id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van beroep van Brussel Vonnis/arrest van 11 mei 2004 ECLI nr: ECLI:BE:CABRL:2004:ARR.20040511.24 Rolnummer: 1998AR614 Rechtsgebied: Burgerlijk recht Invoerdatum: 2004-09-10 Raadplegingen: 69 - laatst gezien 2026-07-01 00:16 Fiche I. De wet van 29 maart 1962 houdende organisatie van de ruimtelijke ordening en van de stedenbouw gaat verder dan het traditionele begrip 'algemeen nut' reikt. Volgens de memorie van toelichting is onteigening mogelijk niet enkel voor de aanleg van een woonwijk of de verbetering van verkeersverbindingen, maar ook voor het instellen van een industriezone. II. Wettelijk mag de rechter, bij het bepalen van de waarde van de percelen die onteigend worden voor de uitvoering van de voorschriften van een gewestplan, geen rekening houden met de waardevermeerdering of vermindering die voortvloeit uit de voorschriften van dit gewestplan. Hieraan wordt niets afgedaan door de omstandigheid dat sommige of zelfs alle te onteigenen gronden reeds voordien een in aanmerking te nemen toekomstwaarde hadden als economisch interessante industriegrond, dat zij in de toekomst een dergelijke toekomstwaarde zouden kunnen verwerven, of dat zij, als feitelijk te kwalificeren industriegronden ook in aanmerking kwamen voor privé-initiatieven in verband met de aanleg van industrieterreinen. III. Voor de berekening van de wederbeleggingsvergoeding past het Hof het nationaal degressief barema gebruikt door het Comité tot Aankoop bij openbare verkopingen toe. IV. De herzieningsrechter is in casu onbevoegd om te oordelen over de gerechtskosten zoals daarover werd beslist door de vrederechter. V. Draagwijdte van enerzijds artikel 1 van het eerste aanvullend protocol E.V.R.M. en anderzijds artikel 16 van de Grondwet. Terugbetaling van het teveel geconsigneerde. Geen schending van deze artikelen. Op het terug te geven saldo zijn de interesten verschuldigd die bedoeld zijn in art. 3 van de wet van 6 april 2000. VI. De gevorderde wachtintresten zijn geen interesten in de letterlijke zin van dat woord, maar een vergoeding voor het verlies dat het gevolg is van de onderbreking van de rentabiliteit van het onteigende goed of van de improductiviteit van de onteigeningsvergoeding zolang deze niet kan worden wederbelegd. Ten tijde van de onteigening bestonden in casu er voldoende mogelijkheden om op korte termijn sommen te beleggen tegen een behoorlijk rendement. Het rendenment van de onteigende gronden was in casu eerder laag. De vordering ter zake is derhalve ongegrond. Thesaurus CAS: DADING Tekst van de beslissing Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.