id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van beroep van Brussel Vonnis/arrest van 28 juli 2008 ECLI nr: ECLI:BE:CABRL:2008:ARR.20080728.8 Rolnummer: 2005KR88 Rechtsgebied: Overige Invoerdatum: 2009-01-23 Raadplegingen: 85 - laatst gezien 2026-07-02 17:47 Fiche I. De vordering werd ingeleid in kort geding wat inhoudt dat het om een zaak gaat die spoedeisend wordt geacht. Er is in de zin van artikel 584 Ger.W. sprake van een spoedeisend geval, wanneer de eisende partij het bewijs levert van ernstige nadelen bij het uitblijven van een beslissing in kort geding. Er is bijgevolg urgentie wanneer de vrees voor een redelijk ernstige schade of een ernstig ongemak een onmiddellijke beslissing in kort geding wenselijk maakt. II. Bij het beoordelen van het spoedeisend karakter van een vordering beschikt de rechter in kort geding over een ruime beoordelingsmacht doch dient hij een gepaste afweging van de belangen van de gedingpartijen te maken. De beoordeling geschiedt echter op onaantastbare wijze en de persoonlijke ingesteldheid van de rechter in kort geding is zodoende doorslaggevend . III. De rechter in kort geding dient uitspraak te doen bij voorraad (artikel 584 Ger.W.) zonder nadeel toe te brengen aan de zaak zelf (artikel 1039 Ger.W.). De rechter in kort geding is derhalve niet verplicht in te gaan op het verweer van degene tegen wie de maatregel wordt gevraagd en dat gebaseerd is op het materiële recht . Het komt bovendien aan de kortgedingrechter niet toe een declaratieve beslissing uit te spreken. Hij mag immers geen uitspraak doen over het bestaan van een betwist recht. Hij dient zich te beperken tot het bevelen van conservatoire maatregelen of, met het oog op een toekomstig geschil ten gronde, onderzoeksmaatregelen bevelen. UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - BEVOEGDHEID - Materiële bevoegdheid - Voorzitter rechtbank - Kort geding (bevoegdheid voorzitter) Vrije woorden: Kortgeding. Spoedeisend krakater: begrip en beoordelingsbevoegdheid van de rechter. Welke soort maatregelen kan de rechter in kortgeding bevelen? Tekst van de beslissing ARREST N° Het Hof van Beroep te BRUSSEL, eerste kamer, na beraadslaging, spreekt volgend arrest uit : Rep. Nr. 2008/ A.R. nr. 2005/KR/88 INZAKE VAN : De naamloze vennootschap GENERALI BELGIUM, waarvan de maatschappelijke zetel gevestigd is te 1050 BRUSSEL, Louizalaan 149, ondernemingsnummer 0403.262.553, appellante tegen een vonnis uitgesproken door de rechtbank van koophandel te Brussel op 6 januari 2005, vertegenwoordigd door Meester Daniela BERGMANS loco Meester Guido VERDEYEN, advocaat te 1050 BRUSSEL, Waterloosesteenweg 412F, 1ste kamer TEGEN : De heer S. V., handeldrijvende onder de benaming V. M., geïntimeerde, vertegenwoordigd door Meester Alfons CAPIOT, advocaat te 3730 HOESELT, Dorpsstraat 40, Gelet op de procedurestukken: · het voor eensluidend verklaard afschrift van de beschikking uitgesproken door de voorzitter bij de rechtbank van koophandel te Brussel op 13 januari 2005, beslissing waarvan geen akte van betekening wordt overgelegd; · het verzoekschrift tot hoger beroep neergelegd ter griffie van het hof op 9 maart 2005; · de conclusie van geïntimeerde neergelegd ter griffie op 17 juni 2005; · de conclusie van appellante neergelegd ter griffie op 22 augustus
- Gehoord de advocaten van partijen ter openbare terechtzitting van 23 juni 2008 en gelet op de stukken die zij neerlegden. Het hoger beroep werd regelmatig naar vorm en termijn ingesteld en is bijgevolg ontvankelijk. I. Voorwerp van de vorderingen. 1.
