← België

ECLI:BE:ARGNT:2024:JUG.20241212.1

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Arbeidsrechtbank Gent Vonnis/arrest van 12 december 2024 ECLI nr: ECLI:BE:ARGNT:2024:JUG.20241212.1 Rolnummer: 24/54/A Rechtsgebied: Sociale-zekerheidsrecht Invoerdatum: 2025-07-02 Raadplegingen: 419 - laatst gezien 2026-06-17 17:47 Fiche Een werknemer van een garage die was gevallen nadat hij zijn voet op het chassis van een voertuig wou plaatsen, toont de ‘plotse gebeurtenis' van een arbeidsongeval aan. Het is volgens de rechtbank irrelevant dat het plaatsen van een voet een ‘banale' beweging is die ook buiten de werkplek dikwijls wordt gemaakt. De rechtbank stelde een arts-gerechtsdeskundige aan om advies te geven over de vraag of deze plotse gebeurtenis ook het letsel van de werknemer heeft veroorzaakt. UTU-thesaurus: SOCIAAL RECHT - SOCIALE ZEKERHEID - Arbeidsongeval Wettelijke bepalingen: Wet - 10-04-1971 - 7 - 01 ELI link Pub nr 1971041001 Wet - 10-04-1971 - 9 - 01 ELI link Pub nr 1971041001 Tekst van de beslissing Uitgifte Repertoriumnummer: Uitgereikt aan Uitgereikt aan 25/ Datum van uitspraak: op op 12/12/2024 € € Rechtsmiddelen Rolnummer: 24/54/A Materie: Arbeidsongeval Type vonnis: Tussenvonnis arbeidsrechtbank Gent, afdeling Oudenaarde Vonnis Kamer 03 Arbeidsrechtbank Gent, afdeling Oudenaarde – 24/54/A – p. 2 VEXP : AANDK In de zaak van: De heer A, RRN:…, wonende te …, eisende partij, met als advocaat mr. VERMOORTELE ANOUK namens mr. ABOUDI MEHDI, advocaat met kantoor te 1050 BRUSSEL, Louizalaan

  1. tegen: B NV , KBO:, gevestigd te …, verwerende partij, met als advocaat mr. REDANT FILIP namens mr. VANDE WEGHE PHILIPPE, advocaat met kantoor te 9700 OUDENAARDE, Einestraat
  2. PROCEDURE De wet van 15 juni 1935 op het taalgebruik in gerechtszaken werd nageleefd. De vordering werd ingeleid door het verzoekschrift van de eisende partij van 27 februari
  3. Op de inleidingszitting van 11 april 2024 nam de rechtbank akte van de door de partijen overeengekomen termijnen en werd de rechtsdag overeenkomstig artikel 747, § 1 Ger.W. vastgesteld op 14 november
  4. Tijdens de zitting van 14 november 2024 werden de partijen gehoord. Hierna werd de zaak in beraad genomen voor uitspraak op 12 december
  5. VORDERINGEN
  6. De eisende partij vraagt in de besluiten, ontvangen ter griffie op 13 augustus 2024, om te oordelen dat hij het slachtoffer was van een arbeidsongeval op 2 mei
  7. Ook vraagt hij om B NV te veroordelen tot het betalen van de vergoedingen verschuldigd ten gevolge van het arbeidsongeval en tot het betalen van alle kosten en gerechtskosten, met inbegrip van de rechtsplegingsvergoeding van 163,98 euro. Verder vraagt hij om het vonnis uitvoerbaar bij voorraad te verklaren, niettegenstaande hoger beroep en met uitsluiting van consignatie en kantonnement en om alvorens verder recht te doen een gerechtsdeskundige aan te stellen met de gebruikelijke opdracht in arbeidsongevallen. Arbeidsrechtbank Gent, afdeling Oudenaarde – 24/54/A – p. 3
  8. De verwerende partij vraagt in de besluiten, ontvangen ter griffie op 10 september 2024, om de vordering van de eisende partij ongegrond te verklaren en om de eisende partij te veroordelen tot de kosten van het geding, begroot op de rechtsplegingsvergoeding van 163,98 euro.
  9. FEITEN De eisende partij is tewerkgesteld bij C. De verwerende partij is de arbeidsongevallenverzekeraar van deze onderneming. De eisende partij houdt voor slachtoffer te zijn van een arbeidsongeval op 02.05.
