← België

ECLI:BE:CABRL:2008:ARR.20080617.11

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van beroep van Brussel Vonnis/arrest van 17 juni 2008 ECLI nr: ECLI:BE:CABRL:2008:ARR.20080617.11 Rolnummer: 2001AR2919 Rechtsgebied: Burgerlijk recht Invoerdatum: 2009-01-22 Raadplegingen: 117 - laatst gezien 2026-07-02 17:40 Fiche UTU-thesaurus: BURGERLIJK RECHT - VERBINTENISSENRECHT- ALGEMENE BEGINSELEN - Oneigenlijke contracten - Zaakwaarneming Vrije woorden: Zaakwaarneming. Vrijwillig karakter. Geen vrijwliig karakter wanneer de beweerde zaakwaarnemer (in casu een ziekhuis) handelt in kader van haar ziekenhuisactiviteiten. Tekst van de beslissing ARREST N° Het Hof van Beroep te BRUSSEL, eerste kamer, na beraadslaging, spreekt volgend arrest uit : Rep. Nr. 2008/ A.R. nr. 2001/AR/2919 INZAKE VAN : De naamloze vennootschap ATLANTIS, waarvan de maatschappelijke zetel gevestigd is te 1050 BRUSSEL, Louizalaan 149 B 24, en de uitbatingszetel te 1600 SINT-PIETERS-LEEUW, Sint-Stevensstraat 1, ingeschreven in het handelsregister te Brussel onder het nummer 608.246, appellante tegen een vonnis uitgesproken door de rechtbank van eerste aanleg te Brussel 28 september 2001, vertegenwoordigd door Meester Philippe MULLIEZ, advocaat te 1500 HALLE, Groeningenstraat 22, 1ste kamer TEGEN : 1) De V.Z.W. UNIVERSITAIR VERPLEGINGSCENTRUM SINT-PIETER, afgekort U.V.C. SINT-PIETER, publiekrechtelijke vereniging geregeld door de wet van 8 juli 1976, waarvan de maatschappelijke zetel gevestigd is te 1000 BRUSSEL, Hoogstraat 322, geïntimeerde, vertegenwoordigd door Meester Sylvain SILBER, advocaat te 1180 BRUSSEL, Dieweg 274, 2) De VLAAMSE MILIEUMAATSCHAPPIJ, Intern Verzelfstandigd Agentschap, IVA, met rechtspersoonlijkheid, waarvan de bestuurszetel gevestigd is te 9320 EREMBOEDEGEM, Alfons Vande Maelestraat 30, geïntimeerde, vertegenwoordigd door Meester Dirk DE GREEF, advocaat te 1731 ZELLIK, Noorderlaan 30, 3) De GEMEENTE SINT-PIETERS-LEEUW, vertegenwoordigd door haar College van Burgemeester en Schepenen, waarvan de burelen gevestigd zijn te 1600 SINT-PIETERS-LEEUW, Pastorijstraat 21, geïntimeerde, vertegenwoordigd door Meester Lieven VAN BESIEN loco Meester Jan DE BONDT, advocaat te 1070 BRUSSEL, Ninoofsesteenweg 643, Gelet op de stukken van de rechtspleging, inz.: - het vonnis van de rechtbank van eerste aanleg te Brussel (22ste kamer) na tegenspraak uitgesproken op 28 september 2001, waarvan geen betekening wordt voorgelegd; - het verzoekschrift tot hoger beroep, op 7 december 2001 ter griffie van het hof neergelegd; - het arrest van deze kamer uitgesproken op 18 maart 2002 waarbij de voorlopige tenuitvoerlegging van het bestreden vonnis werd toegestaan zonder uitsluiting van de mogelijkheid tot het kantonneren; - de conclusie en aanvullende conclusie van appellante; - de conclusie, aanvullende conclusie en tweede aanvullende conclusie van eerste geïntimeerde UVC Sint-Pieter; - de conclusie en aanvullende conclusie van tweede geïntimeerde, het Vlaamse Gewest; - de akte van gedinghervatting, op 28 december 2006 ter griffie van het hof neergelegd, waarbij het geding namens het Vlaamse Gewest vrijwillig hervat wordt door de Vlaamse Milieumaatschappij; - de conclusie en aanvullende conclusie van derde geïntimeerde, de gemeente Sint-Pieters-Leeuw. Gehoord de advocaten van partijen ter openbare terechtzitting van 6 mei 2008 en gelet op de stukken die zij neerlegden. I. Procedure in eerste aanleg

  1. Bij exploot van 18 januari 1999 heeft NV Atlantis een vordering ingesteld voor de rechtbank van eerste aanleg te Brussel tegen het Vlaamse Gewest in betaling van een provisioneel bedrag van 250.000 BEF, te vermeerderen met de vergoedende interesten vanaf 19 april 1998 en de kosten. De vordering had betrekking op de schade die NV Atlantis op 19 april 1998 had geleden ingevolge wateroverlast aan haar gebouw te Sint-Pieters-Leeuw, Sint-Stevensstraat 1, schade die toegeschreven was aan een fout of nalatigheid van het Gewest in het beheer van de Zuunbeek, waterloop van de eerste categorie, waardoor er afval blokkeerde aan een traliehek waar de beek haar ondergrondse loop begint.
