id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van beroep van Brussel Vonnis/arrest van 28 april 2009 ECLI nr: ECLI:BE:CABRL:2009:ARR.20090428.2 Rolnummer: 2006AR657 Rechtsgebied: Overige Invoerdatum: 2009-04-28 Raadplegingen: 99 - laatst gezien 2026-07-02 19:39 Fiche Deskundigenonderzoek. Voorverslag versus eindverslag.
- Er is fundamenteel geen bezwaar tegen het opstellen van een voorverslag dat zich niet beperkt tot vaststellingen maar al voorlopige besluiten inhoudt of zelfs een ontwerp van eindverslag uitmaakt. Dit geeft partijen de gelegenheid om te reageren, niet alleen op de resultaten van de vaststellingen maar bovendien op het voorlopig oordeel van de deskundige dat vaak niet gescheiden kan worden van dit besluit. Deze werkwijze maakt het mogelijk dat het oordeel van de deskundige aan de tegenspraak van partijen onderworpen wordt en dat de deskundige dan ook ertoe verplicht is in zijn eindverslag standpunt in te nemen over deze opmerkingen met het resultaat dat de opmerkingen van partijen, die meestal van technische aard zijn, niet voor het eerst bij de rechter besproken dienen te worden. Hierdoor worden de rechten van de verdediging eigenlijk nog beter gewaarborgd.
- Te dezen heeft het college van deskundigen op 1 oktober 2003 een 'verslag' aan partijen overgemaakt met verzoek opmerkingen binnen de vier weken kenbaar te maken; dat verslag hield 'algemene besluiten' in, was ondertekend en was voorzien van de wettelijke eed. Deze enige vaststelling volstaat niet om te besluiten dat de rechten van verdediging van appellant geschonden werden. Appellant heeft overigens in een uitvoerige nota zijn opmerkingen kunnen formuleren, vooraleer het eindverslag ter griffie was neergelegd en het was geenszins uitgesloten dat de deskundigen in functie van deze opmerkingen hun eindadvies zouden wijzigen. UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - RECHTSPLEGING - Bewijs (gerechtelijk recht) - Deskundigenonderzoek - Verslag Vrije woorden: Deskundigenonderzoek. Rechten van de verdediging. Voorverslag: belang en waarde. Eindverslag. Tekst van de beslissing ARREST N° Het Hof van Beroep te BRUSSEL, eerste kamer, na beraadslaging, spreekt volgend arrest uit : Rep. Nr. 2009/ A.R. nr. 2006/AR/657 INZAKE VAN : De heer S. V., appellant tegen een vonnis uitgesproken door de rechtbank van eerste aanleg te Brussel op 3 januari 2006, vertegenwoordigd door Meester Paul MUYLAERT, advocaat te 1060 BRUSSEL, Defacqzstraat 73, 1ste kamer TEGEN : 1) Mevrouw N. A., en 2) De heer R. D., beiden handelend zowel in eigen naam als in hun hoedanigheid van wettelijke vertegenwoordigers van hun minderjarige zoon A. D., geboren op..., geïntimeerden, vertegenwoordigd door Meester Dirk DE MAESENEER, advocaat te 1050 BRUSSEL, Waterloosesteenweg 412 F, 3) De V.Z.W. REGIONAAL ZIEKENHUIS SINT MARIA, waarvan de maatschappelijke zetel gevestigd is te 1500 HALLE, Ziekenhuislaan 100, geïntimeerde, vertegenwoordigd door Meester An-Sophie D'HERDE loco Meester Kathlien VERGELS, advocaat te 1070 BRUSSEL, Ninoofsesteenweg 643, (ref. St.Maria/A. - 05810/10) Gelet op de stukken van de rechtspleging, inz.: - het vonnis van de rechtbank van eerste aanleg te Brussel (22ste kamer), na tegenspraak uitgesproken op 3 januari 2006, aan appellant bij exploot van 9 februari 2006 betekend; - het verzoekschrift tot hoger beroep, op 8 maart 2006 ter griffie van het hof neergelegd; - de conclusie en aanvullende conclusie van appellant; - de conclusie en syntheseconclusie van geïntimeerden A.-D.; - de conclusie en syntheseconclusie van de VZW Regionaal Ziekenhuis Sint Maria. Gehoord de advocaten van partijen ter openbare terechtzitting van 10 maart 2009 en gelet op de stukken die zij neerlegden. I. Voorwerp van de vorderingen
