id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Imprimer cette page Taille d'impression S M L XL Nouvelle recherche JUPORTAL Fermer l'onglet Cour d'appel de Bruxelles Avis du 25 juin 2008 No ECLI: ECLI:BE:CABRL:2008:AVIS.20080625.11 No Rôle: 2007AR2610 Domaine juridique: Autres Date d'introduction: 2009-01-20 Consultations: 101 - dernière vue 2026-07-02 17:44 Fiche De eis tot uitlegging mag geen oneigenlijk rechtsmiddel worden waardoor geraakt zou worden aan het gezag van gewijsde van de genomen beslissing, zelfs al is die beslissing onwettig. Alleen wanneer een beslissing onduidelijk of ondubbelzinnig is, bestaat er aanleiding tot uitlegging ervan. Thésaurus UTU: DROIT JUDICIAIRE - PROCÉDURE JUDICIAIRE - Instruction de la cause - Jugement - Interprétation et rectification Texte de la décision Het HOF VAN BEROEP TE BRUSSEL, Aanvullende kamer 1S, (wet van 9 juli 1997), Nr.: na beraad spreekt het volgend arrest uit : A.R. Nr. 2007/AR/2610 Rep.nr.: 2008/ IN ZAKE VAN : Kamer 1S 1) AUTO ECOLE BOEL BRUGMANN B.V.B.A., in vereffening, met maatschappelijke zetel te 1170 Brussel, Middelburgstraat 83, 2) AUTO ECOLE DES CHAUSSEES B.V.B.A., met maatschappelijke zetel te 1180 Brussel, Alsembergsesteenweg 627, eiseressen in uitlegging en/of verbetering, vertegenwoordigd door meester Jimmy Fernand Vlaeminck, advocaat te 1210 Brussel, Middaglijnstraat 13, Eindarrest TEGEN : De BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de Minister van Mobiliteit en Vervoer, met kantoren te 1040 Brussel, Aarlenstraat 104, verweerder in uitlegging en/of verbetering, vertegenwoordigd door meester Michel Kiekens, advocaat te 1082 Brussel, Dr. A. Schweitzerplein 18. ************ Gelet op de stukken van de rechtspleging, inz.: - het exploot van dagvaarding strekkende tot uitlegging en/of verbetering van het arrest van 20 december 2006, op 5 september 2007 door plaatsvervangend gerechtsdeurwaarder Steven Tanghe in vervanging van gerechtsdeurwaarder Jacques Gielen betekend; - de conclusie van eiseressen tot uitlegging en/of verbetering; - de conclusie en syntheseconclusie van verweerder in uitlegging en/of verbetering. Gehoord de advocaten van partijen ter openbare terechtzitting van 28 mei 2008 en gelet op de stukken die zij neerlegden. I. Procedure in eerste aanleg 1. Bij arrest van 20 december 2006 heeft deze kamer van het hof: - het hoger beroep van de Belgische Staat en het incidenteel beroep van de BVBA Auto-Ecole Boel Brugmann en de BVBA Auto-Ecole des Chaussées tegen het vonnis van de rechtbank van eerste aanleg te Brussel d.d. 20 maart 2003 ontvankelijk verklaard en in de hierna volgende mate gegrond; - het bestreden vonnis teniet gedaan; - de Belgische Staat veroordeeld tot het betalen van een definitieve schadevergoeding
(1)aan de BVBA Auto-Ecole Boel Brugmann ten belope van 8.754,83 euro en
(2)aan de BVBA Auto-Ecole des Chaussées ten belope van 18.905,40 euro , deze bedragen telkens te verhogen met de gerechtelijke interesten vanaf 23 juli 1991; - de Belgische Staat tot ¾ en de twee vennootschappen tot ¼ van de gerechtskosten veroordeeld, zoals in het arrest begroot. 2. De BVBA Auto-Ecole Boel Brugmann en de BVBA Auto-Ecole des Chaussées hebben in uitlegging en/of verbetering van het arrest gedagvaard, met toepassing van art. 793 e.v. van het Gerechtelijk Wetboek en vragen:
(1)over te gaan tot uitlegging van het arrest en meer bepaald van het onder punt 16 (p. 7) van het arrest opgenomen motivatie m.b.t. de door het hof weerhouden berekeningswijze (formule) van de aan eisers toegekende schadevergoedingen en o.m. nader te verklaren waarom bij de bepaling van de desbetreffende schadevergoedingen: * afgezien werd van de door de deskundige voorop gestelde berekeningswijze van de schadevergoedingen als gemiddelde van de resultaten van de drie verschillende berekeningsmethodes; * t.a.v. de zich, in een gelijkaardige toestand bevindende appellanten, verschillende berekeningswijzen gehanteerd werden; * te preciseren of de aan eisers toegekende schadevergoedingen hetzij netto, hetzij bruto bedragen zijn;
(2)over te gaan tot het aanbrengen van alle zich opdringende verbeteringen conform de wettelijke bepalingen inzake. Eiseressen vorderen bovendien de veroordeling van gedaagde tot de gerechtskosten van de huidige rechtspleging.