  2. Bij dagvaarding van 2 augustus 1999 heeft de "Centre Hospitalier Universitaire Saint-Pierre, en abrégé CHU Saint-Pierre, vereniging onder de wet van 8 juli 1976" een vordering ingesteld tegen de NV Atlantis voor dezelfde rechtbank in betaling van 1.373.851 BEF volgens factuur FS/57/04-98/269 vermeerderd met de moratoire interesten vanaf 23 juni 1998, datum van de ingebrekestelling alsook een "schadevergoeding wegens rechtsmisbruik" van 50.000 BEF en de gerechtskosten. Deze partij concludeerde later onder de benaming "Het Universitair Medisch Centrum Sint-Pieter, vereniging onderworpen aan de wet van 8 juli 1976". De gevorderde som betrof de kosten voor de dringende opvang van 45 bejaarde kostgangers die uit het rusthuis uitgebaat door NV Atlantis, op vraag van deze laatste dienden geëvacueerd te worden en opgenomen in het Universitair Medisch Centrum Sint-Pieter , hierna UMC Sint-Pieter, soms ook genoemd Universitair Verplegingscentrum (UVC) Sint-Pieter.
  3. Bij exploot van 1 december 1999 heeft de NV Atlantis het Vlaamse Gewest opnieuw voor de rechtbank van eerste aanleg te Brussel gedagvaard, ditmaal om het Vlaamse Gewest te horen tussenkomen in de zaak ingeleid door het UMC Sint-Pieter en om haar te vrijwaren tegen alle veroordeling ten voordele van deze partij.
  4. Op 20 januari 2000 heeft de NV Atlantis een nieuwe vordering tot gedwongen tussenkomst en vrijwaring ingesteld tegen de gemeente Sint-Pieters-Leeuw.
  5. In de loop van het geding heeft het UMC Sint-Pieter in ondergeschikte orde een tussenvordering ingesteld tegen het Vlaamse Gewest en de gemeente Sint-Pieters-Leeuw in betaling van het gevorderde bedrag van 1.330.479 BEF plus interesten en kosten. De NV Atlantis stelde een tegenvordering in tegen het UMC Sint-Pieter tot betaling van 100.000 BEF wegens tergend bewarend beslag waarbij zij ten onrechte in een slecht daglicht zou zijn gesteld tegenover zowel haar kostgangers als de overheid.
  6. Bij het bestreden vonnis heeft de rechtbank de hoofdvordering van het UMC Sint-Pieter ontvankelijk en gegrond verklaard en de NV Atlantis veroordeeld tot betaling van 1.262.104 BEF vermeerderd met de moratoire interesten vanaf 23 juni 1998 en de gerechtelijke interesten. De tegenvordering van Atlantis en haar vorderingen tegen het Vlaamse Gewest en de gemeente Sint-Pieters-Leeuw werden ongegrond verklaard en de NV Atlantis werd in alle gerechtskosten veroordeeld. II. Procedure voor het hof
  7. Voor het hof vraagt appellante NV Atlantis het bestreden vonnis te hervormen en, opnieuw rechtsprekende,

(1)de oorspronkelijke vordering van het UMC Sint-Pieter onontvankelijk te verklaren (wegens vermelding in het Frans van de benaming van het UMC Sint-Pieters in de oorspronkelijke dagvaarding),
(2)minstens de aangerekende kost te herleiden tot 2.642 BEF per dag i.p.v. het ten onrechte aangerekende bedrag,
(3)meer ondergeschikt, het overleggen te bevelen van de briefwisseling en alle documenten met het RIZIV teneinde de tussenkomst van het RIZIV te kunnen nagaan. Appellante hervat voor het overige haar vordering tot vrijwaring tegen het Vlaamse Gewest en de gemeente Sint-Pieters-Leeuw, met veroordeling van geïntimeerden tot de gerechtskosten van beide aanleggen. Het hoger beroep werd tijdig en regelmatig ingesteld en is ontvankelijk.