- De oorspronkelijke vordering van de echtgenoten D.-A., bij dagvaarding van 15 oktober 2001 tegen zowel Dr. V. als de VZW Regionaal Ziekenhuis Sint Maria ingesteld, strekte ertoe deze partijen solidair of in solidum te veroordelen tot betaling van 1.000.000 BEF provisioneel, op een schadevergoeding onder voorbehoud begroot op 50.000.000 BEF. Eisers vorderden bovendien de aanstelling van een college van deskundigen met als opdracht - samengevat - advies te verlenen over de medische zorgen die werden verstrekt aan N. A. en het kind A. D. bij diens geboorte, met beschrijving van eventuele fouten en, in bevestigend geval, beschrijving en begroting van de volledige schade in hoofde van het kind.
- Bij tussenvonnis van 18 februari 2002 heeft de tweede kamer van de rechtbank een college van deskundigen aangesteld, samengesteld uit Dr. Raymond Mathys te Mechelen, Dr. Bernard Spitz (KUL Gasthuisberg) te Leuven en Dr. Lieven Lagae (KUL Gasthuisberg) te Leuven.
- De deskundigen legden hun verslag op 23 mei 2005 ter griffie van de rechtbank neer. Zij oordeelden in hun besluiten dat Dr. V. nalatigheden had begaan die in oorzakelijk verband staan met de lichamelijke schade door A. D. opgelopen. Deze schade werd voorlopig beschreven en begroot en de deskundigen stelden voor het overige voor A. D. opnieuw op de leeftijd van 18 jaar te onderzoeken.
- Na deskundigenonderzoek vorderde partij V. om, alvorens verder ten gronde recht te doen, een nieuw college van deskundigen aan te stellen met dezelfde opdracht als in het tussenvonnis van 18 februari
- De overige partijen verzetten zich tegen de aanstelling van een nieuw college.
- De zaak werd voor de rechtbank gepleit uitsluitend over het verzoek tot aanstelling van een nieuw college van deskundigen. Het bestreden vonnis zegt voor recht "dat het deskundigenonderzoek van het college van deskundigen de rechten van verdediging van partijen niet heeft geschonden" en verklaart het verzoek van partij V. tot aanstelling van een nieuw college van deskundigen ongegrond. De zaak wordt voor het overige aangehouden en naar de bijzondere rol verzonden. II. Procedure voor het hof
- Voor het hof herneemt appellant zijn vordering tot aanstelling van een nieuw college van deskundigen en vraagt hij voor het overige de zaak naar de algemene rol te verzenden. Het hoger beroep is tijdig en regelmatig ingesteld en is ontvankelijk.
- Geïntimeerden besluiten tot de afwijzing van het hoger beroep als ongegrond. III. Bespreking
- De vordering heeft betrekking op fouten die gepleegd zouden zijn door de gynaecoloog obstetricus V. en het personeel van het Ziekenhuis Sint Maria bij de bevalling op 8 november 1996 in deze instelling van A. D.. Thans wordt geen debat gevoerd noch over de fouten die aan appellant en aan het ziekenhuis kunnen toegeschreven worden noch over de geleden schade. Het hof benadrukt in huidige fase dat de schade bijzonder erg blijkt te zijn. In zijn verslag van 23 mei 2005 besloot het college van deskundigen immers dat het kind "volledig hulpbehoevend" is, dat de tijdelijke invaliditeit en tijdelijke werkongeschiktheid van het kind 100 % bedragen en dat de consolidatiedatum nog niet kan bepaald worden maar dat A. D. opnieuw op de leeftijd van 18 jaar dient onderzocht te worden.
