← België

ECLI:BE:CABRL:2009:ARR.20090120.16

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van beroep van Brussel Vonnis/arrest van 20 januari 2009 ECLI nr: ECLI:BE:CABRL:2009:ARR.20090120.16 Rolnummer: 2008AR1494 Rechtsgebied: Overige Invoerdatum: 2013-10-03 Raadplegingen: 268 - laatst gezien 2026-07-03 02:19 Fiche Overeenkomstig artikel 1050 en 1055 Ger.W. kan in alle zaken hoger beroep ingesteld worden zodra het vonnis is uitgesproken, zelfs al is dit een beslissing alvorens recht te doen of een verstekvonnis. Tegen een beslissing inzake bevoegdheid kan slechts hoger beroep ingesteld worden samen met het hoger beroep tegen het eindvonnis.Een eindvonnis is een vonnis inzake ontvankelijkheid en/of gegrondheid, uitgesproken door de rechter die zich bevoegd heeft verklaard dan wel door de als bevoegd aangewezen rechter. Hoger beroep tegen een vonnis waarbij de rechter zich bevoegd of onbevoegd verklaart, is slechts mogelijk nadat de rechter die zich bevoegd heeft verklaard of de als bevoegd aangewezen rechter een eindvonnis heeft gewezen over de ontvankelijkheid en/of de gegrondheid van de vordering. UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - BEVOEGDHEID GERECHTELIJK RECHT - BEVOEGDHEID - Materiële bevoegdheid - Hof van beroep GERECHTELIJK RECHT - RECHTSMIDDELEN - GERECHTELIJK RECHT EN CASSATIE - Hoger beroep (gerechtelijk recht) - Algemeen GERECHTELIJK RECHT - RECHTSMIDDELEN - GERECHTELIJK RECHT EN CASSATIE - Hoger beroep (gerechtelijk recht) - Voorwaarden hoger beroep - Vonnis bevoegdheid Vrije woorden: Bevoegdheid. Hoger beroep. Ontvankelijkheid. Hoger beroep tegen een vonnis inzake bevoegdheid. Tekst van de beslissing ARREST N° Het Hof van Beroep te BRUSSEL, eerste kamer, na beraadslaging, spreekt volgend arrest uit : Rep. Nr. 2009/ A.R. nr. 2008/AR/1494 Ontvankelijkheid hoger beroep - vonnis in verband met bevoegdheid INZAKE VAN : De V.Z.W. AL MARA, waarvan de maatschappelijke zetel gevestigd is te 3010 LEUVEN- KESSEL-LO, Diestsesteenweg 104, ingeschreven in de kruispuntbank van ondernemingen onder het nummer 0452.469.960, appellante tegen een vonnis uitgesproken door de rechtbank van eerste aanleg te Leuven op 11 maart 2008, vertegenwoordigd door Meester Roland TIMMERMANS, advocaat te 3010 KESSEL-LO, Martelarenlaan 139, 1ste kamer TEGEN : Het AUTONOOM GEMEENTEBEDRIJF STADS-ONTWIKKELING LEUVEN, afgekort A.G.S.L., waarvan de maatschappelijke zetel gevestigd is te 3000 LEUVEN, Grote Markt 9, geïntimeerde, vertegenwoordigd door Meester Melanie LECOUTERE loco meester Dany SOCQUET, advocaat te 3080 TERVUREN, Merenstraat 28, Overeenkomstig artikel 1050 en 1055 Ger.W. kan in alle zaken hoger beroep ingesteld worden zodra het vonnis is uitgesproken, zelfs al is dit een beslissing alvorens recht te doen of een verstekvonnis. Tegen een beslissing inzake bevoegdheid kan slechts hoger beroep ingesteld worden samen met het hoger beroep tegen het eindvonnis.Een eindvonnis is een vonnis inzake ontvankelijkheid en/of gegrondheid, uitgesproken door de rechter die zich bevoegd heeft verklaard dan wel door de als bevoegd aangewezen rechter. Hoger beroep tegen een vonnis waarbij de rechter zich bevoegd of onbevoegd verklaart, is slechts mogelijk nadat de rechter die zich bevoegd heeft verklaard of de als bevoegd aangewezen rechter een eindvonnis heeft gewezen over de ontvankelijkheid en/of de gegrondheid van de vordering. ________________________________________________________ I. DE PROCEDURE In deze zaak oordeelt het hof over het hoger beroep dat ingesteld is tegen een vonnis, gewezen na tegenspraak door de rechtbank van eerste aanleg te Leuven, op 11 maart 2008(A.R. 07/1400/A). Overeenkomstig artikel 24 van de wet van 15 juni 1935 betreffende het gebruik der talen in gerechtszaken wordt voor de rechtspleging de Nederlandse taal gebruikt. De zaak wordt behandeld en berecht na tegenspraak. De partijen verklaren ter zitting van 15 december 2008 dat het bestreden vonnis niet werd betekend. Er ligt ook geen akte van betekening voor. Het hoger beroep werd ingesteld door de vzw AL MARA op 3 juni

