id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van beroep van Brussel Vonnis/arrest van 05 juni 2008 ECLI nr: ECLI:BE:CABRL:2008:ARR.20080605.10 Rolnummer: 2007AR515 Rechtsgebied: Overige Invoerdatum: 2011-04-05 Raadplegingen: 80 - laatst gezien 2026-07-02 17:36 Fiche Artikel 730 § 2 Ger.W. is niet toepasselijk is op een vereffening-verdeling: art. 1219 § 2 Ger.W. bepaalt immers dat de zaak bij de rechtbank aanhangig wordt gemaakt door de neerlegging van het proces-verbaal van beweringen en zwarigheden, waartoe de notaris gehouden is binnen een maand nadat dit proces-verbaal is opgemaakt; de rechtbank bepaalt dan het tijdstip van de zitting ambtshalve. Voor het opmaken van het proces-verbaal zelf, volgend op de staat van vereffening met voorstel tot verdeling, legt de wet geen termijnen op. Van ambtshalve weglating van de rol kan inzake vereffening-verdeling dus geen sprake zijn. UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - RECHTSPLEGING - Inleiding van de zaak - Weglating en doorhaling GERECHTELIJK RECHT - BIJZONDERE RECHTSPLEGINGEN (BURGERLIJKE ZAKEN) - Onverdeelde goederen - Gerechtelijke verdeling Vrije woorden: Bijzondere rechtspleging van de gerechtelijke verdelng. Weglating van de rol. Artikel 730, §2 Grr. W. Tekst van de beslissing Het HOF VAN BEROEP TE BRUSSEL, Aanvullende kamer 3S, (wet van 9 juli 1997), Nr.: na beraad spreekt het volgend arrest uit : A.R. Nr. 2007/AR/515 Rep.nr.: 2008/ IN ZAKE VAN : V. E., wonende te appellante, geïntimeerde op incidenteel beroep, TEGEN : Kamer 3S M. G., wonende te Eindarrest geïntimeerde, appellant op incidenteel beroep, vertegenwoordigd door meester Christos Gounakis, loco meester Yves Nelissen Grade, advocaat te 3001 Heverlee, Ubicenter - Philipssite 5 - 2de verd. *********************** Samenvatting Artikel 730 § 2 Ger.W. is niet toepasselijk is op een vereffening- verdeling: art. 1219 § 2 Ger.W. bepaalt immers dat de zaak bij de rechtbank aanhangig wordt gemaakt door de neerlegging van het proces-verbaal van beweringen en zwarigheden, waartoe de notaris gehouden is binnen een maand nadat dit proces-verbaal is opgemaakt; de rechtbank bepaalt dan het tijdstip van de zitting ambtshalve. Voor het opmaken van het proces-verbaal zelf, volgend op de staat van vereffening met voorstel tot verdeling, legt de wet geen termijnen op. Van ambtshalve weglating van de rol kan inzake vereffening-verdeling dus geen sprake zijn. Gelet op het verzoekschrift tot hoger beroep, neergelegd ter griffie van het Hof op 16 februari 2007, tegen het vonnis van de rechtbank van eerste aanleg te Leuven gewezen op 12 december 2006, waarvan de heer M. verklaart dat het op 18 januari 2007 werd betekend, zonder echter het exploot van betekening voor te leggen. Gelet op het proces-verbaal met beschikking op grond van art. 747 § 2 van het Gerechtelijk Wetboek, en op de door partijen tijdig neergelegde conclusies in hoger beroep. Gehoord, het pleidooi voor de heer M. bij monde van zijn advocaat, ter openbare terechtzitting van 6 maart 2008, waarop mevrouw V. niet aanwezig was, noch iemand voor haar. I. Wat voorafging Aanwijzing van de notarissen in deze procedure van vereffening en verdeling. De heer G. M. en mevrouw E. V. zijn gehuwd op 26 januari 1963 onder het stelsel van scheiding van goederen met vennootschap van aanwinsten, ingevolge huwelijkscontract verleden voor notaris ...te Z. op 15 december
- Toen droeg de heer M. nog de naam ...; zijn naamswijziging was het gevolg van zijn adoptie door zijn stiefvader, zo verklaarde zijn advocaat ter zitting. De heer M. en mevrouw V. zijn uit de echt gescheiden. Bij vonnis van de rechtbank van eerste aanleg te Leuven op 27 februari 1989 V.werd de echtscheiding uitgesproken en werd de vereffening en verdeling van de tussen partijen bestaande ‘gemeenschap' bevolen. Notaris V. te Z. werd als boedelnotaris aangewezen; notaris J., eveneens te Z. werd aangewezen om niet verschijnende en weigerende partijen te vertegenwoordigen. Tegen dit vonnis diende mevrouw V. hoger beroep in. Het incidenteel beroep van de heer M. was beperkt tot de vaststelling van de datum van de feitelijke scheiding van partijen, maar hij vroeg ook een schadevergoeding voor tergend en roekeloos geding. Het vonnis werd, voor wat betreft de uitspraak van de echtscheiding en de aanwijzing van de notarissen, bevestigd door het Hof van beroep te Brussel bij arrest van 28 september
- Tegen dit arrest diende mevrouw V. een voorziening in cassatie in. De voorziening in cassatie tegen dit arrest werd verworpen bij arrest van het Hof van cassatie van 9 december
- De echtscheiding werd in de registers van de burgerlijke stand gemeld op 25 januari
