← België

ECLI:BE:ARGNT:2024:JUG.20240508.1

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Arbeidsrechtbank Gent Vonnis/arrest van 08 mei 2024 ECLI nr: ECLI:BE:ARGNT:2024:JUG.20240508.1 Rolnummer: 24/203/A Rechtsgebied: Overige Invoerdatum: 2025-07-10 Raadplegingen: 182 - laatst gezien 2026-06-17 08:43 Fiche De SB nv voert aan dat de kandidatuur van de heer S.M. ongeldig en nietig is aangezien niet is voldaan aan de wettelijk voorgeschreven verkiesbaarheidsvoorwaarden, en vordert dan ook dat de naam van de heer S. M. van de betrokken kandidatenlijst zou worden geweerd, en in voorkomend geval, eveneens van de stembiljetten, zonder dat deze ongeldige kandidaat door de ACLVB nog kan worden vervangen door een geldige kandidaat. De ACLVB betwist de vordering van de SB nv niet. Op 3 mei 2024 legden de SB nv en de ACLVB een akkoordconclusie neer ter griffie. Die akkoord conclusie werd niet mee ondertekend door de heer S. M.. De heer S. M. neemt ter zake geen standpunt in. De vordering van de SB nv is, nu niet betwist wordt dat de heer S.M. niet tewerkgesteld was in de TBE ‘SB nv– A', gegrond. Aangezien de vordering van de SB nv wordt ingewilligd, dienen verwerende partijen, als in het ongelijk gestelde partijen te worden beschouwd in de zin van artikel 1017, eerste lid, van het gerechtelijk wetboek en veroordeeld te worden tot de kosten van het geding. Het geschil betreft een niet in geld waardeerbare vordering zodat het basisbedrag van de rechtsplegingsvergoeding 1.800 euro bedraagt. De ACLVB vordert dat de rechtsplegingsvergoeding zou worden herleid tot het minimumbedrag aangezien zij ten gronde geen betwisting voert en de zaak derhalve weinig complex is. De SB nv verklaart zich akkoord met de herleiding van de rechtsplegingsvergoeding en herleidt haar initiële vordering dan ook in die zin in haar conclusie neergelegd ter griffie op 2 mei

  1. Ook de akkoordconclusie van 3 mei 2024 maakt gewag van een akkoord tussen de SV bv en de ACLVB aangaande de rechtsplegingsvergoeding. UTU-thesaurus: SOCIAAL RECHT - ARBEID - Bedrijfsorganisatie - Sociale verkiezingen Wettelijke bepalingen: Wet - 04-12-2007 - 37 - 30 ELI link Pub nr 2007012768 Wet - 04-08-1996 - 59 - 00 ELI link Pub nr 1996012650 Tekst van de beslissing Uitgifte Repertoriumnummer: Uitgereikt aan Uitgereikt aan 254/ Datum van uitspraak: op op 08/05/2024 € € Rechtsmiddelen Rolnummer: 24/203/A Materie: Sociale verkiezingen Type vonnis: Eindvonnis arbeidsrechtbank Gent, afdeling Roeselare Vonnis Kamer R1 Arbeidsrechtbank Gent, afdeling Roeselare – 24/203/A – p. 2 VON : EVT In de zaak van: SB nv, eisende partij, ter zitting vertegenwoordigd door meester tegen: S. M., verwerende partij, ter zitting niet verschenen, noch vertegenwoordigd DE ALGEMENE CENTRALE DER LIBERALE VAKBONDEN VAN BELGIE (ACLVB) , KBO: 0850.330.011 , gevestigd te 9000 GENT, Koning Albertlaan 95, verwerende partij, ter zitting vertegenwoordigd door volmachtdrager. De door de eisende partij aangeduide betrokken partijen: HET ALGEMEEN BELGISCH VAKVERBOND (ABVV) , KBO: 0923.971.817 , gevestigd te 1000 BRUSSEL, Hoogstraat 42, ter zitting niet verschenen, noch vertegenwoordigd. HET ALGEMEEN CHRISTELIJK VAKVERBOND (ACV) , KBO: 0850.330.506 , gevestigd te 1030 BRUSSEL 3, Haachtsesteenweg 579, Ter zitting niet verschenen, noch vertegenwoordigd.
  2. PROCEDURE De vordering werd ingeleid door middel van een verzoekschrift neergelegd ter griffie op 24 april
  3. Bij beschikking van 25 april 2024 werden conclusietermijnen bepaald en werd de zaak voor behandeling vastgesteld op de buitengewone openbare terechtzitting van de kamer R1 van de arbeidsrechtbank Gent, afdeling Roeselare, Beheerstraat 41, 8500 KORTRIJK op maandag 6 mei 2024 om 14u00 (zaal C). Arbeidsrechtbank Gent, afdeling Roeselare – 24/203/A – p. 3 De SB nv legde haar overtuigingsstukken neer op 25 april
  4. De ACLVB legde conclusies neer op 29 april
  5. De SB nv legde conclusies neer op 2 mei
  6. De SB nv legde op 3 mei 2024 een akkoordconclusie neer die medeondertekend is door de ACLVB. De SB nv en de ACLVB zijn verschenen op de buitengewone openbare zitting van 6 mei 2024 en werden gehoord in de uiteenzetting van hun middelen. De heer S. M. en de door eisende partij aangeduide betrokken partijen verschenen niet. De debatten werden gesloten en de zaak werd in beraad genomen. De stukken van de rechtspleging en de stukken neergelegd door de eisende partij werden door de rechtbank ingezien. De rechtspleging verliep in het Nederlands overeenkomstig de artikelen 2 en volgende van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken.
