id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Arbeidsrechtbank Gent Vonnis/arrest van 12 juni 2024 ECLI nr: ECLI:BE:ARGNT:2024:JUG.20240612.1 Rolnummer: 21/552/B Rechtsgebied: Insolventierecht Invoerdatum: 2025-09-26 Raadplegingen: 569 - laatst gezien 2026-06-18 22:13 Fiche 1 Meerwaardesommen opgelegd nalv een bouwovertreding zijn schulden in de boedel en zijn aan de samenloop met andere schuldeisers onderworpen. De dagelijkse dwangsommen zijn daarentegen boedelschulden die buiten de samenloop vallen. Thesaurus CAS: COLLECTIEVE SCHULDENREGELING UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - COLLECTIEVE SCHULDENREGELING Fiche 2 Wanneer een minnelijke regeling onmogelijk blijkt, kan een gerechtelijke aanzuiveringsregeling opgelegd worden (art. 1675/13 Ger.W.). Dat betekent dat alle voor beslag vatbare goederen in principe te gelde moeten worden gemaakt. De rechtbank beveelt in deze zaak de verkoop van het onroerend goed van de schuldenaar. Thesaurus CAS: COLLECTIEVE SCHULDENREGELING UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - COLLECTIEVE SCHULDENREGELING - Gerechtelijke aanzuivering Tekst van de beslissing Uitgifte Repertoriumnummer Uitgereikt aan Uitgereikt aan Datum van uitspraak 12/06/2024 Rolnummer 2021/00552/B Op Op € € Rechtsmiddelen Arbeidsrechtbank Gent - afdeling Aalst Vonnis A7 Arbeidsrechtbank Gent - afdeling Aalst 2021/00552/B Pagina 2 In de zaak : Verzoeker D, rr x, verzoekende partij, hebbende als raadsman Mr. BART COOLS, kantoorhoudende te 3920 LOMMEL, Michiel Jansplein 40, b.cools@mileslegal.eu Schuldbemiddelaar Meester Jo VAN CAMPENHOUT, KBO: 0861.664.361, kantoorhoudende te 9450 HAALTERT, Nieuwstraat 1 bus 7 En de schuldeisers B, P, C, V, V, A, C, V, A, D, B, S, H, D Mede inzake G, D, D I. PROCEDURE
- Bij eenzijdig verzoekschrift ontvangen ter griffie van deze Rechtbank op 19 oktober 2021, heeft de heer D een vordering tot het verkrijgen van een collectieve schuldenregeling ingeleid. Bij beschikking van 21 oktober 2021 van deze Rechtbank werd dit verzoek tot collectieve schulden- regeling toelaatbaar verklaard. Mr. Jo Van Campenhout, advocaat, werd aangesteld als schuldbe- middelaar.
- Op 10 januari 2023 legde de schuldbemiddelaar een verzoekschrift tot herroeping van de collectieve schuldenregeling neer. Bij tussenvonnis van 5 april 2023 stelde de rechtbank, voor wat betreft de vraag tot herroeping, de zaak voor verdere evaluatie op de zitting van 10 mei
- Er werd aan de heer D een aantal voor- waarden opgelegd : Arbeidsrechtbank Gent - afdeling Aalst 2021/00552/B Pagina 3 − de heer D zorgt ervoor dat alle vervangingsinkomsten of inkomsten uit een tewerkstelling onmiddellijk op de rubriekrekening van de schuldbemiddelaar worden gestort; − de heer D neemt onmiddellijk contact op met de schuldbemiddelaar teneinde een afspraak te beleggen met de schuldbemiddelaar om hem een volledig beeld te geven van zijn actuele (financiële, professionele en sociale) situatie, zodat de schuldbemiddelaar over alle elemen- ten beschikt om een ontwerp van minnelijke aanzuiveringsregeling op te stellen; − de heer D communiceert op een gepaste en transparante manier met de schuldbemidde- laar. Hij houdt de schuldbemiddelaar op de hoogte van eventuele wijzigingen in zijn situatie op het vlak van inkomsten en uitgaven en alle andere relevante gegevens zoals zijn woonst- situatie. Op eventuele vragen van de schuldbemiddelaar wordt snel en correct geantwoord. − er worden geen nieuwe boedelschulden gemaakt. − de heer D is op de volgende zitting in persoon aanwezig. Op de zitting van 10 mei 2023 verklaart de schuldbemiddelaar een mail te hebben ontvangen van de heer D om een afspraak te beleggen. De schuldbemiddelaar verklaart geen idee te hebben over het inkomen van de heer D en stelt dat de communicatie stroef verloopt. De heer D verklaart thans te werken bij P. De schuldbemiddelaar vraagt uitstel van de zaak voor evaluatie. De rechtbank ver- daagt de zaak naar de zitting van 13 september 2023 voor verdere evaluatie. Op de zitting van 13 september 2023 is enkel de schuldbemiddelaar aanwezig. Deze verklaart dat de partner van de debiteur thans tevens is toegelaten tot de collectieve schuldenregeling. De schuldbemiddelaar vraagt uitstel van de zaak voor verdere evaluatie.
