id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van beroep van Brussel Vonnis/arrest van 30 januari 2008 ECLI nr: ECLI:BE:CABRL:2008:ARR.20080130.5 Rolnummer: 2005AR1207 Rechtsgebied: Constitutioneel recht - Bestuursrecht Invoerdatum: 2009-01-19 Raadplegingen: 89 - laatst gezien 2026-07-02 16:57 Fiche UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - GEMEENTE - Nieuwe Gemeentewet - Bestuur en bestuursorganen gemeente PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - GEMEENTE - Nieuwe Gemeentewet - Beheer gemeente PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - HUISVESTING - Vlaanderen - Vlaamse wooncode Vrije woorden: I. Vlaamse wooncode. Aanbieding van het voorkooprecht aan de gemeente. Termijn van twee maand voor antwoord: quid bij verkoop op compromis onder diverse opschrotende voorwaarden, waaronder deze van het bodemattest van OVAM. Toepassing van art. 87, 61, en 62, en 63 van de wooncode. II. Gemeenterecht. Wie wag namens de gemeente het voorkooprecht uitoefenen: college van burgemeester en schepenen, of de gemeenteraad? Quid de toepasselijkheid van respectievelijk art. 86,eerste lid, 117, eerste lid, 123,° en 232 van de nieuwe gemeentewet? III. Verkoop van een appartement. Quid bodemattest van OVAM? Tekst van de beslissing Het HOF VAN BEROEP TE BRUSSEL, Aanvullende kamer 1S, (wet van 9 juli 1997), Nr.: na beraad spreekt het volgend arrest uit : A.R. Nr. 2005/AR/1207 Rep.nr.: 2008/ IN ZAKE VAN : Kamer 1S De GEMEENTE H., vertegenwoordigd door het college van burgemeester en schepenen, met kantoren op het gemeentehuis te 1560 H., Jan van Ruusbroecpark 1, appellante, vertegenwoordigd door meester Dany Socquet, advocaat te 3080 Tervuren, Merenstraat 28, Eindarrest TEGEN : 1) A. A., en, 2) G. L., 3) C. B., geïntimeerden, appellanten op incidenteel beroep, vertegenwoordigd door meester Herbert Overdenborger, advocaat te 9000 Gent, Casinoplein 19, 4) V. T., geïntimeerde op hoofdberoep en op incidenteel beroep, vertegenwoordigd door meester Michel Van Dievoet, advocaat te 1000 Brussel, Boomstraat 14 bus
- ******* Gelet op de stukken van de rechtspleging, inz.: - het vonnis uitgesproken op 8 november 2004 door de rechtbank van eerste aanleg te Brussel (25ste kamer), waarvan geen akte van betekening wordt voorgelegd; - het verzoekschrift tot hoger beroep, neergelegd ter griffie van het hof op 6 mei 2005; - de conclusie van appellante; - de conclusie van geïntimeerden A.-G.; - de conclusie van geïntimeerde V.. Gehoord de partijen en gelet op de stukken die zij neerlegden ter openbare zitting van 28 november
- I. De procedure in eerste aanleg.
- Bij exploot van 21 februari 2002 heeft de gemeente H. een vordering voor de rechtbank van eerste aanleg te Brussel ingesteld tegen de echtgenoten A.-G., enerzijds, en de heer B. C., anderzijds. Zij beklaagde zich over het feit dat de echtgenoten A.-G. hun appartement te H. aan de Albert Biesmanslaan bij notariële akte van 10 januari 2002 verleden voor notaris V. hadden verkocht aan de heer C. zonder haar recht van voorkoop zoals uitgeoefend bij schrijven van 29 november 2001 na te leven. Zij vorderde verweerders zich te horen zeggen dat de gemeente in de plaats wordt gesteld van de koper in de koopovereenkomst en de inschrijving te bevelen van het vonnis van indeplaatsstelling in de registers van de hypotheekbewaarder "overeenkomstig artikel 68, laatste lid, van het decreet houdende de organisatie van de ruimtelijke ordening van 18 mei 1999". Zij vorderde tenslotte het vonnis uitvoerbaar te verklaren niettegenstaande alle verhaal en zonder borgstelling met veroordeling van verweerders tot alle kosten.
