← België

ECLI:BE:CABRL:2007:ARR.20070408.1

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van beroep van Brussel Vonnis/arrest van 08 april 2007 ECLI nr: ECLI:BE:CABRL:2007:ARR.20070408.1 Rolnummer: 2000NA1 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2011-04-19 Raadplegingen: 95 - laatst gezien 2026-07-02 15:31 Fiche De vergoeding die verschuldigd is op grond van de wet natuurrampen, is slechts verschuldigd indien de schade veroorzaakt wordt door de natuurramp. De vergoeding is niet verschuldigd indien de schade is veroorzaakt door herstellingen die niet volgens de regels van de kunst zijn gebeurd. UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - NATUURRAMPEN - Herstel van schade PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - NATUURRAMPEN - Schadevergoeding Vrije woorden: Natuurramp. Schadeloosstelling. Schadeposten Tekst van de beslissing ARREST N° Het Hof van Beroep te BRUSSEL, eerste kamer, na beraadslaging, spreekt volgend arrest uit : Rep. Nr. 2007/ A.R. nr. 2000/NA/1 INZAKE VAN : 1) De heer F. V;, en 2) Mevrouw H. V., samenwonende te 3200 X., Schoonderbeukenweg 10, appellanten tegen een beslissing uitgesproken door de Gouverneur van de Provincie Vlaams-Brabant op 17 december 1999 (1.841.91/CAL/98/A/A/1/2730/99-02975bbev), de eerste in persoon verschijnende, de tweede niet verschijnende; 1ste kamer TEGEN : De BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de Minister van Vervoer en Mobiliteit, waarvan de burelen gevestigd zijn te 1040 BRUSSEL, Wetstraat 155 bus 1, geïntimeerde, vertegenwoordigd door Meester Nick DE WINT loco Meester Danny CRABEELS, advocaat te 8400 OOSTENDE, E. Beernaertstraat 58 bus 1, samenvatting De vergoeding die verschuldigd is op grond van de wet natuurrampen, is slechts verschuldigd indien de schade veroorzaakt wordt door de natuurramp. De vergoeding is niet verschuldigd indien de schade is veroorzaakt door herstellingen die niet volgens de regels van de kunst zijn gebeurd.

  1. F. V; en H. V. hebben op 12 januari 2000 hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de Gouverneur van de provincie Vlaams-Brabant van 17 december
  2. Het wordt niet betwist dat dit hoger beroep ontvankelijk is.
  3. Bij beschikking van het hof van 22 september 2003 werd, met toepassing van artikel 747 § 2 van het Gerechtelijk Wetboek, de termijn om conclusie te nemen bepaald. De BELGISCHE STAAT legde zijn conclusie tijdig neer. V; en V. legden hun conclusie neer buiten de termijn die hen was toegemeten. De BELGISCHE STAAT stemt niet in met het in acht nemen van de conclusie voor V; en V.. In die omstandigheden is het hof verplicht, op grond van de wet, de conclusie voor V; en V. ambtshalve uit de debatten te weren. Het hof neemt er geen kennis van.
  4. In het verzoekschrift tot hoger beroep, waarvan het hof kennis mag nemen en neemt, wordt voorgehouden dat de Gouverneur ten onrechte geen vergoeding heeft toegekend voor de schade aan de kelder van hun woning te X., Schoonderbukenweg
  5. Nochtans was deze kelder, voordat de in aanmerking genomen natuurramp zich op 13 september 1998 voordeed, volledig waterdicht gemaakt , waren er geen technische gebreken aanwezig en voldeed de kelder voor 100 % aan de normen die voor een dergelijke bouwwerk kunnen besteld worden. Alle vastgestelde gebreken zijn, volgens hen, opgetreden op het ogenblik dat het water uit de kelder werd verwijderd en de bouwstructuur opdroogde.
  6. V; en V. bewijzen hun beweringen niet. Uit de factuur nummer 9822 van 30 juni 1998 van AQUAHALT, die vermeldt dat zij is uitgeschreven voor "uitvoeren van herstellingswerken aan kelder", blijkt niet dat de kelder na het uitvoeren van deze herstellingswerken waterdicht was. In die omstandigheden is niet bewezen dat de gebreken die vastgesteld werden na de natuurramp het rechtstreeks en noodzakelijk gevolg waren van die natuurramp.
  7. In het verzoekschrift tot hoger beroep wordt ook voorgehouden dat "garantie afspraken voor uitgevoerde bouwwerken (o.a. 10 jaar voor kelders) zoals voorzien in de algemeen geldende bepalingen uitdrukkelijk stellen dat opgelopen schade door natuurrampen uitgesloten is van elke garantie dekking" en dat het "advies" - bedoeld wordt de overweging van de Gouverneur in zijn bestreden beslissing - om de herstellingskosten te verhalen op de bestaande tienjarige garantie "aanzet tot fraude en grof misbruik van de heersende afspraken".
  8. Deze bewering is ongegrond. De vergoeding die verschuldigd is op grond van de wet natuurrampen, is slechts verschuldigd indien de schade veroorzaakt wordt door de natuurramp. De vergoeding is niet verschuldigd indien de schade is veroorzaakt door herstellingen die niet volgens de regels van de kunst zijn gebeurd.
  9. In het verzoekschrift tot hoger beroep wordt verder ook voorgehouden dat de originele sterkteberekening en bewapening van nieuwe kelders rekening houdt met een maximale waterdruk onder de bestaande betonmassa en enkel voorzien is op een minimale waterdruk (30 %) boven de betonmassa om de waterdichtheid van de kelder te garanderen ; er wordt aan toegevoegd dat nieuwe technieken die gebruik maken van inspuiting van siliconen onder de vloer niet bestand zijn tegen de overmatige druk van een kompleet volgelopen kelder (ongeveer 52 ton watermassa).
  10. Deze bewering wordt niet bewezen.
  11. In het verzoekschrift tot hoger beroep wordt ten slotte voorgehouden dat de vertegenwoordiger van AQUAHALT in een eerste reactie (na ingebrekestelling vanwege V; en V.) heeft laten weten dat hij niet verantwoordelijk kan gesteld worden voor het herstel van de kelder tengevolge van wateroverlast, en dat een schriftelijke verklaring is aangevraagd.
  12. De voorgehouden bewering van de vertegenwoordiger van de uitvoerende aannemer, die overigens niet schriftelijk is bevestigd, bewijst niet dat de herstelling van de kelder veroorzaakt is door de natuurramp.
  13. Het verzoek tot aanstelling van een deskundige is niet meer dienend, onder meer omdat na de natuurramp opnieuw herstellingen werden uitgevoerd aan de kelder. OM DEZE REDENEN : HET HOF, Gelet op artikel 24 van de wet van 15 juni 1935 op het taalgebruik in gerechtszaken; Verklaart het hoger beroep ontvankelijk doch ongegrond. Bevestigt de bestreden beslissing. Aldus gevonnist en uitgesproken ter openbare terechtzitting van de burgerlijke eerste kamer van het hof van beroep te Brussel, op 08/01/2007 waar aanwezig waren en zitting hielden : K. MOENS, Raadsheer, V. DE VIS, Griffier. V. DE VIS K. MOENS Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.