id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Arbeidsrechtbank Gent Vonnis/arrest van 29 april 2024 ECLI nr: ECLI:BE:ARGNT:2024:JUG.20240429.1 Rolnummer: 24/337/A Rechtsgebied: Overige Invoerdatum: 2025-07-09 Raadplegingen: 371 - laatst gezien 2026-06-17 15:53 Fiche Werkgever diende beroep in tegen kandidatuur werknemer. De vordering werd ingeleid door een persoon die niet de bevoegdheid had om de werkgever in rechte te vertegenwoordigen. De vordering is onontvankelijk. UTU-thesaurus: SOCIAAL RECHT - ARBEID - Bedrijfsorganisatie - Sociale verkiezingen Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - 17 - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - 703 - 04 ELI link Pub nr 1967101055 Tekst van de beslissing Uitgifte Repertoriumnummer: Uitgereikt aan Uitgereikt aan 25/ Datum van uitspraak: op op 29/04/2024 € € Rechtsmiddelen Rolnummer: 24/337/A Materie: Sociale verkiezingen Type vonnis: Eindvonnis arbeidsrechtbank Gent, afdeling Dendermonde Vonnis Kamer D1 Arbeidsrechtbank Gent, afdeling Dendermonde – 24/337/A – p. 2 VON : EVT In de zaak van: TBE R./R. , eisende partij, met als raadsman mr. B. W., tegen: ACLVB , KBO: 0811.622.160 , met maatschappelijke zetel te 9000 GENT, Koning Albertlaan 95, verwerende partij, vertegenwoordigd door mevrouw D. D. (ACLVB), syndicale afgevaardigde mede inzake: B. K., verwerende partij, die niet is verschenen en niemand voor hem ABVV (BRUSSEL) , KBO: 0923.971.817 , met maatschappelijke zetel te 1000 BRUSSEL, Hoogstraat 42, verwerende partij, die niet is verschenen en niemand voor haar ACV (BRUSSEL) , KBO: 0850.330.803 , met maatschappelijke zetel te 1030 SCHAARBEEK, Haachtsesteenweg 579, verwerende partij, die niet is verschenen en niemand voor haar 1 PROCEDURE De rechtbank nam onder meer kennis van deze procedurestukken: - het gedinginleidende verzoekschrift, neergelegd op de griffie op 15 april 2024 - de beschikking van 16 april 2024 tot vaststelling van conclusietermijnen en een rechtsdag waarbij de rechtsdag werd bepaald op 25 april 2024 - de eerste conclusie voor ACLVB van 19 april 2024 - de eerste conclusie voor TBE R./R. van 23 april 2024 - de syntheseconclusie voor ACLVB van 24 april 2024. De verzoeningspoging overeenkomstig artikel 734, eerste lid van het Gerechtelijk Wetboek is mislukt. Partijen hebben gepleit op de buitengewone openbare terechtzitting van 25 april 2024 waarna de debatten werden gesloten en de zaak in beraad werd genomen. Arbeidsrechtbank Gent, afdeling Dendermonde – 24/337/A – p. 3 De wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken werd nageleefd. 2 VORDERING 2.1 Eis van eisende partij Eisende partij vordert om de vorderingen van eisende partij ontvankelijk en gegrond te verklaren. Eisende partij vordert om te zeggen voor recht dat de kandidatuur van de heer K. B. als personeelsafgevaardigde voor de arbeiders voor het CPBW en de OR binnen de bovenvermelde TBE (eisende partij) zoals voorgedragen door de ACLVB in het kader van de sociale verkiezingen van 2024 ongeldig is wegens het niet voldaan zijn aan de vereiste verkiesbaarheidsvoorwaarden en mitsdien te zeggen voor recht dat de naam van de heer K. B. van de betrokken kandidatenlijsten dient te worden geweerd en in voorkomend geval eveneens van de stembiljetten en dat hij niet zal kunnen worden vervangen. Eisende partij vordert ook om te zeggen voor recht dat de sociale verkiezingen op 14 mei 2024 bij eisende partij moeten worden georganiseerd en verder voorbereid op basis van deze beslissing. Ten slotte vordert eisende partij de ACLVB te veroordelen tot betaling van de proceskosten begroot op € 24 kosten verzoekschrift en € 1.800 rechtsplegingsvergoeding. 