- De echtgenoten A.-G. besloten tot de niet-ontvankelijkheid van de vordering, minstens tot de ongegrondheid ervan.
- Notaris V. is vrijwillig tussengekomen voor de eerste rechter en vroeg de vordering van de gemeente, indien ontvankelijk, af te wijzen als ongegrond.
- Bij hun laatste conclusie vroegen de echtgenoten A.-G. hun akte te verlenen dat zij zich het recht voorbehouden om schadevergoeding van notaris V. te vorderen voor zover mocht blijken dat hij enige fout zou hebben begaan.
- Bij het bestreden vonnis heeft de rechtbank van eerste aanleg te Brussel de hoofdvordering ontvankelijk doch ongegrond verklaard en de gemeente H. tot alle kosten veroordeeld. II. De beroepsprocedure.
- Voor het hof hervat de gemeente haar oorspronkelijke vordering.
- De echtgenoten A.-G. besluiten tot de niet-ontvankelijkheid, minstens de ongegrondheid van het hoger beroep.
- Notaris V. besluit tot de bevestiging van het bestreden vonnis. III. Relevante feitelijke gegevens
- Bij onderhandse overeenkomst van 13 september 2001 hebben de echtgenoten A.-G. een appartement verkocht aan de heer C., zijnde het appartement 3C3 op de derde verdieping in het appartementsgebouw gelegen Albert Biesmanslaan 10, met aanhorigheden voor de prijs van 2.200.000 BEF (54.536,57 euro ), waarop een voorschot van 220.000 BEF was betaald. De akte vermeldt: "Indien krachtens de bepalingen van de Wooncode van het Vlaamse Gewest, dewelke in voege zijn getreden op 1 november 1998, deze verkoop dient onderworpen te worden aan een voorkooprecht, zal deze verkoop geschieden onder opschortende voorwaarde van het niet uitoefenen van hun voorkooprecht door de instanties in wiens hoofde dit voorkooprecht bestaat".
- Notaris V. stuurde bij brief van 13 september 2001 een kopie van de verkoopovereenkomst "aan het College van Burgemeester en Schepenen van de gemeente H." met de vraag om, in toepassing van art. 87 van de Vlaamse Wooncode te willen mededelen of zij haar voorkooprecht wenste uit te oefenen .
- Uit de notulen van het schepencollege van de gemeente H. blijkt dat, het college op de zitting van 11 oktober 2001 besliste "tot een principiële uitoefening van het voorkooprecht" en opdracht gaf "om de notaris hiervan aangetekend in kennis te stellen". Voorts dat "dit dossier als aanvullend agendapunt op de gemeenteraad van 18 oktober 2001 (dient) voorgelegd te worden". Bij brief van 23 oktober 2001 schreef de gemeente, onder de handtekening van de Burgemeester en de Gemeentesecretaris aan de notaris: "Het college van burgemeester en schepenen besliste, in zitting van 11 oktober 2001, tot de principiële uitoefening van het voorkooprecht. Het dossier zal worden voorgelegd aan de gemeenteraad."
- De gemeenteraad besliste op zijn openbare zitting van 22 november 2001: "de gemeente zal haar voorkooprecht uitoefenen op (het goed)" (...) "tegen de prijs zoals onderhands overeengekomen op 13 september 2001 met de oorspronkelijke koper" (...) "om het een bestemming van openbaar nut te geven". Het uittreksel uit de notulen benadrukt: "De beslissing van het college van burgemeester en schepenen d.d. 11 oktober 2001, houdende principiële beslissing bij de uitoefening van het voorkooprecht, wordt voor zover nodig bekrachtigd".
- De gemeente informeerde notaris V. van de beslissing van de gemeenteraad (aangetekende brief van 26 november 2001).
- Notaris V. schreef op 28 november 2001 aan de gemeente dat de termijn voor uitoefening van het voorkooprecht op 14 november 2001 vervallen was en dat de beslissing van de gemeenteraad om het voorkoop-recht uit te oefenen na deze termijn niet meer op geldige wijze kon genomen worden. Bijgevolg zou de notariële akte tussen verkopers en koper worden verleden.
