← België

ECLI:BE:CABRL:2008:ARR.20080110.11

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van beroep van Brussel Vonnis/arrest van 10 januari 2008 ECLI nr: ECLI:BE:CABRL:2008:ARR.20080110.11 Rolnummer: 2004AR3142 Rechtsgebied: Overige - Burgerlijk recht Invoerdatum: 2009-01-06 Raadplegingen: 117 - laatst gezien 2026-07-02 16:51 Fiche UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - RECHTSPLEGING - Tussengeschillen - Tusseneis - Nieuwe eis GERECHTELIJK RECHT - RECHTSMIDDELEN - GERECHTELIJK RECHT EN CASSATIE - Hoger beroep (gerechtelijk recht) - Rechtspleging hoger beroep BURGERLIJK RECHT - ALIMENTATIE - LEVENSONDERHOUD - Recht op uitkering tot levensonderhoud - Ouders/kinderen BURGERLIJK RECHT - SCHENKINGEN EN TESTAMENTEN - Giften - Beschikbaar gedeelte BURGERLIJK RECHT - SCHENKINGEN EN TESTAMENTEN - Schenkingen - Vermomde schenking Vrije woorden: I. Art. 807 Ger. W. Toepassing in hoger beroep. Vordering tussen erfgenamen. Nieuwe rechtstreekse vordering op basis van artikel 205 B.W.: ontoelaatbaarheid van deze nieuwe vordering. II. Verkoop vallende onder de toepassing van artikel 918 B.W. Het inroepen van deze bepaling kan niet beschouwd worden als rechtsmisbruik. Wettelijke bepalingen: oud Burgerlijk Wetboek - 918 Gerechtelijk Wetboek - 807 oud Burgerlijk Wetboek - 205 Tekst van de beslissing Het HOF VAN BEROEP TE BRUSSEL, Aanvullende kamer 1S, (wet van 9 juli 1997), Nr.: na beraad spreekt het volgend arrest uit : A.R. Nr. 2004/AR/3142 Rep.nr.: 2008/ IN ZAKE VAN : Kamer 1S V P appellante, geïntimeerde op incidenteel beroep, vertegenwoordigd door meester Frank Gillijns, advocaat te 1730 Asse, Arsenaalstraat 1, Eindarrest TEGEN : V L geïntimeerde, appellante op incidenteel beroep, vertegenwoordigd door meester Clara Theuwissen, advocaat te 1080 Brussel, Schoonslaapsterstraat 29 bus

  1. ******* Gelet op de door de wet voorziene processtukken, inzonderheid het verzoekschrift in hoger beroep dat neergelegd werd ter griffie van dit hof op 22 december 2004 en dat ertoe strekt het vonnis van de rechtbank van eerste aanleg te Brussel, gewezen op 9 februari 2004 te horen hervormen in de hierna bepaalde mate. I. VOORAFGAANDELIJKE PROCEDURE:
  2. Op 23 juni 2003 werd proces-verbaal van vrijwillige verschijning neergelegd door de gedingvoerende partijen. Na het nemen van besluiten door beide partijen waren de wederzijdse vorderingen de volgende: 1.
  3. Paula V vorderde in een bij voorraad uitvoerbaar vonnis de vereffening- en verdeling van de nalatenschap van wijlen V A., haar vader, alsmede verzocht zij om de aanstelling van 2 notarissen om over te gaan tot de bewerkingen van vereffening- en verdeling van de nalatenschap. Verder vorderde zij te horen zeggen voor recht dat de overeenkomst gesloten tussen L. V en wijlen A. V, zoals deze het voorwerp is van de akte verleden voor notaris Herman D'HOLLANDER te Opwijk op 12 december 1988, bij toepassing van artikel 918 B.W., als een schenking te aanzien. Verder te horen zeggen voor recht dat met de door partij L. V beweerde betalingen ten behoeve van haar vader, geen rekening kan worden gehouden bij de vereffening- en verdeling van de nalatenschap. 1.
