← België

ECLI:BE:CABRL:2009:ARR.20090120.4

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van beroep van Brussel Vonnis/arrest van 20 januari 2009 ECLI nr: ECLI:BE:CABRL:2009:ARR.20090120.4 Rolnummer: 2008AR1401 Rechtsgebied: Overige - Burgerlijk recht Invoerdatum: 2009-01-20 Raadplegingen: 95 - laatst gezien 2026-07-02 19:00 Fiche UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - NOTARIAAT GERECHTELIJK RECHT - NOTARIAAT - Andere (notariaat) BURGERLIJK RECHT - VERBINTENISSEN UIT OVEREENKOMST - Tenietgaan verbintenis - Betaling - Betaling met indeplaatsstelling BURGERLIJK RECHT - VERBINTENIS UIT ONRECHTMATIGE DAAD - Rechtstreekse aansprakelijkheid - Fout - de daad Vrije woorden: Notariaat - Notariële akte van verkoop - Opzoekingsplicht van de notaris m.b.t. de hypothecaire staat - Dode hoek - Bewarend beslag in de periode na de datum van het hypothecair hetuigschrift en voor de datum van de notarële verkoopakte - aansprakelijkheid van de notarissen - Optreden vanb de CVBA Verzekeringen van het notariaat, met betaling van de schuldeiser en indeplaatstelling overeenkomstig artikel 1250,1° B.W. Tekst van de beslissing ARREST N° Het Hof van Beroep te BRUSSEL, eerste kamer, na beraadslaging, spreekt volgend arrest uit : Rep. Nr. 2009/ A.R. nr. 2008/AR/1401 INZAKE VAN : De C.V.B.A. VERZEKERINGEN VAN HET NOTARIAAT, waarvan de maatschappelijke zetel gevestigd is te 1000 BRUSSEL, Bergstraat 34, ingeschreven in de kruispuntbank van ondernemingen onder het nummer 0403.249.982, appellant tegen een vonnis uitgesproken door de rechtbank van eerste aanleg te Brussel op 22 januari 2008, vertegenwoordigd door Meester Paul VERHAEGHE loco Meester J. STERCKX, advocaat te 1180 BRUSSEL, Brugmannlaan 451, 1ste kamer TEGEN : De heer D. J., geïntimeerde, niet verschijnende, noch iemand voor hem; I. DE PROCEDURE In deze zaak oordeelt het hof over het hoger beroep dat ingesteld is tegen het vonnis gewezen na tegenspraak door de rechtbank van eerste aanleg te Brussel op 22 januari 2008 (A.R.07/1562/A). Overeenkomstig artikel 24 van de wet van 15 juni 1935 betreffende het gebruik der talen in gerechtszaken wordt voor de rechtspleging de Nederlandse taal gebruikt. Op de inleidingszitting van 27 juni 2008 werd door de cvba VERZEKERINGEN VAN HET NOTARIAAT verstek gevorderd en vastgesteld ten aanzien van de heer D. J.. De zaak wordt behandeld en berecht bij verstek. De cvba VERZEKERINGEN VAN HET NOTARIAAT verklaart ter zitting van 24 november 2008 dat het bestreden vonnis niet werd betekend. Het hoger beroep werd ingesteld door de cvba VERZEKERINGEN VAN HET NOTARIAAT op 22 mei

  1. Het is tijdig en regelmatig naar vorm ingesteld. Het is ontvankelijk. II. DE FEITEN De heer J. was mede-eigenaar van een onroerend goed, gelegen te Jemeppe-sur-Meuse, dat bij akte verleden door het ambt van notaris X., bij tussenkomst van notaris Z. werd verkocht op 5 juni
  2. De voorafgaandelijk op 5 mei 2003 door de notarissen opgevraagde hypothecaire staat vermelde enkel een inschrijving in het voordeel van de ontvanger van de BTW, waarmee bij de verkoop rekening werd gehouden. Nadien is echter gebleken dat door KBC BANK een bevel voorafgaandelijk aan onroerend beslag werd betekend aan de heer J. op 7 mei 2003 en overgeschreven op 13 mei
  3. De notarissen maakten echter het saldo van de verkoopprijs over aan de heer J. zonder hiermee rekening te houden, zodat hun verantwoordelijkheid dienaangaande werd weerhouden. In deze omstandigheden zag de cvba VERZEKERINGEN VAN HET NOTARIAAT, als verzekeraar professionele aansprakelijkheid van de notarissen, zich verplicht om de schuldeiser, in casu KBC BANK, te vergoeden ten bedrage van 13.832,47 euro (12.651,65 euro zijnde de verkoopprijs overgemaakt aan de heer J. plus 1.180,82 euro intresten) met subrogatie in de rechten van deze schuldeiser overeenkomstig een kwitantie van 30 september
