← België

ECLI:BE:CABRL:2009:ARR.20090106.4

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van beroep van Brussel Vonnis/arrest van 06 januari 2009 ECLI nr: ECLI:BE:CABRL:2009:ARR.20090106.4 Rolnummer: 2006AR2286 Rechtsgebied: Overige Invoerdatum: 2009-01-20 Raadplegingen: 110 - laatst gezien 2026-07-02 18:54 Fiche Artikelen 30 en 701 Ger. W. Het gegeven dat éénzelfde rechtsvraag aan de grondslag ligt van de onderscheiden vorderingen volstaat niet om tot samenhang te besluiten. UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - GERECHTELIJK RECHT- ALGEMENE BEGINSELEN - Begrippen - Aanhangigheid - Samenhang GERECHTELIJK RECHT - RECHTERLIJKE ORGANISATIE - Algemeen (rechterlijke organisatie) GERECHTELIJK RECHT - RECHTSPLEGING - Inleiding van de zaak - Dagvaardingsexploot Vrije woorden: Art. 701 Ger. W. Inleiding van samenhangende vordering bij een en dezelfde akte: voorwaarden. Begrip samenhang: art. 30 Ger. W. Vrije beoordeling van de samenhang door de rechter. Misbruik van art. 701 Ger. W. om bevoegdheids- en aanlegregels te ontlopen. Sanctie bij verkeerd toepassen van artikel 701 Ger. W. Artikel 701 Ger. W. belangt de rechterlijke organisatie aan. Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 701 Gerechtelijk Wetboek - art. 30 Tekst van de beslissing ARREST N° Het Hof van Beroep te BRUSSEL, eerste kamer, na beraadslaging, spreekt volgend arrest uit : Rep. Nr. 2009/ A.R. nr. 2006/AR/2286 KABELBESCHADIGINGEN - BUNDELING VAN VORDERINGEN - ARTIKEL 701 GER. W. - SAMENHANG - SANCTIE INZAKE VAN : De naamloze vennootschap BELGACOM, waarvan de maatschappelijke zetel gevestigd is te 1030 BRUSSEL, Koning Albert II-laan 27, ingeschreven in het handelsregister van Brussel onder het nummer 587.163, ingeschreven in de kruispuntbank van ondernemingen onder het nummer 0202.239.951, appellant tegen een vonnis uitgesproken door de rechtbank van koophandel te Brussel 30 juni 2006, vertegenwoordigd door Meester Jean-Paul DELWICHE, advocaat te 1050 BRUSSEL, Waterloosesteenweg 412 F, 1ste kamer TEGEN : De naamloze vennootschap WEGEBO, waarvan de maatschappelijke zetel gevestigd is te 1800 VILVOORDE, Harensesteenweg 100, geïntimeerde, vertegenwoordigd door Meester BERGMANS loco Meester Michel MARECHAL, advocaat te 1050 BRUSSEL, Waterloosesteenweg 412 F, I. DE PROCEDURE In deze zaak oordeelt het hof over het hoger beroep dat ingesteld is tegen een vonnis, gewezen na tegenspraak door de rechtbank van koophandel te Brussel, op 30 juni 2006 (A.R.11557/2004). Overeenkomstig artikel 24 van de wet van 15 juni 1935 betreffende het gebruik der talen in gerechtszaken wordt voor de rechtspleging de Nederlandse taal gebruikt. De zaak wordt behandeld en berecht na tegenspraak. De partijen verklaren ter zitting van 3 november 2008 dat het bestreden vonnis niet werd betekend. De nv BELGACOM heeft hoger beroep ingesteld met verzoekschrift neergelegd ter griffie op 18 augustus

  1. Het hoger beroep is ontvankelijk, want tijdig en regelmatig naar vorm ingesteld. II. VOORWERP VAN HET GEDING EN VOORGAANDEN Op 8 december 2004 stelde de nv BELGACOM een inleidende vordering in tegen de nv WEGEBO ertoe strekkende deze laatste te horen veroordelen tot betaling van een som van 1.930,71 euro, uit hoofde van "op diverse tijdstippen een invoerleiding van de nv BELGACOM beschadigd te hebben", plus de vergoedende intresten vanaf de respectieve data's van beschadiging, de gerechtelijke intresten en de kosten. De nv WEGEBO wierp in limine litis een exceptie van onbevoegdheid op, stellende dat de vordering van BELGACOM betrekking had op 11 verschillende schadegevallen van telkens een vordering tussen 105 euro en 300 euro en zij normaliter voor ieder van deze schadegevallen, welke