id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Arbeidsrechtbank Gent Vonnis/arrest van 03 juli 2024 ECLI nr: ECLI:BE:ARGNT:2024:JUG.20240703.2 Rolnummer: 24/480/A Rechtsgebied: Overige Invoerdatum: 2025-07-09 Raadplegingen: 271 - laatst gezien 2026-06-19 05:16 Fiche Het ACLVB vraagt om het akkoord tussen partijen waarbij, na een hertelling, een nieuwe zetelverdeling plaatsvond met gewijzigde namen van effectief verkozenen en plaatsvervangers binnen de TBE E.-T. I. te bekrachtigen. De rechtbank stelt vast dat deze nieuwe zetelverdeling de openbare orde niet schendt. De vordering van het ACLVB wordt dan ook, mede bij gebrek aan elk verweer, ingewilligd UTU-thesaurus: SOCIAAL RECHT - ARBEID - Bedrijfsorganisatie - Sociale verkiezingen Wettelijke bepalingen: Wet - 04-12-2007 - 78bis - 30 ELI link Pub nr 2007012768 Wet - 04-12-2007 - 66 - 30 ELI link Pub nr 2007012768 Tekst van de beslissing Uitgifte Repertoriumnummer: Uitgereikt aan Uitgereikt aan 25/ Datum van uitspraak: op op 03/07/2024 € € Rechtsmiddelen Rolnummer: 24/480/A Materie: Sociale verkiezingen Type vonnis: Eindvonnis arbeidsrechtbank Gent, afdeling Aalst Vonnis Kamer A1 Arbeidsrechtbank Gent, afdeling Aalst – 24/480/A – p. 2 VON : EVT In de zaak van: ACLVB (GENT), KBO: 0850.330.011 , met maatschappelijke zetel te 9000 GENT, Koning Albertlaan 95, eisende partij, vertegenwoordigd ter zitting door de heer V. A. (ACLVB), syndicale afgevaardigde, in het bezit van een schriftelijke volmacht. tegen: E. B. NV, T. I. BV , verwerende partijen, ter zitting vertegenwoordigd door de heer R. P., bestuurder, wettelijk vertegenwoordiger. en tegen : ALGEMEEN BELGISCH VAKVERBOND (ABVV) , KBO: 0851.766.007 , met maatschappelijke zetel te 1000 BRUSSEL, Hoogstraat 42, ALGEMEEN CHRISTELIJK VAKVERBOND (ACV) , KBO: 0850.330.506 , met maatschappelijke zetel te 1031 BRUSSEL, Haachtsesteenweg 579, L. F. N., S. J., M. B., V. R. D., V. V. C., L. C., D. F., B. S., Arbeidsrechtbank Gent, afdeling Aalst – 24/480/A – p. 3 P. J., D. P. L., V. A., D. W. N., S. O., W. S., V. J., D. V. J., V. K., M. Z., verwerende partijen, allen niet verschenen, noch vertegenwoordigd door iemand; I. PROCEDURE
- De Rechtbank nam onder meer kennis van de volgende procedurestukken: − het verzoekschrift op tegenspraak van het ACLVB neergelegd ter griffie op 29 mei 2024 ; − de beschikking van 5 juni 2024 waarbij de rechtsdag op 17 juni 2024 werd bepaald; − de neergelegde stukken.
- Het ACLVB, de BV T. I. BV en de NV E. werden gehoord op de buitengewone zitting van 17 juni 2024, waar de overige partijen niet zijn verschenen. De debatten werden gesloten en de zaak werd in beraad genomen. De wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken werd nageleefd. II. DE AANSPRAKEN VAN DE PARTIJEN Arbeidsrechtbank Gent, afdeling Aalst – 24/480/A – p. 4
- De vordering van het ACLVB, zoals gesteld in het verzoekschrift neergelegd op 29 mei 2024, strekt ertoe : − de vordering van het ACLVB ontvankelijk en gegrond te verklaren, − het akkoord tussen partijen waarbij na de hertelling een nieuwe zetelverdeling plaatsvond met gewijzigde namen van effectief verkozenen en plaatsvervangers binnen de TBE: E-T I te bekrachtigen. − de verwerende partijen te veroordelen tot de kosten van het geding tot op heden aan de zijde van verzoeker als volgt begroot: bijdrage begrotingsfonds 24 euro III. DE PERTINENTE FEITEN
- Uit het verzoekschrift en de bundel van het ACLVB en de uiteenzetting ter zitting, blijken de volgende feiten.