- De notaris liet de akte verlijden op 10 januari
- De akte vermeldt onder de rubriek "Voorlezing art. 85.1 Vlaamse Wooncode": Partijen hebben kennis genomen van de inhoud van gezegde brieven en stellen vast dat de voorlegging aan de bekrachtiging door de gemeenteraad pas gebeurde op 22 november 2001, daar waar de vervaltermijn voor uitoefening van het voorkooprecht verstreek op 13 november
- Partijen stellen dat overeenkomstig art. 232 van de Nieuwe Gemeentewet bij uitoefening van het voorkooprecht door een gemeente de beslissing van de gemeenteraad vereist is (zie ook Steven Snaets in "Het recht van voorkoop van de Vlaamse Wooncode" in "Verslag vormingsnamiddag Nederlandstalige raad voor Koninklijke Federatie van het Belgisch Notariaat d.d. 7 september 19999, p. 15)". IV. Discussie 1°. Aangaande de ontvankelijkheid
- De echtgenoten A.-G. dragen eigenlijk geen exceptie van niet-ontvankelijkheid voor. Het hoger beroep werd tijdig en regelmatig ingesteld. Appellante heeft ongetwijfeld het vereiste belang en de vereiste hoedanigheid om hoger beroep in te stellen tegen het vonnis dat haar vordering afwijst en haar tot de kosten veroordeelt. Het hoger beroep is ontvankelijk.
- De ontvankelijkheid van de oorspronkelijke vordering van de gemeente wordt niet langer betwist. 2°. Ten gronde
- Appellante stelt ten onrechte dat haar recht van voorkoop miskend werd doordat de kennisgeving van de notaris d.d. 13 september 2001 gericht werd aan het "college van burgemeester en schepenen van H." en niet "aan de gemeente H.". Volgens appellante diende de kennisgeving immers gericht te worden aan de begunstigde van het voorkooprecht, zijnde overeenkomstig art. 87 § 1 en 86 § 2 van de Vlaamse Wooncode (decreet Vl. Parl .15 juli 1997) de gemeente.
- Dit middel is onterecht. Nu het college als uitvoeringsorgaan belast is met het dagelijks bestuur van de gemeente kon de notaris rechtsgeldig het aanbod ter kennis brengen bij brief geadresseerd aan het college. Dit laatste orgaan was dan ook in staat om kennis te nemen van het aanbod, waartoe geen bijzonder bevoegdheid aan het college moet worden toegekend, en om hieraan het passende gevolg te geven door de gemeenteraad zo nodig bijeen te roepen(met toepassing van art. 86, eerste lid, van de Nieuwe Gemeentewet) opdat deze hierover zou beslissen. Het college van burgemeester en schepenen heeft overigens geen opmerking gemaakt bij ontvangst van de kennisgeving van 13 september
- Appellante houdt vervolgens voor dat het college van burgemeester en schepenen wel ter zake bevoegd was op grond van art. 123 9° van de Nieuwe Gemeentewet nu het belast is met "het beheer van de eigendommen van de gemeente, alsmede de vrijwaring van haar rechten". Deze bevoegdheid strekt zich echter niet uit tot goederen die de gemeente wenst aan te schaffen. De beslissing om het voorkooprecht uit te oefenen betrof geen "eigendommen van de gemeente" maar een aan te schaffen goed waarover de gemeente haar voorkooprecht kon uitoefenen. Het betrof evenmin een maatregel van bewaring of een voorbereidende handeling m.b.t. het beheer van de gemeentegoederen. De akten van beschikking, en in het bijzonder de beslissingen tot verkoop of aankoop van een onroerend goed of tot hypotheekstelling, behoren tot de bevoegdheid van de gemeenteraad die alles regelt wat van gemeentelijk belang is (art. 117, eerste lid, van de Nieuwe Gemeentewet) .