- Appellant steunde zijn verzoek tot aanstelling van een nieuw college van deskundigen op (de toenmalige versie van) artikel 973 van het Gerechtelijk Wetboek, dat bepaalt dat de deskundigen hun opdracht onder toezicht van de rechtbank vervullen. Deze bepaling is echter niet terzake toepasselijk nu de deskundigen hun opdracht hadden volbracht en hun eindverslag ter griffie neergelegd toen appellant zijn verzoek deed tot aanstelling van een nieuw college van deskundigen. Het betreft wel een verweer ten gronde, waarbij een partij de rechtbank verzoekt geen rekening te houden met het neergelegde verslag en een nieuw deskundigenonderzoek te bevelen. Geïntimeerden D.-A. interpreteren daarentegen ten onrechte de huidige vordering van appellant als een verzoek tot wraking van de deskundigen, quod non.
- Dr. Mathys schreef op 11 augustus 2003 in naam van het college "dat het deskundig verslag werd opgesteld". Hij verzocht de raadsman van de echtgenoten D.-A. om de kostenstaat te betalen. Op 1 oktober 2003 heeft Dr. R. Mathys namens het college van deskundigen aan de partijen, hun raadslieden en eventuele raadsgeneesheren een "kopie van het deskundig verslag" overgemaakt met het bericht: "Indien geen opmerkingen gemaakt worden, dan wordt het verslag binnen vier weken neergelegd op de griffie van de ... rechtbank." Het verslag, dat 18 bladzijden telt, bevat de weergave van de opdracht, het verloop van het deskundigenonderzoek, de medische gegevens en de analyse ervan, het klinisch onderzoek van A. D. en de bespreking van diens toestand. Pag. 15-16 houden een "bespreking" in en pag. 17-18 het "algemeen besluit", waarna de deskundigen ieder hun handtekening onder de eedformule zetten.
- De raadsman van appellant drukte bij brief van 9 oktober 2003 zijn verwondering uit "een reeds volledig afgewerkt deskundig verslag" te mogen ontvangen "waarin wordt geoordeeld dat de zorgen verstrekt door Dr. V. en door het personeel van de VZW Regionaal Ziekenhuis Sint Maria niet zouden zijn verstrekt volgens de regels van de kunst. Dit verslag is reeds voorzien van de gebruikelijke eedaflegging en ondertekend door alle leden van het college van deskundigen, en dient derhalve als definitief te worden beschouwd." De raadsman van appellant stelde dat de rechten van partijen ten zeerste geschonden werden, formuleerde alle voorbehoud en stelde voor een discussievergadering te organiseren.
- De raadsman van het Ziekenhuis Sint Maria stelde zijnerzijds bij brief van 15 oktober 2003 voor dat, nu opmerkingen binnen de vier weken konden worden geformuleerd, "het verslag eventueel zou kunnen dienen als voorverslag (dat uiteraard niet onmiddellijk mag neergelegd worden ter griffie na verloop van de vier weken), waarop partijen hun opmerkingen kunnen formuleren en waarbij een eventuele discussievergadering kan plaatsvinden. Na kennisname van de opmerkingen van partijen (en een eventuele discussievergadering), kan het college van deskundigen dan een definitief verslag opstellen dat dan in globo (voorverslag, opmerkingen van partijen en definitief verslag) kan neergelegd worden ter griffie".
- Bij brief van 12 november 2003 verzocht de raadsman van appellant een bijkomende termijn voor de opmerkingen, dit onder alle voorbehoud.
