← België

ECLI:BE:CABRL:2009:ARR.20090427.13

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van beroep van Brussel Vonnis/arrest van 27 april 2009 ECLI nr: ECLI:BE:CABRL:2009:ARR.20090427.13 Rolnummer: 2009AR259 Rechtsgebied: Overige Invoerdatum: 2013-10-04 Raadplegingen: 87 - laatst gezien 2026-07-02 19:39 Fiche I. Artikel 794 Ger.W. bepaalt dat de rechter verschrijvingen of misrekeningen die in de door hem gewezen beslissing voorkomen, kan verbeteren, zonder evenwel de daarin bevestigde rechten uit te breiden, te beperken of te wijzigen. Verbetering van een verkeerde datum in een bepaald arrest (gevolg van een materiële vergissing), zonder evenwel de in dit arrest bevestigde rechten uit te breiden, te beperken of te wijzigen II. Artikel 1017 Ger.W. (dat ongewijzigd bleef) bepaalt dat tenzij bijzondere wetten anders bepalen, ieder eindvonnis, zelfs ambtshalve, de in het ongelijk gestelde partij in de kosten verwijst. De veroordeling in de kosten is een rechtsgevolg van de beslissing over de grond van het geschil. UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - GERECHTELIJK RECHT- ALGEMENE BEGINSELEN - Beginselen (gerechtelijk recht - algemene beginselen) - Algemeen GERECHTELIJK RECHT - RECHTSPLEGING - Behandeling van de zaak - Vonnis - Uitlegging en verbetering GERECHTELIJK RECHT - RECHTSPLEGING - Uitgaven en kosten (gerechtelijk recht) - Rechtsplegingsvergoeding Vrije woorden: I. Uitlegging en verbetering van een vonnis. Topeassing van de artikelen 793, 794 en 801 Ger. W. II. Artikel 1017 Ger. W. Rechtslegingsvergoeding. Quid aanvullende rechtsplegingsvergoed!ing? Begrip 'eindvonnis' in art. 1017, eerste lid Ger. W. Tekst van de beslissing ARREST N° Het Hof van Beroep te BRUSSEL, eerste kamer, na beraadslaging, spreekt volgend arrest uit : Rep. Nr. 2009/ A.R. nr. 2009/AR/259 INZAKE VAN : 1) Mevrouw D. T., wonende eerste comparante, eiseres in verbetering arrest, vertegenwoordigd door Meester Régis D'HONDT loco Meester Elise VAN DER BORST, advocaat te 1090 BRUSSEL, Jettelaan 143, 1ste kamer TEGEN : De naamloze vennootschap GEBROEDERS DELHAIZE en Cie - DE LEEUW, waarvan de maatschappelijke zetel gevestigd is te 1080 BRUSSEL, Ossegemstraat 53, ingeschreven in het handelsregister van Brussel onder het nummer 8831, tweede comparante, vertegenwoordigd door Meester Eric VANDER STADT, advocaat te 1060 BRUSSEL, Schotlandstraat 24, De B.V.B.A. CLEANEST DISTRIBUTION, waarvan de maatschappelijke zetel gevestigd is te 1050 BRUSSEL, Wethouderstraat 39, ingeschreven in het handelsregister van Brussel onder het nummer 568.590, derde comparante, vertegenwoordigd door Meester Luc VAN DAMME, advocaat te 1200 BRUSSEL, Herbert Hooverlaan 180, De naamloze vennootschap GAASCH PACKAGING, waarvan de maatschappelijke zetel gevestigd is te 1730 ASSE, Industriepark, Hof te Bollebeeklaan 24, ingeschreven in het handelsregister van Brussel onder het nummer 365.309, vierde comparante, vertegenwoordigd door Meester CORTEVILLE loco Meester Johnny MAESCHALCK, advocaat te 1731 ZELLIK, Noorderlaan 30, De heer E.L., vijfde comparant, vertegenwoordigd door Meester B. VAN EECKHOUDT, advocaat te 1082 BRUSSEL, Dr; A. Schweitzerplein 18, Mevrouw Y. T., zesde comparante, vertegenwoordigd door Meester Régis D'HONDT loco Meester Elise VAN DER BORST, advocaat te 1090 BRUSSEL, Jettelaan 143, Uitlegging en verbetering van een vonnis I. Artikel 794 Ger.W. bepaalt dat de rechter verschrijvingen of misrekeningen die in de door hem gewezen beslissing voorkomen, kan verbeteren, zonder evenwel de daarin bevestigde rechten uit te breiden, te beperken of te wijzigen. Verbetering van een verkeerde datum in een bepaald arrest (gevolg van een materiële vergissing), zonder evenwel de in dit arrest bevestigde rechten uit te breiden, te beperken of te wijzigen II. Artikel 1017 Ger.W. (dat ongewijzigd bleef) bepaalt dat tenzij bijzondere wetten anders bepalen, ieder eindvonnis, zelfs ambtshalve, de in het ongelijk gestelde partij in de kosten verwijst. De veroordeling in de kosten is een rechtsgevolg van de beslissing over de grond van het geschil. I _________________________________________________________ Herzien het arrest d.d. 13 oktober 2008 door deze kamer van het Hof uitgesproken inzake 2001/AR/890; Gelet op het P.V. van vrijwillige verschijning neergelegd ter griffie op 29 januari 2009, strekkende tot verbetering van voormeld arrest van 13 oktober 2008; Gehoord de advocaten van partijen ter openbare terechtzitting van 17 maart 2009 en gelet op de stukken die zij neerlegden. I. Wat de vordering betreft: 1.