- Op 11 maart 2024 heeft de schuldbemiddelaar een proces-verbaal van vaststelling van gebrek aan minnelijke aanzuiveringsregeling in de zin van artikel 1675/11 § 1 van het Gerechtelijk Wetboek neergelegd en verzoekt de rechtbank een gerechtelijke aanzuiveringsregeling op te leggen. Dit ver- zoek is als volgt gemotiveerd : “Aangezien het niet is gelukt om binnen de periode zoals bepaald door art. 1675/11 §1 Ger.Wb. een overeenkomst te bereiken omwille van de bijzondere omstandigheden van het dossier. Verzoeker is mede-eigenaar van een woning. Verzoeker is mede-eigenaar van dit pand samen met mevrouw N eveneens toegelaten tot de CSR bij apart dossier (RV 23/407/B. Ok in dit dossier wordt eenzelfde PV en verzoek neergelegd. De medewerking van dhr. D is niet alleen ondermaats, de medewerking, communicatie en transpa- rantie is onbestaande. Een verzoek tot herroeping werd reeds neergelegd, een tussenvonnis geveld, doch dit bracht geen verandering in de houding van verzoeker. Arbeidsrechtbank Gent - afdeling Aalst 2021/00552/B Pagina 4 De problematiek van de woning en de mede-eigendom maakt dat op dit moment niet op een her- roeping wordt aangedrongen, omdat dit gelet op de mede-eigendom van de woning, ook volko- men het dossier van mevrouw N zou `blokkeren'. Bij gebreke aan inkomsten vanwege verzoeker D kan er geen regeling worden uitgewerkt. De woning dient zo spoedig als mogelijk te worden verkocht. Verzoeker D geeft daaraan geen enkele medewerking. Bijkomend probleem is dat de woning behept is met verschillende bouwovertredingen. Er zijn geen gelden om die bouwovertredingen op te lossen. Een verkoop onder de last van de kandidaat-koper om te regulariseren in de enige oplossing. Volgens schatting bedraagt de venale waarde van de woning : 268.376,76 EUR Zoals de rechtbank kan merken heeft de schuldbemiddelaar niet stilgezeten. De rechtbank kan immers niet anders dan vaststellen dat de door de schuldbemiddelaar uitgevoerde verrichtingen nodig en nuttig waren en bijgevolg het niet evident is om binnen de termijn zoals voor- geschreven door de wet, een inhoudelijk sluitend MAR uit te werken. De wetgever heeft met incidenten of nieuwe feiten geen of onvoldoende rekening gehouden. De wetgever heeft ook geen rekening gehouden met de houding van verzoeker in de mate dat deze zelf aanleiding heeft gegeven of geeft die de totstandkoming van een MAR negatief beinvloeden. Het uitwerken van moratorium-plannen en plannen die inhoudelijk ridicuul zijn om de termijnen 'te counteren' verhogen enkel de kosten van de procedure zonder dat dit concreet de zaak vooruit helpt. Het komt thans de rechtbank toe de zaak te beoordelen waarbij de wet voorziet dat de rechter een gerechtelijke aanzuiveringsregeling kan opleggen. MET VERZOEK Het horen opleggen van een gerechtelijke aanzuiveringsregeling, en alvorens recht te doen ten gronde, de tegeldemaking en verkoop te bevelen op initiatief van de schuldbemiddelaar van de wo- ning gelegen te H. Arbeidsrechtbank Gent - afdeling Aalst 2021/00552/B Pagina 5 Daartoe de schuldbemiddelaar te machtigen een immo-kantoor aan te zoeken om over te gaan tot de verkoop van het pand, rekeninghoudend met een verkoopcommissie van maximaal 3% verhoogd met de