- Bij brief van 30 januari 2004 schreef deskundige Mathys dat het college in zijn verslag tot een "verantwoorde conclusie" was gekomen, die echter discussie niet uitsloot. De partijen werden uitgenodigd hun bemerkingen over te maken, waarna de besluiten "indien dit zich zou opdringen" zouden aangepast worden. In deze brief stelt Dr. Mathys ook al in antwoord op de brief van 30 oktober 2003 van de raadsman van het Ziekenhuis Sint Maria "dat er geen causaal verband bestaat tussen een mogelijk onzorgvuldig vroedkundig dossier enerzijds en de zware gevolgen welke het kind thans ondervindt (anderzijds)."
- Bij brief van 2 maart 2004 stuurde Dr. Mathys, steeds in naam van het college van deskundigen, "de aangepaste blz. 16 van (het) voorverslag)" op. Hij schreef verder: "Dit betekent dat het deskundig verslag thans kan worden neergelegd op de griffie van de rechtbank te Brussel." Eigenlijk was pag. 16 van het verslag van 1 oktober 2003 aangevuld als volgt: "Het deskundig verslag werd per schrijven van 1.10.2003 in voorlezing opgezonden. Kennis werd genomen van de brief van Mter Vergels d.d. 30.10.2003 waarbij de vraag wordt gesteld naar het causaal verband dat er zou kunnen bestaan tussen een mogelijk onzorgvuldig vroedkundig dossier enerzijds en de zeer zware gevolgen dewelke A. thans ondervindt (anderzijds). Het college van deskundigen is van mening dat er geen causaal verband bestaat tussen het mogelijk onzorgvuldig opgesteld vroedkundig dossier enerzijds en de zeer zware gevolgen dewelke het kind thans ondervindt (anderzijds)."
- De raadsman van appellant kondigde bij brieven van 5 en 24 maart 2004 opmerkingen aan namens zijn cliënt doch in ondergeschikte orde, nu hij het standpunt verdedigde "dat het verslag nietig is".
- Het college van deskundigen belegde een nieuwe expertisevergadering op 25 november 2004 waarop appellant en zijn raadsman onder voorbehoud verschenen. Verdere opmerkingen en technische documentatie werden door de raadsman en de raadgevende geneesheer van appellant aan de deskundigen overgemaakt. Het college legde op 23 mei 2005 het verslag van deskundigenonderzoek ter griffie neer. De deskundigen lieten bij brief van 20 mei 2005 de aangepaste bladzijden (4 en 15-16-17) geworden. Het verslag bevat, vergeleken met het eerste verslag van 1 oktober 2003, een bijkomende bladzijde (p. 16-17) waarin de deskundigen het standpunt van appellant weerleggen en daarna benadrukken van mening te zijn "dat de besluiten van (hun) verslag medisch verantwoord zijn en ongewijzigd op de griffie van de rechtbank kunnen worden neergelegd". De overige wijzigingen (p. 4 en 15) zijn bijkomstig. IV. Bespreking
- Appellant voert aan dat zijn rechten van verdediging ernstig geschonden zijn. De deskundigen zouden zonder op de opmerkingen van de partijen af te wachten een eindverslag hebben neergelegd en later nauwelijks geantwoord op zijn uitvoerige nota, overgemaakt op 20 maart
- Het tussenvonnis van 18 februari 2002 waarbij het college van deskundigen aangesteld werd, heeft hun opdracht nauwkeurig omschreven en hield ten slotte in: "Zegt dat dit college van deskundigen de opdracht zal dienen te vervullen door: · te pogen partijen te verzoenen en, in dat geval van het akkoord tussen partijen, een schriftelijk en door partijen te ondertekenen protocol op te stellen; · bij ontstentenis van verzoening een schriftelijk en gemotiveerd voorverslag aan partijen ter kennis te brengen, met verzoek hun opmerkingen te ontvangen; · vervolgens deze opmerkingen te beantwoorden en in een met redenen omkleed schriftelijk en onder eed bevestigd definitief verslag advies te geven over de hierboven in de opdracht omschreven punten; · (...)"
