← België

ECLI:BE:CABRL:2008:ARR.20080415.4

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van beroep van Brussel Vonnis/arrest van 15 april 2008 ECLI nr: ECLI:BE:CABRL:2008:ARR.20080415.4 Rolnummer: 2003AR1203 Rechtsgebied: Burgerlijk recht Invoerdatum: 2009-01-21 Raadplegingen: 121 - laatst gezien 2026-07-02 17:19 Fiche I. Artikel 1384, lid 1 B.W. In de huidige cotext is een toegangsdeur die zich sluit wanneer een persoon zich nog in de toegangsopening bevindt, met een gebrek in de zaak behept. II. Het bewijs van een gebrek in de zaak hoeft niet noodzakelijk op een rechtstreekse wijze te gebeuren, doch kan ook op een indirecte wijze, met name door aan te tonen dat de schade zich niet zou hebben voorgedaan indien de zaak niet door een gebrek was aangetast. UTU-thesaurus: BURGERLIJK RECHT - BEWIJS VAN VERBINTENISSEN - Andere bewijsmiddelen BURGERLIJK RECHT - VERBINTENIS UIT ONRECHTMATIGE DAAD - Zaken Vrije woorden: I. Artikel 1384, eerste lid B.W. Gebrek in de zaak. Toegangsdeur die zich sluit wanneer een persoon zich nog in de toegangsopening bevindt. II. Bewijsrecht. Bewijsmiddelen. Indirect bewijs. Tekst van de beslissing ARREST N° Het Hof van Beroep te BRUSSEL, eerste kamer, na beraadslaging, spreekt volgend arrest uit : Rep. Nr. 2008/ A.R. nr. 2003/AR/1203 INZAKE VAN : De naamloze vennootschap DREAMWORLD, waarvan de maatschappelijke zetel gevestigd is te 1500 HALLE, Edingsesteenweg 196, appellante tegen een vonnis uitgesproken door de rechtbank van eerste aanleg te Brussel op 17 maart 2003, vertegenwoordigd door Meester Michel MARECHAL, advocaat te 1050 BRUSSEL, Waterloosesteenweg 412 F, 1ste kamer TEGEN : Mevrouw M. S., wonende te 1850 GRIMBERGEN, Sint-Donatuslaan 18, geïntimeerde, vertegenwoordigd door Meester Ellen DE CLERCK, advocaat te 1861 MEISE, Hoogstraat 63, Gelet op de procedurestukken: § het voor eensluidend verklaard afschrift van het vonnis uitgesproken door de rechtbank van eerste aanleg te Brussel op 17 maart 2003, beslissing waarvan geen akte van betekening wordt overgelegd; § het verzoekschrift tot hoger beroep neergelegd ter griffie van het hof op 12 mei 2003; § de conclusie van geïntimeerde neergelegd ter griffie op 14 januari 2004; § de conclusie van appellante neergelegd ter griffie op 28 september 2004; § de aanvullende conclusie van geïntimeerde neergelegd ter griffie op 14 maart 2005; Gehoord de advocaten van partijen ter openbare terechtzitting van 12 februari 2008 en gelet op de stukken die zij neerlegden. Het hoger beroep en het incidenteel beroep werden regelmatig naar vorm en termijn ingesteld en zijn bijgevolg ontvankelijk. I. Voorwerp van de vorderingen. 1.1. De oorspronkelijke eis van geïntimeerde strekte ertoe (a ) appellante te horen veroordelen tot betaling van een provisie van 12.394,68 euro , op een eis geschat op 123.946,76 euro , plus de intresten vanaf 23 februari 2000 en (

  1. b)vooraleer verder uitspraak te doen ten gronde, een geneesheer - deskundige te horen aanstellen met een welbepaalde opdracht. 1.2. De eerste rechter heeft (
  2. a)de vordering ontvankelijk en gedeeltelijk gegrond verklaard, (
  3. b)gezegd voor recht dat de N.V. Droomland aansprakelijk was voor de schade, geleden door huidige geïntimeerde, veroorzaakt door een gebrek in de automatische schuifdeuren van haar warenhuis op 23 februari 2000, (
  4. c)huidige appellante veroordeeld tot betaling van een provisie van 5.000 euro , plus de gerechtelijke intresten aan de wettelijke intrestvoet vanaf de datum van het tussengekomen vonnis en (
