← België

ECLI:BE:CABRL:2008:ARR.20080728.2

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van beroep van Brussel Vonnis/arrest van 28 juli 2008 ECLI nr: ECLI:BE:CABRL:2008:ARR.20080728.2 Rolnummer: 2008/AR/659 Rechtsgebied: Overige Invoerdatum: 2009-01-05 Raadplegingen: 92 - laatst gezien 2026-07-02 17:47 Fiche UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - GERECHTELIJK RECHT- ALGEMENE BEGINSELEN - Begrippen - Onsplitsbaarheid GERECHTELIJK RECHT - BIJZONDERE RECHTSPLEGINGEN (BURGERLIJKE ZAKEN) - Onverdeelde goederen - Gerechtelijke verdeling GERECHTELIJK RECHT - NOTARIAAT - Ambt Vrije woorden: Gerechtelijke vereffening-verdeling. I. vervanging van de drie aangestelde notarissen. Motieven. Procedure. Bevoegdheid ratione materiae: respectieve bevoegdheid van de boedelrechter, en van het hof van beroep. Vervanging van de aangestelde notarissen tijdens de notariële fase. II. Onplisbaatrheid. Quid bij samenloop van treservataire erfgenamen en bijzondere legatarissen wier legaat kennelijk het beschikbaar deel niet kan overschrijden. Tekst van de beslissing ARREST N° Het Hof van Beroep te BRUSSEL, eerste kamer, na beraadslaging, spreekt volgend arrest uit : Rep. Nr. 2008/ A.R. nr. 2008/AR/659 INZAKE VAN : Mevrouw O. D., wonende te ... appellante tegen een vonnis uitgesproken door de rechtbank van eerste aanleg te Brussel op 6 oktober 2006, vertegenwoordigd door Meester Robert PEETERS, advocaat te 3090 OVERIJSE, Brusselsesteenweg 506, 1ste kamer TEGEN : Mevrouw N. D., wonende te ... geïntimeerde, vertegenwoordigd door Meester Daniel DE GREVE, advocaat te 1090 BRUSSEL, G. Gilsonstraat 11, Gelet op de procedurestukken: · het voor eensluidend verklaard afschrift van het vonnis uitgesproken door de rechtbank van eerste aanleg te Brussel op 6 oktober 2006, beslissing waarvan geen akte van betekening wordt overgelegd; · het verzoekschrift tot hoger beroep neergelegd ter griffie van het hof op 7 maart 2008; · de conclusie van geïntimeerde neergelegd ter griffie op 29 mei 2008; · de conclusie van appellante neergelegd ter griffie op 16 en 17 juni 2008; · de aanvullende conclusie van geïntimeerde neergelegd ter griffie op 20 juni 2008. Gehoord de advocaten van partijen ter openbare terechtzitting van 24 juni 2008 en gelet op de stukken die zij neerlegden. Het hoger beroep werd regelmatig naar vorm en termijn ingesteld en is bijgevolg ontvankelijk. I. Voorwerp van de vorderingen. 1.1. De oorspronkelijke eis van geïntimeerde strekte ertoe de vereffening en verdeling te horen bekomen van de nalatenschap van de moeder van partijen, zijnde B. A., overleden op 2 mei 1998 (dagvaarding betekend op 28 augustus 2006). 1.2. De eerste rechter heeft bij vonnis van 6 oktober 2006

(1)de vereffening bevolen van de nalatenschap van wijlen B. A.,
(2)de notarissen Moreau en van Den Moortel aangesteld als boedelnotarissen,
(3)de heer Vermeire aangesteld om de afwezigen te vertegenwoordigen en
(4)voor het overige, de zaak naar de bijzondere rol verwezen. 1.
  1. Bij verzoekschrift neergelegd op 26 maart 2007 kwam de heer Dd. G. vrijwillig tussen in het geding. Bij verzoekschrift neergelegd op 11 september 2007 kwam mevrouw C. G. eveneens vrijwillig tussen in het geding. Dd. en C. G. zijn de kinderen van geïntimeerde, N. D.. Bij exploot betekend op 2 oktober 2007 ging N. D. over tot het dagvaarden in gedwongen tussenkomst van T V., zoon van O. D., ter vrijwaring van haar reservataire rechten. 1.
  2. Op 6 november 2007 legde O. D. een verzoekschrift neer ter vervanging van notaris Moreau als boedelnotaris. 1.
  3. In uitvoering van het vonnis van 6 oktober 2006 werd door notaris Moreau een P.V. van opening der werkzaamheden opgesteld. 1.