  1. Geïntimeerde UMC Sint-Pieter besluit tot de ongegrondheid van het hoger beroep, en stelt een incidenteel beroep in waarbij zij ten laste van de NV Atlantis het gehele bedrag van 34.026,88 euro (1.373.851 BEF) vordert, te vermeerderen met de moratoire interesten vanaf 23 juni 1998, de gerechtelijke interesten en de kosten van beide aanleggen.
  2. Het Vlaamse Gewest, wiens geding hervat werd door de Vlaamse Milieumaatschappij, en de gemeente Sint-Pieters-Leeuw besluiten tot de ongegrondheid van het hoger beroep in zoverre als tegen hen gericht. III. Relevante feitelijke gegevens
  3. Het hof verwijst naar de omstandige uiteenzetting in het bestreden vonnis. Samengevat komt het hierop neer dat, in de nacht van 18 op 19 april 1998, de NV Atlantis, die sinds januari 1998 een bejaardentehuis te Sint-Pieters-Leeuw (wijk Negenmanneke) uitbaat, een beroep deed op de brandweer Halle ingevolge wateroverlast in de kelders. Uit vrees voor de veiligheid van de bejaarden, nu zowel de elektriciteitsmeters als de verwarming zich in de ondergelopen kelders bevonden, werd er overgegaan tot de evacuatie van de 45 aanwezige bejaarden, eerst naar de plaatselijke Sporthal en, in een tweede fase, op zondagmorgen 19 april 1998 naar het Sint-Pieters-Ziekenhuis te Brussel.
  4. Bij brief van 21 april 1998 schreef het UMC Sint-Pieter aan NV Atlantis om de situatie van de opgevangen kostgangers te beschrijven: twee personen werden resp. op zondag 19 april en op maandag 20 april 1998 door hun familie teruggenomen, 24 kostgangers keerden op maandag 20 april 1998 's avonds naar de instelling van NV Atlantis terug en 18 op dinsdag 21 april 's middags. Eén persoon verbleef nog in het UMC Sint-Pieter wegens gezondheidsproblemen. In deze brief bevestigde het UMC Sint-Pieter hetgeen al mondeling gezegd werd, nl. dat het UMC Sint-Pieters "zo vlug mogelijk een factuur (zou) overmaken voor de kosten die de operatie heeft teweeggebracht in het UMC Sint-Pieter, opdat (NV Atlantis) deze zou kunnen verhalen op (haar) verzekeringsmaatschappij".
  5. Op 23 april 1998 stuurt het UMC Sint-Pieter zijn factuur nr. FS/57/04-98/269 op voor de totale som van 1.373.851 BEF. De factuur vermeldt als onderwerp "Voor de opvang van uw kostgangers van 19 tot 21 april 1998". Aan de factuur wordt een bijlage gevoegd "Detail van de factuur": - Tussenkomst van de MUG-teams van het UMC Sint-Pieter, 2 x 4 personen x 25.000 BEF: 200.000 BEF - Terugroepen in dienst met het oog op de algemene coördinatie, 8 uur dienstchef nursing + 4 uur algemene directie: 64.625 BEF - Overuren administratief personeel spoedzorgen: 5 uren: 3.750 BEF - Verblijfkosten van de kostgangers Berekend aan 10.838 BEF per dag en per persoon: 1.105.476 BEF Totaal: 1.373.851 BEF
  6. Op 23 juni 1998 nodigde de leidinggevend ambtenaar van het UMC Sint-Pieter de NV Atlantis uit om inlichtingen te verstrekken over de concrete resultaten van haar besprekingen met haar verzekeraar. Het UMC Sint-Pieter benadrukte "niet te kunnen tussenkomen in het probleem van de aansprakelijkheid".