  5. d)alvorens verder recht te spreken, Dr. Dusesoi aangesteld als deskundige met o.m. als opdracht huidige geïntimeerde te onderzoeken en de door haar opgelopen letsels te onderzoeken. 1.3. Het hoger beroep van appellante beoogt de oorspronkelijke vordering ontvankelijk doch ongegrond te horen verklaren. 1.4. Geïntimeerde vraagt de bevestiging van het bestreden vonnis en bij wijze van incidenteel beroep, haar een provisie toe te kennen zoals aanvankelijk gevorderd. II. De Feiten. 2.1. De eerste rechter heeft de feiten die aanleiding hebben gegeven tot huidig geschil precies en volledig omschreven zodat het hof desbetreffend verwijst naar het bestreden vonnis. 2.2. Samengevat komt het hierop neer dat geïntimeerde zich op 23 februari 2000 naar de winkel van appellante begaf te Vilvoorde, zij ter hoogte van de automatische toegangsdeur ten val kwam en haar heup brak. Van deze feiten werd een strafdossier opgesteld dat geseponeerd werd. 2.3. Beide betrokken partijen geven echter een verschillende versie over de omstandigheden van dat ongeval. Volgens geïntimeerde bevond zij zich in de ruimte, die ontstond door het openen van de schuifdeuren, toen deze zich sloten. Door het sluiten van die deuren, kreeg zij een slag en viel zij. Volgens appellante is geïntimeerde gevallen door een schrikreactie of een verkeerde beweging waardoor zij haar evenwicht verloor en viel. De verantwoordelijke van het warenhuis legde onmiddellijk na de feiten de hierna volgende verklaring af: " De feiten gebeurden in het warenhuis op woensdag 23 - 02 - 2000. Op het ogenblik dat cliënt het warenhuis wou betreden, werd deze gekneld tussen de schuifdeuren en verloor nadien het evenwicht en kwam ten val. Betrokkene werd gekwetst en met de dienst 100 overgebracht naar het Van Helmont Ziekenhuis te Vilvoorde. " 2.4. Voor alle duidelijkheid wordt vermeld dat de dagvaarding en de procedurestukken in eerste aanleg N.V. Droomland vermelden als eisende partij en dat dit in de conclusie neergelegd voor het hof op 28 september 2004 de N.V. Dreamworld wordt. Gezien de maatschappelijke zetel dezelfde is en geen gewag wordt gemaakt van een nieuwe rechtspersoon brengt deze naamswijziging geen verdere juridische gevolgen met zich mee. III. Beoordeling. 3.1. Wat de aansprakelijkheid betreft: 3.1.1. Geïntimeerde steunt haar vordering op artikel 1384, lid 1 B.W. (gebrek in de zaak). Zij is van oordeel dat de automatische schuifdeur, waarvan sprake, een abnormaal kenmerk vertoonde omdat het zich sloot op een ogenblik dat zij er zich tussen bevond. De eerste rechter volgde deze stelling. 3.1.2. Appellante is echter de mening toegedaan dat geïntimeerde geen verwondingen opliep ingevolge het sluiten van de schuifdeur maar ten val kwam. Zij is minstens van oordeel dat de automatische schuifdeur geen gebrek vertoonde. In dit verband werpt appellante op dat automatische schuifdeuren altijd zo geconcipieerd zijn dat wanneer zij zich sluiten terwijl zich ertussen een obstakel bevindt, deze, na een geringe druk te hebben uitgeoefend, automatisch terug open gaan en dat een dergelijke werking op zich geen gebrek uitmaakt. Appellante verwijt de eerste rechter een gebrek in de zaak te hebben aangehouden, zonder enig onderzoek te laten uitvoeren over de werking van de litigieuze deuren en de vigerende normen ter zake. 3.1.3. De versie van appellante vindt geen steun in de stukken van het dossier en wordt bovendien tegengesproken door mevrouw Nadia Jacobs, werknemer - verantwoordelijke bij de N.V. Droomland/Dreamworld (zie punt 2.3. van huidig arrest). 3.1.4. Artikel 1384, lid 1 B.W. bepaalt dat iemand niet alleen aansprakelijk is voor de schade veroorzaakt door de eigen daad maar ook voor die welke veroorzaakt wordt door de daad van personen voor wie men moet instaan of voor zaken die men onder zijn bewaring heeft. Voornoemde bepaling schept geen vermoeden van fout maar wel een vermoeden van aansprakelijkheid. Voor de toepassing van artikel 1384, lid 1 B.W. moet vaststaan dat de zaak aangetast is door een gebrek waardoor het slachtoffer schade lijdt. Een zaak is gebrekkig indien zij een abnormaal kenmerk vertoont waardoor zij in bepaalde omstandigheden schade kan veroorzaken. Het gebrek is bijgevolg de " fout " van de zaak, waardoor de bewaarder aansprakelijk wordt. Het komt aan het slachtoffer toe het gebrek in de zaak te bewijzen wat kan gebeuren door aan te tonen dat de schade zich niet zou hebben voorgedaan indien de zaak niet door een gebrek was aangetast. Het onweerlegbaar aansprakelijkheidsvermoeden dat op de bewaarder rust, kan enkel weerlegd worden indien de bewaarder het bewijs levert dat de schade niet te wijten is aan een gebrek in de zaak maar veroorzaakt werd door een vreemde oorzaak, met name toeval, overmacht, daad van een derde of van het slachtoffer. 