← België

ECLI:BE:CABRL:2008:ARR.20081106.19

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van beroep van Brussel Vonnis/arrest van 06 november 2008 ECLI nr: ECLI:BE:CABRL:2008:ARR.20081106.19 Rolnummer: 2006AR1420 Rechtsgebied: Burgerlijk recht Invoerdatum: 2009-01-20 Raadplegingen: 132 - laatst gezien 2026-07-02 18:15 Fiche UTU-thesaurus: BURGERLIJK RECHT - ZAKELIJKE RECHTEN - Hinder - Burenhinder Vrije woorden: Abnormale burenhinder. In casu, wegenwerken die schade berokkenen aan de exploitant van een tankstation gelegen aan de afgesloten weg ten behoeve van de wegenwerken. Aborname burenhinder? Is er een verschil tussen abnormale burenhinder veroorzaakt door een particulier of de overheid? Schadeloossteling: impact van de duur van de werken. Is bij abnormale burenhinder de schadeloosstelling integraal. Tekst van de beslissing Het HOF VAN BEROEP TE BRUSSEL, Aanvullende kamer 1S, (wet van 9 juli 1997), Nr.: na beraad spreekt het volgend arrest uit : A.R. Nr. 2006/AR/1420 Rep.nr.: 2008/ IN ZAKE VAN : Kamer 1S De GEMEENTE BEERSEL, vertegenwoordigd door het college van burgemeester en schepenen, met kantoren te 1652 Alsemberg, Alsembergsesteenweg 1046, eiseres in beroep, verweerster in beroep op incident, vertegenwoordigd door meester Jean Covers, loco meester Marc Van Hemelryck, advocaat te 1652 Alsemberg, Brusselsesteenweg 92, Eindarrest TEGEN : PULMARUYT V.O.F., met maatschappelijke zetel te 7864 Deux-Acren, Lisière du Bois 5, verweerster in beroep, eiseres in beroep op incident, vertegenwoordigd door meester Luc De Wilder, loco meester Geert Carlier, advocaat te 1500 Halle, Gaasbeeksesteenweg 53. ************ Het hof heeft acht geslagen op de stukken van de procedure, onder meer: - een verzoekschrift tot hoger beroep neergelegd op de griffie van het hof op 19 mei 2006 en gericht tegen een vonnis van de rechtbank van eerste aanleg van Brussel van 22 november 2005, waarvan geen betekening wordt voorgelegd; - de conclusie van de gemeente Beersel, eiseres in beroep, verweerster in beroep op incident (hierna: de gemeente), neergelegd op 9 mei 2007; - de conclusie en aanvullende conclusie van de vennootschap onder firma Pulmaruyt, verweerster in beroep, eiseres in beroep op incident (hierna: Pulmaruyt), neergelegd op 28 december 2006 en 10 juli 2007. Het hof heeft de partijen gehoord bij monde van hun advocaten op de openbare zitting van 24 september 2008, datum waarop de zaak in beraad werd genomen. Het hoger beroep en het incidenteel beroep zijn ontvankelijk naar de vorm en naar de termijn. Voorwerp van de vorderingen De gemeente vordert de hervorming van het bestreden vonnis, waarbij

(1)de vordering in schadevergoeding van Pulmaruyt tegen de gemeente principieel ontvankelijk en gegrond werd verklaard,
(2)een deskundige werd aangesteld om kort gezegd de omvang van de schade te bepalen, en
(3)de eis van Pulmaruyt tegen de provincie Vlaams-Brabant ongegrond werd verklaard De gemeente vordert in het beschikkend gedeelte van haar conclusie in beroep de oorspronkelijke eis van Pulmaruyt als ongegrond af te wijzen, en in het corpus van de conclusie, in ondergeschikte orde, de reductie (tot een niet bepaald bedrag) van de door Pulmaruyt gevraagde schadevergoeding. Pulmaruyt vraagt in hoofdorde de toewijzing van haar oorspronkelijke eis tegen de gemeente tot betaling van een schadevergoeding van 11.233,77 euro meer de interesten en de kosten, en in ondergeschikte orde de bevestiging van het bestreden vonnis in de mate dat een gerechtsdeskundige wordt aangesteld. De feiten Uit de door de partijen meegedeelde gegevens blijkt dat de gemeente wegen- en rioleringswerken heeft doen uitvoeren aan de Oude Baan in de deelgemeente Dworp, waarbij ook het kruispunt van de Oude Baan met de Alsembergsesteenweg - een provinciale weg - betrokken was. Door die werken was dit kruispunt afgesloten voor het verkeer van 18 augustus 2003 tot 17 oktober