- Er is fundamenteel geen bezwaar tegen het opstellen van een voorverslag dat zich niet beperkt tot vaststellingen maar al voorlopige besluiten inhoudt of zelfs een ontwerp van eindverslag uitmaakt. Dit geeft partijen de gelegenheid om te reageren, niet alleen op de resultaten van de vaststellingen maar bovendien op het voorlopig oordeel van de deskundige dat vaak niet gescheiden kan worden van dit besluit. Deze werkwijze maakt het mogelijk dat het oordeel van de deskundige aan de tegenspraak van partijen onderworpen wordt en dat de deskundige dan ook ertoe verplicht is in zijn eindverslag standpunt in te nemen over deze opmerkingen met het resultaat dat de opmerkingen van partijen, die meestal van technische aard zijn, niet voor het eerst bij de rechter besproken dienen te worden. Hierdoor worden de rechten van de verdediging eigenlijk nog beter gewaarborgd.
- Te dezen heeft het college van deskundigen op 1 oktober 2003 een "verslag" aan partijen overgemaakt met verzoek opmerkingen binnen de vier weken kenbaar te maken; dat verslag hield "algemene besluiten" in, was ondertekend en was voorzien van de wettelijke eed. Deze enige vaststelling volstaat niet om te besluiten dat de rechten van verdediging van appellant geschonden werden. Appellant heeft overigens in een uitvoerige nota zijn opmerkingen kunnen formuleren, vooraleer het eindverslag ter griffie was neergelegd en het was geenszins uitgesloten dat de deskundigen in functie van deze opmerkingen hun eindadvies zouden wijzigen.
- Desondanks oordeelt het hof het opportuun om terzake een nieuw onderzoeksmaatregel te bevelen en hiervoor een nieuw college van deskundigen aan te stellen. Na ontvangst van het deskundig verslag van 1 oktober 2003, door ieder van de deskundigen ondertekend en voorzien van de wettelijke eedformule, heeft appellant immers zijn opmerkingen in een uitvoerige nota van tien bladzijden geformuleerd die op bijzonder bondige wijze door de deskundigen werd beantwoord, waarna de algemene besluiten vervat in het verslag van 1 oktober 2003 letterlijk overgenomen werden in het eindverslag. Appellant kan dan ook een rechtmatig gevoel van benadeling koesteren over de wijze waarop het college van deskundigen zijn rechten van verdediging heeft geëerbiedigd en het is begrijpelijk dat hij in die omstandigheden overtuigd is dat de deskundigen niet zonder vooroordeel zijn opmerkingen in hun eindverslag behandeld hebben. Dit sluit echter helemaal niet in dat het eindadvies van de deskundigen verkeerd zou zijn. Het nieuw college van deskundigen zal overigens kennis moeten nemen van het voorliggend expertiseverslag. Mede gelet op het bijzonder ernstige karakter van de zaak en de zware fysieke gevolgen bij A. D. acht het hof het opportuun te beschikken over een verslag van deskundigenonderzoek dat niet van onpartijdigheid verdacht wordt en dat de technische discussiepunten grondig beantwoordt.
- Hierna wordt bijgevolg een nieuw deskundigenonderzoek bevolen. Er is dan ook geen aanleiding om de zaak overeenkomstig artikel 1068, tweede lid, van het Gerechtelijk Wetboek naar de eerste rechter te verwijzen. Partijen hebben ter zitting verklaard af te zien van het houden van de installatievergadering in de raadkamer van het hof.