  1. II. ONDERWERP VAN HET GEDING a. Eerste aanleg Op 7 juni 2007 stelde HET AUTONOOM GEMEENTEBEDRIJF STADSONTWIKKELING LEUVEN (hierna kortweg STADSONTWIKKELING LEUVEN genoemd) een inleidende vordering in tegen AL MARA ertoe strekkende : - te horen bevelen voor recht dat AL MARA ertoe gehouden is de site, gelegen langsheen de Diestsesteenweg 104 te Leuven, sectie Kessel-Lo, volledig te ontruimen en dit binnen de maand na betekening van het tussen te komen vonnis onder verbeurte van een dwangsom van 1.000 euro per dag vertraging, - haar bovendien te machtigen om, bij gebreke aan vrijwillige uitvoering, zelf over te gaan tot ontruiming, desnoods met de hulp van de openbare macht waarbij zij gerechtigd wordt de materialen en voorwerpen afkomstig van de ontruiming te verkopen, te vernietigen,..., - te zeggen voor recht dat AL MARA gehouden is de uitvoeringskosten te vergoeden, - AL MARA tevens te veroordelen tot betaling van een schadevergoeding ten titel van wederrechtelijke bezetting van haar terrein van 100 euro per dag vanaf 31 januari 2007 tot de uiteindelijke datum van volledige ontruiming van de site, - AL MARA te veroordelen tot de gerechtskosten. AL MARA besloot in hoofdorde tot de onbevoegdheid van de rechtbank van eerste aanleg te Leuven, stellende dat de vrederechter bevoegd was om kennis te nemen van het geschil, verwijzende naar artikel 591 Ger.W. In ondergeschikte orde besloot AL MARA tot de niet ontvankelijkheid, minstens ongegrondheid van de vordering. De eerste rechter heeft zich onbevoegd verklaard om van de zaak kennis te nemen en heeft de zaak verwezen naar de vrederechter van het tweede kanton (Leuven). b. Hoger beroep AL MARA stelt hoger beroep in, en verzoekt in zijn beroepsverzoekschrift het bestreden vonnis te niet te doen en "de oorspronkelijke vordering (van STADSONTWIKKELING LEUVEN) onontvankelijk te verklaren, minstens te zeggen voor recht dat de eerste rechter onbevoegd was zonder het recht op verwijzing". In besluiten vordert AL MARA "de oorspronkelijke vordering af te wijzen als onontvankelijk, minstens ongegrond". STADSONTWIKKELING LEUVEN besluit het hoger beroep, "zo ontvankelijk, als manifest ongegrond af te wijzen" en verzoekt tot bevestiging van het bestreden vonnis. STADSONTWIKKELING LEUVEN stelt een vordering in tot het bekomen van een schadevergoeding van 5.000 euro, meer intresten, uit hoofde van tergend en roekeloos hoger beroep. In ondergeschikte orde, herneemt zij haar oorspronkelijke vordering. III. DE GRONDEN VAN DE BESLISSING EN HET ANTWOORD OP DE MIDDELEN VAN DE PARTIJEN
  2. AL MARA beweert dat de oorspronkelijke vordering van STADSONTWIKKELING LEUVEN én bij de verkeerde rechtbank werd ingesteld én tegen de verkeerde persoon werd gericht. AL MARA verwijt de eerste rechter enkel uitspraak te hebben gedaan over de bevoegdheid en niet over de ontvankelijkheid van de vordering.
  3. AL MARA heeft voor de eerste rechter zelf in hoofdorde de onbevoegdheid van de rechtbank opgeworpen, zich steunende op artikel 591,1° Ger. W. en in ondergeschikte orde besloten tot de niet ontvankelijkheid en de ongegrondheid van de vordering. De eerste rechter heeft de door AL MARA in hoofdorde opgeworpen exceptie van onbevoegdheid behandeld en heeft zich onbevoegd verklaard (zoals door AL MARA opgeworpen) en de zaak door verwezen naar de vrederechter van het tweede kanton (Leuven).
