id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van beroep van Brussel Vonnis/arrest van 30 maart 2009 ECLI nr: ECLI:BE:CABRL:2009:ARR.20090330.2 Rolnummer: 2006AR75 Rechtsgebied: Burgerlijk recht Invoerdatum: 2009-03-31 Raadplegingen: 97 - laatst gezien 2026-07-02 19:28 Fiche De vruchtgebruiker mag de bestemming van het in vruchtgebruik verkregen onroerend goed echter niet wijzigen (cfr. Cass.27 september 1957, Pas.1958, I, 58). UTU-thesaurus: BURGERLIJK RECHT - ZAKELIJKE RECHTEN - Vruchtgebruik - Verplichtingen Vrije woorden: Vruchtgebruik. Wijziging van de bestemming van het in vruchtgebruik gegeven goed. Overschakeling door de vruchtgebruiker, van een kabinet naar een woning. Tekst van de beslissing ARREST N° Het Hof van Beroep te BRUSSEL, eerste kamer, na beraadslaging, spreekt volgend arrest uit : Rep. Nr. 2009/ A.R. nr. 2006/AR/75 ONTBINDING OVEREENKOMST VRUCHTGEBRUIK INZAKE VAN : De B.V.B.A. KINEKABINET V., waarvan de maatschappelijke zetel gevestigd is te appellant tegen een vonnis uitgesproken door de rechtbank van eerste aanleg te Brussel op 14 november 2005, vertegenwoordigd door Meester Tim WILS loco Meester Kris DE SAGER, advocaat te 9220 HAMME, Zwaarveld 41E, 1ste kamer TEGEN : Mevrouw G. V., wonende te 1840 LONDERZEEL, Leopold Van Hoeymissenstraat 68, geïntimeerde, vertegenwoordigd door Meester Rosette BUYS, advocaat te 9255 BUGGENHOUT, Varentstraat 16, I. DE PROCEDURE In deze zaak oordeelt het hof over het hoger beroep dat ingesteld is tegen een vonnis, gewezen na tegenspraak door de rechtbank van eerste aanleg te Brussel, op 14 november 2005 (A.R. 03/4034/A). Overeenkomstig artikel 24 van de wet van 15 juni 1935 betreffende het gebruik der talen in gerechtszaken wordt voor de rechtspleging de Nederlandse taal gebruikt. De zaak wordt behandeld en berecht na tegenspraak. De partijen verklaren ter zitting van 12 januari 2009 dat het bestreden vonnis niet werd betekend. Er ligt ook geen akte van betekening voor. Het hoger beroep werd ingesteld door de bvba KINEKABINET V. op 12 januari
- Het is ontvankelijk, want tijdig en regelmatig naar vorm ingesteld. II. DE FEITEN De eerste rechter heeft de relevante feiten nuttig voor de beoordeling van de zaak, zoals zij uit de stukken en uit de conclusies van de partijen blijken, op oordeelkundige wijze weergegeven. Het hof verwijst naar de beschrijving van de feiten door de eerste rechter en maakt deze beschrijving tot de zijne. Samengevat kan gesteld worden dat de heer Bert V. en zijn toenmalige echtgenote mevrouw G. V. bij notariële akte van 13 augustus 1992 aan de vennootschap waarin de heer V. zijn beroep van kinesist uitoefent, de bvba KINEKABINET V. (hierna kortweg KINEKABINET V.), een vruchtgebruik verkochten voor de duur van 15 jaar op een deel van de tot de huwgemeenschap behorende gezinswoning, meer bepaald "de wachtruimte, kabines, kleedruimten, oefenruimte, professionele badkamer met bubbelbad en de helft van de doorgang volgens bijgaande schets" en dit voor de prijs van 2.700.000 Bef. De echtgenoten V.