← België

ECLI:BE:CABRL:2009:ARR.20090505.10

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van beroep van Brussel Vonnis/arrest van 05 mei 2009 ECLI nr: ECLI:BE:CABRL:2009:ARR.20090505.10 Rolnummer: 2001AR1078 Rechtsgebied: Overige Invoerdatum: 2009-05-11 Raadplegingen: 92 - laatst gezien 2026-07-02 19:41 Fiche Na de installatievergadering mag geen wraking meer worden voorgedragen tenzij de partij eerst nadien kennis heeft gekregen van de wrakingsgronden (artikel 969 Ger. Wb.). Het verzoekschrift tot wraking moet dan ingediend worden binnen de acht dagen nadat de partij kennis heeft gekregen van de redenen van de wraking (artikel 970, tweede lid Ger. Wb.). Deze termijn voor het indienen van een verzoekschrift tot wraking van een deskundige is echter niet voorgeschreven op straffe van verval UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - RECHTSPLEGING - Bewijs (gerechtelijk recht) - Deskundigenonderzoek - Wraking Vrije woorden: I. Artikel 970, lid 2 Ger. W. Termijn van acht dagen: geen vervaltermijn. II. Artikel 1022 Ger. W. Deskundigenonderzoek. Wrakingsprocedure. Rechtsplegingsvergoeding: bedrag en critera Tekst van de beslissing ARREST N° Het Hof van Beroep te BRUSSEL, eerste kamer, na beraadslaging, spreekt volgend arrest uit : Rep. Nr. 2009/ A.R. nr. 2004/AR/1078 INZAKE VAN : De heer J. B., derde geïntimeerde, verzoeker in wraking deskundige, ter zitting van 16 maart 2009 in persoon verschijnende, bijgestaan door Meester Christophe DAEL loco Meester August DESMEDT, advocaat te 2000 ANTWERPEN, Amerikalei 122, ter zitting van 31 maart 2009 vertegenwoordigd door Meester Christophe DAEL loco Meester August DESMEDT, advocaat te 2000 ANTWERPEN, Amerikalei 122, 1ste kamer TEGEN : De heer P. D., aangestelde deskundige, ter zittingen van 16 en 31 maart 2009 in persoon verschijnende. IN AANWEZIGHEID VAN : 1) De heer S. A., appellant tegen een vonnis uitgesproken door de rechtbank van eerste aanleg te Brussel op 10 februari 2004, ter zitting van 16 maart 2009 in persoon verschijnende, ter zitting van 31 maart 2009 vertegenwoordigd door Meester Katelijne RONSE, advocaat te 1050 BRUSSEL, Guillaume Macaulaan 33, 2) Het VLAAMSE GEWEST, vertegenwoordigd door de Vlaamse Minister van Financiën, waarvan de kantoren gevestigd zijn te 1210 BRUSSEL, Koning Albert II-laan 19, geïntimeerde, ter zittingen van 16 en 31 maart 2009 vertegenwoordigd door Meester Pieter VAN ASSCHE loco Meester Veerle TOLLENAERE, advocaat te 9000 GENT, Koning Albertlaan 128, 1) De KERKFABRIEK VAN SINT-PIETER, waarvan de maatschappelijke zetel gevestigd is te 9220 HAMME, Marktplein 39, geïntimeerde, ter zitting van 16 maart 2009 vertegenwoordigd door Meester Erika RENTMEESTERS loco Meester Wim DE CUYPER, advocaat te 9100 SINT NIKLAAS Vijfstraten 57, en ter zitting van 31 maart door Meester Koen VAN DE SYPE loco Meester Wim DE CUYPER, advocaat te 9100 SINT NIKLAAS Vijfstraten 57, Gelet op de stukken van de rechtspleging, inz.: - het arrest van deze kamer d.d. 24 december 2007; - het verzoekschrift tot wraking van de deskundige op 6 februari 2009 door derde geïntimeerde ter griffie van het hof neergelegd; - de conclusie van het Vlaamse Gewest. Gehoord de advocaten van partijen ter openbare terechtzitting van 16 en 31 maart 2009 en gelet op de stukken die zij neerlegden.