  4. L. V vroeg akte te verlenen dat zij zich gedroeg naar de wijsheid van de rechtbank nopens de gevorderde vereffening en verdeling van nalatenschap van wijlen haar vader. Verder vroeg zij thans reeds recht te doen nopens de aard van de overeenkomst, gesloten tussen haarzelf en wijlen A. V, volgens akte verleden voor notaris Herman D'HOLLANDER te Opwijk op 12 december 1988, en vroeg zij aldus in hoofdorde te zeggen voor recht dat artikel 918 van het B.W. niet van toepassing is op deze verkoopovereenkomst, daar de verkoop op effectieve basis gebeurd is met betaling van de prijs, en, derhalve als regelmatige verkoopovereenkomst dient beschouwd te worden en in ondergeschikte orde, in de mate deze verkoopovereenkomst als een schenking aanzien wordt door de rechtbank, te zeggen voor recht dat bij de betalingen die door haar uitgevoerd werden met eigen middelen, ten behoeve van haar vader, rekening dient gehouden te worden bij de vereffening - verdeling van nalatenschap van de heer V A. en dat gebeurlijk Paula V haar haar aandeel in deze betalingen zal moeten terugbetalen. II. INHOUD BESTREDEN BESLISSING: In het bestreden vonnis wordt de vordering tot uit onverdeeldheidstreding gegrond verklaard. Verder werd gesteld dat de akte van 12 december 1988, waarbij wijlen A. V de blote eigendom van het onroerend goed, gelegen te ASSE aan zijn dochter L. V verkocht, mits de prijs van 2.432.000 BEF, onder toepassing valt van artikel 918 van het B.W. nu, volgens de eerste rechter, deze uitdrukkelijke wetsbepaling geen ruimte laat voor enige interpretatie, in de zin die partij L. V er wenst aan te geven, ook al is de verkoop op effectieve basis gebeurd met betaling van prijs. Verder wordt in het bestreden vonnis gesteld dat met de door L. V uitgevoerde betalingen enkel rekening kan gehouden worden, voor zover deze betalingen voldoende bewezen worden door objectieve stavingstukken, en dat deze alsdan als passief van de nalatenschap dienen te worden opgenomen. Verder werd gesteld dat betalingen door partij L. V, aan haar vader, betiteld als onderhoudsgeld, niet als een terugbetaalbaar passief van de nalatenschap in aanmerking kunnen genomen worden. Evenmin kan de kredietopening die partij L. V op 12 december 1988 heeft aangegaan bij het GEMEENTEKREDIET VAN BELGIE als een terugbetaalbaar passief in aanmerking genomen worden. III. STANDPUNT VAN PARTIJEN IN GRAAD VAN BEROEP: Paula V verzoekt het hoger beroep ontvankelijk en gegrond te verklaren, en het incidenteel beroep ontoelaatbaar, minstens onontvankelijk te verklaren, in zoverre voor het eerst in graad van beroep een nieuwe vordering wordt ingesteld, door subsidiair rechtstreeks de terugvordering te vorderen van concluante, in haar hoedanigheid van mede onderhoudsplichtige, van de door appellante op incidenteel beroep gedane betalingen voor en/of aan haar vader, evenals van de door haar aangegane kredietopening bij het Gemeentekrediet, en het incidenteel beroep voor het overige af te wijzen als ongegrond. Dienvolgens verzoekt zij het bestreden vonnis te vernietigen, waar de eerste rechter stelt dat voor zover voldoende bewezen wordt door objectieve stavingstukken (ondermeer door overschrijvingen via haar financiële rekeningen en door duidelijk identificeerbare op haar naam verleende kwijtingen met vaste dagtekening) dat de betalingen die gedaagde in hoger beroep aldus beweert uitgevoerd te hebben voor rekening van haar vader door haar met eigen middelen werden gedaan, gedaagde in hoger beroep aanspraak kan maken op terugbetaling ervan ten laste van de nalatenschap en dat deze behoorlijk bewezen betalingen als passief van nalatenschap dienen te worden opgenomen. Opnieuw rechtdoende, doende wat de eerste rechter had moeten doen, te zeggen voor recht dat met de beweerde betalingen van schulden van de erflater door gedaagde in hoger beroep, geen rekening kan worden gehouden bij de vereffening- en verdeling van de nalatenschap, dat gedaagde in hoger beroep geen aanspraak kan maken op terugbetaling