de beide verwerende partijen en zij naar buiten treden als één geheel, wat door verwerende partijen ook niet wordt betwist. De werknemers van de verwerende partijen worden tewerkgesteld in hetzelfde gebouw en gebouwencomplex. Er worden in casu voldoende economische en sociale criteria aangevoerd om aan te nemen dat T. N.V. en D. B.V. samen één technische bedrijfseenheid vormen waarvoor één gezamenlijke ondernemingsraad en Comité voor preventie en bescherming op het werk moeten worden opgericht. Ter zitting van 1 februari 2024 bevestigen partijen hun akkoord, zoals uiteengezet in conclusies, met het oog op de sociale verkiezingen van
- Arbeidsrechtbank Gent, afdeling Sint-Niklaas – 24/57/A – p. 7 Gelet op het voorgaande, en nu blijkt dat geen bepalingen van openbare orde werden geschonden, kan akte worden verleend aan partijen van het tussen hen gesloten akkoord, zoals hierna bepaald.
- BESLISSING De arbeidsrechtbank Gent, afdeling Sint-Niklaas, kamer S2, doet uitspraak op tegenspraak t.o.v. eisende partij en de verwerende partijen, en bij afwezigheid van de betrokken partijen, als volgt: Na beraadslaging. Alle andere en strijdige middelen en gezegden verwerpend. Verleent akte aan partijen van het tussen hen gesloten akkoord als volgt: Dat T. N.V. en D. BV samen één technische bedrijfseenheid vormen met het oog op de sociale verkiezingen 2024 en zij dientengevolge alle handelingen dienen te stellen zoals voorzien door de wet van 4 december 2007 en de wet van 4 april 2019 tot wijziging van de wet van 4 december 2007 betreffende de sociale verkiezingen, van de wet van 20 september 1948 houdende de organisatie van het bedrijfsleven en de wet van 4 augustus 1996 betreffende het welzijn van de werknemers bij de uitvoering van hun werk. Verleent aan de partijen akte van hun akkoord dat elke partij haar eigen gerechtskosten zal dragen. Dit vonnis werd gewezen door: VERONIQUE DECOLVENAER, rechter, voorzitter van kamer S2, VAN DRIESSCHE LUDO, rechter in sociale zaken – werkgever, BORREMANS PIETER, rechter in sociale zaken – werknemer-bediende, met bijstand van TWIGGY CHARELS, griffier. T. CHARELS L. VAN DRIESSCHE P. BORREMANS V. DECOLVENAER en uitgesproken op ACHT FEBRUARI TWEEDUIZEND VIERENTWINTIG in de buitengewone openbare terechtzitting van de kamer S2 van de Arbeidsrechtbank Gent, afdeling Sint-Niklaas door V. Decolvenaer, rechter, voorzitter van de kamer S2, bijgestaan door T. Charels, griffier. Arbeidsrechtbank Gent, afdeling Sint-Niklaas – 24/57/A – p. 8 T. CHARELS V. DECOLVENAER. PDF document ECLI:BE:ARGNT:2024:JUG.20240208.1 Gerelateerde publicatie(s) citeert: ECLI:BE:CASS:2001:ARR.20010129.3 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div