- De oorspronkelijke eis van geïntimeerde strekte ertoe bij hoogdringendheid een gerechtelijke deskundige te horen aanstellen (exploot dat betekend werd op 10 december 2004). 1.
- De eerste rechter heeft deze vordering ingewilligd en de heer Jean-Pierre Clerens aangesteld als deskundige. 1.
- Het hoger beroep van appellant beoogt de oorspronkelijke vordering minstens ongegrond te horen verklaren. 1.
- Geïntimeerde vraagt de bevestiging van het bestreden vonnis. II. De Feiten. 2.
- De eerste rechter heeft de feiten die aanleiding hebben gegeven tot huidig geschil precies en volledig omschreven zodat het hof desbetreffend verwijst naar het bestreden vonnis. 2.
- Samengevat komt het hierop neer dat geïntimeerde - gespecialiseerd in het verhuren van mobilhomes - eigenaar is van een motorhome Fiat Benimar 6000 Europ en deze in juli 2002 verhuurde aan de heer P. C. die er motorpech mee had in Marseille. Achteraf bleek dat het om een kleine herstelling ging (breuk van een riem). P. C. besliste echter de mobilhome te repatriëren en deed hiervoor een beroep op Europe Assistance die Widego belastte met het vervoer. Widego is verzekerd bij geïntimeerde. Tijdens het vervoer bleef het dak van de mobilhome hangen aan een brug en het voertuig liep hierdoor beschadigingen op. Tussen partijen bestaat weliswaar een betwisting waar het ongeval precies gebeurde (op het traject Marseille - Hoeselt of op het traject Hoeselt - Bornem waar het voertuig moest hersteld worden). De gerechtelijke deskundige werd inmiddels in werking gesteld. III. Beoordeling. 3.
- Volgens appellante is de vordering niet hoogdringend gezien op het ogenblik van de dagvaarding (betekend op 10 december 2004) reeds meer dan 2,5 jaar verstreken was sedert het schadegeval zich had voorgedaan (= eind juli 2002). Ondergeschikt werpt appellante op dat bij toepassing van artikel 32 van de CMR-Conventie de vordering verjaard is. Nog meer ondergeschikt betwist appellante dat haar verzekerde aansprakelijk zou zijn voor de schade aan de mobilhome. In de meest ondergeschikte orde werpt appellante op dat zij de immateriële schade, zoals winstderving, niet verzekert en dat er een vrijstelling is van 10%, met een minimum van 619,73 euro en een maximum van 2.478,94 euro . 3.
- De vordering werd ingeleid in kort geding wat inhoudt dat het om een zaak gaat die spoedeisend wordt geacht. Er is in de zin van artikel 584 Ger.W. sprake van een spoedeisend geval, wanneer de eisende partij het bewijs levert van ernstige nadelen bij het uitblijven van een beslissing in kort geding. Er is bijgevolg urgentie wanneer de vrees voor een redelijk ernstige schade of een ernstig ongemak een onmiddellijke beslissing in kort geding wenselijk maakt (zie o.m. Cass., 11 mei 1990, Arr. Cass. 1989 - 90, 1175). Bij het beoordelen van het spoedeisend karakter van een vordering beschikt de rechter in kort geding over een ruime beoordelingsmacht doch dient hij een gepaste afweging van de belangen van de gedingpartijen te maken. De beoordeling geschiedt echter op onaantastbare wijze en de persoonlijke ingesteldheid van de rechter in kort geding is zodoende doorslaggevend (zie I. Verougstraete, Het kort geding. Recente trends, T.P.R. 1980, 260 - 261, nrs. 6 - 7). 3.