  4. III. DE VORDERINGEN EN DE BESTREDEN BESLISSING a. Eerste aanleg Op 25 januari 2007 stelde de cvba VERZEKERINGEN VAN HET NOTARIAAT een inleidende vordering in tegen de heer J. tot betaling van 13.832,47 euro en 800 euro uit hoofde van verdedigingskosten, te vermeerderen met de gerechtelijke intresten en de kosten. De heer J. besloot tot de ongegrondheid van de vordering. De eerste rechter verklaarde de vordering deels gegrond en veroordeelde de heer J. tot betaling van een bedrag van 6.916,24 euro, te vermeerderen met de gerechtelijke intresten en tot de helft van de dagvaardingskosten. De overige gerechtskosten werden aangehouden. b. Hoger beroep De cvba VERZEKERINGEN VAN HET NOTARIAAT stelt hoger beroep in voor zover haar oorspronkelijke vordering deels ongegrond werd verklaard en herneemt haar oorspronkelijke vordering met dien verstande dat zij in hoger beroep geen veroordeling meer nastreeft van het bedrag van 800 euro uit hoofde van advocatenkosten maar de toekenning vraagt van de rechtsplegingsvergoeding van eerste aanleg en hoger beroep conform de wettelijke voorschriften, hetzij per aanleg het basisbedrag aan vergoeding voor de schijf tussen 10.000,01 euro et 20.000 euro. IV. DE GRONDEN VAN DE BESLISSING EN HET ANTWOORD OP DE MIDDELEN VAN DE PARTIJEN
  5. De eerste rechter oordeelde terecht dat de notarissen tekortschoten in hun verplichtingen. Het behoorde de notarissen de actualiteit van de hypothecaire staat na te gaan en te onderzoeken of er geen wijzigingen waren genoteerd tussen 5 mei en 5 juni
  6. Zij dienden rekening te houden met de overschrijving van het bevel voorafgaandelijk onroerend beslag door KBC BANK. Door dit niet te doen hebben de notarissen een professionele fout begaan en meegewerkt aan een verkoop met benadeling van de rechten van de schuldeiser KBC BANK. KBC BANK sprak de notarissen terecht aan op grond van hun professionele aansprakelijkheid ter zake. VERZEKERINGEN VAN HET NOTARIAAT heeft deze aansprakelijkheid van de notarissen trouwens erkend, nu zij is overgegaan tot het volledig schadeloos stellen van KBC BANK.
  7. De eerste rechter oordeelde verder tevens terecht dat de heer J. niet ernstig kan betwisten dat hij op het moment van de ondertekening van de notariële verkoopakte op 5 juni 2003 wel degelijk op de hoogte was van de aanspraken van KBC BANK in zijnen hoofde. Hij werd immers veroordeeld bij vonnis van 13 december 2002, vonnis dat samen met het bevel voorafgaandelijk onroerend beslag aan zijn woonplaats op 7 mei 2003 werd betekend. VERZEKERINGEN VAN HET NOTARIAAT stelt terecht dat de heer J. er toe gehouden was de notarissen in te lichten van het bevel voorafgaand aan onroerend beslag dat hem was betekend en hij door dit niet te doen, ter kwade trouw heeft gehandeld en volledig dient in te staan tot alle voorzienbare schade die voor de notaris uit deze fout voortvloeit.
  8. De schade van KBC BABK bestond erin dat zij de aan de heer J. toekomende verkoopsom van 12.651,65 euro (welke door de notarissen ten onrechte aan de heer J. werd uitbetaald) niet in mindering kon brengen van haar schuldvordering jegens de heer J..
  9. VERZEKERINGEN VAN HET NOTARIAAT ging over tot dekking van de professionele aansprakelijkheid van de notarissen en tot betaling aan KBC BANK van 12.651,65 euro (uitbetaalde verkoopsom) plus intresten vanaf 5 juni 2003 (datum verlijden akte) tot datum betaling, 30 september
  10. Alhoewel de notarissen persoonlijk (quasi-delictueel) aansprakelijk zijn voor de schade geleden door KBC BANK, zijn zij echter geen rechtstreekse schuldenaren van de litigieuze leningsschuld.