  4. Bij verzoekschrift neergelegd op 7 maart 2008 tekende appellante hoger beroep aan tegen voornoemd vonnis. Zij vraagt hierin de vervanging van de drie voornoemde aangestelde notarissen wegens onzorgvuldigheid in de wijze van uitvoering van hun respectieve opdrachten. Er werd geen hoger beroep ingesteld tegen dat deel van het bestreden vonnis waarbij de gerechtelijke vereffening en verdeling van de nalatenschap van B. A. werd bevolen. 1.
  5. Geïntimeerde vraagt op haar beurt de integrale bevestiging van het bestreden vonnis (= de bevestiging van de in eerste aanleg aangeduide notarissen). II. De Feiten. 2.
  6. De eerste rechter heeft de feiten die aanleiding hebben gegeven tot huidig geschil precies en volledig omschreven zodat het hof desbetreffend verwijst naar het bestreden vonnis. 2.
  7. Samengevat komt het hierop neer dat de moeder van partijen overleed op 2 mei
  8. N. D. heeft twee kinderen, met name een zoon Dd. G. en een dochter C. G.. O. D. heeft één zoon, met name T V.. Moeder B. A. stelde haar drie kleinkinderen aan als bijzondere legatarissen voor een bedrag van elk 500.000 BEF. Het zijn deze partijen die al dan niet vrijwillig zijn tussengekomen in eerste aanleg na de uitspraak van het bestreden vonnis. III. Stelling van de onderscheiden partijen. A. Standpunten ingenomen door appellante O. D. zoals opgenomen in haar beroepsverzoekschrift (zie verder punt IV.
  9. van huidig arrest): · dat ze zich naar de wijsheid van de rechtbank van eerste aanleg gedroeg voor wat de gerechtelijke aanstelling van de notarissen betreft (in de zin van artikel 1209 Ger. W.); · dat, inmiddels, de aangestelde notarissen de tegensprekelijkheid van de procedures niet zouden respecteren; · dat de notarissen aangemaand werden om over te gaan tot de verkoop van het onverdeelde onroerend goed maar daaraan geen gevolg gaven; · dat er zich ernstige incidenten zouden hebben voorgedaan bij de boedelbeschrijving en het p.v. van opening der werkzaamheden; · dat er ondertussen een procedure hangende is bij de rechtbank van eerste aanleg te Brussel in vervanging van de notaris Moreau; · dat desalniettemin de boedelnotarissen overgingen tot een boedelbeschrijving op verklaring, waarbij haar verklaringen zouden geweigerd zijn; · dat zij de indruk heeft dat de boedelnotarissen enkel handelen op instructie van N., haar zuster, en hierbij haar meest fundamentele rechten schenden; · dat het vonnis a quo dient hervormd te worden voor wat de aangestelde boedelnotarissen betreft; · dat, wat de notaris Vermeire voor de afwezigen betreft, deze niet zou gehandeld hebben volgens de instructies van haar advocaat, zodat haar rechten andermaal ernstig dreigen benadeeld te worden; · dat gelet op de uitvoerbaarheid van het vonnis a quo, in hoger beroep, de aangestelde notarissen dringend dienen vervangen te worden; · dat gelet op de devolutieve werking van het hoger beroep, het hof, voor het overige, de zaak tot zich dient te trekken. B. Standpunten ingenomen door geïntimeerde N. D. - In haar conclusie neergelegd op 29 mei 2008 zal geïntimeerde het volgende opwerpen: o Dat het in casu een onsplitsbaar geschil betreft in de zin van artikel 31 Ger. W. en dat bijgevolg het hoger beroep gericht dient te worden tegen alle partijen (artikel 31 en 1053 Ger. W.); o Dat het hoger beroep derhalve niet toelaatbaar minstens onontvankelijk moet verklaard worden omdat het niet mede gericht is tegen de drie bijzondere legatarissen die tussengekomen zijn in eerste aanleg; o Dat de drie aangestelde notarissen niet in het geding betrokken werden - om hun standpunten te kennen i.v.m. de gevraagde vervanging -, zodat de vordering, om deze reden, tevens onontvankelijk moet verklaard worden. - In haar aanvullende conclusie neergelegd op 20 juni 2008 zal geïntimeerde ook nog stellen, weliswaar in ondergeschikte orde: o Dat de conclusie van appellante medegedeeld per fax van 13 juni 2008 uit de debatten dient geweerd te worden wegens laattijdigheid; o Dat de zaak naar de algemene rol moet worden verzonden en er minstens nieuwe conclusietermijnen dienen verleend te worden. IV. Beoordeling. 4.1.. Wat de wering uit de debatten betreft van de conclusie van appellante medegedeeld per fax van 13 juni 2008 en neergelegd op 16 en 17 juni 2008: 4.1.