kosten. De schuldbemiddelaar te machtigen daartoe alle nodige beslissingen te kunnen nemen en stukken te handtekenen. Te zeggen dat wanneer een kandidaat-koper wordt gevonden een afzonderlijke machtiging tot ver- koop dient te worden neergelegd, om daarover te horen oordelen als naar recht. De zaak aan te houden voor wat een gedwongen openbare verkoop op last van de schuldbemidde- laar betreft, zo de vrijwillige verkoop in het kader van de gerechtelijke fase geen soelaas biedt. Ondergeschikt, de zaak aan te houden met het oog op het horen opleggen van een gerechtelijke aanzuiveringsregeling”.
- Op 11 maart 2024 heeft de schuldbemiddelaar tevens verzocht de zaak op te roepen in moeilijkhe- den. Dit verzoek luidt als volgt : “Verzoeker ontving een besluit houdende bestuurlijke maatregelen onder last van een dwangsom (zie bijlage) mbt. de woning waarvan zij mede-eigenaar is. De herstelmaatregelen waartoe verzoeker verplicht is als (mede-)eigenaar van het pand gelegen te H. Dat er dient te worden geregulariseerd betwist verzoeker - onder alle voorbehoud - niet, doch de opgelegde dwangsom is een probleem. Gelet op de oorzaak (bouwovertreding van voor de toelaatbaarheid) en het ogenblik van het opleg- gen van de dwangsom, dienen de verbeurde dwangsommen te worden opgenomen in het passief (schuld IN de boedel), en zullen zij het lot ondergaan van de schulden IN de boedel. MET VERZOEK De zaak op te roepen. Volgende derde-partijen mee op te roepen : · Gemeentebestuur H, (…) · De Gewetelijke stedebouwkundig inspecteur, (…) · De Stedebouwkundig inspecteur voor de gemeente H (…) Arbeidsrechtbank Gent - afdeling Aalst 2021/00552/B Pagina 6 En voor recht te zeggen, dat de opgelegde en verbeurde dwangsommen in zake het besluit BHBM nr. 2023/28 BM (LOD) dd. 23911-2024, dienen te worden opgenomen in het gewone passief als schuld IN de boedel, en het lot zullen ondergaan van de schulden IN de boedel.”
- De partijen werden opgeroepen in toepassing van de artikelen 1675/11 § 1 en 1675/14 van het Gerechtelijk Wetboek. De schuldbemiddelaar en de heren V, schuldeiser, en S, schuldeiser, waren aanwezig. De partijen worden gehoord. De schuldbemiddelaar verzoekt de rechtbank te zeggen voor recht dat de opgelegde en verbeurde dwangsommen dienen opgenomen te worden in het gewone passief als schuld in de boedel en het lot zullen ondergaan van de schulden in de boedel. De schuldbemid- delaar vraagt tevens een gerechtelijke regeling op te leggen en hem te machtigen een immokantoor te zoeken om over te gaan tot de verkoop van de woning. De schuldbemiddelaar stelt dat de heer D weigerachtig staat t.o.v. de verkoop. Mevrouw N, zijn voormalige partner, die eveneens in collec- tieve schuldenregeling zit, gaat wel akkoord met de verkoop van de woning. De schuldeisers worden gehoord. Het debat werd gesloten en de zaak werd in beraad genomen. De stukken van het geding, onder meer de stukken gevoegd bij het dossier van de rechtspleging, werden ingezien. II. BEOORDELING
- De rechtbank dient de volgende vragen te beantwoorden : − moeten de opgelegde en verbeurde dwangsommen beschouwd worden als boedelschul- den, dan wel als schulden in de boedel? − kan een gerechtelijke aanzuiveringsregeling worden opgelegd?