  4. Overeenkomstig artikel 1050 en 1055 Ger.W. kan in alle zaken hoger beroep ingesteld worden zodra het vonnis is uitgesproken, zelfs al is dit een beslissing alvorens recht te doen of een verstekvonnis. Tegen een beslissing inzake bevoegdheid kan slechts hoger beroep ingesteld worden samen met het hoger beroep tegen het eindvonnis. Een eindvonnis is een vonnis inzake ontvankelijkheid en/of gegrondheid, uitgesproken door de rechter die zich bevoegd heeft verklaard dan wel door de als bevoegd aangewezen rechter. Hoger beroep tegen een vonnis waarbij de rechter zich bevoegd of onbevoegd verklaart, is slechts mogelijk nadat de rechter die zich bevoegd heeft verklaard of de als bevoegd aangewezen rechter een eindvonnis heeft gewezen over de ontvankelijkheid en/of de gegrondheid van de vordering. (cass. 6 maart 2006, AR S050113N ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20060306.6; cass. 24 juni 2005, AR S040150N ECLI:BE:CASS:2005:ARR.20050624.7)
  5. De beslissing van de eerste rechter waarbij deze zich bij vonnis van 11 maart 2008 onbevoegd verklaart en de zaak verwijst naar de vrederechter van het tweede kanton (Leuven)is een beslissing enkel en alleen inzake bevoegdheid. In casu tekent AL MARA hoger beroep aan tegen een beslissing inzake bevoegdheid vóórdat een eindvonnis in de zin van genoemde artikelen 1050 en 1055 Ger.W. is tussengekomen.
  6. Het hoger beroep van AL MARA is niet ontvankelijk.
  7. STADSONTWIKKELING LEUVEN vordert een schadevergoeding ex aequo et bono geraamd op 5.000 euro wegens tergend en roekeloos hoger beroep, stellende dat het hoger beroep van AL MARA manifest ongegrond is en zij met haar hoger beroep enkel de bedoeling had de procedure te vertragen en de inmiddels vastgestelde zitting voor de vrederecher van het tweede kanton te Leuven op 24 juni 2008 niet te laten doorgaan.
  8. Het hoger beroep is door AL MARA lichtzinnig ingesteld. Zij diende te weten, te meer zij wordt bijgestaan door een advocaat, dat haar hoger beroep niet ontvankelijk zou worden verklaard.
  9. STADSONTWIKKELING LEUVEN verduidelijkt echter niet en bewijst evenmin welke concrete schade zij geleden heeft ingevolge het tergend en roekeloos hoger beroep van AL MARA. De vordering van STADSONTWIKKELING LEUVEN in schadevergoeding wegens tergend en roekloos hoger beroep is ongegrond, wegens gebreke aan bewijs van een concrete en andere dan door de rechtsplegingsvergoeding gedekte schade.
  10. Sinds 1 januari 2008 is de wet van 21 april 2007 betreffende de verhaalbaarheid van de erelonen en de kosten verbonden aan de bijstand van een advocaat en het K.B. van 26 oktober 2007 dat de nieuwe tarieven van de rechtsplegingsvergoeding bepaalt van toepassing. Het geschil betreft een niet in geldwaardeerbare vordering, waarvoor het basistarief op 1.200 euro werd bepaald. Enkel STADSONTWIKKELING LEUVEN kan als in het gelijk gestelde partij aanspraak maken op een rechtsplegingsvergoeding. STADSONTWIKKELING LEUVEN vordert de rechtsplegingsvergoeding overeenkomstig artikel 1022 Ger.W. in haren hoofde te begroten op 10.000 euro, zijnde het maximumbedrag voor een niet in geldwaardeerbare vordering (art.3 K.B. 26 oktober 2007). Zoals reeds hoger gesteld werd het hoger beroep ingesteld op een lichtzinnige en onredelijke wijze en wijst de situatie erop dat AL MARA het geschil zo lang mogelijk wenst te rekken teneinde een eventuele uitdrijving te verdagen. Het hoger beroep van AL MARA heeft nutteloze kosten en erelonen van de advocaat in hoofde van STADSONTWIKKELING LEUVEN gegenereerd. In deze omstandigheden komt het gepast voor de rechtsplegingsvergoeding in hoofde van STADSONTWIKKELING LEUVEN te verhogen tot een bedrag van 2.000 euro. OM DEZE REDENEN : HET HOF, Rechtdoende op tegenspraak, Gelet op artikel 24 van de wet van 15 juni 1935 op het taalgebruik in gerechtszaken; Verklaart het hoger beroep niet ontvankelijk; Veroordeelt de vzw AL MARA tot de gerechtskosten in hoger beroep begroot in hoofde van het AUTONOOM GEMEENTEBEDRIJF STADSONTWIKKELING LEUVEN op 2.000 euro (rechtsplegingsvergoeding) en in hoofde van de vzw AL MARA op 186 euro. Aldus gevonnist en uitgesproken ter openbare terechtzitting van de burgerlijke eerste kamer van het hof van beroep te Brussel, op waar aanwezig waren en zitting hielden : Nathalie DE RIJCK, Raadsheer, Viviane DE VIS, Griffier. V. DE VIS N. DE RIJCK Gerelateerde publicatie(s) citeert: ECLI:BE:CASS:2005:ARR.20050624.7 ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20060306.6 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.