← België

ECLI:BE:CABRL:2004:ARR.20040630.16

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van beroep van Brussel Vonnis/arrest van 30 juni 2004 ECLI nr: ECLI:BE:CABRL:2004:ARR.20040630.16 Rolnummer: 1998;AR;3494 Rechtsgebied: Handelsrecht Invoerdatum: 2005-12-12 Raadplegingen: 77 - laatst gezien 2026-07-01 00:40 Fiche Artikel 86 van de wet van 25 juni 1992 op de Landverzekeringsovereenkomst biedt voor het slachtoffer van een schadegeval de mogelijkheid om een rechtstreekse vordering tegen de verzekeraar van de aansprakelijke in te stellen. Voornoemd artikel 86 wijzigt in wezen de omvang van de verplichtingen van de verzekeraar niet, nu zij er in hoofdzaak toe strekt de afwikkeling van schadegevallen te vereenvoudigen door aan slachtoffers een rechtstreekse vordering toe te kennen en hierbij het slachtoffer tegen het onvermogen van de verzekerde beschermt op een juridisch-technisch andere wijze dan voorheen reeds door de toekenning van het voorrecht bedoeld in artikel 20, 9° Hypotheekwet het geval was. De toepassing van artikel 87 ,§2, dat de excepties beperkt die de verzekeraar mag aanvoeren tegen het slachtoffer, kan in bepaalde omstandigheden de toestand van de aangesproken verzekeraar verzwaren ten opzichte van het vroeger geldende stelsel, doch dit bijkomstig aspect weegt niet op tegen de wil van de wetgever om de uitoefening van de rechten van de slachtoffers met onmiddellijke werking te onderwerpen aan een nieuwe regeling, en tast de aard van de regel bepaald in artikel 86, niet aan. Derhalve kan het slachtoffer, ook voor schadegevallen die zijn voorgevallen vóór 1 januari 1993 (datum van inwerkingtreding), beschikken over een rechtstreekse vordering tegen de verzekeraar van de aansprakelijke, behoudens ingeval bepaalde rechten reeds onherroepelijk waren vastgesteld. 3. Artikel 34 ,§2 bepaalt dat de vordering die voortvloeit uit het eigen recht van de benadeelde tegen de verzekeraar van de aansprakelijke, verjaart door verloop van vijf jaar, te rekenen vanaf het schadeverwekkend feit. De algemene regel van overgangsrecht stelt dat ingeval van het invoeren van een voorheen niet bestaande verjaring van een vordering of van een verkorting van een bestaande verjaringstermijn van een vordering, de nieuwe resp. verkorte verjaringstermijn ten vroegste begint te lopen vanaf het ogenblik van de inwerkingtreding van de nieuwe wet, zij het dat in geval van verkorting van de verjaringstermijn, zulks een eerder intredende verjaring op grond van de oude wet niet zal verhinderen. Deze algemene regel van overgangsrecht geldt evenwel slechts voor zover het betrokken recht vóór het in werking treden van de nieuwe wet is ontstaan. Te dezen gaat het echter geenszins om het invoeren door de wetgever van een voorheen niet bestaande verjaring of van een verkorting van een bestaande verjaringstermijn, doch wel om het invoeren door de wetgever van een nieuwe rechtsfiguur, namelijk de rechtstreekse vordering tegen de aansprakelijkheidsverzekeraar, met hieraan gekoppeld een aan die nieuwe rechtsfiguur aangepaste verjaringstermijn. Hieruit volgt dat voor schadegevallen die zich hebben voorgedaan meer dan 10 jaar vóór het in werking treden van de wet van 25 juni 1992, een beroep op de rechtstreekse vordering tegen de verzekeraar, uitgesloten is. Thesaurus CAS: VERZEKERING - LANDVERZEKERING Vrije woorden: VERZEKERING Landverzekering rechtstreekse vordering van de benadeelde tegen de verzekeraar - artikel 86 van de wet op de Landverzekering - verjaring - werking in de tijd Tekst van de beslissing Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.