id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van beroep van Brussel Vonnis/arrest van 28 mei 2008 ECLI nr: ECLI:BE:CABRL:2008:ARR.20080528.12 Rolnummer: 2005AR2312 Rechtsgebied: Overige Invoerdatum: 2009-01-06 Raadplegingen: 91 - laatst gezien 2026-07-02 17:34 Fiche UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - TAALGEBRUIK GERECHTSZAKEN - Taalgebruik in hoger beroep Vrije woorden: I. Artikel 24 van de wet op het gebruik der talen in gerechtszaken. In casu, onontvankelijkheid van het verzoekschrift in hoger beroep wegens een aantal citaten uit in de Engelse taal gestelde faxberichten. II. De sanctie van de nietigheid bij miskenning van de taalvoorschriften (wet van 15 juni 1935) dient zelfs ambtshalve door de rechter ingeroepen te worden, en zelfs als de onregelmatigheid van de partij die ze inroept, haar belangen niet schaadt. Wettelijke bepalingen: Wet - 15-06-1935 - 24 Tekst van de beslissing Het HOF VAN BEROEP TE BRUSSEL, Aanvullende kamer 1S, (wet van 9 juli 1997), Nr.: na beraad spreekt het volgend arrest uit : A.R. Nr. 2005/AR/2312 Rep.nr.: 2008/ IN ZAKE VAN : Kamer 1S De BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de Minister van Sociale zaken en Volksgezondheid, met kantoren te 1210 Sint-Joost-ten-Node, Kunstlaan 7-9 appellant, vertegenwoordigd door meester Peter Eecloo, loco meester Rik Depla, advocaat te 8310 Sint-Kruis (Brugge), Karel Van Manderstraat 123, Eindarrest TEGEN : NUYTS GEBROEDERS EN ZOON B.V.B.A., met maatschappelijke zetel te 2390 Westmalle, Antwerpsesteenweg 340, geïntimeerde, vertegenwoordigd door meester Eric Vervaeke, advocaat te 2000 Antwerpen, Lange Nieuwstraat 21-
- (...) De vordering het verzoekschrift nietig te verklaren
- Nuyts stelt dat het verzoekschrift in hoger beroep van de Staat nietig is wegens miskenning van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik van talen in gerechtszaken.
- Het verzoekschrift in hoger beroep bevat een aantal citaten uit in het Engels gesteld faxberichten (bladzijden 5, 6, 10 en 11 van het verzoekschrift).
- Op grond van de hiervoor vermelde wet van 15 juni 1935, meer bepaald de artikels 2 en 24, moet het verzoekschrift in hoger beroep in het Nederlands gesteld zijn. De sanctie op de miskenning van deze voorschriften is de nietigheid, die door de rechter zelfs ambtshalve moet worden ingeroepen, en zelfs als de onregelmatigheid de belangen van de partij die ze opwerpt niet schaadt (Cassatie, 24 mei 1993, Arr.Cass. 1993, 519). Ook wanneer de akte van hoger beroep tevens feitelijke gegevens vermeldt ter ondersteuning van de gegrondheid van het hoger beroep, maar zij tot de grieven behoren die in het debat worden gebracht moet de andere partij er kennis van kunnen nemen in de taal van de rechtspleging. Het is daarbij zonder belang op welke plaats in de akte de vermeldingen in de andere taal dan die van de rechtspleging voorkomen (Cass., 26 september 2005 en 18 oktober 2004). Dat wil evenwel niet zeggen dat het volstaat dat er vermeldingen in een andere taal dan het Nederlands voorkomen om de nietigheid van het verzoekschrift tot gevolg te hebben. Een akte van de rechtspleging moet worden geacht geheel in de taal van de rechtspleging te zijn gesteld wanneer alle vermeldingen vereist voor de regelmatigheid van de akte in die taal zijn gesteld (Cass. 18 oktober 2004; voor een toepassing, zie Antwerpen, 22 mei 2006, NjW, 2006, 852, noot S.L., waar het hof oordeelt dat citaten geen middelen of argumenten zijn, en de vermelding ervan in een andere taal dan die van de rechtspleging geen nietigheid tot gevolg heeft).