- De beslissing over de gerechtskosten wordt aangehouden. OM DEZE REDENEN : HET HOF, Rechtdoende op tegenspraak, Gelet op artikel 24 van de wet van 15 juni 1935 op het taalgebruik in gerechtszaken; Verklaart het hoger beroep ontvankelijk. Alvorens verder ten gronde recht te doen, stelt een college van deskundigen aan, samengesteld uit 1) Dr. Jean DUSESOI, geneesheer, te 1800 VILVOORDE, Mechelsesteenweg 306a (tel.02/251.00.70) , 2) Prof. Dr. Paul DEVROEY, gynaecoloog, U.Z. Brussel, Laarbeeklaan 101 te 1090 BRUSSEL (tel. 02/477.65.01) + 3) Dr. Marc NAULAERTS, neuropsychiater, te 1700 DILBEEK, Broekstraat 47 (tel. 02/567.11.55 - fax 02/396.01.51) , met als opdracht, rekening houdend met de art. 962 e.v. van het Gerechtelijk Wetboek, na partijen te hebben opgeroepen, ze gehoord te hebben en kennis genomen te hebben van alle nuttige documenten, o.m. het verslag ter griffie van de rechtbank van eerste aanleg te Brussel op 23 mei 2005 neergelegd van het college van deskundigen Mathys, Spitz en Lagae: - kennis te nemen van de dossiers van partijen en onder andere van het medisch dossier van Mevr. N. A.-D. alsmede van haar zoon A. D.; - een beschrijving te geven van de medische A.cedenten van Mevr. N. A.-D. alsmede van de zwangerschap voorafgaand aan de geboorte van haar zoon A. D.; - het kind A. D. te onderzoeken; - een beschrijving te geven van de medische zorgen die werden verstrekt door Dr. V., alsmede van de medische zorgen en opvang verstrekt door het personeel van de VZW Regionaal Ziekenhuis Sint-Maria; - te zeggen of deze zorgen werden verstrekt volgens de regels van de kunst, rekening houdend met de verworvenheden van de medische wetenschap op het ogenblik van de feiten, alsmede rekening houdend met de concrete omstandigheden van de zaak, en hierbij een onderscheid te maken tussen de zorgen verstrekt door Dr. V. en de zorgen verstrekt door het personeel van de VZW Regionaal Ziekenhuis Sint-Maria; in ontkennend geval : - een omstandige beschrijving te geven van de eventuele nalatigheden die zouden zijn begaan door Dr. V., dan wel door het personeel van de VZW Regionaal Ziekenhuis Sint-Maria, voorzover deze eventuele nalatigheden in noodzakelijk oorzakelijk verband staan met de letsels van het kind A. D., en hierbij een onderscheid te maken tussen de eventuele voorafbestaande gezondheidstoestand van de moeder Mevr. N. Amays-D. en/of het kind A. D., de eventuele risico's of verwikkelingen eigen aan de bevalling en de geboorte (die geen fout noch nalatigheid zijn), de eventuele nalatigheden begaan door Dr. V. en de eventuele nalatigheden begaan door het personeel van de VZW Regionaal Ziekenhuis Sint-Maria; - desgevallend een beschrijving te geven van alle mogelijke aspecten van de voorafbestaande toestand van de moeder Mevr. N. A.-D. en het kind A. D. die een invloed kunnen hebben gehad op de letsels van het kind A. D.; - een beschrijving te geven van de letsels geleden door het kind A. D. en de oorzaak ervan te onderzoeken, en hierbij een onderscheid te maken tussen de letsels/gevolgen van een eventuele voorafbestaande toestand van de moeder Mevrouw N. Aleys-D. en/of het kind A. D., de letsels/gevolgen van eventuele risico's of verwikkelingen eigen aan de zwangerschap en/of de geboorte (die geen fout noch nalatigheid zijn), de letsels/gevolgen van eventuele nalatigheden begaan door Dr. V. en de letsels/gevolgen van de eventuele nalatigheden begaan door het personeel van de VZW Regionaal Ziekenhuis Sint-Maria; - de graad en de duur van de tijdelijke invaliditeiten en/of arbeidsongeschiktheden te bepalen die in noodzakelijk oorzakelijk verband staan met de