  1. Mevrouw D. T. (= eerste comparante) stelt een vordering in tot verbetering van het inmiddels gewezen arrest van het hof van beroep te Brussel op 13 oktober
  2. Zij werpt op dat in het beschikkend gedeelte ten onrechte wat de post tijdelijke arbeidsongeschiktheid betreft vergoedende intresten werden toegekend vanaf 15 september 2005 terwijl in het motiverend gedeelte van dat arrest vermeld staat dat voor de post tijdelijke arbeidsongeschiktheid de intresten lopen vanaf de gemiddelde datum, zijnde 15 september 2005, terwijl de "gemiddelde datum" waarvan sprake niet 15 september 2005 kan zijn maar wel 15 september 1995 (zie P.V. van vrijwillige verschijning). Mevrouw D. T. leidt hieruit af dat in het gezegde arrest een materiële vergissing is geslopen die moet worden recht gezet. 1.
  3. De NV Gebroeders Delhaize - De Leeuw (= tweede comparante) betwist deze stelling. Ter zitting van 17 maart 2009 verwees zij bovendien uitdrukkelijk naar de artikelen 793 en 794 Ger.W. 1.
  4. De BVBA Cleanest Distribution (= derde comparante) behoudt zich in het P.V. van vrijwillige verschijning het recht voor om verder te concluderen maar drong desbetreffend niet aan ter zitting van 17 maart
  5. 1.
  6. De NV Gaasch Packaging (= vierde comparante), de heer E.L. (= vijfde comparant) en mevrouw Y. T. (= zesde comparant) schikken zich desbetreffend naar de wijsheid van het hof. II. Beoordeling: 2.
  7. Artikel 793 Ger.W. bepaalt dat een rechter die een onduidelijke of dubbelzinnige beslissing heeft gewezen, die kan uitleggen, zonder evenwel de daarin bevestigde rechten uit te breiden, te beperken of te wijzigen. Artikel 794 Ger.W. bepaalt verder dat de rechter verschrijvingen of misrekeningen die in de door hem gewezen beslissing voorkomen, kan verbeteren, zonder evenwel de daarin bevestigde rechten uit te breiden, te beperken of te wijzigen. 2.
  8. In het eindarrest van 13 oktober 2008 werd in punt F duidelijk gesteld dat de uitgangsdatum voor de berekening van de intresten correct is voor wat de medische kosten en het verlies van huur betreft doch dat voor de post tijdelijke arbeidsongeschiktheid de intresten lopen vanaf de gemiddelde datum, zijnde... Voor de post tijdelijke arbeidsongeschiktheid werd er immers in het beschikkend gedeelte van de conclusie genomen voor de consorten T. vergoedende intresten gevraagd vanaf 20 maart 1995 (= datum van het ongeval). 2.
  9. De periode van tijdelijke arbeidsongeschiktheid liep van 20 maart 1995 tot 19 maart 1996 zodat de gemiddelde datum noodzakelijkerwijze hiertussen moet liggen en onmogelijk in het jaar
  10. Voornoemd eindarrest bevat derhalve een materiële vergissing. De gemiddelde datum is 15 september 1995 en per vergissing wordt de datum van 15 september 2005 vermeld. 2.