  7. Een rappel tot betaling van de factuur werd op 17 november 1998 opgestuurd door het UMC Sint-Pieter. De raadsman van de het UMC Sint-Pieter verwees bij brief van 26 november 1998 naar de brief van 21 april 1998 en naar diverse telefonische gesprekken en betwistte de factuur door te stellen "dat de rekening van (het) ziekenhuis haar oorsprong vindt in een bevel tot ontruiming van een bejaardentehuis gegeven door de plaatselijke overheid, naar aanleiding van een overstroming veroorzaakt door het overlopen van de Dender , wiens loop verhinderd werd door vuilnis. De opdracht tot ziekenhuisopname werd dus niet door (de NV Atlantis) gegeven, maar door de plaatselijke overheid." Volgens de NV Atlantis moest het UMC Sint-Pieter dan ook de factuur aanbieden aan de plaatselijke overheid of aan de individuele patiënten zelf. Ondergeschikt werd het bedrag van de factuur deels betwist. Het dossier van appellante bevat nog een faxbericht van 8 mei
  8. Bij dit bericht al wordt door de NV Atlantis de factuur betwist, zowel wat de ten laste gelegde bedragen betreft als op grond van de overweging dat het bevel tot evacuatie niet van de NV Atlantis kwam "maar wel van de brandweer en de burgemeester van Sint-Pieters-Leeuw". De ontvangst van het faxbericht wordt door het UMC Sint-Pieter niet ontkend. Het UMC Sint-Pieter maakt zelf gewag van het faxbericht (zie beroepsconclusie van eerste geïntimeerde, p. 4).
  9. De raadsman van het UMC Sint-Pieter antwoordde op 9 december 1998 dat het ziekenhuis "ENKEL EN ALLEEN door (de NV Atlantis) bij monde van haar beheerder (werd) gecontacteerd met de vraag tot opvang van alle bejaarden". Hij verwees verder naar het uitblijven van reacties in hoofde van de NV Atlantis na ontvangst van de brieven en de factuur. IV. Bespreking 1°. Ontvankelijkheid van de oorspronkelijke vordering van UMC Sint-Pieters
  10. De exceptie van nietigheid van de oorspronkelijke dagvaarding namens het UMC Sint-Pieter onder haar benaming in de Franse taal werd voor het eerst in hoger beroep opgeworpen. Deze exceptie is ongegrond gelet op de dekking van de nietigheid door het bestreden vonnis (art. 40, tweede lid, van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken).
  11. Even ten onrechte houdt appellante voor dat het UMC Sint-Pieter geen "rechtsgeldige hoedanigheid" zou hebben en dat het "juridisch niet bestaat". Eerste geïntimeerde heeft haar oprichtingsakte d.d. 21 december 1995 en statuten voorgelegd. Zij werd opgericht als publiekrechtelijke vereniging overeenkomstig het hoofdstuk XII van de organieke wet van 8 juli 1976 betreffende de OCMW's en kon in deze hoedanigheid haar oorspronkelijke vordering instellen. Als vereniging bezit zij rechtspersoonlijkheid (art. 121 van de organieke wet van 8 juli 1976).
  12. Tenslotte betwist appellante ten onrechte de ontvankelijkheid van de vordering bij "gebrek aan contractuele band". Het bestaan van een contractuele relatie tussen partijen slaat op de gegrondheid en niet op de ontvankelijkheid van de vordering. 2° Ten gronde: de vordering van het UMC Sint-Pieter
  13. Eerste geïntimeerde stelt dat de bestuurder van het rusthuis Atlantis, de heer Durang, zelf op 19 april 1998 contact opnam met het UMC Sint-Pieter met het oog op de dringende opname van de bejaarden. De NV Atlantis is bovendien zelf verantwoordelijk voor haar kostgangers, zodat zij volkomen rechtsgeldig de opvangkosten aan appellante factureerde.
  14. Eerste geïntimeerde voert aan dat er een contractuele relatie met appellante is ontstaan nu zij door de NV Atlantis, via de heer Durang, de opdracht heeft gekregen haar bejaarden dringend op te vangen. Appellante betwist ooit opdracht te hebben gegeven aan eerste geïntimeerde om de bejaarden op te nemen. Zij betwist dat de heer Durang het UMC Sint-Pieter contacteerde voor deze opvang.