- De Belgische Staat besluit tot de niet-ontvankelijkheid, ontoelaatbaarheid, minstens tot de ongegrondheid van de vordering tot uitlegging en verbetering, met veroordeling van eiseressen tot de gerechtskosten van huidige rechtspleging. Bespreking
- Het geciteerde randnummer 16 van het arrest van 20 december 2006 luidt:
- Rekening houdend met de krachtens het aangehaalde arrest in ogenschouw te nemen elementen en verdeling van aansprakelijkheid tussen de partijen, het feit dat geïntimeerden enkel aanspraak kunnen maken op de werkelijk geleden schade door de aangenomen fout van de appellant, de resultaten van de drie berekeningsmethoden in het deskundigenverslag en de opmerkingen van de partijen op die resultaten in het deskundigenverslag, begroot het hof de schadevergoeding ex aequo et bono op euro 8.754,83 [407.353 BEF - [(2/5 x 407.503 BEF) x 1/3] = 353.169 BEF] voor de eerste geïntimeerde en op euro 18.905,40 [879.972BEF - [(2/5 x 879.972 BEF) x 1/3] = 762.642 BEF] voor de tweede geïntimeerde. Gelet op het tijdstip waarop de aangenomen schade van de geïntimeerden door de fout van de appellant is ontstaan kunnen deze bedragen enkel worden verhoogd met de gevorderde gerechtelijke interest vanaf 23 juli
- Eiseressen in verbetering doen opmerken dat, wat eerste geïntimeerde betreft, het arrest de tweede berekeningsmethode van het deskundigenverslag hanteert en, wat de tweede geïntimeerde betreft, de derde berekeningsmethode. De verwijzing naar de resultaten van 407.353 BEF, resp. 879.972 BEF, als netto verlies, bewijst dit. Zij doen gelden dat het arrest niet motiveert waarom de schade in hoofde van de twee vennootschappen op grond van een verschillende methode worden begroot noch waarom het hof afweek van het gemiddelde tussen de drie methoden en dat het arrest tenslotte niet vermeldt of het om netto of bruto schadevergoedingen gaat. 1°. Vordering tot uitlegging
- De rechter die een onduidelijke of dubbelzinnige beslissing heeft gewezen, kan die uitleggen, zonder evenwel de daarin bevestigde rechten uit te breiden, te beperken of te wijzigen (art. 793 Ger. Wb.). Eiseressen blijven in gebreke aan te tonen waarin het arrest onduidelijk of dubbelzinnig zou zijn. Zij blijken eigenlijk een gebrekkige of onvoldoende motivatie in het arrest te verwijten, in welk geval zij een voorziening in cassatie moeten instellen en geen verzoek tot uitlegging. De eis tot uitlegging mag geen oneigenlijk rechtsmiddel worden waardoor geraakt zou kunnen worden aan het gezag van gewijsde van de genomen beslissing, zelfs al is die beslissing onwettig . Alleen wanneer een beslissing onduidelijk is of dubbelzinnig is, bestaat er aanleiding tot uitlegging ervan.