  1. De eigendommen gelegen langs de Alsembergse-steenweg waren nog wel bereikbaar, maar doorgaand verkeer was niet mogelijk. Pulmaruyt baat een benzinestation uit langs de Alsembergsesteenweg. De stellingen van de partijen Pulmaruyt stelt dat zij door het afsluiten van het kruispunt en het wegvallen van het doorgaand verkeer een aanzienlijke schade heeft geleden, bestaande uit minder verkoop van benzine en diesel en minder verkoop van producten in de winkel die bij het station wordt uitgebaat. Zij stelt dat die schade voortvloeit uit een fout van de gemeente, of minstens dat de gemeente aansprakelijk is op grond van de door haar veroorzaakte abnormale burenhinder. De gemeente betwist dat. Zij stelt dat zij geen fout heeft begaan, dat het benzinestation wel bereikbaar was, dat er geen sprake is van abnormale burenhinder, dat bij de beoordeling van de vraag of er abnormale burenhinder is, moet worden rekening gehouden met het feit dat het gaat om overheidseigendommen en werken van openbaar nut. Zij stelt verder dat Pulmaruyt haar schade niet bewijst naar genoegen van recht, en tenslotte dat in geen geval de hele schade moet vergoed worden. De beslissing van het hof
  2. Pulmaruyt verwijt aan de gemeente de uitvoering van de werken en de datum ervan laattijdig te hebben meegedeeld aan Pulmaruyt, en ziet hierin een fout van de gemeente op grond waarvan die gehouden is tot het vergoeden van de schade. Zij stelt verder dat de gemeente geen voorzorgsmaatregelen heeft genomen om de schade te beperken. De datum, duur en omvang van de uitvoering van de werken werd door de aannemer meegedeeld bij rondschrijven van 24 juni 2003, dat is bijna twee maanden voor de afsluiting van het kruispunt. Dat is zeker niet laattijdig te noemen. Verder moet worden vastgesteld dat Pulmaruyt volledig in gebreke blijft aan te tonen hoe een eerdere mededeling van de aanvangsdatum en duur van de afsluiting iets veranderd zou hebben aan de schade die zij geleden heeft. Pulmaruyt preciseert verder niet welke hinderbeperkende maatregelen de gemeente had kunnen nemen, en de gemeente wijst er terecht op dat zij een omleiding heeft aangelegd en laten aanduiden dat het benzinestation van Pulmaruyt nog te bereiken was. De gemeente heeft dus alles gedaan wat redelijkerwijze van haar verwacht mocht worden. De door Pulmaruyt aangeklaagde fouten zijn niet bewezen.
  3. Op de tweede plaats stelt Pulmaruyt dat er sprake is van abnormale burenhinder en dat degene die de abnormale burenhinder veroorzaakt is gehouden de schade te vergoeden ook al heeft hij geen fout begaan.
  4. Een eerste punt dat het hof dient te onderzoeken is of de gemeente wel gehouden kan zijn op grond van de leer van de abnormale burenhinder. De eerste rechter heeft geoordeeld dat de werken uitgevoerd werden ten voordele van de Oude Baan, die aan de gemeente toebehoort, zodat dit het erf was ten voordele waarvan het evenwicht verbroken werd. Het kruispunt waar het hier over gaat maakt deel uit van een weg die toebehoort aan de provincie Vlaams-Brabant. Het zijn niet de werken aan de Oude Baan die de aangeklaagde hinder hebben veroorzaakt, wel de werken aan het kruispunt. Dat betekent evenwel niet dat de gemeente niet gehouden kan zijn op grond van de abnormale burenhinder. Om aansprakelijk te zijn voor abnormale burenhinder moet men houder zijn van een persoonlijk of zakelijk recht op de eigendom van waaruit de hinder veroorzaakt werd. Het volstaat dat men een van de attributen van het eigendomsrecht bezit om in voorkomend geval aansprakelijk te kunnen worden gesteld voor abnormale burenhinder (Antwerpen, 3 maart 2003, T.B.B.R. 2005, 411). In dit geval is de gemeente opgetreden als opdrachtgever van de werken, en dient bij gebrek aan andersluidende gegevens te worden aangenomen dat zij eigenares is van de rioleringsbuizen, ook de buizen die op het kruispunt werden aangebracht. Zij kan dus aangesproken worden op grond van abnormale burenhinder ontstaan uit de afsluiting van het kruispunt.