- Verbeurde dwangsommen : schulden in de boedel of boedelschulden? 7.
- De beschikking van toelaatbaarheid doet een toestand van samenloop ontstaan tussen alle schuldeisers, met opschorting van de loop van de intresten en onbeschikbaarheid van het vermogen van de verzoeker tot gevolg (cf. artikel 1675/7, §1 van het Gerechtelijk Wetboek doet). Arbeidsrechtbank Gent - afdeling Aalst 2021/00552/B Pagina 7 Dit houdt in dat alle schuldeisers die op het ogenblik van de beschikking van toelaatbaarheid over een bestaande schuldvordering op de schuldenaar beschikken de gevolgen van de samenloop on- dergaan, zelfs indien deze schuldvordering nog niet werd vastgelegd in een uitvoerbare titel (cf. E. Van Acker, C. Verbeke en B. Wylleman, Praktische gids voor schuldbemiddelaars, Mechelen, Kluwer, 2013, 35). Dit zijn de zogenaamde ‘schulden in de boedel‘. Er wordt algemeen aanvaard dat boedelschulden – i.e. schulden die ontstaan in de loop van de col- lectieve schuldenregeling en die ofwel kaderen binnen een normaal vermogensbeheer door de schuldenaar, ofwel voortspruiten uit handelingen die het normaal vermogensbeheer te buiten gaan, maar waarvoor toestemming van de rechtbank werd bekomen - niet aan de samenloop zijn onder- worpen (cf. E. Van Acker, C. Verbeke en B. Wylleman, Praktische gids voor schuldbemiddelaars, Me- chelen, Kluwer, 2013, 36). Het moet schulden betreffen die ontstaan zijn na de beschikking van toe- laatbaarheid (chronologisch criterium) en er moet een innige band zijn tussen de schuld en het be- heer van de boedel (functioneel criterium) (cf. concl. adv-gen. Thijs bij Cass 4 februari 2016, F.15.0045 en Arbh. Brussel 5 december 2016, Soc. Kron 2017, 7). Aangezien deze schulden niet aan de samenloop onderworpen zijn, houdt dit in dat ze mogen worden betaald en wanneer ze het recht van de schuldenaar en zijn gezin op een menswaardig leven garanderen, ze zelfs prioritair moeten worden betaald. Dit betekent eveneens dat schulden, ontstaan tijdens de collectieve schuldenregeling maar die voortspruiten uit handelingen die het normaal vermogensbeheer te buiten gaan en die werden aan- gegaan zonder toestemming van de schuldbemiddelingsrechter, geen boedelschulden zijn. Het- zelfde geldt dan ook voor schulden die voortspruiten uit rechtsfeiten die plaatsgrijpen tijdens de collectieve schuldenregeling. Deze schulden zijn schulden in de boedel en ondergaan de samenloop. (cf. E. Van Acker, C. Verbeke en B. Wylleman, Praktische gids voor schuldbemiddelaars, Mechelen, Kluwer, 2013, 37). Om te bepalen in welke categorie de nieuwe schulden vallen die zijn ontstaan uit rechtsfeiten – zoals penale boeten of de schuld die voortvloeit uit een vonnis – kan dus de vraag gesteld worden of dit verwijtbare schulden zijn die het onvermogen vergroten en dus verboden zijn en niet tegen- werpelijk zijn aan de schuldeisers (geen boedelschuld), dan wel onvermijdbare schulden die als dus- danig wel tegenwerpelijk zijn aan de schuldeisers (wel boedelschuld) (cf. Arbrb. Gent, afdeling Gent, 25 februari 2021, A.R. 18/237/B, onuitgegeven). 7.