  7. VOORWERP VAN DE VORDERING De vorderingen van de SB nv zoals geformuleerd in haar conclusie neergelegd ter griffie op 2 mei 2024 en herhaald in de akkoordconclusie, medeondertekend door de ACLVB en neergelegd ter griffie op 3 mei 2024, strekt ertoe: - haar vorderingen ontvankelijk en gegrond te verklaren en dienvolgens te zeggen voor recht: o dat de kandidatuur van de heer S. M. als personeelsafgevaardigde voor de arbeiders voor het comité voor preventie en bescherming op het werk binnen de technische bedrijfseenheid SB nv, zoals voorgedragen door de Algemene Centrale der Liberale Vakbonden van België (ACLVB) in het kader van de sociale verkiezingen van 2024, ongeldig is wegens niet voldaan aan de vereiste verkiesbaarheidsvoorwaarden en mitsdien te zeggen voor recht dat de naam van de heer S. M. van de betrokken kandidatenlijst dient te worden geweerd, en in voorkomend geval, eveneens van de stembiljetten, en dat hij niet zal kunnen worden vervangen; o de sociale verkiezingen op 23 mei 2024 in de betreffende technische bedrijfseenheid moeten worden georganiseerd en verder voorbereid op basis van deze beslissing; - de heer S. M. en de Algemene Centrale der Liberale Vakbonden van België (ACLVB) te veroordelen tot betaling van de kosten van het geding, met inbegrip van de rechtsplegingsvergoeding, begroot op 112,50 EUR (minimumbedrag, herleid bij conclusie van 2 mei 2024). Arbeidsrechtbank Gent, afdeling Roeselare – 24/203/A – p. 4 De ACLVB betwist in haar conclusie, neergelegd op 29 april 2024, de vordering van de SB nv niet, zij vraagt, in die omstandigheden, evenwel de rechtsplegingsvergoeding te herleiden tot het minimumbedrag van 112,50 euro. De heer S. M. neemt geen standpunt in.
  8. FEITEN 3.
  9. De heer S. M. is in dienst van SB nv sinds 15 juni
  10. Hij is als productie-operator tewerkgesteld in de vestiging. 3.
  11. Bij SB nv zijn er twee technische bedrijfseenheden waarvoor onderscheiden sociale verkiezingen worden gehouden voor het comité voor preventie en bescherming op het werk, nl. de technische bedrijfseenheid ‘SB nv — A’ en de technische bedrijfseenheid 'SB nv — B'. Op niveau van elk van deze technische bedrijfseenheden worden sociale verkiezingen georgansieerd. De vestiging te X, waar de heer S.M. is tewerkgesteld, behoort tot de technische bedrijfseenheid ‘SB nv – B'. Om die reden is de heer S.M. vermeld op de kiezerslijst voor die technische bedrijfseenheid (zie formulier X). 3.
  12. De heer S.M. werd door de ACLVB evenwel voorgedragen als kandidaat voor de sociale verkiezingen van 2024, voor het comité voor preventie en bescherming op het werk voor de technische bedrijfseenheid ‘SB nv — A’. 3.
  13. Op 9 april 2024 (en dus tijdig want dag X+47 valt op 10 april 2024) werd bij 'SB nv — A’ een klacht ingediend tegen de kandidatuur van de heer S.M.. Aangezien de heer S.M. niet behoort tot de technische bedrijfseenheid waarbinnen zijn kandidatuur is voorgedragen, zou hij immers niet voldoen aan de wettelijke verkiesbaarheidsvoorwaarden. Die klacht werd vóór dag X+48 overgemaakt aan de ACLVB. Hoewel de ACLVB tot dag X + 54, in casu 17 april 2024, de tijd had om de kandidatenlijst aan te passen en de heer S.M. als kandidaat te verwijderen, heeft zij dit niet gedaan. De SB nv zag zich dan ook genoodzaak de Arbeidsrechtbank te vatten. Zij deed dit bij verzoekschrift, neergelegd ter griffie op 24 april
  14. BEOORDELING 4.
  15. Bevoegdheid Arbeidsrechtbank Gent, afdeling Roeselare – 24/203/A – p. 5 De arbeidsrechtbank Gent, afdeling Roeselare is zowel materieel (artikel 582, 4° van het Gerechtelijk Wetboek) als territoriaal (artikel 627,9e van het Gerechtelijk Wetboek) bevoegd om kennis te nemen van de vordering. De territoriale bevoegdheid wordt door partijen overigens niet betwist. 4.
