← België

A t. Fedasil

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Arbeidsrechtbank Gent Beschikking van 08 oktober 2025 ECLI nr: ECLI:BE:ARGNT:2025:ORD.20251008.1 Rolnummer: 25/5/K Zaak: A t. Fedasil Rechtsgebied: Sociale-zekerheidsrecht - Overige Invoerdatum: 2025-12-11 Raadplegingen: 355 - laatst gezien 2026-06-18 12:22 Fiches 1 - 2 Een man die Palestina ontvluchtte, vroeg in april 2024 in België internationale bescherming aan. Sindsdien verblijft hij in een opvangcentrum van het Rode Kruis. Fedasil besliste op 3 oktober 2025 om zijn materiële hulp stop te zetten (behalve medische begeleiding), omdat hij in het eerste kwartaal van 2025 een inkomen zou hebben verworven zonder dit te melden en zonder de verplichte bijdrage te betalen. Hierdoor moest hij het opvangcentrum vier werkdagen later verlaten. De man stelde beroep in en vroeg via een eenzijdig verzoekschrift om de beslissing voorlopig te schorsen, om te vermijden dat hij in afwachting van de procedure dakloos zou worden. De voorzitter stelt vast dat de beslissing van Fedasil onvoldoende is gemotiveerd. Zo blijft onder meer onduidelijk welk inkomen de man had verworven, waarom voor de zwaarste maatregel werd gekozen en of de wettelijke hoorplicht werd nageleefd. Deze elementen vergen een tegensprekelijk onderzoek. Omdat de man bij onmiddellijke verwijdering uit het opvangcentrum risico loopt op ernstige en mogelijk onherstelbare schade, schorst de voorzitter de uitvoering van de beslissing van 3 oktober 2025. Fedasil moet hem voorlopig blijven opvangen tot de rechtbank uitspraak doet over het ingestelde beroep. UTU-thesaurus: SOCIAAL RECHT - SOCIALE ZEKERHEID - Andere (sociale zekerheid) Wettelijke bepalingen: Wet - 12-01-2007 - 45 - 52 ELI link Pub nr 2007002066 Wet - 26-05-2002 - 14 - 47 ELI link Pub nr 2002022559 Wet - 12-01-2007 - 35/1 - 52 ELI link Pub nr 2007002066 Koninklijk Besluit - 16-04-2024 - 2 - 09 ELI link Pub nr 2024006083 Koninklijk Besluit - 16-04-2024 - 4 - 09 ELI link Pub nr 2024006083 Koninklijk Besluit - 16-04-2024 - 5 - 09 ELI link Pub nr 2024006083 Koninklijk Besluit - 16-04-2024 - 6 - 09 ELI link Pub nr 2024006083 Koninklijk Besluit - 16-04-2024 - 7 - 09 ELI link Pub nr 2024006083 Koninklijk Besluit - 16-04-2024 - 8 - 09 ELI link Pub nr 2024006083 Koninklijk Besluit - 16-04-2024 - 13 - 09 ELI link Pub nr 2024006083 Wet - 12-01-2007 - 35/2 - 52 ELI link Pub nr 2007002066 UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - RECHTSPLEGING - Eenzijdig verzoekschrift Wettelijke bepalingen: Wet - 12-01-2007 - 45 - 52 ELI link Pub nr 2007002066 Wet - 26-05-2002 - 14 - 47 ELI link Pub nr 2002022559 Wet - 12-01-2007 - 35/1 - 52 ELI link Pub nr 2007002066 Koninklijk Besluit - 16-04-2024 - 2 - 09 ELI link Pub nr 2024006083 Koninklijk Besluit - 16-04-2024 - 4 - 09 ELI link Pub nr 2024006083 Koninklijk Besluit - 16-04-2024 - 5 - 09 ELI link Pub nr 2024006083 Koninklijk Besluit - 16-04-2024 - 6 - 09 ELI link Pub nr 2024006083 Koninklijk Besluit - 16-04-2024 - 7 - 09 ELI link Pub nr 2024006083 Koninklijk Besluit - 16-04-2024 - 8 - 09 ELI link Pub nr 2024006083 Koninklijk Besluit - 16-04-2024 - 13 - 09 ELI link Pub nr 2024006083 Wet - 12-01-2007 - 35/2 - 52 ELI link Pub nr 2007002066 Tekst van de beslissing Uitgifte Repertoriumnummer: Uitgereikt aan Uitgereikt aan 25/ Datum van uitspraak: op op 8/10/2025 € € Rechtsmiddelen Rolnummer: 25/5/K Materie: Materiële hulp VIB Beschikking Arbeidsrechtbank Gent afdeling Gent Beschikking Eenzijdig verzoekschrift Kosteloze rechtsbijstand Arbeidsrechtbank Gent, afdeling Gent – 25/5/K – p. 2 BEV: BEENZ INZAKE: A (de heer A, RRN: …, geboren te Khan Younis, houder van de Palestijnse nationaliteit, met verblijf- plaats in