id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van beroep van Brussel Vonnis/arrest van 14 juni 2004 ECLI nr: ECLI:BE:CABRL:2004:ARR.20040614.5 Rolnummer: 1997;AR;649 Rechtsgebied: Burgerlijk recht Invoerdatum: 2004-10-25 Raadplegingen: 84 - laatst gezien 2026-07-01 00:32 Fiche I. Voor de inwerkingtreding van de Wet van 3 juni 1995 werden de goederen van een minderjarige beheerd en zijn burgerlijke belangen vertegenwoordigd door een ouder of door beide ouders gezamenlijk. Luidens het nieuw artikel 376 eerste lid van het Burgerlijk Wetboek beheren de ouders thans gezamenlijk zijn goederen en treden zij gezamenlijk op als zijn vertegenwoordiger. In het tweede lid van dit artikel werd het vermoeden ingeschreven, waarbij elke ouder ten aanzien van derden te goeder trouw geacht wordt met instemming van de andere ouder de goederen van het minderjarig kind te beheren, behoudens de door de wet voorzienen uitzonderingen. Hoewel artikel 376 tweede lid van het Burgerlijk Wetboek enkel spreekt van een beheersbevoegdheid, impliceert het recht om deze beheersdaden te stellen eveneens een recht om de minderjarige te vertegenwoordigen, t.t.z. het recht om de minderjarige te vertegenwoordigen in alle materieelrechtelijke en procesrechtelijke burgerlijke handelingen. Derhalve kan volgens de ratio legis van deze wetsbepaling elke ouder afzonderlijk de minderjarige in rechte vertegenwoordigen als eiser. II. De Wet kent in beginsel geen rechtspersoonlijkheid toe aan een feitelijke vereniging, zodat een dergelijke vereniging niet in rechte kan optreden, noch in rechte kan worden aangesproken, tenzij door toedoen van al haar leden gezamenlijk. Wanneer een feitelijke vereniging zich in het rechtsverkeer begeeft, dan kan haar optreden enkel gebeuren bij wijze van vertegenwoordiging. Op het ogenblik van het instellen van de rechtsvordering door de oorspronkelijke eiser was het voor hem materieel onmogelijk al de leden van de feitelijke vereniging te achterhalen, laat staan deze leden in rechte te dagvaarden. Maar, ook al had hij toen kennis van de identiteit van alle leden van de vereniging op het ogenblik van de feiten, dan nog kan men van hem niet verwachten dat hij in de praktijk al deze leden zou dagvaarden. Wijlen J. DL. is als toenmalige voorzitter en secretaris van de feitelijke vereniging ten aanzien van derden steeds alleen opgetreden als de vertegenwoordiger van de voetbalclub. Niemand anders van de leden heeft zich ooit naar buiten toe kenbaar gemaakt als de verantwoordelijke en het tegendeel wordt ook niet aangetoond, noch aannemelijk gemaakt. Eiser mocht op grond van dit alléén-optreden van wijlen J. DL. op het ogenblik van de betekening van de dagvaarding te goeder trouw er rechtmatig op vertrouwen dat deze ook bevoegd was om de feitelijke vereniging, d.w.z. al haar leden, in rechte te vertegenwoordigen en derhalve als lasthebber van alle leden van de feitelijke vereniging optrad. Ook al zou wijlen J. DL. hiervoor geen uitdrukkelijk mandaat door de overige leden van de feitelijke vereniging zijn toevertrouwd, dan nog mocht eiser zich in ieder geval beroepen op het schijnmandaat. III. In het kader van artikel 1384 eerste lid van het Burgerlijk Wetboek wordt men als bewaarder beschouwd, wanneer men de zaak voor eigen rekening gebruikt en er het genot van heeft met de bevoegdheid er leiding aan te geven en er toezicht op uit te oefenen. Er wordt niet vereist dat men enig recht op de zaak kan laten gelden of dat men over de nodige technische kennis beschikt om aan het gebrek in de zaak te verhelpen. De concessieovereenkomst stipuleert uitdrukkelijk dat de concessiehouder als uitbater belast is met het toezicht en waarbij zelfs het niet in goede staat onderhouden van de aanwezige of toekomstige installaties gesanctioneerd wordt met een verval van de overeenkomst. De feitelijke vereniging was derhalve op het ogenblik van het ongeval terdege de bewaarder van het schuilhokje, daar zij daarvan voor eigen rekening gebruik maakte, er het genot van had en er tevens het toezicht, de leiding en de controle over uitoefende. Thesaurus CAS: OUDERLIJKE MACHT Vrije woorden: OUDERLIJKE MACHT Tekst van de beslissing Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.