  10. De eisende partij geeft aan dat hij bezig was om bescherming te plakken op een voertuig om het nadien te spuiten. Toen hij zijn rechtervoet op het chassis wou plaatsen, zou zijn rechterknie gedraaid zijn (verslag spoed van 02.05.2023 — stuk 1 eisende partij) en is hij daarna gevallen. Hij werd weggebracht met de ambulance. Uit het verslag van 10.05.2023 van Dr. H (stuk 2 verwerende partij) blijkt dat er sprake was van een voorafbestaande toestand: "Achtergrond van trochleaire dysplasie type C en lateralwaartse pate/faire ma/tracking en tilt. Gevorderd kraakbeenlijden op de patella en trochlea femons. Degeneratief osseus loos-body in een kleine laterale popliteale cyste". Bij beslissing van 26.06.2023 weigerde de verwerende partij het schadegeval als arbeidsongeval te erkennen. Het is tegen deze beslissing dat de eisende partij beroep heeft aangetekend.
  11. BEOORDELING
  12. Het slachtoffer van een arbeidsongeval heeft recht op schadeloosstelling ten laste van de arbeidsongevallenverzekeraar. In deze zaak is het evenwel betwist of de eisende partij slachtoffer werd van een arbeidsongeval.
  13. In artikel 7, eerste lid van de Arbeidsongevallenwet wordt het begrip arbeidsongeval omschreven als elk ongeval dat een werknemer tijdens en door het feit van de uitvoering van de arbeidsovereenkomst overkomt en dat een letsel veroorzaakt. Er moet dus sprake zijn van een plotselinge gebeurtenis die letsel veroorzaakt (cf. Cass 16 oktober 1995, Arr.Cass. 1995, 887) die tijdens en door de uitvoering van de arbeidsovereenkomst is overkomen.
  14. De Arbeidsongevallenwet heeft ten voordele van het slachtoffer in een bijzondere regeling inzake de bewijslast voorzien, met name door het instellen van twee weerlegbare vermoedens: - overeenkomstig artikel 9 van de Arbeidsongevallenwet wordt het letsel vermoed door een ongeval te zijn veroorzaakt, wanneer het slachtoffer naast het bestaan van het letsel een plotselinge gebeurtenis aanwijst. Arbeidsrechtbank Gent, afdeling Oudenaarde – 24/54/A – p. 4 - overeenkomstig artikel 7, tweede lid van de Arbeidsongevallenwet wordt het ongeval overkomen tijdens de uitvoering van de overeenkomst geacht te zijn overkomen door het feit van de uitvoering van die overeenkomst. Bovenstaande komt er op neer dat het slachtoffer enkel drie elementen – letsel, plotselinge gebeurtenis en overkomen tijdens de uitvoering van de arbeidsovereenkomst – dient te bewijzen. Eens dat het slachtoffer deze drie elementen bewijst, kan de verzekeraar ingevolge het bestaan van de twee wettelijke vermoedens enkel aan de vergoedingsplicht ontkomen door een van deze vermoedens te weerleggen of door aan te tonen dat het ongeval opzettelijk werd veroorzaakt.
  15. Er bestaat in huidige zaak geen betwisting dat er sprake is van een letsel. Het is evenwel betwist of er sprake is van een plotselinge gebeurtenis. Een plotselinge gebeurtenis kan worden gedefinieerd als een tijdens de uitvoering van de arbeidsovereenkomst in tijd en ruimte te situeren element waarin eventueel de oorzaak te vinden is van het feit dat het letsel zich hic et nunc heeft voorgedaan, zonder dat vereist is dat dit element onderscheiden kan worden van de uitvoering van de arbeidsovereenkomst (Cass. 19 februari 1990, Arr.Cass. 1989-90, 785). De plotselinge gebeurtenis moet geen abnormaal karakter vertonen: het moet niet gaan om een abnormaal of uitzonderlijk feit (Cass. 26 mei 1967, Arr.Cass. 1967-1977, 1178, concl. W. Ganshof Van Der Meersch). Om het even welke handeling van het dagelijkse leven kan een plotselinge gebeurtenis zijn, voor zover zij welomschreven is en een letsel heeft kunnen veroorzaken (Arbh. Antwerpen 25 maart 2011, T.Verz. 2012, 208, noot W. Jungbluth; Arbrb. Brugge 28 oktober 2008, TGR 2010, 218; Arbh. Luik, afd. Luik 9 juni 2021, AR 2020/AL/246, www.terralaboris.be), en dit zelfs indien ze geen verband houdt met het beroepsmilieu (in de zin dat zij op elk moment en op elke plaats had kunnen gebeuren). Zo werd het zich uitstrekken om een pakje te nemen en geblokkeerd raken (Arbh. Luik 24 juni 2013, Rec.jur.ass. 2013, 259, noot S. GILSON en F. LAMBINET) en een hoestbui (Arbh. 8 februari 2013, Rec.jur.ass. 2013, 255, noot S. GILSON en F. LAMBINET) als een plotselinge gebeurtenis aanvaard. Banale handelingen worden dus niet automatisch