het Rodekruisopvangcentrum te 9980 Sint-Laureins, Leemweg 11, Vertegenwoordigd door DIRK GEENS, advocaat te 2018 Antwerpen, Lange Lozanastraat 24, waar de heer A zijn woonplaats kiest. gericht tegen: Federaal agentschap voor de opvang van asielzoekers (Fedasil), openbare instelling, ingeschreven in de kruispuntbank der ondernemingen met ondernemingsnummer 0860.737.913, met maatschappelijke zetel gevestigd te 1000 BRUSSEL, kartuizersstraat 21. KERN VAN DE BESLISSING Fedasil moet de heer A zonder onderbreking blijven opvangen in het Rodekruisopvangcentrum van Sint-Laureins (Leemweg 11) tot wanneer de rechtbank zich uitspreekt over de geldigheid van zijn beslissing van 3 oktober 2025. Tot zolang kan Fedasil geen uitvoering geven aan die beslissing. De heer A geniet kosteloze rechtsbijstand en kan een beroep doen op gerechtsdeurwaarders Hans Van Dorpe en Géry Verbrakel van Legia bv (Kastanjelaan 17/2, 9800 Deinze, 09 386 56 99, info@gdw-legia.

  1. be)om zich kosteloos te laten bijstaan bij de tenuitvoerlegging van deze beschik- king. De volledige beslissing van de voorzitter van de rechtbank bevindt zich op pagina 5. Deze beslissing houdt rekening met: - het eenzijdig verzoekschrift van 6 oktober 2025 (artikel 1027 Ger.W.1), - de bewijsstukken van de heer A. In deze beschikking 1. De vraag van de verzoekers 2. Wat aan de zaak voorafging 3. De beoordeling door de voorzitter 4. De beslissing van de voorzitter 1. DE VRAAG VAN DE VERZOEKERS De heer A vraagt aan de voorzitter van de rechtbank om hen kosteloze rechtsbijstand te verlenen, een gerechtsdeurwaarder aan te stellen en, met een onmiddellijk uitvoerbare beschikking, de uitvoe- ring van de beslissing van Fedasil van 3 oktober 2025 te schorsen tot wanneer de rechtbank zich uit- spreekt over de geldigheid ervan en Fedasil tot zolang te verplichten materiële hulp te voorzien, waaronder opvang in het opvangcentrum van Sint-Laureins (Leemweg 11). 1 Het Gerechtelijk Wetboek (Ger.W.), BS 31 oktober 1967, 11360, Numac 1967101055, te raadplegen op ejus- tice.just.fgov.be. Arbeidsrechtbank Gent, afdeling Gent – 25/5/K – p. 3 Zo niet, vraagt hij de voorzitter om hem kosteloze rechtsbijstand te verlenen voor een kortgedingpro- cedure tegen Fedasil en de dagvaardingstermijn zoveel als mogelijk te verkorten. 2. WAT AAN DE ZAAK VOORAFGING 1 Na het ontvluchten van Palestina, kwam de heer A, als achttienjarige jongeman, op 25 april 2024 aan in België. Hij verzocht ons koninkrijk op 29 april 2024 om internationale bescherming. Hij ontving ma- teriële hulp en verblijft sinds 10 juli 2024 in het Rodekruisopvangcentrum van Sint-Laureins. 2 Fedasil ontdekte dat de heer A een inkomen verworven had in de periode januari tot maart 2025. Met een ingebrekestelling zou Fedasil de heer A erop hebben gewezen dat hij in dat geval moet bij- dragen in functie van zijn inkomen. Fedasil besliste vervolgens om de materiële hulp te beëindigen, met uitzondering van de medische begeleiding, omdat de heer A niet bijdroeg en inkomsten verbor- gen heeft gehouden. Het agentschap deelde zijn beslissing mee met een brief van 3 oktober 2025. Als gevolg van die beslissing moet de heer A het opvangcentrum vier werkdagen later verlaten, dat is morgen op 9 oktober 2025. Hij dreigt dakloos te worden. 3 De heer A tekende op 6 oktober 2025 beroep aan tegen de beslissing van Fedasil (rolnummer 25/1003/A) en vroeg de voorzitter van de arbeidsrechtbank terzelfdertijd om voorlopige maatrege- len met een eenzijdig verzoekschrift. 