id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van beroep van Brussel Vonnis/arrest van 01 oktober 2008 ECLI nr: ECLI:BE:CABRL:2008:ARR.20081001.10 Rolnummer: 2006AR2767 Rechtsgebied: Overige Invoerdatum: 2009-01-14 Raadplegingen: 88 - laatst gezien 2026-07-02 18:01 Fiche UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - GERECHTELIJK RECHT- ALGEMENE BEGINSELEN - Begrippen - Onsplitsbaarheid GERECHTELIJK RECHT - RECHTSMIDDELEN - GERECHTELIJK RECHT EN CASSATIE - Hoger beroep (gerechtelijk recht) - Onsplitsbaarheid Vrije woorden: Artikel 1053 Ger. W. Ontsplitsbaar geschil. Definitie, draagwijdte, maatstaf. Ontsplitsbaarheid en procedure in hoger beroep. Wettelijke bepalingen: oud Burgerlijk Wetboek - 1053 Tekst van de beslissing Het HOF VAN BEROEP TE BRUSSEL, Aanvullende kamer 1S, (wet van 9 juli 1997), Nr.: na beraad spreekt het volgend arrest uit : A.R. Nr. 2006/AR/2767 Rep.nr.: 2008/ IN ZAKE VAN : Kamer 1S De GEMEENTE SINT-GENESIUS-RODE, vertegenwoordigd door het College van Burgemeester en Schepenen, met kantoren te 1640 Sint-Genesius-Rode, Dorpsstraat 46, eiseres beroep, vertegenwoordigd door meester Jochen Honnay, loco meester Dirk Lindemans, advocaat te 1000 Brussel, Keizerslaan 3, TEGEN : Eindarrest De SOMALISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de Minister van Buitenlandse zaken, die woonstkeuze doet op het adres van zijn raadsman, meester Jean-François Peeters, met kantoor te 1150 Brussel, Tervurenlaan 447/15, verweerster in beroep, vertegenwoordigd door meester Jean-François Peeters, advocaat te 1150 Brussel, Tervurenlaan 447/
- ************ Het hof heeft acht geslagen op de stukken van de procedure, onder meer: - een verzoekschrift hoger beroep neergelegd op de griffie van het hof op 11 oktober 2006, en gericht tegen een beschikking van de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg van Brussel van 12 juni 2006, waarvan geen betekening wordt voorgelegd; - de conclusie van de gemeente Sint-Genesius-Rode, eiseres in beroep (hierna: de gemeente), neergelegd op de griffie van het hof op 9 februari 2007; - de conclusie en aanvullende conclusie van de Staat Somalië, verweerster in beroep, neergelegd op de griffie van het hof op 10 januari 2007 en 26 maart
- Het hof heeft de partijen gehoord bij monde van hun advocaten op de openbare zitting van 3 september 2008, datum waarop de zaak in beraad werd genomen. De ontvankelijkheid van het hoger beroep In haar aanvullende conclusie werpt de Staat Somalië op dat het hoger beroep van de gemeente niet ontvankelijk is, omdat het, in strijd met artikel 1053 van het Gerechtelijk Wetboek, niet werd ingesteld tegen de voorlopige bewindvoerder die werd aangesteld bij de eerste, door de bestreden beschikking hervormde beschikking van de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg van Brussel van 11 oktober
- De voorlopige bewindvoerder was partij in de zaak die door de bestreden beschikking in eerste aanleg werd beslecht. De gemeente heeft na het neerleggen van de aanvullende conclusie waarin dit middel wordt opgeworpen, geen nieuwe conclusietermijnen gevraagd om hierop te antwoorden. Appellante heeft zich mondeling ter zitting van 3 september 2008 over de exceptie van niet-ontvankelijkheid kunnen verweren. Het staat aan het hof om na te gaan of het hier om een onsplitsbaar geschil gaat in de zin van artikel 1053 Gerechtelijk Wetboek, en dus of de gemeente ook niet beroep had moeten instellen tegen de voorlopige bewindvoerder, partij in eerste aanleg. De maatstaf om uit te maken of het gaat om een onsplitsbaar geschil is niet de logische band die er kan bestaan tussen twee of meer gerechtelijke uitspraken, maar alleen of er een materiële onmogelijkheid dreigt om twee of meer tegenstrijdige gerechtelijke uitspraken uit te voeren (Gent, 30 oktober 1990, T.G.R. 1991, 134, noot Taelman, P.; Luik, 27 maart 1997, R.R.D. 1998, 82). Dat is hier het geval. In de hypothese dat het hof het beroep van de gemeente zou gegrond verklaren, dan kan de voorlopige bewindvoerder niet tegelijkertijd van zijn functie ontheven zijn, op grond van de wat hem betreft nog niet definitieve, maar wel met gezag van gewijsde beklede beschikking van 12 juni 2006 enerzijds, en die functie verder blijven vervullen op grond van het uit te spreken arrest anderzijds (vergelijk met de positie van de curator bij een faillissement, Cass. 26 januari 2004, Arr.Cass., 2004, 125; J.T. 2004, 404; Pas. 2004, 154, concl. J. Leclercq, en van de schuldbemiddelaar in geval van collectieve schuldenregeling, Cass., 4 september 2003, P&B 2007, 209, noot). Het geschil tussen de Staat Somalië enerzijds, de gemeente en de voorlopige bewindvoerder anderzijds, is wel degelijk een onsplitsbaar geschil. Dit klemt temeer omdat de bestreden beschikking de kosten van de voorlopige bewindvoerder ten laste van de gemeente legt en dus een veroordeling tegen haar uitspreekt in het voordeel van de voorlopige bewindvoerder. Het hoger beroep is niet toelaatbaar. OM DEZE REDENEN, HET HOF, Rechtsprekende na tegenspraak, Gelet op art. 24 van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken; Beslist dat het hoger beroep niet toelaatbaar is. Veroordeelt de gemeente Sint-Genesius-Rode tot de kosten van het hoger beroep, vastgesteld in haren hoofde op euro 1.386,- (186+1.200) en in hoofde van verweerster in beroep op euro 1.200,- euro) Aldus gevonnist en uitgesproken in openbare terechtzitting van de kamer 1S van het hof van beroep te Brussel op 1 oktober 2008 waar aanwezig waren : De heer E. Janssens de Bisthoven, raadsheer, d.d. voorzitter, De heer E. Vander Stadt, plaatsvervangend raadsheer, De heer M. Boes, plaatsvervangend raadsheer, De heer Th. Gillioen, e.a. adjunct-griffier. Th. Gillioen M. Boes E. Vander Stadt E. Janssens de Bisthoven Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div