eventuele nalatigheden begaan door Dr. V. dan wel de eventuele nalatigheden begaan door het personeel van de VZW Regionaal Ziekenhuis Sint-Maria, en aldus een onderscheid te maken zowel voor de graad als voor de duur van de invaliditeiten en/of ongeschiktheden, tussen de gevolgen van een eventuele voorafbestaande toestand van de moeder en/of het kind, de gevolgen van de eventuele risico's of verwikkelingen eigen aan de zwangerschap en/of de geboorte (die geen fout noch nalatigheid zijn), de gevolgen van de eventuele nalatigheden begaan door Dr. V. en/of het personeel van de VZW Regionaal Ziekenhuis Sint-Maria; - de consolidatiedatum te bepalen of desgevallend een datum voor mogelijke herziening vast te stellen indien in de toekomst een verdere evolutie te voorzien is; - desgevallend de eventuele graad van blijvende invaliditeit en/of ongeschiktheid te bepalen die in noodzakelijk oorzakelijk verband staat met de eventuele nalatigheden begaan door Dr. V. dan wel door de eventuele nalatigheden begaan door het personeel van de VZW Regionaal Ziekenhuis Sint-Maria, en aldus een onderscheid te maken (ook wat betreft de graad van eventuele blijvende invaliditeit en/of ongeschiktheid) tussen de gevolgen van de eventuele voorafbestaande toestand van moeder en/of kind, de gevolgen van de eventuele risico's of verwikkelingen eigen aan de zwangerschap en/of de geboorte (die geen fout noch nalatgheid zijn), de gevolgen van de eventuele nalatigheden begaan door Dr. V. en de gevolgen van de eventuele nalatigheden begaan door het personeel van de VZW Regionaal Ziekenhuis Sint-Maria; - de eventuele esthetische schade te beschrijven en te evalueren; - alle nuttige inlichtingen te verstrekken om toe te laten de schade te beoordelen; - te antwoorden op alle geschreven vragen van partijen die in verband staan met de opdracht; Zegt dat het college van deskundigen, indien het er niet in slaagt partijen te verzoenen, na te hebben geantwoord op alle nuttige vragen van partijen, zijn gemotiveerd en onder eed bevestigd verslag zal dienen neer te leggen op de burgerlijke griffie van het hof, met vermelding van het rolnummer, binnen de zes maanden na de kennisgeving van zijn aanstelling. Zegt dat de deskundigen een installatievergadering met partijen zullen moeten beleggen en dat op deze vergadering zal worden beslist over: - de eventuele aanpassing van de opdracht; - de plaats, de dag en het uur van de verdere werkzaamheden van het college van deskundigen; - de noodzaak voor het college om al dan niet een beroep te doen op technische raadgevers; - de raming van de algemene kostprijs van het deskundigenonderzoek, of minstens de manier waarop de kosten en honoraria van de deskundigen en de eventuele technische raadgevers zullen berekend worden; - het bedrag van het voorschot dat op de griffie zal moeten geconsigneerd worden op rekeningnummer 679-2008774-01 van de Burgerlijke Griffie van het Hof van Beroep Brussel ; - het redelijk deel van het voorschot dat kan worden vrijgegeven aan de deskundigen; - de termijn waarbinnen de partijen hun opmerkingen kunnen laten gelden aangaande het voorlopig advies van de deskundigen. Houdt de beslissing over de gerechtskosten aan. Aldus gevonnist en uitgesproken ter openbare terechtzitting van de burgerlijke eerste kamer van het hof van beroep te Brussel, op 28/4/09 waar aanwezig waren en zitting hielden : Astrid DE PREESTER, Raadsheer d.d. Voorzitter, Evrard JANSSENS DE BISTHOVEN, Raadsheer, Marc DEBAERE, Raadsheer, Viviane DE VIS, Griffier. V. DE VIS M. DEBAERE E. JANSSENS DE BISTHOVEN A. DE PREESTER Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.