id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van beroep van Brussel Vonnis/arrest van 27 februari 2006 ECLI nr: ECLI:BE:CABRL:2006:ARR.20060227.1 Rolnummer: 2004;AR;2786 Rechtsgebied: Handelsrecht Invoerdatum: 2006-05-03 Raadplegingen: 77 - laatst gezien 2026-07-01 04:12 Fiche I. Het eerste gebruik van een handelsbenaming verleent een bescherming die haar grondslag vindt in artikel 8 van het Unieverdrag van Parijs en is niet afhankelijk van enig depot of andere formaliteit. Deze bescherming geldt onder meer tegen het gevaar voor verwarring met de handelsbenaming die door een andere onderneming wordt gebruikt, namelijk het gevaar dat het publiek met een gemiddelde aandacht en kennis en met een normaal onderscheidingsvermogen , de ene onderneming voor de andere neemt of door het associatief verband tussen twee benamingen vermoedt dat er banden bestaan tussen de betrokken ondernemingen, terwijl deze banden in werkelijkheid onbestaande zijn. Bij de beoordeling van het gevaar voor verwarring moet rekening worden gehouden met de gelijkenis tussen de benamingen, de aard van de commerciële activiteiten en het territorium waarop ze worden uitgeoefend. Wat de verwarring tussen de namen betreft, moet men eerst uitgaan van het globale beeld en de totale indruk. De beschermde naam dient niet origineel te zijn, en een zeker onderscheidend karakter volstaat. Het gevaar voor verwarring zal echter afnemen naargelang de banaliteit van de naam toeneemt. II. Krachtens artikel 65 W. Venn. moet elke vennootschap een naam voeren die verschillend is van die van een andere vennootschap. Indien de naam gelijk is aan een andere of er zozeer op gelijkt dat er verwarring kan ontstaan, kan iedere belanghebbende hem doen wijzigen en, indien daartoe grond bestaat, schadevergoeding eisen. De schending van dit wetsartikel, waardoor de vennootschap in haar beroepsbelangen wordt of kan worden geschaad, maakt een inbreuk uit op artikel 93 WHPC. III. Voor elke inbreuk op artikel 13,A,1,b van de Benelux Merkenwet van 19 maart 1962 kan een stakingsvordering worden ingesteld, mits de andere verkoper hierdoor in haar beroepsbelangen worden geschaad of kan geschaad worden. Krachtens artikel 13,A,1,b van de Benelux Merkenwet van 19 maart 1962 kan zij zich verzetten tegen elk gebruik, dat door een derde zonder haar toestemming in het economisch verkeer wordt gemaakt van een met haar merk overeenstemmend teken voor waren of diensten waarvoor het is ingeschreven, indien daardoor bij het publiek verwarring kan ontstaan, inhoudende het gevaar voor associatie. Van dit verwarringsgevaar is er sprake wanneer het publiek zich kan vergissen in de herkomst van de betrokken diensten, dit wil zeggen wanneer het kan menen dat deze diensten afkomstig zijn van dezelfde onderneming of van economisch verbonden ondernemingen. Thesaurus CAS: HANDELSPRAKTIJKEN Vrije woorden: HANDELSPRAKTIJKEN Tekst van de beslissing Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.