niet samenhangend zijn, had dienen te dagvaarden voor het bevoegde vredegerecht, zodat de rechtbank van koophandel onbevoegd was. In ondergeschikte orde besloot WEGEBO tot de ongegrondheid van de vorderingen. De eerste rechter weigerde de samenvoeging van de door BELGACOM ingestelde vorderingen bij gebreke aan samenhang tussen deze verschillende vorderingen. Hij verklaarde zich materieel onbevoegd om kennis te nemen van de eerste vordering ten bedrage van 261,12 euro en verwees deze vordering naar de vrederechter van het kanton Vilvoorde. De overige 10 vorderingen werden niet ontvankelijk verklaard wegens miskenning van de regel volgens welke iedere zelfstandige niet connexe vordering bij een afzonderlijke akte dient te worden ingesteld. BELGACOM stelt hoger beroep in voorzover de eerste rechter van oordeel was dat er geen samenhang bestond tussen de verschillende vorderingen en deze enerzijds wat de eerste vordering betrof heeft doorverwezen naar de vrederechter van het kanton Vilvoorde en anderzijds de overige vorderingen onontvankelijk verklaarde. BELGACOM herneemt haar oorspronkelijke vordering en verzoekt het hof op basis van haar evocatierecht het volledige dossier te behandelen ten gronde. WEGEBO besluit tot de ongegrondheid van het hoger beroep, in ondergeschikte orde het verzoek tot evocatie af te wijzen en de volledige zaak terug te verwijzen naar de eerste rechter, in nog meer ondergeschikte orde de vordering van BELGACOM ongegrond te verklaren. III. DE GRONDEN VAN DE BESLISSING EN HET ANTWOORD OP DE MIDDELEN VAN DE PARTIJEN Betreffende artikel 701 Ger.W. en de samenhang tussen de verschillende vorderingen
  2. De vordering van BELGACOM strekt ertoe WEGEBO te horen veroordelen tot een totale som van 1.930,71 euro, plus vergoedende intresten vanaf de respectieve data van beschadiging, de gerechtelijke intresten en de kosten van het geding. Uit het dagvaardingsexploot blijkt dat deze vordering in feite de optelsom is van 11 verschillende schadegevallen waarvoor BELGACOM schadevergoeding vordert, met name : - werf te Herne - Stationsstraat op 14/11/2002 met een schade van 261,12 euro - werf te Londerzeel - Sneppelaar op 16/01/2003 met een schade van 184,10 euro op 17/02/2003 met een schade van 132,90 euro op 19/02/2003 met een schade van 105,13 euro - werf te Londerzeel - Maldersesteenweg op 8/05/2003 met een schade van 108,61 euro - werf te Ninove - Bevrijdingslaan op 6/06/2003 met een schade van 306,65 euro - werf te Ninove - Brakelsesteenweg op 22/08/2003 met een schade van 226,78 euro - werf te Voorde - Brakelsesteenweg op 27/08/2003 met een schade van 132,90 euro - werf Sint-Pieters-Leeuw - Slesbroekstraat op 19/09/2003 met een schade van 155,54 euro - werf te Herne - Stationstraat op 17/10/2003 met een schade van 105,13 euro Er bestaat geen betwisting tussen partijen dat de hierboven opgesomde schadegevallen plaatsvonden op diverse tijdstippen en verschillende plaatsen en in het kader van diverse werven. BELGACOM stelt dat het telkenmale een beschadiging van een invoerlijn naar een privé-woning betrof. De materialiteit van de schadegevallen wordt op zich niet betwist door WEGEBO, doch wel haar aansprakelijkheid dienaangaande.
  3. BELGACOM is van oordeel dat eenzelfde aard van schadegevallen veroorzaakt door dezelfde aannemer in één dagvaarding voor de rechtbank kan worden gebracht. BELGACOM heeft alzo haar schade voortvloeiend uit 11 verschillende schadegevallen gebundeld en voor de rechtbank van koophandel gebracht. WEGEBO stelt dat er in casu geen sprake is van samenhang tussen de verschillende schadegevallen en BELGACOM zich niet kan steunen op artikel 701 Ger. W. om haar vorderingen te bundelen in één dagvaarding.