  15. Het behoort aan eerste geïntimeerde, in haar hoedanigheid van eisende partij, om het bewijs van de contractuele verbintenis van appellante te leveren. Te dezen wordt dit bewijs niet geleverd: · het bestaan van een rechtstreeks (telefonisch of fysiek ?) contact tussen de heer Durang en het UMC Sint-Pieter op 19 april 1998 wordt niet aangetoond; · noch de factuur van 23 april 1998, noch de brieven van 21 april 1998 of van 17 november 1998 maken allusie op een soortgelijk contact; · de NV Atlantis heeft nauwelijks twee weken na ontvangst van de factuur een faxbericht verstuurd aan het UMC Sint-Pieter met als onderwerp "Betwisting factuur nr. FS/57/04-98/269"; bij dit bericht liet appellante gelden: "Het bevel tot evacuatie kwam niet van ons, de directie van het rusthuis, maar wel van de brandweer en de burgemeester van Sint-Pieters-Leeuw. Toch worden alle kosten op ons verhaald!?"; op dit faxbericht heeft eerste geïntimeerde geen schriftelijk antwoord gegeven; · in zijn brief van 17 november 1998 verduidelijkt de raadsman van appellante: "de opdracht tot ziekenhuisopname werd dus niet door (de NV Atlantis) gegeven, maar door de plaatselijke overheid"; · pas dan stelde eerste geïntimeerde, bij monde van haar raadsman, dat het verzoek tot opvang van de bejaarden van de appellante uitging, meer bepaald van de heer Durang; · volgens sommige krantenknipsels voorgelegd door appellante hebben "de hulpdiensten en burgemeester Felicien Bosmans besloten om de bejaarden over te brengen naar het Sint-Pietersziekenhuis in Brussel" NV Atlantis ; · het initiatief van de burgemeester vindt overigens bevestiging in het verslag d.d. 21 april 1998, opgesteld door politiecommissaris Noël Hoeven, korpschef van de politie Sint-Pieters-Leeuw: "Om 9 uur werd door de burgemeester beslist - na overleg met de verantwoordelijke van Atlantis, het Rode Kruis en de brandweer - om al de bejaarden over te brengen naar Sint-Pieter in Brussel". Het is bovendien volledig logisch dat de burgemeester, handelend in het kader van zijn functies, deze beslissing tot opname van de bejaarden nam. Het bevel werd overigens gegeven op het ogenblik dat de bejaarden reeds het rusthuis van appellante hadden verlaten. Dat de burgemeester overleg pleegde o.m. met de directie van de NV Atlantis impliceert niet dat appellante het UMC Sint-Pieter opdracht gaf om de bejaarden op te vangen en dat zij zich verbond de opvangkosten te dragen. Een contractuele verplichting in hoofde van appellante om de kosten te betalen wordt niet bewezen.
  16. Eerste geïntimeerde is evenmin gehouden de kosten voor opvang in het UMC Sint-Pieter te betalen om de enige reden dat zij "zelf verantwoordelijk voor haar kostgangers" zou zijn. Eerste geïntimeerde laat overigens na desbetreffend de rechtsgrond van haar vordering aan te geven. Het UMC Sint-Pieter kan zich onmogelijk op de leer van de zaakwaarneming beroepen (art. 1372 - 1375 B.W.). Het UMC Sint-Pieter heeft niet vrijwillig, d.w.z. buiten enige wettelijke of contractuele verplichting om, doch niet uit vrijgevigheid en evenmin louter om eigen belang, een nuttige handeling verricht ter behartiging van de belangen van appellante. Het UMC Sint-Pieter is niet voor rekening van appellante opgetreden maar op vordering van de burgemeester van Sint-Pieters-Leeuw. Bovendien heeft het UMC Sint-Pieter gehandeld in het kader van haar ziekenhuisactiviteiten, en niet op vrijwillige wijze. De voorwaarden van de zaakwaarneming zijn dus niet vervuld .
  17. Het hoger beroep is gegrond in zoverre de eerste rechter de vordering van eerste geïntimeerde tegen appellante gegrond verklaarde. Voor het hof heeft eerste geïntimeerde haar ondergeschikte vordering tegen de huidige medegeïntimeerden niet hervat. 3° De vorderingen van appellante tegen het Vlaamse Gewest en de gemeente
  18. Appellante benadrukt dat er zich verscheidene gevallen van wateroverlast in de omgeving hebben voorgedaan. Zij verwijt aan het Vlaamse Gewest, thans de Vlaamse Milieumaatschappij, niet de nodige voorzorgsmaatregelen te hebben getroffen om deze herhaling te voorkomen en om het onderhoud van de Zuunbeek te hebben nagelaten.