  10. Uit de conclusiekalender vervat in het P.V. van de openbare zitting van 25 april 2008 blijkt dat appellante een conclusie diende neer te leggen ten laatste op 13 juni
  11. Uit de procedurestukken blijkt dat appellante haar conclusie naar de griffie faxte op 13 juni 2008 om 21u59, d.i. na het sluiten van de griffie. Deze werden opnieuw ter griffie neergelegd op 16 en 17 juni
  12. Dit houdt in dat de conclusie van appellante laattijdig werd neergelegd. Het neerleggen van een conclusie na de sluiting van de griffie (om 16u) stemt overeen met de neerlegging ervan ten vroegste de volgende dag tijdens de openingsuren van de griffie. Deze conclusie wordt dan ook ambtshalve uit de debatten geweerd. 4.1.
  13. Het is niet omdat deze conclusie uit de debatten worden geweerd dat de zaak naar de bijzondere rol dient verwezen te worden en nieuwe conclusietermijnen dienen verleend te worden zoals geïntimeerde vraagt in haar aanvullende conclusie (zij het in ondergeschikte orde). Geïntimeerde heeft wel tijdig haar beide conclusies neergelegd en heeft zich bijgevolg kunnen verweren tegen de grieven opgeworpen door appellante in haar verzoekschrift in hoger beroep. 4.
  14. Wat de onontvankelijkheid van het hoger beroep betreft wegens de beweerde onsplitsbaarheid van het geschil: 4.2.
  15. De zaak ten gronde betreft de gerechtelijke vereffening - verdeling van de onverdeelde nalatenschap van wijlen B. A.. Deze aangelegenheid betreft in beginsel alleen de algemene rechtsopvolgers van B. A.. De bijzondere legatarissen worden niet betrokken in een vereffening - verdeling, tenzij hun bijzonder legaat de reserve van de reservataire kinderen zou aantasten. Indien evenwel het bijzonder legaat kennelijk volkomen op het beschikbaar deel (in casu 1/3 volle eigendom van de fictieve massa in de zin van artikel 922 B.W.) kan aangerekend worden, blijven de bijzondere legatarissen buiten de vereffening -verdeling, omdat ze dan geen deelgenoten (onverdeelde eigenaars m.b.t. goederen van de nalatenschap) zijn, en kan er geen sprake zijn van onsplitsbaar geschil tussen de drie bijzondere legatarissen en de twee deelgenoten, wat betreft de vereffening - verdeling van de nalatenschap van de testatrice. 4.2.
  16. In casu is - blijkens de stukken, en vooral de kopie van de oorspronkelijke én bijvoeglijke aangiften van de nalatenschap van B. A. - het bijzonder legaat van 500.000 BEF voor de voormelde drie kleinkinderen kennelijk volledig mogelijk aanrekenbaar op het beschikbaar deel van de nalatenschap, zodat deze drie bijzondere legatarissen, vrijwillig of gedwongen tussenkomend in voormelde zin, geen deelgenoten zijn in de nalatenschap van hun grootmoeder - testatrice B. A.. Zij hebben derhalve geen uitstaans met de verwikkelingen inzake de verdeling van de nalatenschap tussen grootmoeder en haar twee eigen kinderen, en de verwikkelingen inzake de aangestelde notarissen belast met de gerechtelijke vereffening - verdeling. 4.2.
  17. Op deze grond kan de vordering niet ontvankelijk verklaard worden. 4.
  18. Wat de vervanging betreft van de door de rechtbank van eerste aanleg aangestelde notarissen wegens beweerde onzorgvuldigheid bij de uitvoering van hun gerechtelijke opdracht: 4.3.
  19. De klachten van O. D. betreffen de wijze waarop de drie notarissen, aangesteld door de eerste rechter in het vonnis a quo, hun respectieve opdracht zouden vervullen bij de uitvoering van dat vonnis. Volgens appellante is het zo dat de aangestelde notarissen, alle drie, de ene meer dan de andere, op zijn minst blijk hebben gegeven van onzorgvuldigheid in de uitoefening van hun gerechtelijk mandaat. Om deze reden vraagt zij aan het hof alle door de eerste rechter aangestelde notarissen te willen vervangen. 4.3.