  16. Ontvankelijkheid van de vordering De vordering van de eisende partijen werd tijdig en regelmatig naar de vorm ingesteld. Verwerende partijen voeren hieromtrent overigens geen betwisting. De vordering is ontvankelijk. 4.
  17. Ten gronde 4.3.1.De SB nv voert aan dat de kandidatuur van de heer S.M. ongeldig en nietig is aangezien niet is voldaan aan de wettelijk voorgeschreven verkiesbaarheidsvoorwaarden, en vordert dan ook dat de naam van de heer S. M. van de betrokken kandidatenlijst zou worden geweerd, en in voorkomend geval, eveneens van de stembiljetten, zonder dat deze ongeldige kandidaat door de ACLVB nog kan worden vervangen door een geldige kandidaat. De ACLVB betwist de vordering van de SB nv niet. Op 3 mei 2024 legden de SB nv en de ACLVB een akkoordconclusie neer ter griffie. Die akkoord conclusie werd niet mee ondertekend door de heer S. M.. De heer S. M. neemt ter zake geen standpunt in. 4.3.
  18. De vordering van de SB nv is, nu niet betwist wordt dat de heer S.M. niet tewerkgesteld was in de TBE ‘SB nv– A', gegrond. 4.3.
  19. Aangezien de vordering van de SB nv wordt ingewilligd, dienen verwerende partijen, als in het ongelijk gestelde partijen te worden beschouwd in de zin van artikel 1017, eerste lid, van het gerechtelijk wetboek en veroordeeld te worden tot de kosten van het geding. Het geschil betreft een niet in geld waardeerbare vordering zodat het basisbedrag van de rechtsplegingsvergoeding 1.800 euro bedraagt. De ACLVB vordert dat de rechtsplegingsvergoeding zou worden herleid tot het minimumbedrag aangezien zij ten gronde geen betwisting voert en de zaak derhalve weinig complex is. De SB nv verklaart zich akkoord met de herleiding van de rechtsplegingsvergoeding en herleidt haar initiële vordering dan ook in die zin in haar conclusie neergelegd ter griffie op 2 mei
  20. Ook de akkoordconclusie van 3 mei 2024 maakt gewag van een akkoord tussen de SV bv en de ACLVB aangaande de rechtsplegingsvergoeding. OM DEZE REDENEN Arbeidsrechtbank Gent, afdeling Roeselare – 24/203/A – p. 6 DE ARBEIDSRECHTBANK Rechtsprekend op tegenspraak ten aanzien van de SB nv en de ACLVB en als op tegenspraak ten aanzien van de heer S. M. en de door eisende partij aangeduide betrokken partijen. Alle andere en tegenstrijdige conclusies verwerpend. Verklaart de vordering van de SB nv ontvankelijk en gegrond. Zegt voor recht dat de kandidatuur van de heer S. M. als personeelsafgevaardigde voor de arbeiders voor het comité voor preventie en bescherming op het werk binnen de technische bedrijfseenheid ‘SB nv — A', zoals voorgedragen door de ACLVB in het kader van de sociale verkiezingen van 2024, ongeldig is wegens niet voldaan aan de vereiste verkiesbaarheidsvoorwaarden. Zegt dienvolgens dat de naam van de heer S. M. van de betrokken kandidatenlijst dient te worden geweerd en eveneens van de stembiljetten en dat hij als kandidaat niet kan worden vervangen en dat de sociale verkiezingen op 23 mei 2024 in de betreffende technische bedrijfseenheid moeten worden georganiseerd en verder voorbereid op basis van deze beslissing. Veroordeelt de verwerende partijen in toepassing van artikel 1017, eerste lid van het gerechtelijk wetboek tot de gerechtskosten. Begroot de gerechtskosten als volgt: - Aan de zijde van de SB nv: 24,00 euro (bijdrage aan het Begrotingsfonds voor de Juridische Tweedelijnsbijstand) en 112,50 euro (actueel minimumbedrag) aan rechtsplegingsvergoeding. - Aan de zijde van de verwerende partijen: niet vereffend wegens niet begroot. Dit vonnis werd gewezen door: VANDERSTRAETEN MARLEEN, rechter - voorzitter van de kamer, CNUDDE MARLEEN, rechter in sociale zaken, werkgever, DEJAEGERE JEROEN, rechter in sociale zaken, werknemer-arbeider, bijgestaan door: DRECQ ILSE, griffier, DRECQ ILSE DEJAEGERE JEROEN CNUDDE MARLEEN VANDERSTRAETEN MARLEEN en uitgesproken op ACHT MEI TWEEDUIZEND VIERENTWINTIG in openbare zitting van de arbeidsrechtbank Gent, afdeling Roeselare, kamer R1, door VANDERSTRAETEN MARLEEN, rechter - voorzitter van de kamer en bijgestaan door DRECQ ILSE, griffier. Arbeidsrechtbank Gent, afdeling Roeselare – 24/203/A – p. 7 DRECQ ILSE VANDERSTRAETEN MARLEEN PDF document ECLI:BE:ARGNT:2024:JUG.20240508.1 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.