id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van beroep van Brussel Vonnis/arrest van 07 december 2005 ECLI nr: ECLI:BE:CABRL:2005:ARR.20051207.2 Rolnummer: 2003;AR;1653 Rechtsgebied: Burgerlijk recht Invoerdatum: 2006-03-06 Raadplegingen: 87 - laatst gezien 2026-07-01 03:36 Fiche - Artikel 2277, lid 4 BW bepaalt dat intresten van geleende sommen en, in het algemeen, al hetgeen betaalbaar is bij het jaar of bij kortere termijnen, verjaart door verloop van vijf jaren. Wanneer de inleidende dagvaarding dateert van 11 januari 1993, zijn de gevorderde intresten voor de periode tot 11 januari 1988 op grond van voornoemd artikel 2277, lid 4 BW, verjaard. - Indien bij verbruiklening het kapitaal of een schijf ervan niet tijdig wordt terugbetaald, loopt de conventionele intrest niet verder dan de vervaldag. Vanaf dat ogenblik kan na ingebrekestelling moratoire intrest worden gevorderd, waarop de wettelijke rentevoet wordt toegepast (artikel 1153, lid 1 BW). Dit kan tot gevolg hebben dat tussen de vervaldag van teruggave van het kapitaal en de dag van ingebrekestelling om moratoire intrest te krijgen, geen enkele intrest verschuldigd is. Aangezien artikel 1153, lid 1 BW niet van openbare orde is, kunnen partijen ervan afwijken en bepalen dat de conventionele intrest wel verder loopt na de vervaldag, tevens dat de conventionele intrest bij niet tijdige terugbetaling van het kapitaal, verder loopt zonder enige ingebrekestelling. Wanneer partijen hebben bedongen dat een intrest van 24% verschuldigd is tot de dag der werkelijke betaling, blijkt dat partijen zijn overeengekomen om, in afwijking van artikel 1153, lid 1 BW, de moratoire intrest niet te doen lopen aan de wettelijke rentevoet maar aan dezelfde rentevoet als de conventionele intrest, namelijk 24%. Het beding bepaalt echter niet dat na de vervaldag geen ingebrekestelling is vereist of dat door het enkel verloop van de termijn de schuldenaar van rechtswege in gebreke is. Van een geldige ingebrekestelling is slechts sprake wanneer de schuldeiser op duidelijke en ondubbelzinnige wijze aan de schuldenaar te kennen geeft dat de verbintenis moet worden uitgevoerd. - Artikel 1153, laatste lid BW bepaalt dat de rechter ambtshalve of op verzoek van de schuldenaar, de intrest die werd bedongen als schadevergoeding wegens vertraging in de uitvoering, kan verminderen indien de bedongen intrest kennelijk de ten gevolge van de vertraging geleden schade te boven gaat. De moratoire intresten zijn een schadevergoeding wegens vertraging in de uitvoering van een verbintenis tot betaling van een geldsom. Thesaurus CAS: INTERESTEN Vrije woorden: INTERESTEN verjaring overeenkomstig artikel 2277, lid 4 BW - conventionele intresten bij verbruiklening - artikel 1153 BW - vereiste van ingebrekestelling Tekst van de beslissing Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.