id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van beroep van Brussel Vonnis/arrest van 02 december 2008 ECLI nr: ECLI:BE:CABRL:2008:ARR.20081202.10 Rolnummer: 2008AR823 Rechtsgebied: Overige - Burgerlijk recht Invoerdatum: 2009-01-14 Raadplegingen: 92 - laatst gezien 2026-07-02 18:26 Fiche UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - BIJZONDERE RECHTSPLEGINGEN (BURGERLIJKE ZAKEN) - Onverdeelde goederen GERECHTELIJK RECHT - BIJZONDERE RECHTSPLEGINGEN (BURGERLIJKE ZAKEN) - Onverdeelde goederen - Algemeen BURGERLIJK RECHT - ZAKELIJKE RECHTEN - Mede-eigendom BURGERLIJK RECHT - ZAKELIJKE RECHTEN - Mede-eigendom - Algemeen Vrije woorden: I. Gerechtelijke verdeling. Onverdeeld bestaande uit een blok bouwgrond met mogelijkheid van verkaveling, mits uitvoering van werken. Taal van de gerechtelijk aangestelde boedelnotaris belast met de verkoping. Verkoping in blok of verkoping in loten? Onderscheid tussen daad van louter beheer en daden van gewoon beheer. Aanvraag van een verkavelingsvergunning door de boedelnotaris. Onmogelijkheid voor de boedelnotaris ivm uitvoering van verkavelingsvoorwaarde. II. Medeëigendom en onverdeeldheid; Uitvoering van verkavelingsvoorwaarden. Impact van artikel 577-2, §6 B.W. Tekst van de beslissing ARREST N° Het Hof van Beroep te BRUSSEL, eerste kamer, na beraadslaging, spreekt volgend arrest uit : Rep. Nr. 2008/ A.R. nr. 2008/AR/823 Uit onverdeeldheid treding - machtiging notaris beëindiging pacht, infrastructuurwerken voor verkaveling - verscheidene onverdeeldheden INZAKE VAN : 1) De heer R. J., in zijn hoedanigheid van erfgenaam van wijlen de heer A. J., overleden op 26 juli 2001 en in zijn hoedanigheid van erfgenaam van wijlen mevrouw X. Y, overleden op 6 september 2004, vertegenwoordigd door Meester DUCHATEAU loco Meester Marc DEWAEL, advocaat te 3400 LANDEN, Stationsstraat 108A, 2) De heer G. K., , 1ste kamer vertegenwoordigd door Meester Kristel VANCORENLAND loco Meester Anja CELIS, advocaat te 3000 LEUVEN, Vital Decosterstraat 46/6, appellanten tegen een vonnis uitgesproken door de rechtbank van eerste aanleg te Leuven op 5 februari 2008, TEGEN : Mevrouw M. V., geïntimeerde, niet verschijnende, noch iemand voor haar ;
- De procedure In dit arrest oordeelt het hof over het hoger beroep tegen een vonnis van de rechtbank van eerste aanleg te Leuven van 5 februari
- De bepalingen van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken, waaronder art. 24, zijn nageleefd. J. en K. verklaren dat het vonnis niet werd betekend. Zij hebben hoger beroep ingesteld bij verzoekschrift, neergelegd op de griffie van het hof op 25 maart
- Het hoger beroep is tijdig en regelmatig naar vorm ingesteld. Het hoger beroep is ingeleid op de zitting van 16 mei
- Daar is het verstek vastgesteld van V., en hebben J. en K. de behandeling bij verstek gevraagd. De zaak is daarvoor vastgesteld op de zitting van 8 september 2008, waar V. opnieuw niet is verschenen. Het arrest wordt gewezen op verstek.
- De feiten en de vorderingen Bij vonnis van de rechtbank van eerste aanleg te Leuven van 4 november 2003 werd notaris Valkeniers aangesteld om over te gaan tot de vereffening en verdeling van een onroerend goed genaamd 'Kwade Haag' te Boutersem, Nieuwstraat, kadastraal aangeduid als Sectie B nrs. 11 W en 11 A, met een oppervlakte van 47a 46ca. Notaris Janssens werd aangesteld om de niet-verschijnende en weigerende partij te vertegenwoordigen. Op 7 september 2004 legde notaris Valkeniers een proces-verbaal van beweringen en zwarigheden neer. Bij vonnis van 20 september 2005 werd hij gemachtigd tot het aanvragen van een verkavelingsvergunning met betrekking tot het onroerend goed, en tot de openbare verkoop ervan. Op 10 juli 2007 heeft notaris Valkeniers opnieuw een proces-verbaal van beweringen en zwarigheden neergelegd. Hij stelde daarin voor dat de rechtbank hem zou machtigen tot: - de beëindiging van de pacht met vergoeding aan de pachter; - afstand te doen van een van de loten aan Riobra, als voorwaarde van de verkavelingsvergunning; - infrastructuurwerken te kunnen laten uitvoeren, eveneens als voorwaarde van de verkavelingsvergunning; - de verkavelingsakte te verlijden; De eerste rechter besliste (op tegenspraak met toepassing van artikel 735 §5 van het Gerechtelijk Wetboek) dat de machtiging niet kon worden toegestaan. In hoger beroep vragen J. en K. de machtigingen toch toe te staan.
