id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van beroep van Brussel Vonnis/arrest van 28 juli 2008 ECLI nr: ECLI:BE:CABRL:2008:ARR.20080728.5 Rolnummer: 2004AR2798 Rechtsgebied: Burgerlijk recht Invoerdatum: 2009-01-07 Raadplegingen: 217 - laatst gezien 2026-07-02 17:47 Fiche UTU-thesaurus: BURGERLIJK RECHT - VERBINTENIS UIT ONRECHTMATIGE DAAD - Dieren Vrije woorden: I. Artikel 1385B.W. bevat eenn weerlegbaar vermoeden. Hond: aansprakelijkheid van de eigenaar ervan in het gedrang wegens zijn hond. Een acht-jarig kind gaat spelen met het buurmeisje bij haar ouders in de tuin. Ze schommelt in de omgeving van een Pyreneese berghond van de buren. Ze wordt gebeten. Aansprakelijkheid van de eigenaars van de hond? Quid de leer van de risico-aanvaarding in dit geval. Quid de aansprakelijkheid van de ouders van het minderjarige slachtoffertje wegens artikel 1384 B.W.? Quid opvoeding inzake omgang met dieren. Wettelijke bepalingen: oud Burgerlijk Wetboek - 1385 oud Burgerlijk Wetboek - 1384 Tekst van de beslissing ARREST N° Het Hof van Beroep te BRUSSEL, eerste kamer, na beraadslaging, spreekt volgend arrest uit : Rep. Nr. 2008/ A.R. nr. 2004/AR/2798 INZAKE VAN : Mevrouw G. V., , appellante tegen een vonnis uitgesproken door de rechtbank van eerste aanleg te Leuven op 20 april 2004, vertegenwoordigd door Meester Steff STEVENS, advocaat te 2800 MECHELEN, Schutterstraat 15-17, 1ste kamer TEGEN : 1) De heer M1 J., en zijn echtgenote 2) Mevrouw M2 B., beiden in hun hoedanigheid van beheerders der huwelijksgemeenschap als in hun hoedanigheid van hun minderjarige dochter L., geboren op 21 november 1992, geïntimeerde, vertegenwoordigd door Meester Aurélie VAN MEENSEL loco Meester Nico VANDEBROEK, advocaat te 3000 LEUVEN, C. Meunierstraat 111, Gelet op de procedurestukken: · het voor eensluidend verklaard afschrift van het vonnis uitgesproken door de rechtbank van eerste aanleg te Leuven op 20 april 2004, beslissing waarvan geen akte van betekening wordt overgelegd; · het verzoekschrift tot hoger beroep neergelegd ter griffie van het hof op 10 november 2004; · de conclusie van appellante neergelegd ter griffie op 28 februari en 2 maart 2005; · de conclusie van geïntimeerden neergelegd ter griffie op 26 mei 2005; · de conclusie van geïntimeerden neergelegd ter zitting van 23 juni 2008 met akkoord van appellante. Gehoord de advocaten van partijen ter openbare terechtzitting van 23 juni 2008 en gelet op de stukken die zij neerlegden. Het hoger beroep en het incidenteel beroep werden regelmatig naar vorm en termijn ingesteld en zijn bijgevolg ontvankelijk. I. Voorwerp van de vorderingen. 1.1. De oorspronkelijke eis van geïntimeerden strekte ertoe appellante te horen veroordelen tot betaling van een bedrag van
(1)267,58 euro in hun hoedanigheid van beheerders van de huwgemeenschap, in conclusie herleid tot 264,03 euro en
(2)2.036,04 euro in hun hoedanigheid van beheerders over de persoon en over de goederen van hun minderjarige dochter, in conclusie herleid tot 2.032,34 euro , plus de intresten vanaf 5 juli 2001. 1.2. De eerste rechter heeft
(1)deze vordering ontvankelijk en gedeeltelijk gegrond verklaard, appellante veroordeeld tot betaling van een bedrag van (
- a)214,03 euro aan geïntimeerden in hun hoedanigheid van beheerders van de huwgemeenschap en (
- b)1.806,44 euro aan geïntimeerden in hun hoedanigheid van beheerders over de persoon en over de goederen van hun minderjarige dochter, plus intresten,
(3)bevolen dat de aan de minderjarige dochter toekomende sommen zouden geplaatst worden op een rekening op haar naam die onbeschikbaar zou blijven tot op het ogenblik van haar meerderjarigheid en
(4)gezegd voor recht dat de griffier zou handelen overeenkomstig artikel 379, derde lid B.W., zoals gewijzigd door de wet van 13 februari
- 1.3.Het hoger beroep van appellante beoogt de vordering niet ontvankelijk minstens ongegrond te horen verklaren. 1.