2.2 Eis van verwerende partij Verwerende partij vordert om het beroep van eisende partij ontoelaatbaar minstens onontvankelijk te verklaren met de ontoelaatbaarheid minstens de onontvankelijkheid van de vordering als gevolg. Ondergeschikt, indien de rechtbank besluit tot de toelaatbaarheid en de ontvankelijkheid van het beroep gedraagt verwerende partij zich naar de wijsheid van de rechtbank voor wat de gegrondheid aangaat. Verwerende partij vordert om te zeggen voor recht dat de heer K. B. dient te worden behouden op de lijst van kandidaat-arbeiders voor het CPBW en de OR zoals voorgedragen door de ACLVB in het kader van de sociale verkiezingen van 2024 en om te zeggen voor recht dat de sociale verkiezingen op 14 mei 2024 bij eisende partij dienen te worden georganiseerd en verder voorbereid op grond van deze beslissing. Ten slotte vordert verwerende partij om eisende partij te veroordelen tot de proceskosten begroot op nihil. 3 FEITEN Op 14 februari 2024 kondigde eisende partij de sociale verkiezingen aan door de aanplakking van een bericht waarin de datum van de verkiezingen (14 mei 2024) wordt aangekondigd (stuk 1 van eisende partij en stuk 1 van verwerende partij). 14 februari 2024 is dag X (vergelijk: wet van 4 december 2007 betreffende de sociale verkiezingen). Ook op 14 februari 2024 stelde eisende partij de voorlopig opgemaakte kiezerslijsten ter beschikking van de werknemers (vergelijk: artikel 21 van de wet van 4 december 2007 betreffende de sociale Arbeidsrechtbank Gent, afdeling Dendermonde – 24/337/A – p. 4 verkiezingen). De kiezerslijsten worden opgemaakt door de raad of het comité (vergelijk: artikel 20 van de wet van 4 december 2007 betreffende de sociale verkiezingen). De heer K. B. staat op deze voorlopige kiezerslijsten (stuk 1 van eisende partij). Op 22 februari 2024 waren de kiezerslijsten definitief afgesloten (vergelijk: artikel 32 van de wet van 4 december 2007 betreffende de sociale verkiezingen) (stuk 2 van eisende partij). Verwerende partij, ACLVB, diende kandidatenlijsten voor het CPBW en de ondernemingsraad in (artikel 33 van de wet van 4 december 2007 betreffende de sociale verkiezingen). Zowel voor het CPBW als voor de ondernemingsraad staat de heer K. B. op de kandidatenlijst. Volgens de conclusie voor eisende partij uitten zowel de heer J. S. als mevrouw V. op 25 maart 2024 een klacht over de kandidatenlijsten, respectievelijk over de heer K. B. en de heer A. A. en over de heer E. K. Op 2 april 2024 legde eisende partij, de werkgever, klachten voor aan verwerende partij met een brief (per post) (vergelijk: artikel 37, §2 van de wet van 4 december 2007 betreffende de sociale verkiezingen) (stuk 3 van eisende partij en stuk 3 van verwerende partij). Eisende partij zond een overzicht van de klachten aan verwerende partij over 3 kandidaten: de heer A. A., de heer E. K. en de heer K. B.. Verwerende partij wijzigde de kandidatenlijsten: de heer A. A. werd van de lijst geschrapt omdat hij zijn kandidatuur had ingetrokken en de heer E. K. werd vervangen, zowel op de kandidatenlijst voor het CPBW als voor de ondernemingsraad (stuk 4 van eisende partij). De heer K. B. stond nog steeds op de kandidatenlijsten voor het CPBW en voor de ondernemingsraad. Eisende partij stelde beroep in tegen de voordracht van de heer K. B. met een verzoekschrift van 15 april 2024. 4 BEOORDELING 4.1 Bevoegdheid De arbeidsrechtbank is bevoegd om kennis te nemen van het geschil (vergelijk: artikel 39, §3 van de wet van 4 december 2007 betreffende de sociale verkiezingen). 4.2 Ontvankelijkheid De vordering werd ingeleid met een verzoekschrift op tegenspraak, op de griffie neergelegd op 15 april 2024, ondertekend door mevrouw E. D. B.. Verwerende partij voert aan dat mevrouw E. D. B. niet de hoedanigheid heeft (bevoegd