uitgesloten Het criterium om van een plotselinge gebeurtenis te kunnen spreken is immers niet of een handeling banaal is of niet (M. VANDEWEERDT, “Wanneer is een plotse gebeurtenis een oorzaak?” in Actuele problemen van het socialezekerheidsrecht, Brugge, die Keure, 1999, 59). Er anders over oordelen zou een criterium aan de wet toevoegen, waarin de Arbeidsongevallenwet niet voorziet (Arbeidsongevallen in de private sector, in APR, Mechelen, Kluwer, 2023, nr. 78). Wel stelt zich steeds de vraag of een dergelijke gebeurtenis al dan niet het letsel kan hebben veroorzaakt dan wel of het letsel uitsluitend toe te schrijven is aan een voorafbestaande toestand (cf. M. VANDEWEERDT, “Wanneer is een plotselinge gebeurtenis een oorzaak?”, TSR 1999, 125, nr. 75). De problematiek van de banale gebeurtenis betreft dus veeleer een probleem van causaliteit Arbeidsongevallen in de private sector, in APR, Mechelen, Kluwer, 2023, nr. 78).
  16. Het wordt niet betwist dat de eisende partij tijdens de uitvoering van de arbeidsovereenkomst zijn voet heeft verplaatst en een verkeerde beweging heeft gemaakt en vervolgens gevallen is (en zelfs Arbeidsrechtbank Gent, afdeling Oudenaarde – 24/54/A – p. 5 door een ambulance diende te worden opgehaald). Het hoger plaatsen van de voet en daarbij een verkeerde beweging maken en vervolgens ten val komen, betreft wel degelijk een plotselinge gebeurtenis: het betreft een in tijd en ruimte aanwijsbaar gegeven, waarbij het gegeven dat dit slechts een banale handeling betreft, irrelevant is. Het feit dat in de thuisomgeving ook al dikwijls eens een voet hoger geplaatst wordt, heeft geen belang. De rechtbank kan dus maar vaststellen dat de eisende partij aan zijn bewijslast voldoet, aangezien de eisende partij zowel een letsel als een plotselinge gebeurtenis tijdens de uitvoering van de arbeidsovereenkomst heeft bewezen. De vraag of deze plotselinge gebeurtenis al dan niet het letsel effectief heeft veroorzaakt dan wel of dit letsel louter het gevolg is van de voorafbestaande toestand, is een probleem van causaliteit, maar hiervoor geldt voorlopig het vermoeden van artikel 9 van de Arbeidsongevallenwet, tot het bewijs van het tegendeel. Voor het beoordelen van dit bewijs van het tegendeel – en dus voor het nagaan van de juistheid van de stelling van de verwerende partij dat de oorzaak enkel binnen het gestel van de eisende partij ligt en dat er bij een normaal persoon geen letsel zou zijn geweest – is een bijzondere medische kennis vereist. In dit kader komt het de rechtbank passend voor om hiervoor een medisch deskundige aan te stellen.
  17. BESLISSING Gelet op de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken, die werd gerespecteerd Gelet op voorgaande overwegingen oordeelt de arbeidsrechtbank Gent, afdeling Oudenaarde, kamer 03 op tegenspraak, als volgt Verklaart de vordering van de eisende partij ontvankelijk Alvorens ten gronde te oordelen, stelt aan als deskundige dokter G te …,en gelast de deskundige, met inachtneming van de artikelen 972 tot 991bis van het gerechtelijk wetboek, met volgende opdracht: De eisende partij geneeskundig te onderzoeken, zo nodig met consultatie van andere deskundigen, en volgende opdracht uit te voeren en hiervan een gemotiveerd verslag opstellen in een taal die begrijpelijk is voor niet-medici en bijgevolg met vertaling van of toelichting bij de belangrijkste wetenschappelijke termen:
  18. te adviseren of met de hoogste graad van medische waarschijnlijkheid elk oorzakelijk verband tussen de aangeduide plotselinge gebeurtenis van 02.05.2023 en de letsels kan worden uitgesloten
  19. te verduidelijken wat de aan het ongeval van 02.05.2023 relevante voorafgaande pathologische toestand was en te verduidelijken of het trauma van 02.05.2023 deze deficiënte pathologische Arbeidsrechtbank Gent, afdeling Oudenaarde – 24/54/A – p. 6 toestand heeft beïnvloed, aangewakkerd of verergerd heeft, dan wel of zulks met de hoogste graad van medische waarschijnlijkheid moet worden uitgesloten 3.te verduidelijken of deze beïnvloeding van de voorafbestaande toestand geacht kan worden opgehouden uitwerking te hebben met terugkeer naar de toestand voor 02.05.2023, en er voortaan nog alleen een evolutieve pathologische toestand zich verder ontwikkelt en zo ja, vanaf wanneer?