- De heer D ontving op 23 januari 2024 een besluit houdende bestuurlijke maatregelen onder last van een dwangsom voor een pand gelegen H waarvan hij samen met zijn voormalige partner, mede- eigenaar is. Dit besluit is het gevolg van de vaststelling in april 2019 van verbouwings- en uitbrei- dingswerken aan het pand zonder de vereiste vergunningen. Aan de heer D en mevrouw N werd opgelegd om, op straffe van een dwangsom van 50 EUR per kalenderdag vanaf 16 april 2024, Arbeidsrechtbank Gent - afdeling Aalst 2021/00552/B Pagina 8 verwijderingswerken door te voeren en een meerwaardesom van 13.430,90 EUR te betalen tegen 15 april
- Het wordt niet betwist dat deze verwijderingswerken niet werden doorgevoerd en de meerwaarde- som niet betaald werd. De schuldbemiddelaar vraagt om gelet op de oorzaak (bouwovertreding van voor de toelaatbaar- heid) en het ogenblik van het opleggen van de dwangsom, de verbeurde dwangsommen op te ne- men in het passief (schuld IN de boedel), zodat zij het lot ondergaan van de schulden IN de boedel. 7.
- De rechtbank maakt hier een onderscheid tussen enerzijds de dwangsom van 50 EUR per dag vanaf 16 april 2024 wegens het niet uitvoeren van de vereiste verwijderingswerken en de opgelegde meerwaardesom anderzijds. De opgelegde meerwaardesom is een forfaitaire vergoeding die wordt opgelegd voor de illegale gevolgen van de schending van een voorafgaande stedebouwkundige vergunningsplicht en het ne- geren van een stakingsbevel (cf. artikelen 6.2.1 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening en 14 en volgende van het Handhavingsbesluit Ruimtelijke ordening van 9 februari 2018). Het is een ci- vielrechtelijke sanctie die geacht wordt de meerwaarde of een deel ervan die het goed door de overtreding heeft gekregen, te herstellen (cf. Cass. AR 4965, 25 februari 1992). De rechtbank is van oordeel dat deze meerwaardesommen beschouwd dienen te worden als schul- den in de boedel, die aan de samenloop onderworpen zijn. Vooreerst stelt de rechtbank vast dat de overtredingen die aanleiding gaven tot de meerwaardesom door de heer D en mevrouw N werden begaan in april 2019, dus vóór de beschikking van toelaatbaarheid tot de collectieve schuldenrege- ling. De heer D heeft nadien nagelaten deze bouwovertredingen te remediëren waardoor uiteinde- lijk een meerwaardesom werd opgelegd (naast het opleggen van verwijderingswerken op straffe van een dwangsom). Het betreft dan ook schulden die het gevolg zijn van handelingen die zowel dateren van vóór als na de beschikking tot toelaatbaarheid. De opgelegde meerwaardesommen zijn het gevolg van handelingen na de beschikking tot toelaatbaarheid die verwijtbaar, vermijdbaar en het onvermogen van de heer D en mevrouw N vergroten (en dus verboden zijn) en dus niet tegen- werpelijk zijn aan de schuldeisers. De rechtbank oordeelt daarnaast evenwel dat de dwangsom die verbeurt als gevolg van een niet uitvoeren van de opgelegde remediëringswerken een boedelschuld is en dit gelet op het doel die dergelijke dwangsommen nastreven. Er anders over oordelen zou immers tot gevolg hebben dat aan de dwangsom als drukkingsmiddel elke efficiëntie wordt ontnomen en met een zekere straffe- loosheid wordt gecreëerd . Het kwam de heer D toe, eventueel met machtiging van de rechtbank, om de nodige verwijderingswerken door te voeren. De halsstarrige weigering om de nodige verwij- deringswerken uit te voeren zonder ook maar enig valabel argument hiervoor naar voor te brengen Arbeidsrechtbank Gent - afdeling Aalst 2021/00552/B Pagina 9 kan niet worden getolereerd. De lopende collectieve schuldenregeling kan met andere woorden niet gebruikt worden als ‘excuus’ om een executieopschorting voor de dwangsommen die verbeu- ren na de toelaatbaarheid als gevolg van de halsstarrige houding van de heer D te bekomen.