- De gronden van de beslissing en het antwoord op de middelen van de partijen De eerste rechter overwoog dat de instrumenterende notaris alle initiatieven kan nemen om een optimaal resultaat te bekomen in het belang van de onverdeelde massa, zoals een verkavelingsvergunning aanvragen, en dat daar geen toelating voor nodig is van de gerechtigden, noch een machtiging vooraf van de rechtbank. Het komt de notaris echter niet toe om zonder akkoord van alle deelgenoten infrastructuurwerken te laten uitvoeren; als de verkavelingsvergunning daardoor niet kan gerealiseerd worden, moet de grond maar in zijn geheel verkocht worden. V. is niet verschenen, en wordt dus vermoed alles te betwisten. J. en K. beroepen zich op een volmacht die V. bij akte van 7 mei 1997 heeft verleend aan onder meer A. J., rechtsvoorganger van appellant J.. Die volmacht is gesteld in zeer algemene termen (met betrekking tot de "huidige en toekomstige goederen van de lastgever, welke ook hun oorsprong weze") maar vermeldt anderzijds "dit alles betreffende de nalatenschappen van haar ouders". Anders dan J. en K. voorhouden, blijkt daaruit echter niets met betrekking tot een instemming van V. aangaande een concreet project van verkaveling. Als volmacht aan J. kan het stuk niet meer gelden; de lastgeving eindigt door de dood van de lasthebber (artikel 2003 van het Burgerlijk Wetboek). Verder menen J. en K. dat de eerste rechter niet consequent is nu de notaris wel is gemachtigd voor de aanvraag tot verkaveling, maar niet tot de afhandeling ervan. Ten slotte voeren zij aan dat zij zelf de kosten zullen dragen, zodat de belangen van V. niet geschaad worden. Dat laatste is geen argument om voorbij te gaan aan de rechten van V. als mede- eigenaar. Het hof ziet geen inconsequentie in het standpunt van de eerste rechter. De notaris die wordt aangesteld voor de verdeling, kan alle daden van "louter beheer" verrichten, en de massa van de mede-eigenaars in rechte vertegenwoordigen, en bij verkoop de afwezige of weigerende partij vertegenwoordigen (artikel 1210 van het Gerechtelijk Wetboek). Indien de aanvraag van een verkavelingsvergunning nog kan beschouwd worden als een daad van "louter beheer", dan is dat zeker niet het geval voor de handelingen waarvoor de notaris in deze machtiging vraagt. Het hof wijst erop dat in beginsel de daden van beheer (beheer zonder meer, dus niet het beperkte "louter beheer") moeten gebeuren met medewerking van alle mede-eigenaars, of onder machtiging van de rechter die op de mede-eigendom toeziet, de vrederechter (artikel 577-2 §6 van het Burgerlijk Wetboek). Indien de mede-eigenaars niet overeenkomen over de uitvoering van de verkaveling, dan komt er in beginsel geen verkaveling, en het staat niet aan de notaris om die bij de uit onverdeeldheidtreding door te drukken. Het bovenstaande klemt des te meer in huidig geval, waarin - volgens de stukken die aan het hof worden voorgelegd - niet één maar twee onverdeeldheden lijken te bestaan. Uit de voorafgaande verklaringen in het proces- verbaal van de notaris van 1 juni 2007 begrijpt het hof dat het perceel 11/W onverdeeld is tussen J., K. en V. en dat perceel 11/A/2 onverdeeld is tussen K. en V.. Daaruit volgt in beginsel dat twee uitonverdeeldheidtredingen moeten doorgevoerd worden, waarbij voor elk van de onverdeeldheden afzonderlijk moet nagegaan worden of verdeling in natura mogelijk is dan wel verkoop in zijn geheel. Dat geldt uiteraard onder voorbehoud van een akkoord van de mede-eigenaars, maar dat akkoord lijkt er hier niet te zijn.
- De kosten J. en K. verklaren ter zitting dat zij voor de rechtsplegingsvergoeding de toepassing vragen van het basisbedrag. Met toepassing van het koninklijk besluit van 26 oktober 2007 bedraagt dat basisbedrag gelet op de niet waardeerbaarheid van de vordering 1.200,00 EUR. J. en K. vragen terecht de kosten ten laste van de massa te laten. OM DEZE REDENEN : HET HOF, Gelet op artikel 24 van de wet van 15 juni 1935 op het taalgebruik in gerechtszaken; Verklaart het hoger beroep van J. en K. ontvankelijk maar ongegrond. Laat de kosten van het hoger beroep, begroot - in hoofde van appellanten op euro 1.386 (186 rolrecht + 1.200 rechtsplegingsvergoeding), - in hoofde van geïntimeerde op NIHIL ten laste van de massa. Aldus gevonnist en uitgesproken ter openbare terechtzitting van de burgerlijke eerste kamer van het hof van beroep te Brussel, op 2/12/2008 waar aanwezig waren en zitting hielden : Astrid DE PREESTER, Raadsheer d.d. Voorzitter, Evrard JANSSENS DE BISTHOVEN, Raadsheer, Marc DEBAERE, Raadsheer, Viviane DE VIS, Griffier. V. DE VIS M. DEBAERE E. JANSSENS DE BISTHOVEN A. DE PREESTER Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div