- is)om eisende partij in rechte te vertegenwoordigen (vergelijk: artikel 17 van het Gerechtelijk Wetboek). Eisende partij betwist dit. Arbeidsrechtbank Gent, afdeling Dendermonde – 24/337/A – p. 5 Hoedanigheid kan vereenvoudigd worden omschreven als de bevoegdheid op grond waarvan een persoon een rechtsvordering kan instellen (vergelijk: M.A. Masschelein, Arbeidsgerechten en Sociaal Procesrecht, Kluwer, Mechelen, 2018, p.206, nr. 410). Rechtspersonen treden in rechte op door tussenkomst van hun bevoegde organen (vergelijk: artikel 703, §1, eerste lid van het Gerechtelijk Wetboek). Om van hun identiteit te doen blijken in de dagvaarding en in elke akte van rechtspleging is het voldoende hun benaming, hun rechtskarakter en hun maatschappelijke zetel op te geven (vergelijk: artikel 703, §1, tweede lid van het Gerechtelijk Wetboek). De partij tegen wie zodanige akte van rechtspleging wordt ingeroepen, heeft evenwel het recht om in elke stand van het geding te eisen dat de rechtspersoon haar de identiteit meedeelt van de natuurlijke personen die zijn organen zijn (vergelijk: artikel 703, §1, derde lid van het Gerechtelijk Wetboek). De finaliteit van de bepaling is de tegenpartij de mogelijkheid te bieden te kunnen onderzoeken of de rechtspersoon wel rechtsgeldig in rechte wordt vertegenwoordigd en of de beslissingen tot en in verband met het voeren van de procedure regelmatig, rechtmatig en door bevoegde organen werden genomen (vergelijk: P. DAUW en L. CLAUS, Optreden in rechte van (niet-) rechtspersonen (commentaar bij artikel 703 Ger. W.), www.jura.be). De omstandigheid dat het orgaan dat voor de rechtspersoon optreedt niet bevoegd is, heeft een weerslag op de ontvankelijkheid van de rechtsvordering omdat het voormelde orgaan niet de vereiste hoedanigheid heeft (vergelijk: Cass. 18 september 2014, C.13.0445.F ECLI:BE:CASS:2014:ARR.20140918.4 en Cass. 7 februari 2019, C18.0181.F). De rechtspersoon kan het initiatief van zijn onbevoegd orgaan bekrachtigen voor het verstrijken van de vastgestelde termijn of van de verjaringstermijn die van toepassing is op de rechtsvordering waarbij de bekrachtiging terugwerkende kracht heeft tot op het ogenblik van het instellen van de rechtsvordering op voorwaarde dat dit de door derden verkregen rechten niet benadeelt (vergelijk: Cass. 18 september 2014, C.13.0445.F ECLI:BE:CASS:2014:ARR.20140918.4 en Cass. 18 december 2015). De statuten van eisende partij bepalen dat alle akten die eisende partij verbinden in en buiten rechte geldig zijn wanneer zij zijn ondertekend door twee bestuurders die gezamenlijk optreden. Binnen de grenzen van het dagelijks bestuur wordt de vennootschap ook geldig vertegenwoordigd door de gedelegeerde of gedelegeerden voor dit bestuur die alleen handelen. Hij of zij moeten tegenover derden geen bewijs leveren van zijn of haar machten. De raad van bestuur mag bijzondere volmachten verlenen aan één of meer personen. De vennootschap wordt geldig vertegenwoordigd door deze bijzondere volmachtdragers binnen de grenzen van hun volmacht onverminderd de verantwoordelijkheid van de raad van bestuur in geval van overdreven volmacht (stuk 5 van eisende partij en stuk 4 van verwerende partij). Er is geen betwisting tussen partijen dat mevrouw E. D. B. geen bestuurder of gedelegeerde is van eisende partij. Eisende partij kan volgens de statuten ook geldig worden vertegenwoordigd door een bijzondere volmachtdrager. Deze bepaling in de statuten is volgens eisende partij voldoende. Het is volgens eisende partij niet nodig dat eisende partij zou aantonen dat mevrouw E. D. B. gevolmachtigde was (p. 5 van de conclusie voor eisende partij, ongemotiveerd). Arbeidsrechtbank Gent, afdeling Dendermonde – 24/337/A – p. 6 Mevrouw E. D. B. heeft slechts hoedanigheid om in rechte op te treden indien zij de bevoegdheid aantoont om in naam en voor rekening van eisende partij op te treden. Hiertoe is een bijzondere volmacht vereist. Eisende partij deelt een bijzondere volmacht mee, ondertekend op 22 april 2024, waarbij de bestuurders de bijzondere volmacht aan mevrouw E. D. B. bevestigen