- Welnu, het arrest van 20 december 2006 begroot de aan de beide geïntimeerden definitief toekomende schadevergoedingen, zonder dat hiervoor een aanvullend deskundig onderzoek nodig is. Deze begroting steunt op billijkheidsmotieven, waarbij het hof verklaart rekening te houden met de overwegingen van het vroegere arrest, de inhoud van het deskundigenverslag en de reacties van partijen op dit verslag. Elders in het arrest van 20 december 2006 (zie randnummer 13 tot 15) stelt het hof vast "dat het deskundigenverslag geen rekening heeft gehouden met een aantal elementen die werden vooropgesteld in het arrest van 24 december 1997", "dat het voor de gerechtsdeskundige niet mogelijk was om het advies te verlenen waarbij rekening kon worden gehouden met de normale evolutie van het aantal ingeschreven leerlingen ... en met de omzet die de autorijschool Baert te Vorst heeft gerealiseerd" en "dat een bijkomende expertiseopdracht zoals bevolen door de eerste rechter niet meer nuttig kan bevolen worden en dat het bedrag van de schade van de geïntimeerden ex aequo et bono kan en moet vastgesteld worden omdat geen van de partijen de in het arrest van 24 september 1997 bedoelde elementen voor een juiste vaststelling ervan verschaft of nog kan verschaffen". Het arrest verwerpt bijgevolg kennelijk de begroting van de schade op grond van het gemiddelde van de drie berekeningsmethoden voorgesteld door de deskundige. Er is geen onduidelijkheid in de keuze van een definitieve begroting in billijkheid van de schade. De vordering tot uitlegging van het arrest van 20 december 2006 is ontoelaatbaar. 2°. Vordering tot verbetering
- De vordering tot verbetering betreft de verschrijvingen en misrekeningen in de gewezen beslissing. De rechter kan daartoe overgaan zonder evenwel de daarin bevestigde rechten uit te breiden, te beperken of te wijzigen. Te dezen wordt geen materiële fout in het arrest van 20 december 2006 aangetoond. De berekening, waarbij het aandeel van een derde van de schade tijdens de laatste twee jaren afgetrokken wordt, stemt volledig overeen met de "krachtens het aangehaalde arrest (van 24 september 1997) in ogenschouw te nemen elementen en verdeling van aansprakelijkheid tussen de partijen". Het arrest van 20 december 2006 bevat geen misrekening of verschrijving. Ook deze vordering is ontoelaatbaar. 3°. Nopens de gerechtskosten: 9.Partijen hebben ter zitting verklaard hun rechtsplegingsvergoeding te begroten op het basistarief van niet in geld waardeerbare zaken, zoals vastgesteld bij het K.B. van 26 oktober 2007 tot vaststelling van het tarief van de rechtsplegingsvergoeding bedoeld in art. 1022 Ger. W. en tot vaststelling van de datum van inwerkingtreding van de artikelen 1 tot 13 van de wet van 21 april 2007 betreffende de verhaalbaarheid van de erelonen en de kosten verbonden aan de bijstand van de advocaat. Te dezen bedraagt het basisbedrag 1.200 euro . OM DEZE REDENEN, HET HOF, Rechtsprekende na tegenspraak, Gelet op art. 24 van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken; Verklaart de vordering tot uitlegging of verbetering van het arrest van 20 december 2006 ontoelaatbaar. Veroordeelt de BVBA Auto-Ecole Boel Brugmann en de BVBA Auto-Ecole des Chaussées in de gerechtskosten van hun vordering, vastgesteld in hoofde van eiseressen in uitlegging en/of verbetering op euro 1.525,18 (325,18+1.200) en in hoofde van verweerder in uitlegging en/of verbetering op 1.200 euro. Aldus gevonnist door : - de heer E. Janssens de Bisthoven, raadsheer d.d. voorzitter, - de heer E. Vander Stadt, plaatsvervangend raadsheer, - de heer M. Boes, plaatsvervangend raadsheer, magistraten van de kamer 1S van het hof van beroep te Brussel die aan de beraadslaging hebben deelgenomen overeenkomstig artikel 778 van het Gerechtelijk Wetboek en het beraad tevens hebben beëindigd, en gezien de wettige verhindering van de heer Boes de uitspraak bij te wonen, Gillioen Vander Stadt Janssens de Bisthoven uitgesproken in openbare terechtzitting van dezelfde kamer op 25 juni 2008, door de heer E. Janssens de Bisthoven, raadsheer d.d. voorzitter, bijgestaan door de heer Th. Gillioen, e.a. adjunct-griffier. Gillioen Janssens de Bisthoven Imprimer cette page Taille d'impression S M L XL Nouvelle recherche JUPORTAL Fermer l'onglet <div