  20. Indien elk oorzakelijk verband tussen de aangeduide plotselinge gebeurtenis van 02.05.2023 en de letsels of de verergering ervan niet kan worden uitgesloten, bijkomend te adviseren over de gevolgen van het arbeidsongeval: - a. de graad en de duur van de tijdelijke arbeidsongeschiktheid, rekening houdend met het beroep dat de eisende partij uitoefende op het ogenblik van het arbeidsongeval - b. de datum van consolidatie der letsels, alsmede de graad van blijvende arbeidsongeschiktheid, rekening houdend met alle individuele factoren die de waarde van de eisende partij op de algemene arbeidsmarkt bepalen, zoals leeftijd, beroepskwalificatie, aanpassingsvermogen, beroepsopleiding, mogelijkheid tot herscholing in het eigen of een ander beroep, concurrentie op de algemene arbeidsmarkt. - c. de vraag of de toestand de geregelde hulp van een ander persoon in de zin van artikel 24, vierde lid van de Arbeidsongevallenwet? Zo ja in welke mate? - d. de vraag of er prothesen, orthopedische toestellen en functionele bijhorigheden nodig zijn? Zo ja, welke en met welke vervangingstermijn in de zin van artikel 28 van de Arbeidsongevallenwet - e. de vraag of er voor de eisende partij verdere medische- of paramedische therapie nodig is. Zo ja welke en met welke frequentie en duur? Bij het advies over de gevolgen van het arbeidsongeval uitdrukkelijk rekening te houden met volgende principes: De arbeidsongeschiktheid van het slachtoffer van een arbeidsongeval moet in het geheel worden beoordeeld, zonder rekening te houden met zijn vroegere ziekelijke toestand, wanneer en zolang het ongeval ten minste voor een deel de oorzaak van die ongeschiktheid is. Niet enkel de directe gevolgen van het arbeidsongeval worden dus vergoed, maar ook de gevolgen volgend uit de combinatie van de gevolgen van het arbeidsongeval en de voorafbestaande toestand. Maar er is uiteraard geen enkele vergoeding verschuldigd wanneer de voorafbestaande pathologische toestand uit zichzelf in de tijd evolueert zodat de bestaande arbeidsongeschiktheid zich op dezelfde wijze zou voordoen, zonder dat er een arbeidsongeval heeft plaatsgehad. Indien het ongeval de voorafbestaande en evolutieve toestand heeft geactiveerd of verergerd, maar blijkt dat vanaf een bepaald moment het letsel zich sowieso op dezelfde wijze zou hebben voorgedaan, kan er vanaf dat moment niet langer vergoed worden op grond van de Arbeidsongevallenwet, aangezien de invloed van het trauma opgehouden heeft uitwerking te hebben en sindsdien enkel de onafwendbare verergerende evolutie van de pathologische voorbeschiktheid zich verder ontwikkelt. Hierbij gelden volgende formaliteiten (volgens artikel 962 en volgende van het Gerechtelijk Wetboek): Arbeidsrechtbank Gent, afdeling Oudenaarde – 24/54/A – p. 7 - De deskundige beschikt over acht dagen na de kennisgeving van dit vonnis om de opdracht gemotiveerd te weigeren of om de feiten mee te delen op grond waarvan zou kunnen worden getwijfeld aan zijn onafhankelijkheid of onpartijdigheid. De deskundige geeft hiervan kennis aan de partijen, aan hun raadslieden en aan de rechter met een gewone brief, met een fax of met een e-mail. Aan de partijen die verstek lieten gaan, gebeurt deze kennisgeving met een aangetekende brief. - De deskundige beschikt over vijftien dagen na de kennisgeving van dit vonnis om de partijen met een aangetekende brief uit te nodigen op de plaats, de dag en het uur die hij bepaalt. De deskundige bezorgt deze uitnodiging met een gewone brief aan de raadslieden van de partijen en aan de rechter. - De partijen bezorgen de naam van hun raadgevend arts en