-V. zijn uit de echt gescheiden bij onderlinge toestemming. In uitvoering van de regelingsakte voorafgaand aan de echtscheiding door onderlinge toestemming van 11 februari 1998, wordt de gezinswoning toebedeeld aan mevrouw G. V. en wordt het deel van het onroerend goed, voorwerp van het vruchtgebruik, fysisch afgescheiden van de rest van de gezinswoning door inrichting van een toilet in de doorgang op vijftig centimeter van de badkamer, die uit het tijdelijk vruchtgebruik wordt gelicht in ruil voor een zelfde tijdelijk vruchtgebruik op de kelder en een deel van de gang. De heer V. blijkt na de echtscheiding nog enige tijd zijn kinesistenpraktijk verder te zijn blijven uitoefenen in het in vruchtgebruik gegeven deel van de voormalige echtelijke woning. In 2002 voerde KINEKABINET V. aanpassingswerken uit om het in vruchtgebruik gegeven gedeelte om te vormen tot woonruimten, welke zij wenste te verhuren aan derden. Mevrouw V. verzette zich tegen een verhuring als gezinswoning van het in vruchtgebruik gegeven gedeelte van haar onroerend goed. De partijen kwamen niet tot een oplossing voor hun geschil. III. DE VORDERINGEN EN DE BESTREDEN BESLISSING - Eerste aanleg Op 18 maart 2003 stelde KINEKABINET V. een inleidende vordering ertoe strekkende de overeenkomst, verleden bij notariële akte van 13 augustus 1992, waarbij haar het vruchtgebruik werd toegekend op een deel van het onroerend goed gelegen te 1840 Londerzeel, Leopold Van Hoeymissenstraat, 68 per 1 juli 2002 ontbonden te verklaren in het nadeel van mevrouw G. V. en deze te horen veroordelen tot betaling van 28.218,08 euro (zoals herleid in besluiten), plus gerechtelijke intresten. Mevrouw G. V. besloot tot de ongegrondheid van de vordering. De eerste rechter verklaarde de vordering ongegrond. b. Hoger beroep KINEKABINET V. stelt hoger beroep in en herneemt haar oorspronkelijke vordering. Mevrouw G. V. besluit tot de ongegrondheid van het hoger beroep en vordert bij incidentele vordering de veroordeling van KINEKABINET V. tot 2.500 euro uit hoofde van tergend en roekeloos hoger beroep. IV. DE GRONDEN VAN DE BESLISSING EN HET ANTWOORD OP DE MIDDELEN VAN DE PARTIJEN
- KINEKABINET V. vordert de ontbinding van de overeenkomst van 13 augustus 1992 tot vestiging van een vruchtgebruik in haren hoofde ten laste van mevrouw G. V. en houdt voor dat deze laatste een wanprestatie heeft begaan door zich in 2002 te verzetten tegen de verhuring van het in vruchtgebruik gegeven onroerend goed als gezinswoning, zodat de uitoefening van haar vruchtgebruik onmogelijk werd gemaakt en zij hierdoor schade heeft geleden. Thans is de ontbinding van de overeenkomst alsdusdanig niet meer aan de orde, gelet op de conventionele beëindiging ervan op 13 augustus
- De enige vraag ter discussie is of mevrouw G. V. tijdens de overeenkomst een contractuele wanprestatie heeft begaan welke het rustig genot van het vruchtgebruik in hoofde van KINEKABINET V. heeft verhinderd, waardoor schade zou hebben geleden.
- De notariële akte van 13 augustus 1992 van vestiging van het vruchtgebruik ten behoeve van KINEKABINET V. bepaalt het voorwerp van het vruchtgebruik als volgt : "HET TIJDELIJK VRUCHTGEBRUIK VAN VIJFTIEN JAAR OP HET ONROEREND GOED WAARVAN DE AANDUIDING HIERNA VOLGT : Gemeente LONDERZEEL, vroeger gemeente MALDEREN. De wachtruimte, kabines, kleedruimten, oefenruimte, professionele badkamer met bubbelbad en de helft van de doorgang volgens bijgaande schets in een WOONHUIS ..." De notariële akte stelt verder dat "De bvba KINEKABINET V. verkrijgt vanaf heden het aan haar verkochte vruchtgebruik en treedt ervan in het genot gedurende een termijn van vijftien jaar vanaf heden tot dertien augustus van het jaar tweeduizend en zeven. De vruchtgebruiker zal het recht hebben aan de verkregen onroerende goederen de vermeerderingen of verbeteringen aan te brengen die hem geschikt lijken, maar op zijn kosten; dewelke verbeteringen, op het einde van het vruchtgebruik, het eigendom van de echtgenoten V.-CAMPENHOUT - of hun rechtsopvolgers - zullen worden, zonder enige vergoeding."