- Bij incidenteel beroep vorderen geïntimeerden de toekenning van de aanvankelijk gevraagde bedragen met dien verstande dat zij thans in conclusie een bedrag vragen van 2.036,96 euro in hun hoedanigheid van beheerders over de persoon en over de goederen van hun minderjarige dochter. II. De Feiten. 2.
- De eerste rechter heeft de feiten die aanleiding hebben gegeven tot huidig geschil precies en volledig omschreven zodat het hof desbetreffend verwijst naar het bestreden vonnis. 2.
- Samengevat komt het hierop neer dat op 5 juli 2001 het dochtertje van appellante samen met L., het dochtertje van geïntimeerden, speelde in de tuin van appellante. Appellante is eigenares van een Pyreneese berghond die de dag van de feiten vastgebonden was aan de schommel. Tijdens het schommelen werd L. - die toen 8 jaar oud was - in haar rug en linkerdij gebeten door de hond. Volgens appellante zou L. de hond gestampt hebben en zou daarom haar hond gebeten hebben. Er dienden vijf wonden te worden gehecht. Van deze feiten werd geen strafdossier opgesteld. Er zijn alleen verslagen voorhanden van een arts aangesteld door AGF Belgium. III. Beoordeling. 3.
- In het beschikkend gedeelte van haar conclusie vraagt appellante de oorspronkelijke vordering niet ontvankelijk te verklaren zonder verdere precisering. Er zijn geen ambtshalve middelen op te werpen m.b.t. de ontvankelijkheid van de oorspronkelijke vordering zodat deze wel degelijk ontvankelijk is. 3.
- De vordering van geïntimeerden is gesteund op artikel 1385 B.W. Er bestaat geen betwisting dat appellante eigenares is van de bijtende Pyreneese berghond en dat zij op het ogenblik van de feiten de bewaarder van het dier was. Appellante meent echter dat L. zelf een fout beging door de hond te stampen minstens dat zij een risico nam om te gaan schommelen in de nabijheid van de hond (= leer van de risico - aanvaarding). Zij verwijt de ouders van L. ook een gebrek aan toezicht of een gebrek in hun opvoeding (= inbreuk op artikel 1384, lid 2 B.W.). 3.
- Artikel 1385 B.W. bepaalt dat voor de schade veroorzaakt door een dier, de eigenaar van het dier, dat onder zijn bewaring staat, aansprakelijk is. Het vermoeden van artikel 1385 B.W. is een wettelijk onweerlegbaar vermoeden. Wanneer aan de toepassingsvoorwaarden van deze bepaling is voldaan, kan de bewaarder van het dier zich enkel bevrijden door het bewijs van een vreemde oorzaak, overmacht, fout van het slachtoffer, daad van een derde aan te voeren. 3.
- In deze werd zelfs geen repressief dossier opgesteld zodat totaal onduidelijk is wat zich juist heeft voorgedaan op die bewuste 5 juli
- Het enige wat vaststaat - en door partijen niet wordt betwist - is dat de Pyreneese Berghond van appellante tijdens het schommelen door de kinderen, vastgebonden lag aan die schommel. Het feit dat het slachtoffer L. tijdens dat schommelen naar de hond zou hebben gestampt, is derhalve niet bewezen. De uitleg die appellante in het algemeen wijdt aan het temperament van een Pyreneese Berghond is bijgevolg niet pertinent. 3.
- Appellante meent verder dat L. een risico nam door te gaan schommelen op een schommel waaraan een hond was vastgebonden. De leer van de risico - aanvaarding (die geen zelfstandige rechtsfiguur is, maar een toepassing van de artikelen 1382 en 1383 B.W.) kan enkel in aanmerking genomen worden bij foutieve risico - aanvaarding, met name wanneer de gedraging van het slachtoffer wijst op een fout van het slachtoffer zelf (het bewustzijn dat er risico's worden genomen, gekoppeld aan het nalaten van het nemen van de nodige voorzorgsmaatregelen). Risico - aanvaarding is derhalve enkel foutief wanneer het optreden van het slachtoffer een uitzonderlijk gevaar inhoudt en dit laatste een buitensporig en evident risico op zich neemt met het besef van een " uitzonderlijk gevaar ". Het moet dus gaan om een foutief gedrag in de mate dat, door zich te begeven in een gevaarlijke situatie, het slachtoffer de zorgvuldigheidsnorm schendt. Een schommel dient om te schommelen. Het feit dat de hond van appellante hieraan vastgebonden lag, was voor L. geen gevaarlijke situatie gezien zij er zich mocht aan verwachten dat de hond tegen het schommelen kon. Indien dit niet het geval was, had appellante haar hond ergens anders moeten onderbrengen, zeker met twee spelende kinderen in huis waarvan één een vriendinnetje was dat niet vertrouwd was met het dier. Er is dus in deze geen sprake van risico - aanvaarding. 3.