en opnieuw haar bevoegdheid bevestigen om alle nodige stappen te ondernemen in het kader van de procedure sociale verkiezingen waaronder het opstellen, ondertekenen en indienen van een verzoekschrift voor de arbeidsgerechten overeenkomstig de wet van 4 december 2007 betreffende de sociale verkiezingen en zoals dit werd uitgevoerd op 15 april 2024 (stuk 6 van eisende partij). De volmacht van 22 april 2024 is het enige aanknopingspunt (ondanks de terminologie bevestigen) om de hoedanigheid van eisende partij te beoordelen. Het verzoekschrift is neergelegd op 15 april 2024. De bijzondere volmacht van 22 april 2024 kan het initiatief van mevrouw E. D. B. bekrachtigen met terugwerkende kracht op voorwaarde dat de bekrachtiging is gebeurd voor het verstrijken van de vastgestelde termijn die van toepassing is op de rechtsvordering en op voorwaarde dat dit de door derden verkregen rechten niet benadeelt. De rechtbank stelt vast dat de bekrachtiging niet is gebeurd voor het verstrijken van de vastgestelde termijn die van toepassing is op de rechtsvordering. De termijn die van toepassing is op de rechtsvordering liep – hoe dan ook – af op 15 april 2024: - uiterlijk op 20/03/2024: indiening kandidatenlijst (artikel 33, §1 van de wet van 4 december 2007 betreffende de sociale verkiezingen) - uiterlijk op 25/03/2024: aanplakking kandidaten (artikel 36 van de wet van 4 december 2007 betreffende de sociale verkiezingen) - uiterlijk op 01/04/2024: klacht (artikel 37, eerste lid van de wet van 4 december 2007 betreffende de sociale verkiezingen) - uiterlijk op 02/04/2024: voorlegging klachten (artikel 37, derde lid van de wet van 4 december 2007 betreffende de sociale verkiezingen) - uiterlijk op 08/04/2024: mogelijkheid tot wijziging kandidatenlijsten (artikel 37, derde lid van de wet van 4 december 2007 betreffende de sociale verkiezingen) - uiterlijk op 10/04/2024: aanplakking kandidatenlijsten (artikel 37, vierde lid van de wet van 4 december 2007 betreffende de sociale verkiezingen) - uiterlijk op 15/04/2024: beroep tegen de kandidatenlijsten (artikel 39, §1 van de wet van 4 december 2007 betreffende de sociale verkiezingen) of - uiterlijk op 06/04/2024: beroep tegen de kandidatenlijsten (artikel 39, §2 van de wet van 4 december 2007 betreffende de sociale verkiezingen) Arbeidsrechtbank Gent, afdeling Dendermonde – 24/337/A – p. 7 Eisende partij diende de rechtsvordering – hoe dan ook – uiterlijk op 15 april 2024 in te stellen, zodat de bijzondere volmacht van 22 april 2024 is gegeven na de termijn om de rechtsvordering in te stellen waardoor de bekrachtiging geen uitwerking heeft. Mevrouw E. D. B. was niet bevoegd om voor de eisende partij een rechtsvordering in te stellen op 15 april 2024 zodat de rechtsvordering onontvankelijk is. 5 BESLISSING De arbeidsrechtbank Gent, afdeling Dendermonde, kamer D1, Rechtdoende op tegenspraak. Verklaart de vordering van eisende partij onontvankelijk. Veroordeelt eisende partij tot betaling van de proceskosten, vereffend op 24,00 euro bijdrage aan het Begrotingsfonds voor de juridische tweedelijnsbijstand. Wijst het meer en anders gevorderde af als niet gegrond. Dit vonnis werd gewezen door: CEUPPENS NELE, rechter, JACOBS EDWIN, rechter in sociale zaken - werkgever, WAUMANS RIK, rechter sociale zaken - werknemer-arbeider, bijgestaan door: D'HOLLANDER ILSE, griffier, D'HOLLANDER ILSE WAUMANS RIK JACOBS EDWIN CEUPPENS NELE en uitgesproken op NEGENENTWINTIG APRIL TWEEDUIZEND VIERENTWINTIG in buitengewone openbare zitting van de arbeidsrechtbank Gent, afdeling Dendermonde, kamer D1, door CEUPPENS NELE, rechter en bijgestaan door D'HOLLANDER ILSE, griffier. D'HOLLANDER ILSE CEUPPENS NELE PDF document ECLI:BE:ARGNT:2024:JUG.20240429.1 Gerelateerde publicatie(
- s)citeert: ECLI:BE:CASS:2014:ARR.20140918.4 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div