  20. Ingevolge het bestreden vonnis, waarbij de rechtbank de vereffening - verdeling beval, en tevens voormelde drie notarissen gerechtelijk aanstelde, bevinden partijen zich, in huidige stand van het geding, in de notariële fase van de gerechtelijke verdeling, zijnde de fase waarbij de notarissen begonnen zijn het vonnis van de eerste rechter uit te voeren. Er volgt thans kritiek op de drie voormelde notarissen wegens de wijze waarop zij hun respectieve opdracht, gegeven bij het vonnis a quo van 6 oktober 2006, zouden uitvoeren. Om deze reden wordt hun vervanging gevraagd in de loop van boven bedoelde notariële fase van de gerechtelijke verdeling. Qua materiële bevoegdheid is het zo dat geschillen die rijzen in de loop van de notariële fase van de gerechtelijke verdeling, dus met inbegrip van de geschillen die betrekking hebben op de wijze van uitvoering van dit vonnis door de aangestelde boedelnotarissen, uitsluitend onder de bevoegdheid vallen van de rechtbank die de vereffening - verdeling bevolen heeft. De vervanging van de drie aangestelde notarissen, om reden van beweerde onzorgvuldige uitvoering van hun opdracht, dient dus gevraagd te worden aan de rechtbank van eerste aanleg, bij wie de zaak nog steeds hangende is. Het komt de eerste rechter toe hierover te oordelen. Het verzoekschrift in hoger beroep is, om deze reden alleen reeds, onontvankelijk. 4.3.
  21. Een vordering tot vervanging van de gerechtelijk aangestelde notarissen wegens onregelmatigheden of nalatigheden bij de uitvoering van hun gerechtelijke opdracht of gerechtelijk mandaat vereist bovendien dat de betrokkken notaris(-sen) kan/kunnen worden gehoord. De betrokken notaris moet in het geding strekkende tot zijn vervanging bijgevolg betrokken worden. D.i. in deze niet gebeurd. 4.3.
  22. Hierbij dient ook nog opgemerkt te worden dat appellante een onvoldoende onderscheid maakt tussen de hierna volgende verschillende hypothesen: - Een eerste hypothese is dat de rechtbank de vereffening - verdeling beveelt, de notarissen aanstelt, en dat een partij niet akkoord gaat met de door de eerste rechter gekozen gerechtelijke notarissen: in dat geval kan de ter zake bezwaar makende partij in beroep gaan om de keuze van die notarissen aan te vechten; - Een tweede hypothese is dat de rechtbank de vereffening - verdeling beveelt, de notarissen aanstelt, de partijen geen bezwaar maken tegen de gerechtelijk gekozen en aangestelde notarissen, de notarissen beginnen aan de uitvoering van het vonnis, en dat een partij het niet eens is met de wijze waarop een of meerdere notarissen het vonnis uitvoeren. In dat geval moet de meest gerede partij zich tot de rechtbank van eerste aanleg wenden om hun vervanging te bekomen. Enkel nadat in eerste aanleg desbetreffend een beslissing is genomen kan hiertegen hoger beroep worden aangetekend. 4.3.
  23. Het hoger beroep is derhalve onontvankelijk omdat de vordering tot vervanging van de drie door de rechtbank van eerste aanleg aangestelde notarissen belast met de gerechtelijke vereffening - verdeling, wegens beweerde onzorgvuldigheid van elk van deze drie notarissen tijdens de uitvoering van hun respectieve gerechtelijke opdracht, voorgelegd dient te worden aan de rechtbank van eerste aanleg, bij dewelke de vereffeningsprocedure hangende is. 4.
  24. Wat de rechtsplegingsvergoeding betreft: 4.4.
  25. Beide partijen hebben ter zitting van 24 juni 2008 om de toepassing van het basistarief gevraagd. Deze bedraagt 1.200 euro , zijnde het basisbedrag voor geschillen die betrekking hebben op niet in geld waardeerbare vorderingen, conform artikel 3 van het K.B. van 26 oktober
  26. 4.4.
  27. Dit bedrag komt toe aan geïntimeerde als in het gelijk gesteld partij. OM DEZE REDENEN : HET HOF, Rechtdoende op tegenspraak, Gelet op artikel 24 van de wet van 15 juni 1935 op het taalgebruik in gerechtszaken; Weert de conclusies van appellante van 16 en 17 juni 2008 ambtshalve uit de debatten wegens laattijdigheid. Verklaart het hoger beroep niet ontvankelijk. Veroordeelt appellante in de kosten van hoger beroep, begroot in hoofde van geïntimeerde op euro 1.200 rechtsplegingsvergoeding; Aldus gevonnist en uitgesproken ter buitengewone openbare terechtzitting van de burgerlijke eerste kamer van het hof van beroep te Brussel, op 28/07/08 waar aanwezig waren en zitting hielden : Astrid DE PREESTER, Raadsheer d.d. Voorzitter, Evrard JANSSENS DE BISTHOVEN, Raadsheer, Helena DE BACKER, Raadsheer, Viviane DE VIS, Griffier. V. DE VIS H. DE BACKER E. JANSSENS DE BISTHOVEN A. DE PREESTER Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.