id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van beroep van Brussel Vonnis/arrest van 16 december 2008 ECLI nr: ECLI:BE:CABRL:2008:ARR.20081216.8 Rolnummer: 2006AR2658 Rechtsgebied: Burgerlijk recht Invoerdatum: 2009-01-23 Raadplegingen: 110 - laatst gezien 2026-07-02 18:32 Fiche UTU-thesaurus: BURGERLIJK RECHT - VERBINTENIS UIT ONRECHTMATIGE DAAD - Zaken Vrije woorden: Een boom op een parkeerterrein waaruit een tak valt die een auto beschadigt, vertoont een gebrek in de zin van artikel 1384, eerste lid B.W. Tekst van de beslissing ARREST N° Het Hof van Beroep te BRUSSEL, eerste kamer, na beraadslaging, spreekt volgend arrest uit : Rep. Nr. 2008/ A.R. nr. 2006/AR/2658 Onrechtmatige daad INZAKE VAN : De naamloze vennootschap KBC VERZEKERINGEN, waarvan de maatschappelijke zetel gevestigd is te 3000 LEUVEN, Waaistraat 6, ingeschreven in het handelsregister van Leuven onder het nummer 121, R.P.R. 0403.552.563, appellante tegen een vonnis uitgesproken door de rechtbank van eerste aanleg te Brussel op 31 juli 2006, vertegenwoordigd door Meester Elisabeth DE KINDER loco Meester Maurice APPELMANS, advocaat te 1080 BRUSSEL, Schoonslaapsterstraat 29 bus 1, 1ste kamer TEGEN : De heer M. M., geïntimeerde, vertegenwoordigd door Meester Jenny FISCHER loco Meester Jean-François FLION, advocaat te 1200 BRUSSEL, De Broquevillelaan 261 bus 7,
- De procedure In dit arrest oordeelt het hof over het hoger beroep tegen een vonnis van de rechtbank van eerste aanleg te Brussel van 31 juli
- De bepalingen van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken, waaronder art. 24, zijn nageleefd. Het arrest wordt gewezen na tegenspraak. Partijen verklaren dat het vonnis niet werd betekend. KBC heeft hoger beroep ingesteld bij verzoekschrift, neergelegd op de griffie van het hof op 28 september
- Het hoger beroep is tijdig en regelmatig naar vorm ingesteld.
- De feiten en de vordering M. stelt dat zijn auto is beschadigd op 1 oktober 2000 in het BLOSO domein te Hofstade door een uit een boom gevallen tak. KBC is de verzekeraar van BLOSO. 2.
- Voor de eerste rechter vorderde M. de veroordeling van KBC tot de betaling aan hem van 2.795,77 EUR, plus de vergoedende en de gerechtelijke interesten. KBC concludeerde tot de ongegrondheid van de vordering. 2.
- De eerste rechter verklaarde de vordering gegrond en veroordeelde KBC tot het gevorderde. 2.
- In hoger beroep herneemt KBC haar oorspronkelijk verweer; M. concludeert tot de ongegrondheid van het hoger beroep.
- De gronden van de beslissing en het antwoord op de middelen van de partijen KBC voert als grief onder meer aan dat M. niet het bewijs levert van de feiten. Het blijkt niet dat M. verdacht laat aangifte heeft gedaan bij zijn verzekeraar. In een brief van de makelaar van M. van 10 januari 2001 wordt verwezen naar een brief van de verzekeraar van 19 december 2000, waarin die laatste om uitleg vroeg; dat wijst er op dat voor die laatste datum het dossier reeds een eerste behandeling had gekregen. In de vermelde brief van de makelaar van M. van 10 januari 2001 is reeds sprake van de getuige LUIS COREIA, en een andere, wiens verklaring niet wordt voorgelegd. Uit niets blijkt dat LUIS COREIA een band zou hebben met M., of dat er een andere reden zou zijn om eventueel te twijfelen aan zijn eerlijkheid. Het is niet ernstig van KBC om te eisen dat de getuige de boomtak zou hebben zien vallen. Anders dan KBC voorhoudt, dateert het voorgelegde bestek niet van 13 december, maar wel van 13 oktober
- Dat is dus vrij kort na de beweerde datum van de feiten. Dat het bestek een ruimere herstelling voorstelt dan de expert van de verzekeraar van M., impliceert niet dat de versie van M. en zijn getuige over het ongeval vals is. KBC leest overigens ook het antwoord van de verzekeraar van M. verkeerd: er staat niet dat er geen dekking is wegens geen aangifte op 1 oktober 2000, maar wel geen dekking wegens geen storm gesignaleerd op 1 oktober
- De eerste rechter heeft dus terecht de feiten bewezen geacht. Evenzeer terecht heeft de eerste rechter het middel van KBC met betrekking tot de exoneratie van BLOSO voor haar aansprakelijkheid verworpen; uit niets blijkt een aanvaarding door M. van enig exoneratiebeding. Bij gebrek aan enige overeenkomst gelden de beginselen van de buitencontractuele aansprakelijkheid, in het bijzonder artikel 1384, 1ste lid van het Burgerlijk Wetboek, dat de eerste rechter correct heeft toegepast. Een boom op een parkeerterrein waaruit een tak valt, vertoont een gebrek in de zin van die bepaling. Een fout van BLOSO in de zin van artikel 1382 van het Burgerlijk Wetboek is niet vereist. Ook de betwisting van de schade is niet terecht. De eerste rechter heeft met recht de begroting overgenomen die is gemaakt door de verzekeraar van M., die dus in beginsel met terughoudendheid is opgesteld. Dat het bestek van 13 oktober 2000 veel ruimer is, is zonder belang. Uit niets blijkt dat M. de BTW zou kunnen recupereren.
- De kosten Partijen verklaren ter zitting dat zij voor de rechtsplegingsvergoeding de toepassing vragen van het basisbedrag. Met toepassing van het koninklijk besluit van 26 oktober 2007 bedraagt dat basisbedrag gelet op de waarde van de vordering 650,00 EUR. OM DEZE REDENEN : HET HOF, Rechtdoende op tegenspraak, Gelet op artikel 24 van de wet van 15 juni 1935 op het taalgebruik in gerechtszaken; Het hof verklaart het hoger beroep van KBC ontvankelijk maar ongegrond. Het veroordeelt KBC tot de betaling van de kosten van het hoger beroep, begroot - in hoofde van haarzelf op euro 836 ( 186 rolrecht + 650 rechtsplegingsvergoeding), en - in hoofde van geïntimeerde op euro 650 rechtsplegingsvergoeding. Aldus gevonnist en uitgesproken ter openbare terechtzitting van de burgerlijke eerste kamer van het hof van beroep te Brussel, op waar aanwezig waren en zitting hielden : Marc DEBAERE, Raadsheer, Viviane DE VIS, Griffier. V. DE VIS M. DEBAERE Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div