- Vruchtgebruik is het recht om van een zaak waarvan een ander de eigendom heeft, het genot te hebben, zoals de eigenaar zelf, maar onder verplichting om de zaak zelf in stand te houden. (art.578 B.W.)
- KINEKABINET V. stelt terecht dat zij recht heeft op het genot van alle soorten van vruchten, hetzij natuurlijke vruchten, hetzij vruchten van nijverheid, hetzij burgerlijke vruchten, die door de zaak waarvan zij het vruchtgebruik heeft, kunnen worden voortgebracht. (art. 582 B.W.) Volgens artikel 584 B.W. zijn huishuren burgerlijke vruchten. De vruchtgebruiker heeft het recht om het in vruchtgebruik ontvangen onroerend goed te verhuren aan derden (cfr art.595 B.W.). KINEKABINET V. welke haar beroepsactiviteiten verplaatst midden 2002, heeft aldus het recht om het in vruchtgebruik aangekochte gedeelte van de gezinswoning, zoals omschreven in de akte van 13 augustus 1992, te verhuren aan derden.
- KINEKABINET V. mag de bestemming van het in vruchtgebruik verkregen onroerend goed echter niet wijzigen (cfr. Cass.27 september 1957, Pas.1958, I, 58). De eerste rechter oordeelde terecht dat KINEKABINET V. als vruchtgebruiker de plicht heeft de in vruchtgebruik verkregen wachtruimte, kabines, kleedruimten, oefenruimte, kelder en gang als dusdanig in stand te houden (cfr. art. 578 B. W.). Zij mag daar geen veranderingen in aanbrengen of laten aanbrengen, bijvoorbeeld om de in vruchtgebruik gegeven accomodaties geschikt te maken voor bewoning. De volgens de vestigingsakte toegelaten verbeteringen of vermeerderingen hebben eveneens specifiek betrekking op de in stand te houden wachtruimte, kabines, kleedruimten, oefenruimte, kelder en gang.
- Uit de voorgelegde stukken en overeenkomsten blijkt ten overvloede duidelijk dat partijen de bedoeling hebben gehad het in vruchtgebruik verkochte gedeelte te bestemmen als beroepsruimte voor een kinesistenpraktijk of een ander vergelijkbaar zelfstandig beroep die deze ruimten alsdusdanig zou hebben kunnen gebruiken, maar geenszins als gezinswoning. De eerste rechter overwoog hierbij tevens terecht dat de regeling die in de akte voorafgaand aan de echtscheiding door onderlinge toestemming werd uitgewerkt met betrekking tot de vergoeding van het waterverbruik van de vruchtgebruiker (bvba KINEKABINET V.), à rato van 10% van het waterverbruik voor het totale onroerend goed, manifest enkel bedoeld was voor het waterverbruik van de kinesistenpraktijk en niet voor het verbruik van een afzonderlijke bewoning in de door het KINEKABINET in vruchtgebruik genomen ruimten.
- KINEKABINET blijft in gebreke aan te tonen dat mevrouw G. V. haar akkoord heeft verleend met de door haar doorgevoerde bestemmingswijziging van het in vruchtgebruik gegeven onroerend goed van beroepspraktijk tot privé woning. Het kan dan ook niet kwalijk worden genomen aan mevrouw G. V. dat zij zich heeft verzet tegen deze bestemmingswijziging en hiervan de kandidaat-huurders op de hoogte heeft gebracht.
- KINEKABINET V. bewijst geen contractuele wanprestatie in hoofde van mevrouw G. V..