- De nv E. en de bv T. I. vormen één technische bedrijfseenheid voor wat betreft de organisatie van de sociale verkiezingen
- De stemming voor de ondernemingsraad vond voor de arbeiders plaats op 17 mei
- Op 17 mei 2024 werd voor de twee stembureaus een proces-verbaal opgemaakt. Het ACLVB stelt dat het in stembureau 2 in het proces-verbaal een onregelmatigheid vaststelde met betrekking tot het aantal in rekening gebrachte onvolledige lijststembiljetten : er waren 3 naamstemmen uitgebracht voor de ACLVB-kandidaat D. F. terwijl bij de zetelverdeling maar met 2 onvolledige lijststembiljetten rekening werd gehouden. Het kiescijfer voor de lijst van ACLVB was hierdoor 13 waardoor het vijfde en laatste mandaat toekwam aan de kandidaat van het ABVV. Op vraag van de ACLVB vond op 23 mei 2024 een hertelling plaats van alle stembiljetten. Hieruit bleek dat er voor de ACLVB- lijst 3 onvolledige lijststembiljetten waren in plaats van 2 waardoor de zetelverdeling diende te worden aangepast : door 3 onvolledige lijststembiljetten wijzigde het kiescijfer voor de lijst van de ACLVB van 13 naar 14 waardoor het vijfde en laatste mandaat toekwam aan de ACLVB in plaats van aan het ABVV. Een nieuw proces-verbaal met de aangepaste verdeling van de mandaten en de aangepaste namen van de effectief verkozenen en plaatsvervangers werd via mail van 23 mei aan de betrokken vakbondssecretarissen overgemaakt. Arbeidsrechtbank Gent, afdeling Aalst – 24/480/A – p. 5 De zetelverdeling werd als volgt aangepast: · 1 zetel voor ACLVB · 2 zetels voor ACV · 2 zetels voor ABVV Zijn effectief verkozen: · S. J. voor ACLVB, · B. S. en P. J. voor ACV, · V. A. en D. W. N. voor ABVV, Zijn verkozen als plaatsvervangers: · L. F. voor ACLVB, · D. P. L. voor ACV, · S. O. en W. S. voor ABVV De resultaten van stemming werden op 17 mei 2024 aangeplakt. IV. BEOORDELING
- Overeenkomstig artikel 806 van het Gerechtelijk Wetboek willigt de rechter in het verstekvonnis de vorderingen of verweermiddelen van de verschijnende partij in, behalve in zoverre de rechtspleging, die vorderingen of middelen strijdig zijn met de openbare orde, met inbegrip van de rechtsregels die de rechter krachtens de wet ambtshalve kan toepassen. Volgens artikel 630 van het Gerechtelijk Wetboek wordt van de verweerder die niet verschijnt, vermoed dat hij de bevoegdheid afwijst van de rechter voor wie de zaak aanhangig is. Deze artikelen impliceren dan ook dat de rechtbank de regelmatigheid van de oproeping, zijn rechtsmacht en zijn (materiële en territoriale) bevoegdheid dient te controleren. De rechtbank dient zijn territoriale bevoegdheid na te gaan ook wanneer deze de openbare orde niet raakt en slechts van dwingend of aanvullend recht is (cf. Parl. St. Kamer 2014-15, nr. 54-1219/005, 99-100, zie ook M.-A. MASSCHELEIN, Arbeidsgerechten en sociaal procesrecht, APR-reeks, 2018, 311-312, J. Laenens, D. Scheers, P. Thiriar., S. Rutten en B. Vanlerberghe, Handboek Gerechtelijk Recht, Intersentia, 2016, 407 e.v.; S. Mosselmans, “Art 806 Ger.W.”,in X., Gerechtelijk recht. Artikelsgewijze commentaar met overzicht van rechtspraak en rechtsleer, I, Deel IV, Boek II, Titel II, Hoofdstuk III, september 2018, p. 61, e.v.)
- Arbeidsrechtbank Gent, afdeling Aalst – 24/480/A – p. 6 De Arbeidsrechtbank is bevoegd om kennis te nemen van het geschil (cf. artikel 78bis van de wet van 4 december 2007 betreffende de sociale verkiezingen en 627, 9° van het Gerechtelijk Wetboek ). De vordering van het ACLVB is tijdig, i.e. binnen de 13 dagen na aanplakking van de uitslag van de verkiezingen (cf. artikel 78bis van de wet van 4 december 2007 betreffende de sociale verkiezingen. Aangezien op de zitting van 17 juni 2024 enkel het ACLVB, de NV E. en T. I. BV zijn verschenen, dient de rechtbank na te gaan of de overige partijen correct zijn opgeroepen. De niet verschenen partijen werden correct opgeroepen. Voor het ACV en het ABVV heeft de post evenwel (nog) niet de bewijzen van afgifte (zgn. blauwe kaarten) aan de rechtbank bezorgd. Nazicht op de website track.bpost leert echter dat de gerechtsbrieven aan het ACV en het ABVV correct werden afgeleverd op 10 juni
- Er zijn geen middelen met betrekking tot de ontvankelijkheid die de rechtbank ambtshalve dient op te werpen. De vordering van het ACLVB is ontvankelijk.
