← België

ECLI:BE:ARGNT:2025:JUG.20250319.1

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Arbeidsrechtbank Gent Vonnis/arrest van 19 maart 2025 ECLI nr: ECLI:BE:ARGNT:2025:JUG.20250319.1 Rolnummer: 24/866/A Rechtsgebied: Arbeidsrecht Invoerdatum: 2025-06-06 Raadplegingen: 259 - laatst gezien 2026-06-17 14:27 Fiche Het OCMW moet een aanvraag voor maatschappelijke integratie (leefloon) registreren op de dag van ontvangst, conform artikel 18, §2 van de wet van 26 mei 2002 betreffende het recht op maatschappelijke integratie (RMI-wet), waarin expliciet wordt bepaald dat ook een mondelinge aanvraag op de dag van de aanvraag chronologisch moet worden ingeschreven in het register. Artikel 21, §1 en artikel 47, §1 van de RMI-wet bepalen dat het OCMW binnen de 30 dagen na ontvangst van de aanvraag een beslissing moet nemen. Zo niet, kan de betrokkene zich tot de arbeidsrechtbank wenden. Het OCMW kan die termijn niet uitstellen door de aanvraagdatum te laten samenvallen met een later gekozen “formalisatiemoment”: de termijn begint te lopen vanaf de werkelijke ontvangst van de aanvraag. UTU-thesaurus: SOCIAAL RECHT - SOCIAAL RECHT - ALGEMENE BEGINSELEN - Maatschappelijke integratie - bestaansminimum Wettelijke bepalingen: Wet - 26-05-2002 - 18 Wet - 26-05-2002 - 21 Wet - 26-05-2002 - 47 Tekst van de beslissing Uitgifte Repertoriumnummer: Uitgereikt aan Uitgereikt aan 25/ Datum van uitspraak: op op 19/03/2025 € € Rechtsmiddelen Rolnummer: 24/866/A Materie: OCMW maatschap. integratie (leefloon) Type vonnis: Eindvonnis arbeidsrechtbank Gent, afdeling Gent Vonnis Kamer G6 Arbeidsrechtbank Gent, afdeling Gent – 24/866/A – p. 2 VON : EVT In de zaak van: V, RRN:, wonende te , eisende partij, op zitting in persoon aanwezig, tegen: OCMW G, gevestigd te, verwerende partij, met als volmachtdrager mevrouw V, adjunct van de directie van het OCMW G. VOORWERP VAN DE VORDERING Mevrouw V vraagt de toekenning van leefloon met ingang van 19 augustus

  1. PROCEDURE
  2. De rechtbank nam onder meer kennis van de volgende procedurestukken: - het verzoekschrift dat op 26 september 2024 werd ontvangen op de griffie van de arbeidsrechtbank Gent, afdeling Gent, - de oproeping voor de openbare zitting van 18 december 2024 (art. 704 Ger.W.1), - het administratief dossier. De rechtbank past de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken toe. 1 Gerechtelijk Wetboek Arbeidsrechtbank Gent, afdeling Gent – 24/866/A – p. 3
  3. Beide partijen waren aanwezig op de zitting van 18 december 2024 en zetten de zaak uiteen. Nadat de debatten werden gesloten, werd het dossier meegedeeld aan het Openbaar Ministerie. Mevrouw A. VANDERHAEGHEN, substituut-arbeidsauditeur, legde op 14 januari 2025 schriftelijk advies neer ter griffie. Geen van beide partijen heeft gebruik gemaakt van de mogelijkheid om schriftelijk te repliceren voor 19 februari
  4. De zaak werd vervolgens in beraad genomen. RELEVANTE FEITEN Mevrouw V woont samen met haar partner en hun vier kinderen, waarvan één minderjarig is. De oudste kinderen zijn allemaal voltijds studenten en ontvangen een leefloon categorie 1 (samenwonende). Mevrouw V en haar partner kregen in het verleden leefloon categorie 3 (samenwonende met gezinslast). In juli 2023 koos mevrouw V ervoor om niet te starten met een tewerkstelling in artikel 60 van de OCMW-wet2 en ze gaf in dit kader aan geen leefloon meer te vragen. Het leefloon werd dan ook stopgezet. In augustus 2024 bood mevrouw V zich opnieuw aan bij OCMW G met de vraag naar leefloon. Volgens mevrouw V werd haar op dat ogenblik verteld dat een maatschappelijk werker contact met haar zou opnemen met het oog op het vastleggen van een afspraak om de aanvraag te kunnen doen. OCMW G spreekt dit feitenrelaas niet tegen. Met een brief gedateerd op 16 september 2024 deed mevrouw V melding bij deze rechtbank dat ze sindsdien nog geen afspraak kreeg bij OCMW G. De bewuste brief werd ontvangen op de griffie van deze rechtbank op 26 september
