id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van beroep van Brussel Vonnis/arrest van 21 maart 2006 ECLI nr: ECLI:BE:CABRL:2006:ARR.20060321.1 Rolnummer: 2005;KR;298 Rechtsgebied: Overige Invoerdatum: 2006-06-19 Raadplegingen: 80 - laatst gezien 2026-07-01 04:15 Fiche I. Krachtens de artikelen 144 en 145 Grondwet behoren de geschillen over burgerlijke of politieke rechten bij uitsluiting tot de rechtsmacht van de rechtbanken, behoudens de bij de wet gestelde uitzonderingen wat de laatst vermelde categorie betreft. Of een geschil al dan niet burgerlijke rechten betreft, en om die reden behoort tot de uitsluitende rechtsmacht van de gewone rechter, wordt bepaald door het onderwerp van het geding zoals het door de eisende partij wordt omschreven in de inleidende akte waarbij de vordering aanhangig wordt gemaakt bij de rechter. Wanneer een eisende partij als onderwerp van een geding aangeeft dat de uitvoerende macht een onrechtmatige aantasting van een subjectief recht heeft begaan, heeft de burgerlijke rechter rechtsmacht om hierover te beslissen volgens dezelfde principes als wanneer die aantasting uitgaat van een ander persoon die geen overheidsgezag uitoefent. In dit opzicht is het niet relevant of de geïncrimineerde gedraging het resultaat is van de uitoefening van een geheel doelgebonden bevoegdheid van de overheid dan wel van een discretionaire bevoegdheid. II. Indien voor een adequate bescherming van die subjectieve rechten zou vereist blijken om de overheid op te leggen voorbereidende maatregelen in één of andere zin te treffen, dan houdt het aflopend karakter van een maatregel niet in dat hij een onomkeerbaar karakter heeft. Zelfs indien verbod of bevel wordt opgelegd waarvan kan worden verwacht dat de toestand die er uit moet volgen langere tijd zal vigeren, dan staat dit er niet aan in de weg dat de rechtstoestand van de partijen onbeslecht blijft en aldus beschouwd blijft het besliste voorlopig. III. De door de bijzondere wet van 8 augustus 1980 aan de gewesten toebedeelde bevoegdheden, onder meer inzake leefmilieu houdt geen vrijbrief in om op regelgevend niveau om het even welke normen uit te vaardigen. De Gewesten en de Gemeenschappen blijven gehouden tot en worden in hun autonomie dienvolgens beperkt door het grondbeginsel van de federale trouw dat behoort tot het grondwettelijke bestel van een federale staat. Het beginsel noopt tot samenwerking van de andere deelgebieden en de federatie en tot bijdrage aan het verzekeren van de belangen van al die entiteiten. Het houdt ook in dat een deelgebeid bij de uitoefening van zijn materieel wetgevende bevoegdheid het evenredigheidsbeginsel dient na te leven en zodoende rekening dient te houden met de andere deelgebieden en met de federatie wanneer de uitwerking van de uitgevaardigde wetgeving ook een weerslag heeft op deze entiteiten. Het hof heeft vastgesteld dat de regelgeving inzake de bestrijding van geluidshinder door vliegtuigen zoals deze vervat in het Brusselse Regeringsbesluit van 27 mei 1999 moet leiden tot verdwijning van een economisch leefbare nationale luchthaven. Het schendt derhalve de belangen van de andere entiteiten en van de federatie. Om die reden is het vermelde Besluit van 27 mei 1999 van de Brusselse regering ongrondwettelijk en behoort het geen toepassing te krijgen. Thesaurus CAS: VERTONINGEN Vrije woorden: VERTONINGEN Tekst van de beslissing Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.