  11. Door deze rechtzetting worden de in het verbeterde arrest bevestigde rechten noch uitgebreid, noch beperkt noch gewijzigd. Het principe dat voor de post tijdelijke arbeidsongeschiktheid de vergoedende intresten beginnen te lopen vanaf de gemiddelde datum - en niet vanaf de datum van het ongeval zoals gevraagd - primeert en een verkeerde vermelding van een jaartal van die gemiddelde datum doet niets af aan het principe zelf. Het arrest van 13 oktober 2008 dient dan ook in die zin verbeterd te worden. 2.5.Mevrouw D. T., de Gebroeders Delhaize en Cleanest Distribution vroegen ter zitting van 17 maart 2009 de toepassing van het basistarief wat de rechtsplegingsvergoeding betreft voor niet in geld waardeerbare vorderingen, zijnde 1.200 euro . Vóór het van kracht worden van de wet van 21 april 2007 en het K.B. van 26 oktober 2007 tot vaststelling van de rechtsplegingsvergoeding bedoeld in artikel 1022 Ger.W. en tot vaststelling van de datum van inwerkingtreding van de artikelen 1 tot 13 van de wet van 21 april 2007 was het K.B. van 30 november 1970, zoals nadien gewijzigd, van toepassing. In het K.B. van 30 november 1970 werden niet alleen de tarieven vastgesteld van de rechtsplegingsvergoeding voorzien in het (oude) artikel 1022 Ger.W. maar werden tevens tarieven vastgesteld van een aanvullende vaste rechtsplegingsvergoeding o.a. ingeval van uitlegging of verbetering van een rechterlijke beslissing (artikel 4, 4°). Een gelijkaardige aanvullende rechtsplegingsvergoeding werd o.m. ook voorzien ingeval een persoonlijke verschijning werd bevolen of een heropening van de debatten of een getuigenverhoor of een schriftonderzoek of een deskundigenonderzoek en dies meer. Het K.B. van 30 november 1970 werd echter opgeheven door artikel 9 van het K.B. van 26 oktober
  12. Dit laatste K.B. bepaalt enkel nog de tarieven van de rechtsplegingsvergoeding voorzien in (het nieuwe) artikel 1022 Ger.W. Artikel 1017 Ger.W. (dat ongewijzigd bleef) bepaalt dat tenzij bijzondere wetten anders bepalen, ieder eindvonnis, zelfs ambtshalve, de in het ongelijk gestelde partij in de kosten verwijst. De veroordeling in de kosten is een rechtsgevolg van de beslissing over de grond van het geschil. In deze dient vastgesteld te worden dat een verzoek tot verbetering/uitlegging van een voorheen genomen beslissing geen beslissing uitmaakt over de grond van het geschil - dit werd gedaan bij arrest van 13 oktober 2008 - en dat het K.B. van 26 oktober 2007 in tegenstelling met het opgeheven K.B. van 30 november 1970 niet voorziet in een "aanvullende rechtsplegingsvergoeding" in zaken waarin (nog) geen eindbeslissing werd genomen over de grond van het geschil. Er dient bijgevolg besloten te worden dat in deze zaak geen rechtsplegingsvergoeding verschuldigd is. OM DEZE REDENEN : HET HOF, Gelet op artikel 24 van de wet van 15 juni 1935 op het taalgebruik in gerechtszaken; Stelt vast dat het eindarrest van 13 oktober 2008 een materiële vergissing bevat die bij deze wordt recht gezet. Zegt voor recht dat m.b.t. de post tijdelijke arbeidsongeschiktheid de intresten beginnen te lopen vanaf de gemiddelde datum, die 15 september 1995 moet zijn i.p.v. 15 september 2005 zoals vermeld in het eindarrest van 13 oktober
  13. Legt de kosten, begroot op euro 186 rolrecht, ten laste van de Belgische Staat en beveelt bij toepassing van artikel 801 Ger.W. de teruggave van de in consignatie gegeven som aan de partij die tot deze consignatie overging. Aldus gevonnist en uitgesproken ter openbare terechtzitting van de burgerlijke eerste kamer van het hof van beroep te Brussel, op 27/4/09 waar aanwezig waren en zitting hielden : A. DE PREESTER, Raadsheer d.d. Voorzitter, E. JANSSENS DE BISTHOVEN, Raadsheer, M. DEBAERE, Raadsheer, V. DE VIS, Griffier. V. DE VIS M. DEBAERE E. JANSSENS DE BISTHOVEN A. DE PREESTER Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.