3. DE BEOORDELING DOOR DE VOORZITTER 4 Wil iemand de voorzitter van de arbeidsrechtbank vatten voor een spoedprocedure in een aangele- genheid van sociaal recht dan moet zij of hij melding maken van een hoogdringendheid en daar toe- lichting aan geven. Bevat het verzoekschrift zo een toelichting dan heeft de voorzitter van de recht- bank rechtsmacht (artikel 584, derde lid Ger.W.). Pas dan zal de voorzitter de vordering onderzoeken en oordelen of de ingeroepen spoed (nog) aanwezig is en de gevraagde maatregelen verantwoord zijn. 5 Een zaak is dringend wanneer een snelrechtprocedure schade kan voorkomen die anders zeker of hoogstwaarschijnlijk zal ontstaan. Niet-dringend is ze wanneer een gewone procedure de dreigende schade ook tijdig kan voorkomen of wanneer de schade denkbeeldig en dus hoogst onzeker is. De voorzitter van de rechtbank sluit zich aan bij de beschrijving die het Hof van Cassatie gaf in een arrest van 17 juni 2019: Er is sprake van een urgentie wanneer een onmiddellijke beslissing wenselijk is om schade van een bepaalde omvang of ernstige ongemakken te voorkomen. Betreffende de vraag of een geval spoedeisend is, beschikt de rechter in kort geding over een ruime feitelijke beoordelings- macht, en in de juiste mate, over de grootste vrijheid.2 6 Ook een spoedprocedure is tegensprekelijk, tenzij er bij aanvang van de procedure een volstrekte nood bestaat om met die tegenspraak te breken (artikel 584, vierde lid Ger.W.). Die nood is aanwezig wanneer de gevraagde maatregel zijn doel zou missen door het kort geding tegensprekelijk te behan- delen. Zonder die volstrekte noodzaak mag de rechter het eenzijdig verzoek niet in ontvangst nemen. 7 De neus van het Hof van Cassatie wijst dezelfde kant op en verwoordt het zo in een arrest van 4 sep- tember 2020: Er is volstrekte noodzakelijkheid in de zin van artikel 584, vierde lid, Gerechtelijk Wet- boek wanneer er uitzonderlijke omstandigheden zijn die verantwoorden dat in de beginfase van de procedure afbreuk wordt gedaan aan het recht op tegenspraak. Dit is het geval wanneer te vrezen valt dat de gevorderde maatregelen die redelijk en proportioneel zijn, anders zonder voorwerp zou- den worden of hun doeltreffendheid zouden verliezen of ingeval zij gericht zijn tegen een onbekende 2 Cass. 17 juni 2019, C.18.0583.N, ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20190617.1, te raadplegen op juportal.be. Arbeidsrechtbank Gent, afdeling Gent – 25/5/K – p. 4 of niet-geïdentificeerde partij. De rechter houdt hierbij rekening met de gerechtvaardigde belangen van de respectieve partijen.3 8 Dat sloopt, voor alle duidelijkheid, het heilige huisje van de tegenspraak als Europees beschermd ver- dedigingsmiddel niet maar stelt de tegenspraak uit door de verraste tegenstander de mogelijkheid te bieden zich, bij de voorzitter van de rechtbank, te verzetten tegen de maatregel waarna de partijen het kort geding kunnen overdoen terwijl het verzet de uitvoering van de maatregel schorst (artikels 1033 en 1397, tweede lid Ger.W.). 3.1. Bijdrage aan de opvang 9 Een verzoeker om internationale bescherming (VIB) die werkt of een werkloosheidsuitkering ont- vangt, moet dat meedelen aan het opvangcentrum en moet een persoonlijke bijdrage betalen (arti- kels 2 en 4, § 1 Bijdragebesluit4). Fedasil kan de betaling van de achterstallige bijdrage eisen van de VIB die niet naar behoren heeft bijgedragen (artikel 35/1, vierde lid Opvangwet5 en artikel 5, § 3 Bij- dragebesluit). Als Fedasil, bijvoorbeeld via de sociale zekerheidsinstellingen, te weten komt dat de VIB een inkomen achterhoudt, moet de VIB de helft ervan inleveren (artikels 6 tot 8, telkens § 1 en 12 Bijdragebesluit). Als hij zijn inkomen wel spontaan heeft meegedeeld, draagt hij minder bij en mag hij houden wat hij onder de 265 euro verdiend heeft (artikels 6 tot 8, telkens § 2 Bijdragebesluit). Had hij voldoende financiële middelen dat moet hij de genoten niet-medische materiële hulp inte- graal vergoeden (35/2, derde lid Opvangwet). 