  5. Intussen werd op 24 september 2024 een aanvraag leefloon ondertekend door mevrouw V. Navolgend besliste OCMW G op 31 oktober 2024 om mevrouw V en haar partner ambtshalve een leefloon toe te kennen als samenwonende met gezinslast en dit vanaf 24 september
  6. 2 Organieke wet van 8 juli 1976 betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn Arbeidsrechtbank Gent, afdeling Gent – 24/866/A – p. 4 BESPREKING Bevoegdheid De rechtbank is bevoegd om te oordelen over het voorliggend geschil (art. 580, 8°, c en art. 47 RMI- wet3). Toelaatbaarheid Mevrouw V vraagt de toekenning van leefloon met ingang van 19 augustus
  7. OCMW G nam hier pas een beslissing over op 31 oktober 2024, zijnde nadat mevrouw V onderhavige zaak aanhangig had gemaakt. Overeenkomstig artikel 47 van de RMI-wet kan de betrokkene een beroep instellen tegen de beslissing van het centrum inzake het recht op maatschappelijke integratie of tegen het uitblijven van een beslissing van het centrum in deze materie. Dit beroep moet op straffe van verval worden ingesteld binnen de drie maanden vanaf de kennisgeving van de beslissing dan wel vanaf de vaststelling van het gemis aan een beslissing binnen de termijn van 30 dagen na ontvangst van de aanvraag. Toegepast op voorliggend geschil – en indachtig het gegeven dat tussen partijen niet wordt betwist dat mevrouw V haar hulpvraag stelde in de week van 19 augustus 2024 – stelt de rechtbank vast dat de vordering van mevrouw V tijdig werd ingeleid met een verzoekschrift dat werd neergelegd op 26 september
  8. Volledigheidshalve wordt opgemerkt dat mevrouw V voor zoveel als nodig haar vordering uitbreidt in die zin dat ze beroep aantekent tegen de beslissing van 31 oktober 2024 waar deze stelt dat ze slechts recht heeft op leefloon vanaf 24 september. Ook deze uitbreiding is tijdig. De vordering is toelaatbaar. Beoordeling ten gronde
  9. Tussen partijen bestaat geen discussie over het feit dat mevrouw V zich in de week van 19 augustus 2024 bij OCMW G aanbood met de vraag naar leefloon. Hierover verder bevraagd door de rechtbank op de zitting van 18 december 2024, gaf OCMW G te kennen dat 19 augustus 2024 kan worden aanvaard als datum waarop mevrouw V zich aanmeldde. 3 Wet van 26 mei 2002 betreffende de maatschappelijke integratie Arbeidsrechtbank Gent, afdeling Gent – 24/866/A – p. 5 De datum van steunaanvraag is derhalve 19 augustus
  10. Dat de aanvraag pas later werd geformaliseerd – meer bepaald op 24 september 2024 – verandert hier niets aan. OCMW G mocht de datum van de aanvraag, het onderzoek en de beslissing niet vooruit schuiven. Dit zou immers niet verenigbaar zijn met artikel 18 §2 van de RMI-wet dat voorziet dat de aanvraag (die ook mondeling kan gebeuren), de dag zelf van haar ontvangst, chronologisch wordt ingeschreven in het daartoe gehouden register. Hieruit volgt dat OCMW G de datum van de aanvraag niet zelf kan bepalen door deze te laten samenvallen met een door het ocmw zelf gekozen datum van “formalisatie”. Dit vloeit ook voort uit de artikelen 21 §1 en 47 §1 van de RMI-wet die voorzien dat het ocmw een beslissing moet nemen over de gevraagde steun binnen de 30 dagen na ontvangst van de aanvraag, bij gebreke waaraan de hulpvrager zich tot de arbeidsrechtbank kan wenden. Het is niet aan OCMW G om te bepalen wanneer de termijn van 30 dagen begint te lopen door de datum van de aanvraag vast te stellen op een zelf gekozen “formalisatiemoment”.