ervan ten laste van de nalatenschap en dat deze betalingen niet als passief van de nalatenschap kunnen worden opgenomen. Het bestreden vonnis voor het overige te bevestigen. L. V verzoekt het hoger beroep ontvankelijk doch ongegrond te verklaren, het incidenteel beroep ontvankelijk en gegrond te verklaren, dienvolgens in hoofdorde, het bestreden vonnis te vernietigen waar de eerste rechter toepassing maakt van artikel 918 van het B.W., en opnieuw rechtdoend, te zeggen voor recht dat artikel 918 van het B.W. niet van toepassing is op de verkoopsovereenkomst gesloten tussen concluante en haar vader op 12 december 1988, zodat deze verkoop moet worden beschouwd als een effectieve verkoop en er geen sprake kan zijn van toerekening van de waarde van deze woning op het beschikbaar deel, noch van verplichting in hoofde van concluante tot inbreng van wat dan ook in de nalatenschap. In ondergeschikte orde, het eerste vonnis te bevestigen waar de eerste rechter stelt dat concluante aanspraak kan maken op terugbetaling ten laste van de nalatenschap van de betalingen die zij deed voor rekening van haar vader. In dat geval het eerste vonnis te vernietigen waar gesteld wordt dat de betalingen die door concluante ten titel van onderhoudsgeld aan haar vader werden betaald, niet als een terughaalbaar passief van nalatenschap in aanmerking kunnen worden genomen, en de kredietopening die werd aangegaan bij het GEMEENTEKREDIET niet in aanmerking zou komen voor verrekening in dezelfde nalatenschap. Opnieuw rechtdoend op deze punten, te zeggen voor recht dat alle mogelijke betalingen en dus ook de beide vermelde betalingen, door concluante kunnen worden gerecupereerd ten laste van de nalatenschap als zijnde passiva, zoniet ten laste van appellante op hoofdberoep in haar hoedanigheid van mede-onderhoudsplichtige. IV. BEOORDELING DOOR HET HOF:
  5. Ontoelaatbaarheid, minstens onontvankelijkheid van het incidenteel beroep. De subsidiaire ingestelde vordering, houdende terugvordering door L. V ten laste van Paula V van gelden door haar betaald voor schulden van haar vader, is niet toelaatbaar, nu zij voor het eerst in graad van beroep, rechtstreeks de terugvordering vraagt van Paula V, en deze nieuwe eis steunt op de onderhoudsplicht van artikel 205 B.W. De vordering in eerste aanleg gebeurde tussen beide procespartijen in hun hoedanigheid van erfgenamen, zodanig dat de nieuwe vordering tegen Paula V in een andere hoedanigheid werd gesteld dan die waarin zij oorspronkelijk werd gesteld. Deze nieuwe vordering dient als niet toelaatbaar verklaard, bij toepassing van art. 807 G.W.
  6. Toepassing artikel 918 B.W. Bij akte, verleden voor notaris Herman D'HOLLANDER verkocht wijlen A. V de blote eigendom van het onroerend goed, gelegen te ASSE, Gentsesteenweg 80, met alle bijgebouwen en grond, aan zijn dochter L. V, mits de prijs van 2.432.000 BEF; De verkoper behield zich het vruchtgebruik van deze eigendom voor, en bleef het bewonen; Krachtens artikel 918 B.W. wordt de waarde in volle eigendom van de goederen die aan één van de erfgenamen in de rechte lijn vervreemd worden, hetzij met last van lijfrente, hetzij met afstand van het kapitaal, of met voorbehoud van het vruchtgebruik toegerekend op het beschikbaar gedeelte, en het overschot, indien er één is, in de massa ingebracht. Het vermoeden, ingesteld bij artikel 918 B.W. kan slechts teniet worden gedaan door één tegenbewijs, met name door de toestemming in die vervreemding, gegeven door de andere erfgerechtigden, in de rechte linie van de vervreemder. Deze toestemming werd niet gegeven door eiseres in beroep, zodat artikel 918 B.W. van toepassing is op de akte van verkoop van 12 december
  7. Er kan geen rekening gehouden worden met de argumentatie terzake ontwikkeld in de besluiten door L. V, dewelke niet strookt met de uitdrukkelijke bepalingen van art. 918 B.W. Nu art. 918 B.W. juist de gevolgde handelswijze wil sanctioneren van dergelijke verkoopsovereenkomsten, is er van enig rechtsmisbruik geen sprake.