10 Fedasil steunt zijn beslissing van 3 oktober 2025 enerzijds op de bepaling dat wie beschikt over vol- doende financiële middelen geen recht heeft op niet-medische materiële hulp, hier in het bijzonder omdat hij een stabiele en duurzame beroepsactiviteit heeft en zijn inkomen het leefloon van catego- rie drie overstijgt (artikels 35/2, eerste en derde lid Opvangwet en artikel 14, § 1, 3 RMI-wet6), en an- derzijds op de bepaling dat Fedasil de niet-medische materiële hulp kan ontzeggen aan wie zijn inko- men verzwegen heeft en een persoonlijke bijdrage weigert te betalen, na daartoe te zijn aange- maand (artikel 13, tweede lid Bijdragebesluit). Die eerste bepaling is geen strafmaatregel maar een gevolg van te veel verdienen. Het verslag aan de Koning bij het bijdragebesluit verduidelijkt dat de tweede bepaling wel een bestraffend karakter heeft: Artikel 13 voorziet een sanctiemechanisme voor de verzoeker om internationale bescherming die hun bijdrageplicht niet nakomen. Een begunstigde van de materiële hulp die zijn beroepsinkomsten verzwijgt om zijn bijdrageplicht te ontduiken of elke begunstigde die niet bijdraagt volgens de modaliteiten van Titel 2 wordt hiertoe aangemaand binnen de 5 dagen. Indien de begunstigde van de opvang dit niet uitvoert binnen deze termijn legt het Agent- schap sancties op zoals voorzien in artikel 45 van de wet van 12 januari 2007.7 11 Uit de motivering van de beslissing van 3 oktober 2025 kan de rechtbank niet afleiden welk inkomen de heer Averdiend heeft, wanneer en hoe Fedasil de heer A heeft aangemaand, welke bijdrage het agentschap eist, waarom Fedasil voor de zwaarste maatregel kiest en niet een van de andere, mil- dere maatregelen, of Fedasil voor deze maatregel kiest als loutere gevolgtrekking van een vaststel- ling dat de heer A voldoende financiële middelen heeft om (in een termijn van amper vier werkda- gen) in zijn basisbehoeften te kunnen voorzien dan wel als sanctie en, in dat laatste geval, wat de 3 Cass. 4 september 2020, C.20.0045.N, ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20200904.1N.3, te raadplegen op juportal.be. 4 Het koninklijk besluit van 16 april 2024 betreffende de toekenning van materiële hulp aan de verzoekers om internatio- nale bescherming met beroepsinkomsten en andere categorieën van inkomsten (Bijdragebesluit), BS 19 juni 2024, 76040, Numac 2024006083, te raadplegen op ejustice.just.fgov.be. 5 De wet van 12 januari 2007 betreffende de opvang van asielzoekers en van bepaalde andere categorieën van vreemdelin- gen (Opvangwet), BS 7 mei 2007, 24027, Numac 2007002066, te raadplegen op ejustice.just.fgov.be. 6 De wet van 26 mei 2002 betreffende het recht op maatschappelijke integratie (RMI-wet), BS 31 juli 2002, 33610, Numac 2002022559, te raadplegen op ejustice.just.fgov.be. 7 Verslag aan de Koning bij het bijdragebesluit, BS 19 juni 2024, 76049, te raadplegen op ejustice.just.fgov.be. Arbeidsrechtbank Gent, afdeling Gent – 25/5/K – p. 5 aard en de omvang van de overtreding was en wat de concrete omstandigheden waren waarin deze werd begaan en of Fedasil zich gehouden heeft aan de verplichting om de heer A te horen alvorens te bestraffen (artikel 45, achtste lid Opvangwet). De heer A beweert momenteel geen inkomen te hebben of te kunnen verwerven. Hij geeft evenmin details over het inkomen dat hij zou hebben ver- diend in het eerste kwartaal van dit jaar. Hij zegt geen ingebrekestelling te hebben ontvangen van Fedasil. De vele vraagtekens vereisen een grondige beoordeling in een tegensprekelijk debat. 