- Gerechtelijke aanzuiveringsregeling 8.
- De schuldbemiddelaar vraagt aan de rechtbank om een gerechtelijke aanzuiveringsregeling op te leggen omdat een minnelijke aanzuiveringsregeling onmogelijk blijkt gelet op de houding van de heer D, het gebrek aan inkomsten en het feit dat de woning, behept met verschillende bouwover- tredingen, spoedig moet worden verkocht. De heer D verleent daaraan evenwel geen enkele mede- werking. De schuldbemiddelaar stelt dat hij nog niet aandringt op de herroeping omdat hij het dos- sier van mevrouw N, zijn voormalige partner en mede-eigenaar van de woning niet wil blokkeren. Mevrouw N werkt wel goed mee in de collectieve schuldenregeling. De rechtbank stelt vast dat de medewerking van de heer D in zijn collectieve schuldenregeling in- derdaad zeer problematisch. De rechtbank heeft reeds in een tussenvonnis van 5 april 2023 moeten vaststellen dat de schuldbemiddelaar sedert de aanvang van de collectieve schuldenregeling nau- welijks contact heeft gehad met de heer D en dat de heer D geen inkomsten op de rubriekrekening worden gestort. De heer D levert geen enkele inspanning. Ondanks de in het tussenvonnis opge- legde voorwaarden is er geen verbetering waarneembaar. De heer D zou zelf inkomsten uit zwart- werk ontvangen. De heer D wil duidelijk genieten van de voordelen van de collectieve schuldenre- geling, maar wil geen ernstige inspanningen leveren. De heer D heeft evenwel een zeer belangrijke schuldenlast (282.919,96 EUR). Daarnaast is er tevens de woning die behept is met bouwovertredingen en waarvoor dwangsommen lopen. De heer D belet de verkoop van deze woning waardoor een aanzuiveringsregeling met kwijtschelding niet te overwegen valt. De rechtbank is het dan ook eens met de schuldbemiddelaar dat, in dergelijke omstandigheden, het niet mogelijk is om een inhoudelijk sluitende minnelijke aanzuiveringsregeling uit te werken en dat een gerechtelijke aanzuiveringsregeling zich opdringt. Daarbij is het bovendien duidelijk dat een gerechtelijke aanzuiveringsregeling op grond van artikel 1675/12 van het Gerechtelijk Wetboek op dit ogenblik niet volstaat om de financiële toestand van de schuldenaar te herstellen zoals bedoeld in artikel 1675/3 van het Gerechtelijk Wetboek, gelet op de beperkte inkomsten en het groot openstaand bedrag van de schuld. Enkel een gerechtelijke aanzuiveringsregeling in de zin van artikel 1675/13 van het Gerechtelijk Wet- boek kan in dit geval aan de orde zijn. Arbeidsrechtbank Gent - afdeling Aalst 2021/00552/B Pagina 10 Wanneer een gerechtelijke aanzuiveringsregeling op grond van artikel 1675/13 van het Gerechtelijk Wetboek wordt opgelegd, moeten alle voor beslag vatbare goederen in principe te gelde worden gemaakt. Het is onduidelijk of de roerende goederen van dien aard zijn dat zij de kosten van de verkoop zullen kunnen dekken. Het is aannemelijk dat dit niet het geval zal zijn (de schuldbemiddelaar maakt er alleszins geen melding van), zodat een verkoop hiervan niet opportuun is. Een tegeldemaking van het onroerend goed dringt zich echter wel op. Het komt de rechtbank in die zin passend voor om alvorens een gerechtelijke aanzuiveringsregeling op te stellen, nu reeds over te gaan tot het bevelen van de verkoop. De verkoop kan immers als een maatregel alvorens recht te doen in de zin van artikel 19, lid 3 van het Gerechtelijk Wetboek worden bevolen, waarna uitspraak kan worden gedaan over een gerech- telijke aanzuiveringsregeling. De verkoop van het onroerend goed