- De aangestelde notarissen waren inmiddels vervangen. Notarissen V. V. en G. J. werden immers door hun zonen, resp. ... opgevolgd; daarom werd in een nieuwe aanstelling voorzien bij vonnis van 16 januari
- Dit vonnis werd uitvoerbaar verklaard bij voorraad. Tegen dit vonnis stelde mevrouw V. hoger beroep in; het Hof van beroep bevestigde de aanstelling van beide notarissen bij arrest van 17 maart
- Bij vonnis van de rechtbank van eerste aanleg van 5 september 2005 werd notaris .... J. vervangen door notaris S. om de niet verschijnende en weigerende partijen te vertegenwoordigen. Hiertegen werd geen hoger beroep ingesteld. Werkzaamheden van de boedelnotaris. Het proces-verbaal van opening van werkzaamheden werd opgemaakt op 4 september
- De staat van vereffening werd opgemaakt op 14 november
- Het proces-verbaal van beweringen en zwarigheden werd opgemaakt op 12 januari
- De notaris gaf in dat proces-verbaal ook zijn standpunt weer. De boedelnotaris legde het dossier ter griffie van de rechtbank van eerste aanleg neer. De rechtbank van eerste aanleg te Leuven sprak zich in het bestreden vonnis van 12 december 2006 over de bezwaren uit, stelde een deskundige aan om de huurwaarde resp. de venale waarden van de door hem aangewezen onroerende goederen te schatten, en verzond de zaak terug naar de boedelnotaris met als opdracht om rekening houdend met de beslissingen van de eerste rechter, het deskundig verslag en de opmerkingen van partijen op dit verslag, zijn staat van vereffening en verdeling aan te passen. II. Hoger beroep Tegen dit vonnis stelt mevrouw V. hoger beroep in. Zij formuleert talrijke grieven tegen het bestreden vonnis. De heer M. stelt incidenteel hoger beroep in, en formuleert eveneens een aantal grieven tegen het bestreden vonnis. III. Beoordeling Ontvankelijkheid van de gerechtelijke procedure Mevrouw V. stelt dat de gerechtelijke vereffenings-procedure voortaan onontvankelijk zou zijn. De zaak werd immers, zo stelt zij, gedurende een periode van meer dan 3 jaar niet voortgezet. Overeenkomstig art. 730 Ger.W. had de zaak bijgevolg, bij gebrek aan verzoek tot handhaving, ambtshalve van de algemene rol moeten weggelaten worden, en kon ze slechts na betaling van rolrechten terug ingeschreven worden, zo luidt haar standpunt. De eerste rechter antwoordde hierop dat artikel 730 § 2 Ger.W. niet toepasselijk is op een vereffening-verdeling. Mevrouw V. blijft dit betwisten. Bovendien verwijt ze de eerste rechter dat hij terzake ambtshalve op haar onontvankelijkheidsgrond antwoordde, en aldus ‘ambtshalve de verdediging van de verweerder heeft gevoerd', wat in strijd is met het ‘beginsel van de passiviteit dat van openbare orde is'. Het door mevrouw V. aangenomen standpunt betreffende de weglating van de rol wordt door de wet zelf tegengesproken: art. 1219 § 2 Ger.W. bepaalt immers dat de zaak bij de rechtbank aanhangig wordt gemaakt door de neerlegging van het proces-verbaal van beweringen en zwarigheden, waartoe de notaris gehouden is binnen een maand nadat dit proces-verbaal is opgemaakt; de rechtbank bepaalt dan het tijdstip van de zitting ambtshalve. Voor het opmaken van het proces-verbaal zelf, volgend op de staat van vereffening met voorstel tot verdeling, legt de wet geen termijnen op. Van ambtshalve weglating van de rol kan inzake vereffening-verdeling dus inderdaad geen sprake zijn. De rechter die in dergelijke omstandigheden op de draagwijdte van de wet wijst kan niet verweten worden dat hij ‘de verdediging' van een partij voert. Mevrouw V. verwijt de eerste rechter dat hij geweigerd heeft op dit punt de debatten te heropenen ten einde de Belgische Staat in deze zaak te roepen op grond van het verlies van een kans in dit geschil. Op een dergelijk onduidelijk geformuleerd en niet nader verantwoord bezwaar kan het Hof niet nader ingaan. (...) (...) OM DEZE REDENEN, HET HOF, (...) Zegt het hoger beroep en het incidenteel hoger beroep ontvankelijk en gedeeltelijk gegrond. Bevestigt het bestreden vonnis waar het : - de gerechtelijke vereffeningsprocedure ontvankelijk verklaart, evenals de bezwaren van partijen; - (...); - de zaak naar de boedelnotaris verwijst om zijn staat van vereffening aan te passen aan het deskundig verslag en de opmerkingen van partijen op dit deskundig verslag, en aan de beslissingen van de eerste rechter, doch slechts voor zover deze beslissingen door het Hof niet werden hervormd. (...) Aldus gevonnist en uitgesproken in openbare terechtzitting van de kamer 3S van het hof van beroep te Brussel op 5 juni 2008 waar aanwezig waren : Mevrouw H. Casman, plaatsvervangend raadsheer, d.d. voorzitter, Mevrouw N. Barbé, plaatsvervangend raadsheer, Mevrouw B. Verhaeren, plaatsvervangend raadsheer, (...) Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div