12 De heer A zal onnodig zijn blootgesteld aan ernstige ongemakken en een mogelijke onherstelbare schade, als Fedasil de heer A uit het opvangcentrum zet en de rechtbank zich later negatief uit- spreekt over de rechtsgeldigheid daarvan. Zelfs het tegensprekelijk voeren van een verzoek in kort geding om tijdelijk gehuisvest te blijven in het opvangcentrum, zal deze ongemakken teweegbrengen omdat tegenspraak praktisch niet te organiseren valt in de korte termijn van vier werkdagen na de kennisgeving van de beslissing tot beperking van de materiële hulp. 13 Uit deze hoogdringendheid en deze volstrekte noodzaak om te beslissen zonder tegenspraak, schort de voorzitter van de rechtbank de uitvoering van de beslissing van 3 oktober 2025 op tot wanneer de rechtbank zich over het beroep van de heer A tegen die beslissing heeft uitgesproken. De voorzitter verplicht Fedasil zolang om de heer A verder onafgebroken te huisvesten in het Rodekruisopvangcen- trum van Sint-Laureins (Leemweg 11). 3.2. Uitvoering 14 Een voorlopige maatregel is steeds onmiddellijk uitvoerbaar (artikel 1397, derde lid Ger.W.). De heer A hoeft daarvoor geen zekerheid te stellen. De voorzitter van de rechtbank staat het kantonnement niet toe. De voorzitter bedoelt daarmee dat Fedasil het verstrekken van opvang niet mag vervangen door een equivalente geldsom in bewaring te geven in de Deposito- en Consignatiekas of in handen van een erkende of aangestelde sekwester omdat dat de voorlopige maatregel zou ontdoen van het beoogde effect om ernstige ongemakken te voorkomen (artikel 1406 Ger.W.). 3.3. Kosteloze rechtsbijstand 15 Voor hun verzoek tot machtiging van verblijf hebben vreemdelingen recht op kosteloze rechtsbij- stand (artikels 508/13/1, § 2, 9° en 667, eerste lid Ger.W.). Dat vermoeden van onvoldoende be- staansmiddelen geldt voor alle procedures die de vreemdeling bedachtzaam instelt tijdens de ver- blijfsprocedure. De voorzitter kent de kosteloze rechtsbijstand toe en stelt gerechtsdeurwaarders Hans Van Dorpe en Géry Verbrakel van Legia bv aan (Kastanjelaan 17/2, 9800 Deinze, 09 386 56 99, info@gdw-legia.
  2. be)om de heer A kosteloos bij te staan bij de tenuitvoerlegging van deze beschikking als Fedasil daar niet onmiddellijk vrijwillig toe overgaat. 4. DE BESLISSING VAN DE VOORZITTER De voorzitter van de rechtbank neemt de vraag van de heer A in ontvangst. Fedasil moet de heer A zonder onderbreking blijven opvangen in het Rodekruisopvangcentrum van Sint-Laureins (Leemweg 11) tot wanneer de rechtbank zich uitspreekt over de geldigheid van zijn be- slissing van 3 oktober 2025. Tot zolang kan Fedasil geen uitvoering geven aan die beslissing. De heer A geniet kosteloze rechtsbijstand en kan een beroep doen op gerechtsdeurwaarders Hans Van Dorpe en Géry Verbrakel van Legia bv (Kastanjelaan 17/2, 9800 Deinze, 09 386 56 99, info@gdw- legia.
  3. be)om zich kosteloos te laten bijstaan bij de tenuitvoerlegging van deze beschikking. Arbeidsrechtbank Gent, afdeling Gent – 25/5/K – p. 6 Deze beschikking werd in het Nederlands8 gewezen in raadkamer van de arbeidsrechtbank Gent, af- deling Gent, op ACHT OKTOBER TWEEDUIZEND VIJFENTWINTIG door VAN DE SYPE NELE, rechter en waarnemend voorzitter in de arbeidsrechtbank Gent, bijgestaan door LAURE MARCHANT, griffier. De griffier, De waarnemend voorzitter, LAURE MARCHANT VAN DE SYPE NELE 8 Artikels 2 en 30 tot 42 van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken, BS 22 juni 1935, 4002, Numac 1935061501, te raadplegen op ejustice.just.fgov.be. PDF document ECLI:BE:ARGNT:2025:ORD.20251008.1 Gerelateerde publicatie(
  4. s)citeert: ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20190617.1 ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20200904.1N.3 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.