  5. Er is geen reden waarom de overheid niet gehouden zou zijn abnormale burenhinder te vergoeden, maar er is verschil van mening over de vraag of de door haar veroorzaakte hinder even streng moet beoordeeld worden als de door een particulier veroorzaakte hinder (in die zin: Brussel, 8 december 2003, R.J.I. 2004, 300), dan wel rekening moet worden gehouden met de lasten die eenieder moet dragen voor het gemeen-schappelijk belang (in die zin: Mons, 15 september 2003, T.B.B.R. 2006, 424). Die stellingen zijn niet onverzoenbaar, als men rekening houdt met het feit dat minstens voor een aantal overheidseigendommen, zoals bijvoorbeeld wegen, het normale gebruik en onderhoud nu eenmaal specifieke kenmerken vertonen, die om die reden voor de aangelanden geen abnormale burenhinder kunnen zijn. Het is inherent aan een weg dat de slijtage die door het gebruik ontstaat om de zoveel jaar moet worden hersteld, wat met zich meebrengt dat de weg een tijd niet meer gebruikt kan worden. Hetzelfde geldt voor nutsvoorzieningen, zoals de rioleringen, die aangebracht worden in of onder de wegen. Het uitvoeren van wegeniswerken met het daarmee gepaard gaande tijdelijk buiten gebruik stellen van de weg is dus niet als zodanig buitengewone burenhinder. Dat wil niet zeggen dat het buiten gebruik stellen van een weg omwille van werkzaamheden nooit abnormale burenhinder kan veroorzaken. Vermits het vooraf bestaand genotsevenwicht altijd in concreto bepaald wordt, dient men rekening te houden met het specifiek legitiem gebruik dat van een aanpalende eigendom gebruik wordt gemaakt - in dit geval de exploitatie van een benzinestation - , en op de tweede plaats met de duur van het buiten gebruik stellen van de weg.
  6. Daaruit volgt dat het buiten gebruik stellen van een weg, omwille van werken van onderhoud en verbetering van de nutsvoorzieningen, geen abnormale burenhinder is als de werken niet te lang duren, en dit ongeacht het legitiem gebruik van aanpalende eigendommen, en verder dat het legitiem gebruik van een aanpalende eigendom wel een rol kan spelen om uit te maken wanneer de duur van de buitengebruikstelling een abnormale burenhinder veroorzaakt. Zo zal er voor de eigendom waar een benzinestation geëxploiteerd wordt sneller sprake zijn van abnormale burenhinder, dan voor de naastgelegen eigendom waarvan het normale genot minder afhankelijk is van het normale gebruik van de voorliggende weg.
  7. Daaruit volgt dat de verweerster in beroep geen aanspraak kan maken op vergoeding van alle schade die zij geleden heeft door het afsluiten van het kruispunt. Pas als is aangetoond dat de werken zo lang hebben geduurd dat zij haar, in het normale gebruik van haar eigendom, schade hebben toegebracht die de perken van het normale te boven gaat, heeft zij recht op vergoeding en ook alleen op vergoeding die na dit tijdstip is opgetreden. De vergoeding van schade wegens abnormale burenhinder is om die reden ook nooit integraal (Cf. Gent, 1 oktober 2004, De Verz. 2005, 566).
  8. In de huidige zaak is het hof van oordeel dat de verweerster in beroep redelijkerwijze de last van de afsluiting van het kruispunt gedurende een maand niet als abnormale burenhinder kon beschouwen. Gelet op het legitiem gebruik dat zij van haar eigendom maakte, dient de latere schade die de afsluiting van het kruispunt veroorzaakte wel als abnormaal beschouwd te worden.
  9. De gemeente betwist de berekening van de schade die Pulmaruyt voorlegt. De eerste rechter heeft een deskundige aangesteld. Daar vaststaat
(1)dat Pulmaruyt schade heeft geleden,
(2)de door haar bijgebrachte gegevens een tamelijk betrouwbaar beeld geven van de schade, en
(3)het hof geoordeeld heeft dat niet alle schade voor vergoeding in aanmerking komt, acht het hof het niet nuttig een deskundige aan te stellen. 9. Naar het oordeel van het hof volstaat een bedrag van 5.000 euro om de abnormale, door Pulmaruyt geleden schade te vergoeden. Daar de vergoeding wegens abnormale burenhinder niet gelijk te stellen is met integrale vergoeding, is er ook geen reden om vergoedende interesten toe te kennen( Gent, 1 oktober 2004, De Verz. 2005, 566) . OM DEZE REDENEN, HET HOF, Rechtsprekende na tegenspraak, Gelet op art. 24 van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken; Verklaart het hoger beroep en het incidenteel beroep ontvankelijk en deels gegrond. Hervormt het bestreden vonnis, en veroordeelt de gemeente Beersel om te betalen aan de vennootschap onder firma Pulmaruyt het bedrag van 5.000,- euro, vermeerderd met de gerechtelijke interesten vanaf de datum van het arrest tot volledige betaling. Zegt dat elke partij haar kosten van het beroep zal dragen, deze kosten vastgesteld in hoofde van de gemeente Beersel op 1.286,- euro (186+1.100) en in hoofde van Pulmaruyt V.O.F. op 1.100,- euro. Aldus gevonnist en uitgesproken in openbare terechtzitting van de kamer 1S van het hof van beroep te Brussel op 5 november 2008 waar aanwezig waren : De heer E. Janssens de Bisthoven, raadsheer, d.d. voorzitter, De heer M. Boes, plaatsvervangend raadsheer, De heer J. Celis, plaatsvervangend raadsheer, De heer Th. Gillioen, e.a. adjunct-griffier. Th. Gillioen J. Celis M. Boes E. Janssens de Bisthoven Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.