  11. Nu de datum van de steunaanvraag 19 augustus 2024 is, kan mevrouw V worden gevolgd waar ze betoogt dat ze vanaf 19 augustus 2024 gerechtigd was op leefloon. Artikel 21 §5 van de RMI-wet bepaalt immers dat de beslissing om leefloon toe te kennen ingevolge een door de betrokkene ingediende aanvraag, uitwerking heeft op de datum van ontvangst van die aanvraag. Waar in de bestreden beslissing staat te lezen dat het leefloon “ambtshalve” werd toegekend – situatie waarin het centrum zelf de dag bepaalt waarop de beslissing uitwerking heeft – gaat dit in tegen de feiten zoals door OCMW zelf opgetekend in het sociaal verslag en erkend ter zitting van 18 december
  12. Meer concreet noteerde de maatschappelijk werker in het sociaal verslag (sic): “De afgelopen periode kwam Sara terug leefloon vragen. Zij heeft slechts beperkt gewerkt de afgelopen maanden. Daarmee heeft ze geen recht op werkloosheidsuitkering kunnen opbouwen. De tewerkstellingen waar zij in tewerkgesteld was zijn tijdens de zomer gestopt verklaard zij. Daarmee is het gezinsbudget terug te krap om van te leven. Hierdoor kwam Sara terug leefloon aanvragen.” Mevrouw V diende met andere woorden zelf een (nieuwe) aanvraag in en de toekenning gebeurde in navolging hiervan.
  13. Volledigheidshalve merkt de rechtbank op dat waar OCMW G ter zitting van 18 december 2024 opmerkte dat het even duurde voordat werkbereidheid in hoofde van mevrouw V kon worden vastgesteld, dit geen verantwoording kan zijn voor het verschuiven van de toekenningsdatum van 19 augustus 2024 naar 24 september
  14. Het sociaal onderzoek wordt per definitie pas afgerond enige tijd nadat een aanvraag werd ingediend. Dit gegeven op zich belet dan ook niet dat de steuntoekenning uitwerking krijgt op de datum van ontvangst van de aanvraag. Verder blijkt nergens uit het sociaal verslag dat het onderzoek een gebrek aan werkbereidheid aan het licht bracht in de periode van 19 augustus 2024 tot 24 september
  15. Het is niet omdat mevrouw V in een verder verleden moeilijk te activeren was, dat dit ook op vandaag Arbeidsrechtbank Gent, afdeling Gent – 24/866/A – p. 6 nog zo zou zijn. De rechtbank stelt integendeel vast dat mevrouw V zich bij OCMW G aanbood nadat ze een periode had gewerkt en verder blijkt uit het administratief dossier dat mevrouw V vanaf 8 oktober 2024 opnieuw werk heeft. In de bestreden beslissing wordt ten andere nergens gewag gemaakt van een gebrek aan werkbereidheid. De koppeling met 24 september 2024 is louter terug te brengen op de formalisering van de steunaanvraag op die datum. BESLISSING De arbeidsrechtbank Gent, afdeling Gent, kamer G 6, Rechtdoende op tegenspraak, Gelet op de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken, inzonderheid de artikelen 2, 34, 35, 36, 37 en 41, die allen werden nageleefd, Gelet op het schriftelijk advies van het openbaar ministerie, Alle andere en tegenstrijdige conclusies verwerpend, Verklaart de vordering van mevrouw V toelaatbaar en gegrond. Vernietigt dienvolgens de bestreden beslissing van OCMW G van 31 oktober 2024 in de mate dat aan mevrouw V slechts leefloon werd toegekend vanaf 24 september
  16. Zegt in plaats daarvan voor recht dat mevrouw V gerechtigd was op leefloon vanaf 19 augustus
  17. Legt de kosten van het geding krachtens artikel 1017, lid 2 van het Gerechtelijk Wetboek ten laste van OCMW G, inzonderheid - 24,00 euro bijdrage aan het begrotingsfonds voor de juridische tweedelijnsbijstand en - de kosten aan de zijde van mevrouw V, die evenwel niet worden vereffend bij gebrek aan het indienen van een kostenopgave. Dit vonnis werd gewezen door: VAN DE SYPE NELE, rechter, MOUTON DIRK, rechter in sociale zaken, benoemd als werkgever, WIEME PETER, rechter in sociale zaken, benoemd als werknemer-bediende, bijgestaan door: BLOEYAERT ANNEMIE, griffier, Arbeidsrechtbank Gent, afdeling Gent – 24/866/A – p. 7 BLOEYAERT ANNEMIE WIEME PETER MOUTON DIRK VAN DE SYPE NELE en uitgesproken op NEGENTIEN MAART TWEEDUIZEND VIJFENTWINTIG in openbare zitting van de arbeidsrechtbank Gent, afdeling Gent, kamer G6, door VAN DE SYPE NELE, rechter en bijgestaan door BLOEYAERT ANNEMIE, griffier. BLOEYAERT ANNEMIE VAN DE SYPE NELE PDF document ECLI:BE:ARGNT:2025:JUG.20250319.1 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.