- Aangenomen dat het college van burgemeester en schepenen een principiële beslissing tot uitoefening van het voorkooprecht kan nemen, beslissing die dan door de gemeenteraad moet bekrachtigd worden, dan sluit dit niet uit dat deze bekrachtigingsbeslissing, al dan niet met terugwerkende kracht, tijdig moet genomen worden door de gemeenteraad, dit is binnen de wettelijke termijn van twee maanden na de kennisgeving, overeenkomstig art. 87, § 2 van de Wooncode. Nu het voorkooprecht te dezen niet binnen deze termijn werd uitgeoefend door het rechtens daartoe bevoegde orgaan van de gemeente, was de notaris gerechtigd om over te gaan tot het verlijden van de akte tegen de voorwaarden van de onderhandse akte (art. 87, § 3 van de Wooncode). Er wordt geen overmacht in hoofde van de gemeente bewezen. In tegenstelling tot zijn beslissing van 11 oktober 2001 (zie randnummer 11), blijkt immers dat het college van burgemeester en schepenen het dossier niet heeft voorgelegd "als aanvullend agendapunt van de gemeenteraad van 18 oktober 2001" maar slechts op de vergadering van 22 november
- Ten slotte houdt appellante voor dat de termijn van twee maanden geen aanvang nam na de kennisgeving van de notaris van de inhoud van de verkoopovereenkomst opgesteld onder opschortende voorwaarde van niet-uitoefening van het recht van voorkoop, maar wel later, dit is na vervulling van andere opschortende voorwaarden, in casu de aflevering van een bodemattest die de verkoopovereenkomst bevat.
- De onderhandse akte (sub nr .16) hield inderdaad een opschortende voorwaarde in, bestaande in de aflevering van een bodemattest door de OVAM.
- Art. 87, § 2 van de Wooncode bepaalt vooreerst dat het recht van voorkoop wordt uitgeoefend "binnen twee maanden na de kennisgeving".
- Bovendien werpen geïntimeerden terecht op dat de verkoop van het appartement samen met een aandeel in de gemeenschappelijke delen waaronder de grond, te dezen geen bodemattest van de OVAM vereiste nu de verkoop niet als overdracht van grond kon beschouwd worden (zie art. 2,17°bis van het decreet van 22 februari 1995 betreffende de bodemsanering, zoals gewijzigd bij het decreet van 26 mei 1998) . Het hoger beroep is bijgevolg ongegrond. Het ondergeschikte incidenteel beroep van de echtgenoten A.-G. is zonder voorwerp. OM DEZE REDENEN, HET HOF, Rechtdoende op tegenspraak, Gelet op art. 24 van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken; Verklaart het hoger beroep ontvankelijk doch ongegrond. Verklaart het incidenteel beroep ontvankelijk doch zonder voorwerp. Veroordeelt appellante tot de gerechtskosten van het hoger beroep en bepaalt deze in hoofde van appellante op 1.386 euro, in hoofde van geïntimeerden sub 1, 2 en 3 samen op 1.200 euro en in hoofde van geïntimeerde sub 4 op 1.200 euro. Aldus gevonnist door : De heer E. Janssens de Bisthoven, raadsheer, d.d. voorzitter, De heer P. Lefranc, raadsheer, De heer Th. Taffijn, plaatsvervangend raadsheer, magistraten van de kamer 1S van het hof van beroep te Brussel, die aan de beraadslaging hebben deelgenomen overeenkomstig artikel 778 van het Gerechtelijk Wetboek, en, gezien de wettige verhindering van de heer Lefranc, uitgesproken overeenkomstig de beschikking van de heer Eerste Voorzitter van dezelfde datum, en bij toepassing van artikel 779 van het Gerechtelijk Wetboek, in openbare burgerlijke zitting van de kamer 1S van het hof van beroep te Brussel op 30 januari 2008, waar aanwezig waren : De heer E. Janssens de Bisthoven, raadsheer, d.d. voorzitter, De heer J. Celis, plaatsvervangendraadsheer, De heer Th. Taffijn, plaatsvervangend raadsheer, De heer Th. Gillioen, e.a. adjunct-griffier. Th. Gillioen Th. Taffijn J. Celis E. Janssens de Bisthoven Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div