- Uit de medegedeelde stukken blijkt dat vanaf het schadegeval tot april 2004 verschillende expertises plaatsvonden doch partijen het niet eens werden over de uit te voeren herstellingen aan de bewuste mobilhome. Bij schrijven van 20 januari 2004 deelde geïntimeerde nog aan appellante mede: " Tot heden, 18 maanden na het ongeval is er nog steeds geen akkoord over het herstellen van mijn motorhome. Experten Associatie n.v. met name Mr. Rigo Piero is telkens niet akkoord, of herziet zijn mening over de kosten en herstelling van de motorhome. U begrijpt natuurlijk ook dat er dringend een oplossing moet gevonden worden. ... U begrijpt dat door de aankomende drukke zomerperiode dit bedrag (= verloren opbrengst van de verhuur van de motorhome) snel zal stijgen, en stuur dan ook aan op een snelle oplossing om hogere kosten te voorkomen. " Uit een schrijven van het expertisebureau van 8 april 2004 blijkt verder dat tussen partijen een betwisting ontstaan was over het al dan niet vakkundig plaatsen van de oorspronkelijke dakschelp door een overdreven verlijming en een overdreven aantal schroeven als gevolg waarvan dit dakpaneel in stukken zou moeten gebroken worden. Gezien de besprekingen vanaf dan blijkbaar muurvast kwamen te zitten, ging geïntimeerde over tot het dagvaarden in kort geding tot aanstelling van een gerechtelijke deskundige bij exploot betekend op 10 december
- In de gegeven omstandigheden heeft de vordering een spoedeisend karakter en voldoet zij aan de voorwaarden gesteld in artikel 584 Ger.W. Het bestreden vonnis wordt op dit punt bevestigd. 3.
- Appellante werpt verder, in ondergeschikte orde, een hele reeks van argumenten op zoals reeds uiteengezet in punt 3.
- van huidig arrest. De rechter in kort geding dient uitspraak te doen bij voorraad (artikel 584 Ger.W.) zonder nadeel toe te brengen aan de zaak zelf (artikel 1039 Ger.W.). De rechter in kort geding is derhalve niet verplicht in te gaan op het verweer van degene tegen wie de maatregel wordt gevraagd en dat gebaseerd is op het materiële recht (zie Cass. 4 februari 2000, Arr. Cass. 2000, 92). Het komt bovendien aan de kortgedingrechter niet toe een declaratieve beslissing uit te spreken. Hij mag immers geen uitspraak doen over het bestaan van een betwist recht. Hij dient zich te beperken tot het bevelen van conservatoire maatregelen of, met het oog op een toekomstig geschil ten gronde, onderzoeksmaatregelen bevelen. De door appellante ingeroepen middelen in ondergeschikte orde raken de grond van de zaak en dienen dan ook voorgelegd te worden in de procedure ten gronde. 3.
- Alle overige door partijen aangevoerde grieven zijn niet ter zake dienend in het licht van wat voorafgaat. 3.
- Voor wat de rechtsplegingsvergoeding betreft vragen partijen een bedrag van 1.200 euro , zijnde het basisbedrag voor geschillen die betrekking hebben op niet in geld waardeerbare vorderingen (artikel 3 van het K.B. van 26 oktober 2007). Dit bedrag komt toe aan geïntimeerde als de in het gelijk gestelde partij. OM DEZE REDENEN : HET HOF, Rechtdoende op tegenspraak, Gelet op artikel 24 van de wet van 15 juni 1935 op het taalgebruik in gerechtszaken; Verklaart het hoger beroep ontvankelijk doch ongegrond. Bevestigt de bestreden beschikking. Veroordeelt appellante in de kosten van het hoger beroep begroot in hoofde van geïntimeerde op euro 1.200 rechtsplegingsvergoeding. Aldus gevonnist en uitgesproken ter buitengewone openbare terechtzitting van de burgerlijke eerste kamer van het hof van beroep te Brussel, op 28/07/08 waar aanwezig waren en zitting hielden : Astrid DE PREESTER, Raadsheer d.d. Voorzitter, Evrard JANSSENS DE BISTHOVEN, Raadsheer, Marc DEBAERE, Raadsheer, Viviane DE VIS, Griffier. V. DE VIS M. DEBAERE E. JANSSENS DE BISTHOVEN A. DE PREESTER Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div