hun stukken aan de deskundige. De deskundige neemt kennis van deze stukken en wint alle nuttige inlichtingen in die de behandelende arts(en) zou(den) kunnen verstrekken. De partijen kunnen zich tijdens het volledige deskundigenonderzoek door hun raadgevend arts laten bijstaan. - De deskundige voert een medisch onderzoek uit en kan een beroep doen op specialisten of op raadgevers van andere disciplines indien aanvullende onderzoeken noodzakelijk zijn. Deze noodzaak bepaalt de deskundige zelf. - De deskundige hoort de partijen en tracht hen te verzoenen. De deskundige zorgt dat alle partijen het deskundigenonderzoek volledig kunnen volgen en dat het deskundigenonderzoek gebeurt op tegenspraak. - De deskundige deelt een voorlopig verslag aan de partijen en hun raadslieden mee. Hij bepaalt een termijn van ten minste vijftien dagen waarbinnen de partijen hun opmerkingen over dit voorlopige deskundigenverslag kunnen indienen. Deze termijn van ten minste vijftien dagen kan worden verkort indien de deskundige bijzondere omstandigheden inroept. - De deskundige legt uiterlijk zes maanden nadat hij zijn werkzaamheden heeft aangevat het eindverslag neer. De deskundige kan een termijnverlenging vragen volgens artikel 974, §2 Ger.W. - De deskundige dagtekent het eindverslag, vermeldt de aanwezigheid van de partijen bij de werkzaamheden, hun mondelinge verklaringen en hun eisen. De deskundige vermeldt zijn identificatienummer, gevolgd door zijn handtekening, naam en titel. De deskundige ondertekent het verslag op straffe van nietigheid. Indien de deskundige niet is opgenomen in het nationaal register laat de deskundige zijn handtekening voorafgaan door de volgende schriftelijke eed: "Ik zweer dat ik mijn opdracht in eer en geweten, nauwgezet en eerlijk vervuld heb". - De deskundige legt de minuut van het eindverslag, de stukken en de nota's van de partijen en de staat van de kosten en het ereloon op de griffie neer. De deskundige bezorgt het deskundigenverslag, op de dag van de neerlegging op de griffie, samen met de staat van de kosten en het ereloon, met een aangetekende brief aan de partijen en met een gewone brief aan hun raadslieden. - De kosten en het ereloon van de deskundige en de eventuele technische raadgevers worden bepaald in alle redelijkheid, rekening houdend met de gangbare tarieven en met de complexiteit van de zaak. De gedetailleerde staat van de deskundige vermeldt afzonderlijk: uurloon, verplaatsingskosten, verblijfskosten, algemene kosten en bedragen aan derden betaald. - De rechtbank zegt dat het toezicht op het deskundigenonderzoek zal gehouden worden door de voorzitter van de kamer die over dit vonnis heeft beraadslaagd en bij wettige verhindering door de rechter die de voorzitter van de kamer op dat ogenblik vervangt. Arbeidsrechtbank Gent, afdeling Oudenaarde – 24/54/A – p. 8 Verzendt de zaak naar de bijzondere rol en houdt de beslissing over de kosten aan. Dit vonnis werd gewezen door: MASSCHELEIN MARY ANN, rechter, MICHELS JOHAN, rechter in sociale zaken, benoemd als werkgever, VERDONCKT DIDIER, rechter in sociale zaken, benoemd als werknemer-arbeider, bijgestaan door: VANHOOLANDT PETRA, griffier, VANHOOLANDT VERDONCKT DIDIER MICHELS JOHAN MASSCHELEIN PETRA MARY ANN en uitgesproken op TWAALF DECEMBER TWEEDUIZEND VIERENTWINTIG in openbare zitting van de arbeidsrechtbank Gent, afdeling Oudenaarde, kamer 03, door MASSCHELEIN MARY ANN, rechter en bijgestaan door VANHOOLANDT PETRA, griffier. VANHOOLANDT PETRA MASSCHELEIN MARY ANN PDF document ECLI:BE:ARGNT:2024:JUG.20241212.1 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.