id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van beroep van Brussel Vonnis/arrest van 24 februari 2006 ECLI nr: ECLI:BE:CABRL:2006:ARR.20060224.3 Rolnummer: 1999;AR;2261 Rechtsgebied: Handelsrecht Invoerdatum: 2006-11-13 Raadplegingen: 82 - laatst gezien 2026-07-01 04:12 Fiche
- Krachtens het CMR-Verdrag beschikken de afzender en de geadresseerde over een vorderingsrecht tegen de vervoerder en dit recht vormt het rechtmatig belang zoals vereist door artikel 17 van het Gerechtelijk Wetboek. De afzender beschikt over een vorderingsrecht tegen de nalatige vervoerder ook al bewijst hij niet dat hij daadwerkelijk schade heeft geleden. Ook na de aflevering van de goederen, wanneer de geadresseerde het beschikkingsrecht heeft gekregen, behoudt de afzender het recht een rechtsvordering in te stellen.
- De opdrachtgever van het transport heeft hoedanigheid en belang om een vordering in vrijwaring in te stellen tegen de verschillende vervoerders. De vraag of er een rechtsband bestaat tussen de afzender en de derde vervoerder en of deze vervoerder al dan niet beschouwd moet worden als een opvolgend vervoerder raakt de grond van de vordering.
- Krachtens artikel 32 CMR-Verdrag verjaren de rechtsvorderingen waartoe een aan dit verdrag onderworpen vervoer aanleiding geeft, in beginsel door verloop van één jaar. Krachtens de artikelen 1206 en 2249, eerste lid van het Burgerlijk Wetboek stuiten de vervolgingen tegen één van de hoofdelijke schuldenaars de verjaring ten aanzien van allen. De opvolgende vervoerders zijn ten aanzien van de afzender overeenkomstig artikel 34 van het CMR-Verdrag solidair gehouden tot de betaling van de schadevergoeding in geval van beschadiging van de goederen. Een opvolgend vervoerder in de zin van artikel 34 van het CMR-Verdrag is de vervoerder die goederen en de vrachtbrief in ontvangst neemt van een voorgaande vervoerder, wanneer slechts één internationaal vervoercontract is tot stand gekomen. Door de inontvangstneming van de goederen en de vrachtbrief treedt de vervoerder toe tot het internationaal vervoercontract. Vermits de afzender krachtens artikel 17 CMR-Verdrag over een aansprakelijkheidsvordering beschikt tegen de contractuele vervoerder en krachtens artikel 34 CMR-Verdrag tegen de opvolgende vervoerders, is er hoofdelijkheid tussen de beweerde schuldenaren. Bijgevolg heeft de dagvaarding door de afzender betekend aan de contractuele vervoerder de verjaringstermijn ook ten aanzien van de opvolgende vervoerders gestuit.
- De vasthechting van de goederen op de paletten maakt ontegensprekelijk een onderdeel van de verpakking uit. Het is de afzender, die de particulariteiten van de door hem aangeboden goederen kent, die de maatregelen moet nemen om deze goederen in een vervoersbestendige wijze voor transport aan te bieden. Nu blijkt dat de goederen in hun verpakking niet voldoende waren vastgezet zodat zij tijdens het vervoer hebben kunnen bewegen, was de verpakking gebrekkig en genieten de vervoerders van het voordeel van artikel 17.4 b) CMR-Verdrag.
- De termijn van artikel 30 CMR-Verdrag is geen vervaltermijn. Derhalve kan de rechthebbende steeds het bewijs leveren dat het goed met beschadiging werd afgeleverd.
- De afzender stelt ten onrechte dat artikel 23, derde lid CMR-Verdrag niet van toepassing is omdat artikel 25 ,§1 CMR-Verdrag niet verwijst naar artikel 23 derde lid CMR-Verdrag en dat de wetgever de toepassing van artikel 23 derde lid heeft willen uitsluiten in geval van beschadiging. Artikel 25 ,§ 2 CMR-Verdrag stelt echter duidelijk dat de schadevergoeding in geval van beschadiging niet hoger kan zijn dan in geval van verlies zodat de beperkingen naar het gewicht ook van toepassing zijn in geval van beschadiging, ook al is er sprake in artikel 23 derde lid van 'ontbrekende kilogram'. De schadevergoeding kan krachtens artikel 23 derde lid, in samenhang gelezen met artikel 25 van het CMR-Verdrag niet méér bedragen dan 8.33 rekeneenheden voor elk ontbrekende kilogram brutogewicht. De in het CMR-Verdrag genoemde rekeneenheid is het speciaal trekkingsrecht zoals omschreven door het Internationaal Monetair Fonds. Het bedrag, vermeld in het artikel 23 derde lid wordt omgerekend in de nationale munteenheid van de Staat waaronder de rechtbank ressorteert waaraan het geschil is voorgelegd.
- Krachtens artikel 27 CMR- Verdrag bedraagt de interest 5% per jaar. Deze rentevoet is van toepassing zowel op de periode voor het instellen van de vordering in rechte als op de periode erna. De rente van 5 % per jaar neemt een aanvang vanaf de datum waarop de vordering schriftelijk bij de vervoerder is ingediend. Wanneer geen schriftelijke vordering wordt ingediend dan begint de rente te lopen vanaf de dagvaarding. Thesaurus CAS: VERVOER - GOEDERENVERVOER - Landvervoer. Wegvervoer Vrije woorden: VERVOER ontvankelijkheid - stuiting van de verjaring - aansprakelijkheid van de vervoerders - CMR beperking van de schadevergoeding - intresten Tekst van de beslissing Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.