  11. KBC BANK liet aan VERZEKERINGEN VAN HET NOTARIAAT dan ook een kwijting-indeplaatsstelling geworden op 30 september 2004 voor een bedrag van 12.651,65 euro in hoofdsom en 1.180,82 euro in intresten. Dit document vermeldt : "INDEPLAATSSTELLING Ingevolge deze betaling en overeenkomstig artikel 1250 paragraaf 1 van het Burgerlijk Wetboek, verklaart ondergetekende, vertegenwoordigd als gezegd, uitdrukkelijk, maar zonder waarborg van solvabiliteit, de vennootschap VERZEKERINGEN VAN HET NOTARIAAT, te subrogeren in alle rechten, vorderingen en zekerheden die hij kan doen gelden tegen de heer D. J. ten belope van voormeld bedrag." VERZEKERINGEN VAN HET NOTARIAAT heeft deze conventionele subrogatie ter kennis gebracht van de heer J. per brief van 25 oktober 2006 . VERZEKERINGEN VAN HET NOTARIAAT kan zich op het voordeel van deze indeplaatsstelling beroepen, in de mate noch zijzelf, noch de notarissen waarvan ze de professionele aansprakelijkheid dekt, rechtstreeks gehouden waren tot betaling van de litigieuze leningschuld. Het staat trouwens buiten kijf dat de heer J. door de betaling door VERZEKERINGEN VAN HET NOTARIAAT van zijn leningschuld voordeel haalt, zodat VERZEKERINGEN VAN HET NOTARIAAT terecht gesubrogeerd werd in de rechten van KBC BANK. De heer J. is er derhalve toe gehouden op basis van deze subrogatie VERZEKERINGEN VAN HET NOTARIAAT te vergoeden in toepassing van artikel 1250,1° B.W. Met betrekking tot de gerechtskosten Sedert 1 januari 2008 is de wet van 21 april 2007 betreffende de verhaalbaarheid van de erelonen en de kosten verbonden aan de bijstand van een advocaat en het K.B. van 26 oktober 2007 dat de nieuwe tarieven van de rechtsplegingsvergoeding bepaalt van toepassing. VERZEKERINGEN VAN HET NOTARIAAT heeft als in het gelijk gestelde partij recht op een rechtsplegingsvergoeding en dit zowel voor eerste aanleg als in hoger beroep. Het vonnis van de eerste rechter van 22 januari 2008 heeft de beslissing nopens de gerechtskosten aangehouden. Het past de rechtsplegingsvergoeding in eerste aanleg te begroten voor een vordering tussen 10.000,00 euro en 20.000 euro, hetzij 1.100 euro. Overeenkomstig artikel 6 van het K.B. van 26 oktober 2007 is wanneer de zaak wordt afgesloten met een beslissing gewezen bij verstek, en geen enkele in het ongelijk gestelde partij ooit is verschenen, het bedrag van de rechtsplegingsvergoeding dat van de minimumvergoeding. Het past de rechtsplegingsvergoeding in hoger beroep te begroten op het minimumtarief voor een vordering tussen 10.000,00 euro en 20.000 euro, hetzij 625 euro. OM DEZE REDENEN : HET HOF, Rechtdoende op tegenspraak, Gelet op artikel 24 van de wet van 15 juni 1935 op het taalgebruik in gerechtszaken; Verklaart het hoger beroep ontvankelijk en gegrond, Vernietigt en hervormt het bestreden vonnis in zoverre het ten gronde uitspraak heeft gedaan; En opnieuw ten gronde rechtsprekend; Verklaart de vordering van de cvba VERZEKERINGEN VAN HET NOTARIAAT gegrond; Veroordeelt de heer J. tot betaling aan de cvba VERZEKERINGEN VAN HET NOTARIAAT van DERTIENDUIZEND ACHTHONDERD TWEEENDERTIG EURO ZEVENENVEERTIG CENT (13.832,47 euro), plus de verwijlintresten aan de wettelijke intrestvoet vanaf 30 september 2004 tot aan de dagvaarding en vanaf dan de gerechtelijke intresten aan de wettelijke intrestvoet tot aan de algehele betaling; Veroordeelt de heer J. tot betaling van de gerechtskosten van zowel eerste aanleg als hoger beroep; Begroot deze kosten in hoofde van de cvba VERZEKERINGEN VAN HET NOTARIAAT op 228,47 euro (dagvaardingskosten), 1.100 euro (rechtsplegingsvergoeding eerste aanleg), 186 euro (rolzetting hoger beroep) en 625 euro (rechtsplegingsvergoeding hoger beroep). Aldus gevonnist en uitgesproken ter openbare terechtzitting van de burgerlijke eerste kamer van het hof van beroep te Brussel, op waar aanwezig waren en zitting hielden : Nathalie DE RIJCK, Raadsheer, Viviane DE VIS, Griffier. V. DE VIS N. DE RIJCK Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.