- Van openbare orde is datgene wat de essentiële belangen van de Staat of van de gemeenschap raakt of wat in het privaat recht de juridische grondslagen bepaalt waarop de economische of morele orde van de maatschappij berust. In die context is het inwilligen van een kennelijk ongegronde vordering of een kennelijk ongegrond verweer strijdig met de openbare orde (cf. Cass. AR P.16.0421.N ECLI:BE:CASS:2016:ARR.20161213.1, 13 december 2016). De wetgeving inzake sociale verkiezingen is grotendeels van openbare orde. Wat tot de openbare orde behoort, valt buiten de beschikkingsvrijheid van de partijen (cf. Van de Calseyde, T. en Buyssens, H., « De sociale verkiezingen en de rechter: een grondige analyse van de procedurele knelpunten » in Vanthournout, J. en Humblet, P. (ed.), De sociale verkiezingen tot op het bot, 1e editie, Bruxelles, Intersentia, 2019, 259) Het ACLVB vraagt om het akkoord tussen partijen waarbij, na een hertelling, een nieuwe zetelverdeling plaatsvond met gewijzigde namen van effectief verkozenen en plaatsvervangers binnen de TBE E.-T. I. te bekrachtigen. De rechtbank stelt vast dat deze nieuwe zetelverdeling de openbare orde niet schendt (cf. artikelen en 66 van de wet van 4 december 2007 betreffende de sociale verkiezingen). Arbeidsrechtbank Gent, afdeling Aalst – 24/480/A – p. 7 Uit de stukken die het ACLVB neerlegt blijkt dat voor het stembureau 2 in het proces-verbaal van 17 mei 2024 hoewel er 3 naamstemmen uitgebracht werden voor de ACLVB-kandidaat D. F. met 2 onvolledige lijststembiljetten rekening werd gehouden. Op vraag van de ACLVB vond op 23 mei 2024 een hertelling plaats van alle stembiljetten. Uit het proces-verbaal van 23 mei 2024 voor stembureau 2 blijkt dat er voor de ACLVB- lijst 3 onvolledige lijststembiljetten zijn. Het kiescijfer voor de lijst van de ACLVB diende aangepast te worden van 13 naar 14 waardoor een mandaat toekwam aan de ACLVB. De zetelverdeling werd als volgt vastgesteld: 1 zetel voor ACLVB, 2 zetels voor ACV en 2 zetels voor ABVV. Het ACLVB stelt dat de aangepaste namen van de effectief verkozenen en plaatsvervangers via e-mail van 23 mei 2024 aan de betrokken vakbondssecretarissen van het ACV en het ABVV werden overgemaakt. Uit het dossier blikt niet dat het ACV en ABVV hier opmerkingen hebben op gemaakt. De vordering van het ACLVB is dan ook niet strijdig is met de openbare orde noch met ambtshalve op te werpen regels. De rechtbank stelt tevens vast dat de vordering van ACLVB niet kennelijk ongegrond is. De vordering van het ACLVB wordt dan ook, mede bij gebrek aan elk verweer, ingewilligd. V. BESLISSING De Arbeidsrechtbank Gent, Afdeling Aalst, Kamer A1, rechtsprekend op tegenspraak ten aanzien van het ACLVB, E. NV en T. I. BV en op verstek ten aanzien van de andere partijen : − verklaart de vordering van het ACLVB ontvankelijk en gegrond, − bekrachtigt het akkoord waarbij na hertelling een nieuwe zetelverdeling plaatsvond met gewijzigde namen met gewijzigde namen van effectief verkozenen en plaatsvervangers binnen de TBE E.-T. I., − veroordeelt in toepassing van artikel 1017, eerste lid van het Gerechtelijk Wetboek de NV E. en de bv T. I. tot de gerechtskosten, op heden vereffend op de bijdrage aan het Begrotingsfonds voor de juridische tweedelijnsbijstand: 24 EUR. Dit vonnis werd gewezen door: COOMANS CATHERINE, rechter, Arbeidsrechtbank Gent, afdeling Aalst – 24/480/A – p. 8 VAN HEE FRANKY, rechter in sociale zaken, werkgever VAN DER BRACHT EVI, rechter in sociale zaken, werknemer-arbeider bijgestaan door: DE MEERLEER ELS, griffier, DE MEERLEER ELS VAN DER BRACHT EVI VAN HEE FRANKY COOMANS CATHERINE en uitgesproken op DRIE JULI TWEEDUIZEND VIERENTWINTIG in buitengewone openbare zitting van de arbeidsrechtbank Gent, afdeling Aalst, kamer A1, door COOMANS CATHERINE, rechter en bijgestaan door DE MEERLEER ELS, griffier. DE MEERLEER ELS COOMANS CATHERINE PDF document ECLI:BE:ARGNT:2024:JUG.20240703.2 Gerelateerde publicatie(s) citeert: ECLI:BE:CASS:2016:ARR.20161213.1 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div