  19. Appellante laat na haar verwijten te staven. Er wordt geen enkel objectief technisch verslag voorgelegd ter bevestiging van een fout van de overheid. De enkele krantenknipsels die appellante voorlegt leveren geen afdoend bewijs van een nalatigheid of fout van het Gewest. Tweede en derde geïntimeerden leggen hunnerzijds meerdere verslagen van de brandweer voor waaruit het hof afleidt dat appellante zelf verzuimd heeft gevolg te geven aan de herhaalde aanbevelingen van de brandweerdiensten om haar waterafvoer van een terugslagklep te voorzien teneinde te voorkomen dat het water van de Zuunbeek in haar kelders via de rioleringen zou terugstromen . De NV Atlantis heeft verzuimd de nodige beveiliging te installeren en is zelf aansprakelijk voor de door haar geleden schade. Het staat trouwens niet vast dat de Zuunbeek op het ogenblik der feiten buiten haar oevers is gelopen.
  20. Wat de aansprakelijkheid van de gemeente betreft, blijft appellante in gebreke aan te tonen dat het bevel tot evacuatie niet had moeten gegeven worden of dat de operatie niet op behoorlijke wijze gebeurde. De burgemeester heeft terecht prioriteit gegeven aan de veiligheid van de 45 bejaarde residenten van het rusthuis en het uitzonderlijke en hoogdringende karakter van de situatie rechtvaardigde het transport met de MUG. Het hoger beroep is ongegrond in zover het de vorderingen tegen tweede en derde geïntimeerden betreft. 4°. Nopens de gerechtskosten
  21. Partijen, met uitzondering van appellante, hebben ter zitting verklaard hun rechtsplegingsvergoeding te begroten op het basistarief zoals vastgesteld bij het K.B. van 26 oktober 2007 tot vaststelling van het tarief van de rechtsplegingsvergoeding bedoeld in art. 1022 Ger. W. en tot vaststelling van de datum van inwerkingtreding van de art. 1 tot 13 van de wet van 21 april 2007 betreffende de verhaalbaarheid van de erelonen en de kosten verbonden aan de bijstand van de advocaat. Appellante verklaarde het minimumtarief te vorderen. Gelet op het bedrag in geschil wordt de RPV (basisbedrag) begroot op 2.000 euro . OM DEZE REDENEN : HET HOF, Rechtdoende op tegenspraak, Gelet op artikel 24 van de wet van 15 juni 1935 op het taalgebruik in gerechtszaken; Geeft akte aan de Vlaamse Milieumaatschappij van haar gedinghervatting; Verklaart het hoger beroep ontvankelijk en deels gegrond. Hervormt het bestreden vonnis in zoverre het uitspraak doet over de gegrondheid van de oorspronkelijke vordering van het UMC Sint-Pieter. Opnieuw rechtsprekende, verklaart deze vordering ongegrond. Verklaart het hoger beroep voor het overige ongegrond. Verklaart het incidenteel beroep ontvankelijk doch ongegrond. Veroordeelt het UMC Sint-Pieter in de gerechtskosten van beide aanleggen, de gerechtskosten in eerste aanleg zoals door de eerste rechter begroot en de gerechtskosten voor het hof in hoofde van eerste geïntimeerde begroot op euro 2.000 rechtsplegingsvergoeding en in hoofde van appellante op euro 1.185,92 (185,92 rolrecht + 1.000 rechtsplegingsvergoeding). Veroordeelt de NV Atlantis in de gerechtskosten van het hoger beroep, begroot in hoofde van derde en vierde geïntimeerden op elk euro 2.000 rechtsplegingsvergoeding. Aldus gevonnist en uitgesproken ter openbare terechtzitting van de burgerlijke eerste kamer van het hof van beroep te Brussel, op 17/06/08 waar aanwezig waren en zitting hielden : Astrid DE PREESTER, Raadsheer d.d. Voorzitter, Evrard JANSSENS DE BISTHOVEN, Raadsheer, Marc DEBAERE, Raadsheer, Viviane DE VIS, Griffier. V. DE VIS M. DEBAERE E. JANSSENS DE BISTHOVEN A. DE PREESTER Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.