  4. Volgens artikel 701 Ger.W. kunnen verscheidene vorderingen tussen twee of meer partijen, indien zij samenhangend zijn, bij eenzelfde akte worden ingesteld. Het begrip "samenhang" wordt verduidelijkt door artikel 30 Ger.W. dat stelt dat rechtsvorderingen kunnen als samenhangende zaken worden behandeld, wanneer zij onderling zo nauw verbonden zijn dat het wenselijk is ze samen te behandelen en te berechten, teneinde oplossingen te vermijden die onverenigbaar kunnen zijn wanneer de zaken afzonderlijk worden beslecht. De samenhang wordt aan de vrije beoordeling van de rechter overgelaten, zulks ongeacht het voorwerp of de oorzaak waarop de rechtsvorderingen betrekking hebben, of de identiteit van de gedingvoerende partijen.(cass. 4 september 1987, R.W. 1987-88,892) In casu heeft BELGACOM meerdere, van elkaar onafhankelijke vorderingen gebundeld in één dagvaarding. De vorderingen hebben verschillende feitelijke oorzaken, zijn gebaseerd op onderscheiden fouten met een afzonderlijk verweer en betreffen onderscheiden schade, gestaafd door telkens voor elk schadegeval afzonderlijke stukkenbundels. De gevorderde schade van BELGACOM vloeit in deze niet voort uit één en hetzelfde schadeverwekkend feit. Het gegeven dat eenzelfde rechtsvraag aan de grondslag ligt van de onderscheiden vorderingen volstaat niet om tot samenhang te besluiten. De eerste rechter heeft met aanwending van oordeelkundige, omstandige en pertinente motieven, die het hof beaamt, tot de zijne maakt en hier voor integraal hernomen houdt, geoordeeld dat in casu geen sprake is van enige samenhang tussen de door BELGACOM ingestelde vorderingen. Er is in casu evenmin enig gevaar voor onverenigbare oplossingen.
  5. BELGACOM kan ook niet worden gevolgd waar zij stelt dat het doelmatig is deze gelijkaardige, maar zelfstandige van elkaar onderscheiden zaken, samen voor één rechter te behandelen, waarmee tijd, moeite en geld wordt bespaard. Ingevolge de cumulatie van de verschillende vorderingen schendt BELGACOM in casu immers de procesrechtelijke regelgeving zowel inzake de bevoegdheid van de rechtbanken en hoven, als met betrekking tot de bepaling van de aanleg waarin deze vorderingen worden behandeld. De onderscheiden vorderingen overschrijden elk afzonderlijk immers nooit het bedrag van 1.240 euro, laat staan 1.860 euro en behoren dus tot de volstrekte bevoegdheid van de territoriaal hiervoor bevoegde vrederechter (artikel 590 Ger.W.) en worden gewezen in laatste aanleg (artikel 617 Ger.W.). BELGACOM heeft dan ook misbruik gemaakt van artikel 701 Ger. W. door aldus de bevoegdheids- en aanlegregels te ontwijken. De eerste rechter heeft volledig terecht geoordeeld dat deze vorderingen niet in één zelfde dagvaarding konden worden gebundeld.
  6. De eerste rechter heeft geoordeeld dat de sanctie de niet ontvankelijkheid is van de rechtsvorderingen, waarbij evenwel wordt aangenomen dat de rechter desalniettemin rechtsgeldig gevat blijft van de eerste vordering, in acht genomen de volgorde van de dagvaarding. Oordelend over deze eerste vordering verklaarde de eerste rechter zich onbevoegd en verwees de zaak naar de vrederechter van het kanton Vilvoorde. WEGEBO stelt geen incidenteel hoger beroep in, maar verzoekt de loutere bevestiging van het bestreden vonnis dienaangaande, op zijn minst de vorderingen afzonderlijk terug te verwijzen naar het bevoegde vredegerecht, indien het hof van mening zou zijn dat in casu de sanctie van onontvankelijkheid niet zou moeten worden toegepast. BELGACOM heeft hieromtrent geen argumentatie gevoerd.
  7. Er is alsdusdanig geen sanctie voorgeschreven voor het verkeerd toepassen van artikel 701 Ger.W. Artikel 701 Ger.W. belangt de rechterlijke organisatie aan. De eerste rechter heeft terecht gesteld dat hij kennis kon nemen van de eerst ingestelde vordering, zijnde het schadegeval te Herne van 14 november 2002, uit hoofde waarvan door BELGACOM een schadevergoeding wordt gevorderd van 261,12 euro, meer intresten en heeft zich terecht voor deze vordering onbevoegd verklaard en deze doorverwezen naar de vrederecher. De eerste rechter heeft eveneens terecht geoordeeld dat hij niet kon statueren in het kader van het aanhangig gemaakte geding over de overige gebundelde vorderingen met miskenning van artikel 701 Ger.W. en de eisen op deze grond niet ontvankelijk dienden verklaard te worden. OM DEZE REDENEN : HET HOF, Rechtdoende op tegenspraak, Gelet op artikel 24 van de wet van 15 juni 1935 op het taalgebruik in gerechtszaken; Verklaart het hoger beroep ontvankelijk, maar ongegrond; Veroordeelt BELGACOM tot de kosten van het hoger beroep, begroot in hoofde van WEGEBO op 400 euro rechtsplegingsvergoeding en in hoofde van BELGACOM op 186 euro rolrecht. Aldus gevonnist en uitgesproken ter openbare terechtzitting van de burgerlijke eerste kamer van het hof van beroep te Brussel, op waar aanwezig waren en zitting hielden : Nathalie DE RIJCK, Raadsheer, Viviane DE VIS, Griffier. V. DE VIS N. DE RIJCK Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.