- Appellante verwijt tenslotte aan geïntimeerden een gebrek aan toezicht minstens een gebrek in de opvoeding van L. (= toepassing van artikel 1384, lid 2 B.W.). De ouders kunnen enkel aansprakelijk gesteld worden voor een onrechtmatige daad gepleegd door hun kind dat minderjarig is. Er werd reeds aangetoond dat geen enkel bewijs voorhanden is dat L. enige fout beging noch door te beslissen te gaan schommelen in de nabijheid van de hond noch tijdens het schommelen. De aansprakelijkheid van de ouders is in deze zaak dus niet aan de orde. 3.
- Op grond van oordeelkundige motieven die het hof hierbij herneemt, heeft de eerste rechter terecht de vordering van geïntimeerden in hun hoedanigheid van beheerders van de huwelijksgemeenschap herleid tot 214,03 euro plus de vergoedende intresten vanaf de gemiddelde datum. 3.
- Voor wat de schadevergoeding betreft die geïntimeerden vorderen in hun hoedanigheid van beheerders over de persoon en de goederen van hun minderjarige dochter L. gelden hierna volgende opmerkingen: - Morele schade tijdelijke arbeidsongeschiktheid: Voor de eerste rechter werd voor deze post een bedrag gevorderd van 24,79 euro per dag aan 100% terwijl thans een bedrag gevorderd wordt van 25 euro per dag aan 100% conform de indicatieve tabel van mei
- Deze post wordt door geïntimeerden exact begroot op 321,75 euro en wordt dus toegekend. Het bestreden vonnis wordt op dit punt hervormd. - Meerinspanningen: De eerste rechter merkte reeds op dat geen bewijzen voorhanden zijn van enige meerinspanning tijdens de zomervakantie van
- Deze post werd dan ook terecht afgewezen. - Esthetische schade: De adviserende geneesheer van geïntimeerden raamde deze schade op 2,5 op de schaal van
- Voor deze post vragen geïntimeerden een bedrag van 1.487,36 euro dat gelet op de concrete omstandigheden terecht werd toegekend door de eerste rechter. Geïntimeerden bepalen andermaal de consolidatiedatum op 1 september 2001 terwijl de eerste rechter reeds had opgemerkt dat uit het verslag van hun eigen geneesheer blijkt dat de letsels werden geconsolideerd op 5 augustus 2002 (zie verslag Dr. L. Van Hoof en Dr. J. Desloovere van 13 augustus 2002, p.3, laatste alinea, stuk 1b dossier geïntimeerden). 3.
- M.b.t. de rechtsplegingsvergoeding vragen beide partijen om de toepassing van het basistarief dat zij terecht begroten op 400 euro (de gevraagde hoofdsom bedraagt 2.300,99 euro , plus de vergoedende intresten tot 27 januari 2003). Deze komt toe aan geïntimeerden als de in het gelijk gestelde partijen. OM DEZE REDENEN : HET HOF, Rechtdoende op tegenspraak, Gelet op artikel 24 van de wet van 15 juni 1935 op het taalgebruik in gerechtszaken; Verklaart het hoger beroep ontvankelijk doch ongegrond. Verklaart het incidenteel beroep ontvankelijk en gedeeltelijk gegrond. Bevestigt het bestreden vonnis mits de enkele wijziging dat aan geïntimeerden een bedrag toekomt van DRIEHONDERD EENENTWINTIG EURO VIJFENZEVENTIG CENT (321,75 euro ) (i.p.v. 318,08 euro ) uit hoofde van morele schade tijdelijke arbeidsongeschiktheid zodat hen in totaal een bedrag toekomt van DUIZEND ACHTHONDERD EN NEGEN EURO ELF CENT (1.809,11 euro in hoofdsom) (i.p.v. 1.806,44 euro ) in hun hoedanigheid van beheerders over de persoon en de goederen van hun minderjarige dochter L.. Veroordeelt appellante in de kosten van het hoger beroep, begroot in hoofde van geïntimeerden samen op euro 400 rechtsplegingsvergoeding. Aldus gevonnist en uitgesproken ter buitengewone openbare terechtzitting van de burgerlijke eerste kamer van het hof van beroep te Brussel, op 28/07/08 waar aanwezig waren en zitting hielden : Astrid DE PREESTER, Raadsheer d.d. Voorzitter, Evrard J. DE BISTHOVEN, Raadsheer, M1 DEBAERE, Raadsheer, Viviane DE VIS, Griffier. V. DE VIS M. DEBAERE E. J. DE BISTHOVEN A. DE PREESTER Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div