  8. Terugbetaling van de gedane betalingen ter ontlasting. L. V kan aanspraak maken op terugbetaling ten laste van de nalatenschap van de door haar betaalde schulden van haar vader voor zover de nodige objectieve stavingstukken worden voorgelegd in het kader van de vereffening -en verdelingswerkzaamheden. De behoorlijk bewezen betalingen dienen te worden opgenomen in het passief van de nalatenschap. Alleszins behoort het bedrag van achterstallig onderhoudsgeld aan de moeder van partijen tot dit passief van de nalatenschap. Ten onrechte roept Paula V in dat de schuldvordering dewelke L. V heeft een compensatie zou inhouden om zich te betalen op een goed dat aan inbreng onderworpen is en dat niet zou stroken met artikel 857 B.W. De vergoeding dewelke gevorderd wordt behoort tot het passief van de nalatenschap en enige compensatie wordt niet bewezen. De terugbetaling van de kredietopening die partij L. V op 12 december 1988 heeft aangegaan bij het GEMEENTE-KREDIET VAN BELGIE komt niet in aanmerking, zoals in het bestreden vonnis wordt gesteld, vermits het gaat om gelden die aan L. V zelf werden uitbetaald en waarvan wijlen A. V erkent, in de akte van 12 december 1988, deze van de koopster te hebben ontvangen. OM DEZE REDENEN, HET HOF, Rechtdoende op tegenspraak, Gelet op art. 24 van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken; Verklaart het hoger beroep en het incidenteel beroep ontvankelijk, doch beiden ongegrond. Verklaart de nieuwe (ondergeschikte) vordering van geïntimeerde strekkende tot de veroordeling van P. V tot terugbetaling van de gelden die geïntimeerde gedaan heeft voor schulden van haar vader ontoelaatbaar. Bevestigt het bestreden vonnis, mits de enkele wijziging dat notaris DE RYCK wordt vervangen door notaris BOEL met standplaats te 1730 ASSE, Gemeenteplein
  9. Legt de gerechtskosten in graad van beroep ten laste van de massa en bepaalt deze in hoofde van appellante op 2.186 euro en in hoofde van geïntimeerde op 2.000 euro. Aldus gevonnist door : De heer E. Janssens de Bisthoven, raadsheer, d.d. voorzitter, De heer J. Celis, plaatsvervangend raadsheer, De heer Th. Taffijn, plaatsvervangend raadsheer, magistraten van de kamer 1S van het hof van beroep te Brussel, die aan de beraadslaging hebben deelgenomen overeenkomstig artikel 778 van het Gerechtelijk Wetboek, en, gezien de wettige verhindering van de heer Taffijn, uitgesproken overeenkomstig de beschikking van de heer Eerste Voorzitter van dezelfde datum, en bij toepassing van artikel 779 van het Gerechtelijk Wetboek, in buitengewone openbare burgerlijke zitting van de kamer 1S van het hof van beroep te Brussel op 10 januari 2008, waar aanwezig waren : De heer E. Janssens de Bisthoven, raadsheer, d.d. voorzitter, De heer M. Boes, plaatsvervangend raadsheer, De heer J. Celis, plaatsvervangend raadsheer, De heer Th. Gillioen, e.a. adjunct-griffier. Th. Gillioen J. Celis M. Boes E. Janssens de Bisthoven Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.