- In deze zaak stelt het hof vast dat het in het Engels gesteld faxbericht uitgaande van de zogenoemde Technische Commissie (die de aanvraag van Nuyts tot het bekomen van schadevergoeding onderzocht) van 7 februari 2001 (bladzijde 5 van het verzoekschrift) zonder meer een citaat is en niet als argument of middel kan beschouwd worden. Het eveneens in het Engels gestelde antwoord van de Philippijnse bevoegde overheid, de nationale vleeswareninspectie, van 12 februari 2001 daarentegen (bladzijde 6 van het verzoekschrift) wordt door de Staat wel gebruikt als argument om de aanspraak van Nuyts te bestrijden. De inhoud van dit antwoord is evenwel zakelijk in het Nederlands weergegeven op bladzijde 7 van het verzoekschrift; het overnemen van het in Engels gestelde antwoord van de bevoegde overheid heeft dus niet de nietigheid van het verzoekschrift tot gevolg.
- Een tweede faxbericht van 7 maart 2002, uitgaande van de heer Devriendt, handelsattaché van Export Vlaanderen, handelende op vraag van de voornoemde Technische Commissie, is eveneens in het Engels gesteld (pagina's 10 en11 van het verzoekschrift), maar ook hier betreft het een louter citaat dat niet als een argument of middel kan worden beschouwd. Het antwoord van de nationale vleeswareninspectie van 27 maart 2002, in het Engels geciteerd op bladzijde 11 van het verzoekschrift, is echter wel een argument dat de Staat gebruikt om de eis van Nuyts te bestrijden, zoals blijkt uit volgende tekst uit het verzoekschrift: "Dit blijkt genoegzaam uit het faxbericht van de NMIC d.d. 27.03.2002 (stuk 7 verzoekster) in antwoord op de brief van de heer Devriendt, handelsattaché bij Export Vlaanderen in Manilla, d.d 07.03.2002 (stuk 6 verzoekster) waarin de hele problematiek haarfijn uit de doeken werd gedaan, met de uitdrukkelijke vermelding (en mededeling van de stukken ter zake) van het feit dat tegenstrijdige informatie werd ontvangen. Deze stukken hebben minstens dezelfde bewijswaarde als de door geïntimeerde overgelegde stukken, te meer omdat het niet altijd duidelijk is hoe, en onder welke omstandigheden, van of via wie geïntimeerde in het bezit van de door haar aangewende stukken is gekomen." (bladzijde 19 van het verzoekschrift). Het hof stelt vast dat de inhoud van het faxbericht van 27 maart 2002, dat door de Staat klaarblijkelijk als argument wordt gebruikt, nergens in het verzoekschrift in het Nederlands wordt weergegeven.
- Op die grond moet worden aangenomen dat het verzoekschrift nietig is wegens de miskenning van de artikels 2 en 24 van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik van talen in gerechtszaken. OM DEZE REDENEN, HET HOF, Rechtsprekende na tegenspraak, Gelet op art. 24 van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken; Zegt dat het verzoekschrift nietig is wegens miskenning van de artikels 2 en 24 van de genoemde wet van 15 juni 1935 op het gebruik van talen in gerechtszaken, zodat het hoger beroep niet toelaatbaar is. Veroordeelt de Belgische Staat tot de kosten van het beroep, vastgesteld in zijnen hoofde op 5.186 euro (186+5.000) en in hoofde van geïntimeerde op 5.206,66 euro (206.66+5.000). Aldus gevonnist door : De heer E. Janssens de Bisthoven, raadsheer, d.d. voorzitter, Mevrouw C. Vanderkerken, raadsheer, De heer M. Boes, plaatsvervangend raadsheer, magistraten van de kamer 1S van het hof van beroep te Brussel, die aan de beraadslaging hebben deelgenomen overeenkomstig artikel 778 van het Gerechtelijk Wetboek, en, gezien de wettige verhindering van mevrouw Vanderkerken, uitgesproken overeenkomstig de beschikking van de heer Eerste Voorzitter van dezelfde datum, en bij toepassing van artikel 779 van het Gerechtelijk Wetboek, in openbare burgerlijke zitting van de kamer 1S van het hof van beroep te Brussel op 28 mei 2008, waar aanwezig waren : De heer E. Janssens de Bisthoven, raadsheer, d.d. voorzitter, De heer E. Vander Stadt, plaatsvervangend raadsheer, De heer M. Boes, plaatsvervangend raadsheer, De heer Th. Gillioen, e.a. adjunct-griffier. Th. Gillioen M. Boes E. Vander Stadt E. Janssens de Bisthoven Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div