is een maatregel die zowel in het belang is van de heer D en zijn voormalige partner mevrouw N, als in het belang van de schuldeisers en is in dit geval noodza- kelijk om uit de impasse te geraken. De verkoop van het onroerend goed zal de heer D toelaten om enerzijds een deel van zijn schulden af te betalen, maar eveneens om de lopende dwangsommen te doen stoppen. De schuldbemiddelaar vraagt hem daartoe te machtigen een immo-kantoor aan te zoeken, reke- ninghoudend met een verkoopcommissie van maximaal 3% verhoogd met de kosten en daartoe alle nodige beslissingen te kunnen nemen en stukken te handtekenen. De rechtbank verleent deze machtiging. Het is pas na de verkoop van het onroerend goed dat de schuldbemiddelaar een voorstel van aan- zuiveringsregeling kan uitwerken strekkende tot de betaling van de schuldeisers van de heer D. OM DEZE REDENEN De schuldbemiddelingsrechter, Gelet op de bepalingen van de wet van 15 juni 1935 op het taalgebruik in gerechtszaken, Arbeidsrechtbank Gent - afdeling Aalst 2021/00552/B Pagina 11 Zegt dat de meerwaardesommen ten bedrage van 11.768,28 EUR en 1.662,62 EUR opgelegd bij het besluit van 23 januari 2024 houdende bestuurlijke maatregelen, met last onder dwangsom schulden in de boedel zijn en de samenloop tussen schuldeisers zullen ondergaan. Zegt dat de dwangsom van 50 EUR per kalenderdag vertraging met betrekking tot de verwijderings- werken die verbeurt vanaf 16 april 2024 tot de volledige verwijdering boedelschulden zijn. De rechtbank stelt vast dat er op dit moment geen minnelijke aanzuiveringsregeling mogelijk is, zodat de procedure in de gerechtelijke fase is beland, waarbij een gerechtelijke aanzuiveringsrege- ling op grond van artikel 1675/12 van het Gerechtelijk Wetboek niet volstaat en er dient te worden overgegaan tot de tegeldemaking van het onroerend goed gelegen te H, perceelnummer . Alvorens over te gaan tot het opstellen van een gerechtelijke aanzuiveringsregeling wordt de voor- afgaande maatregel van de verkoop van dit onroerend goed opgelegd. Verleent machtiging aan de schuldbemiddelaar om daartoe een immo-kantoor aan te zoeken om over te gaan tot de verkoop van het pand, rekening houdend met een verkoopcommissie van maxi- maal 3% verhoogd met de kosten. Verleent de schuldbemiddelaar machtiging daartoe alle nodige beslissingen te kunnen nemen en stukken te handtekenen. Zegt dat wanneer een kandidaat-koper wordt gevonden een afzonderlijke machtiging tot verkoop dient te worden neergelegd. Houdt de zaak aan voor wat een gedwongen openbare verkoop op last van de schuldbemiddelaar, zo de vrijwillige verkoop geen soelaas biedt. Houdt de zaak aan met het oog op het horen opleggen van een gerechtelijke aanzuiveringsregeling. De arbeidsrechtbank stelt vast dat aan deze procedure geen kosten van registratie-, griffie- en uit- gifterechten verbonden zijn. Dit vonnis werd ondertekend door de rechter die het vonnis heeft gewezen en door de griffier. COOMANS CATHERINE, rechter in de arbeidsrechtbank Gent, afdeling Aalst, heeft dit vonnis gewe- zen en uitgesproken in openbare zitting van kamer A7 van de arbeidsrechtbank Gent, afdeling Aalst op 12/06/2024 en werd daarbij bijgestaan door SONCK ELLEN, griffier. De griffier, De schuldbemiddelingsrechter, Arbeidsrechtbank Gent - afdeling Aalst 2021/00552/B Pagina 12 (digitaal ondertekend) (digitaal ondertekend) SONCK ELLEN COOMANS CATHERINE PDF document ECLI:BE:ARGNT:2024:JUG.20240612.1 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div