3.1.5. In de huidige context is een toegangsdeur die zich sluit wanneer een persoon zich nog in de toegangsopening bevindt, met een gebrek in de zaak behept. De N.V. Droomland /Dreamworld is een speelgoedwinkel met de allures van een warenhuis waar veel kinderen komen dikwijls ook nog vergezeld van hun grootouders (die meestal toch een zekere leeftijd hebben). Een dergelijk publiek is niet bestand tegen automatische toegangsdeuren die sluiten wanneer het nog in de openingsdeur staat. Geïntimeerde liep ingevolge het sluiten van de deuren bovendien een heupbreuk op wat aantoont dat het sluiten van die deuren niet gebeurde door een even " aantikken " van de persoon in de toegangsopening maar voldoende hevig was om die persoon ernstig ten val te doen brengen. Dergelijke sluitingsdeuren zijn bijgevolg behept met een gebrek. 3.1.6. In tegenstelling tot wat appellante voorhoudt, hoeft het bewijs van een gebrek niet noodzakelijk op een rechtstreekse wijze te gebeuren, doch kan dit tevens op een indirecte wijze, met name door aan te tonen dat de schade zich niet zou hebben voorgedaan indien de zaak niet door een gebrek was aangetast. Indien de automatische deuren zich niet hadden gesloten - op een eerder bruuske wijze - terwijl geïntimeerde nog in de deuropening stond, was zij niet ten val gekomen en had zij geen heupbreuk opgelopen. De gebrekkige sluiting van de automatische deuren is de enige mogelijke objectieve oorzaak van de door geïntimeerde opgelopen schade. 3.1.7. Het bestreden vonnis wordt bijgevolg bevestigd in zoverre hierin de aansprakelijkheid van appellante wordt aangehouden op grond van artikel 1384, lid 1 B.W. 3.2. Wat de schade betreft (voorwerp van het incidenteel beroep): 3.2.1. Geïntimeerde vraagt een provisie van 12.934,68 euro daar waar de eerste rechter haar een provisie toekende van 5.000 euro plus de gerechtelijke intresten aan de wettelijke intrestvoet vanaf de datum van het bestreden vonnis. 3.2.2. Gelet op de door geïntimeerde neergelegde stavingstukken komt de door de eerste rechter toegekende provisie als redelijk over. 3.2.3. Het bestreden vonnis wordt op dit punt eveneens bevestigd alsmede de aanstelling van een geneesheer - deskundige vooraleer verder uitspraak te doen ten gronde. 3.3. Wat de kosten (RPV) betreft: 3.3.1. Beide partijen vroegen ter zitting van 12 februari 2008 de toekenning van het basistarief zoals vastgesteld door het K.B. van 26 oktober 2007. 3.3.2. Gezien geïntimeerde een bedrag vraagt van 12.934,68 euro komt het basistarief op een bedrag van 1.100 euro . OM DEZE REDENEN : HET HOF, Rechtdoende op tegenspraak, Gelet op artikel 24 van de wet van 15 juni 1935 op het taalgebruik in gerechtszaken; Verklaart het hoger beroep en het incidenteel beroep beiden ontvankelijk doch ongegrond. Bevestigt het bestreden vonnis. Verwijst de zaak bij toepassing van artikel 1068, lid 2 Ger.W. opnieuw naar de eerste rechter. Veroordeelt appellante tot 9/10 van de kosten in hoger beroep en geïntimeerde tot de overige 1/10, in totaal begroot - in hoofde van appellante op euro 1.286 (186 rolrecht + 1.100 rechtsplegingsvergoeding), en - in hoofde van geïntimeerde op euro 1.100 rechtsplegingsvergoeding; Aldus gevonnist en uitgesproken ter openbare terechtzitting van de burgerlijke eerste kamer van het hof van beroep te Brussel, op 15/04/08 waar aanwezig waren en zitting hielden : Astrid DE PREESTER, Raadsheer d.d. Voorzitter, Evrard JANSSENS DE BISTHOVEN, Raadsheer, Marc DEBAERE, Raadsheer, Viviane DE VIS, Griffier. V. DE VIS M. DEBAERE E. JANSSENS DE BISTHOVEN A. DE PREESTER Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.