- KINEKABINET kan evenmin de door haar uitgevoerde aanpassingswerken voor de bestemming als woongelegenheid (vb. plaatsing keuken) terugvorderen van mevrouw G. V., noch deze uitgevoerd in het kader van de regelingsakte. De eerste aanpassingswerken werden immers zonder akkoord van mevrouw G. V. uitgevoerd en in strijd met de bestemming van het toegestane vruchtgebruik. Ten overvloede kan verwezen worden naar de contractuele bepalingen van de akte van 13 augustus 1992 en de regelingsakte van 11 februari 1998, waarin zowel alle herstellingen (kleine en grote), als vermeerderingen en verbeteringen, als de herinrichtingswerken tengevolge van de echtscheiding voor rekening zijn van KINEKABINET V. en op het einde van het vruchtgebruik eigendom worden van de blote eigenaar, in casu mevrouw G. V. en dit zonder vergoeding.
- De vordering van KINEKABINET V. werd tercht door de eerste rechter ongegrond verklaard.
- Mevrouw G. V. toont niet aan dat KINEKABINET V. hoger beroep heeft ingesteld met kwaadwillige bedoelingen of uit boosaardigheid of dat zij het oogmerk had om haar hiermee te schaden. Evenmin toont zij aan dat KINEKABINET V. haar recht om in hoger beroep te gaan heeft uitgeoefend op een wijze die de perken van de normale uitoefening van dat recht door een voorzichtige en zorgvuldige persoon kennelijk te buiten gaat. Ook bewijst zij niet dat het hoger beroep lichtvaardig werd ingesteld. Dit wil zeggen dat dit gebeurde ingevolge een vergissing in de appreciatie van de zaak, die zodanig duidelijk is dat zij behoorde te worden opgemerkt en vermeden door elk voorzichtig en bedachtzaam persoon, geplaatst in dezelfde omstandigheden. De incidentele vordering tot het bekomen van schadevergoeding wegens tergend en roekeloos hoger beroep is ongegrond.
- De gerechtskosten van het hoger beroep - Sedert 1 januari 2008 is de wet van 21 april 2007 betreffende de verhaalbaarheid van de erelonen en de kosten verbonden aan de bijstand van een advocaat en het K.B. van 26 oktober 2007 dat de nieuwe tarieven van de rechtsplegingsvergoeding bepaalt, van toepassing. Enkel de in het gelijk gestelde partij, in casu mevrouw G. V., heeft recht op een rechtsplegingsvergoeding. Het basisbedrag van de rechtsplegingsvergoeding bedraagt 2.000 euro voor een geschil dat betrekking heeft op vorderingen voor een bedrag van 20.000,01 euro tot 40.000 euro. Mevrouw G. V. vordert het maximumbedrag van 4.000 euro, maar motiveert dit geenszins in de door haar neergelegde kostenbegroting. Ter zitting verklaart haar raadsman dat het maximumtarief zich verantwoord omdat het geding neerkomt op een zuivere geldkwestie van een bvba tegenover een persoon. Zoals reeds hoger gesteld bewijst mevrouw G. V. niet dat het beroep werd ingesteld met kwaadwillig opzet. Er bestaat in casu geen reden tot afwijking van het basisbedrag. OM DEZE REDENEN : HET HOF, Rechtdoende op tegenspraak, Gelet op artikel 24 van de wet van 15 juni 1935 op het taalgebruik in gerechtszaken; Verklaart het hoger beroep en de incidentele vordering in hoger beroep ontvankelijk, maar ongegrond; Veroordeelt de bvba KINEKABINET V. tot de gerechtskosten in hoger beroep, begroot als volgt : - in hoofde van de bvba KINEKABINET V. op 186 euro (rolrechten beroep) en - in hoofde van mevrouw G. V. op 2.000 euro (rechtsplegingsvergoeding beroep). Aldus gevonnist en uitgesproken ter openbare terechtzitting van de burgerlijke eerste kamer van het hof van beroep te Brussel, op 30/3/2009 waar aanwezig waren en zitting hielden : Nathalie DE RIJCK, Raadsheer, Viviane DE VIS, Griffier. V. DE VIS N. DE RIJCK Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div