  1. Bij het arrest van 24 december 2007 heeft het hof een deskundigenonderzoek bevolen met betrekking tot de restauratiewerken aan het orgel van de Sint-Pieterskerk te Hamme door appellant uitgevoerd en hiertoe de heer P. D. als deskundige aangesteld. De deskundige heeft zijn werkzaamheden aangevat en verschillende vergaderingen gehouden.
  2. Bij verzoekschrift neergelegd op 6 februari 2009 vraagt derde geïntimeerde partij J. B. de wraking van deskundige P. D..
  3. De deskundige betwist het verzoek tot wraking.
  4. Het Vlaamse Gewest besluit tot het toestaan van de wraking van de deskundige. Partij A. besluit tot het afwijzen van het verzoek tot wraking. Bespreking
  5. De deskundigen kunnen worden gewraakt om dezelfde redenen als de rechters (artikel 966 Ger. Wb.). Partij B. beroept zich te dezen op het persoonlijk belang dat de deskundige bij het geschil zou hebben (artikel 828, 1° Ger. Wb.) en stelt dat hij pas zeer recent kennis kreeg van de grond tot wraking.
  6. Volgens verzoeker laat de deskundige zich bijstaan door een orgelbouwer, de heer F. E., opvolger van de heer C. V., directeur van de firma Flentrop Orgelbouw Zaandam, welke firma nauwe handelsrelaties onderhoudt met appellant A.. Zo zou appellant A. met de firma Flendrop een tijdelijke vereniging hebben opgericht om deel te nemen aan de openbare aanbesteding m.b.t. de restauratie van het orgel in de Sint-Pietersbanden Kerk te Beringen. De prijsofferte zou door de heer C. V. zijn ondertekend. Uit deze omstandigheden leidt partij B. af dat de deskundige niet meer objectief kan optreden en een persoonlijk belang heeft om de zaak in het voordeel van de heer A. op te lossen, minstens deze schijn heeft gewekt.
  7. De deskundige laat gelden dat noch de heer C. V., overleden op 10 december 2008, noch de heer E. noch de firma Flendrop ooit in deze zaak betrokken werden.
  8. Na de installatievergadering mag geen wraking meer worden voorgedragen tenzij de partij eerst nadien kennis heeft gekregen van de wrakingsgronden (artikel 969 Ger. Wb.). Het verzoekschrift tot wraking moet dan ingediend worden binnen de acht dagen nadat de partij kennis heeft gekregen van de redenen van de wraking (artikel 970, tweede lid Ger. Wb.). Deze termijn voor het indienen van een verzoekschrift tot wraking van een deskundige is echter niet voorgeschreven op straffe van verval . Het verzoek tot wraking is ontvankelijk.
  9. Te dezen wordt niet aangetoond dat de deskundige enig persoonlijk belang zou hebben bij het geschil. De handelsrelaties die partij A. met de firma Flendrop onderhoudt en het samenwerkingsakkoord tussen A. en Flendrop bewijzen geen persoonlijk belang bij het geschil in hoofde van de deskundige. De omstandigheid dat de deskundige een beroep deed op de heer F. E. of de heer C. V. die wel - maar buiten het weten van de deskundige - een handelsrelatie met partij A. zouden onderhouden, maakt nog geen persoonlijk belang in hoofde van de deskundige uit, evenmin als het optreden van de heer C. V., inmiddels overleden, op een enkele expertiseverrichting. De deskundige heeft overigens na interpellatie van verzoekende partij B. een beroep gedaan op een derde deskundige, nu hij het eens is dat de tussenkomst van een persoon verbonden met de firma Flendrop niet wenselijk is.
  10. De deskundige heeft ter zitting de nodige uitleg verschaft en hij geeft kennelijk alle garanties van onpartijdigheid en objectiviteit. Het voorverslag zou al opgesteld zijn. De intentie van de deskundige om externe personen (de heer Ba. of de heer V.G.) te ondervragen over de technische discussie terzake maakt evenmin een aanvaardbare wrakingsgrond uit. Het verzoek tot wraking is ongegrond.
  11. Huidige procedure tot wraking, waarbij partijen geen bijkomende kosten hebben gemaakt, geeft geen aanleiding tot het begroten van aparte rechtsplegingsvergoedingen in hoofde van partijen. OM DEZE REDENEN : HET HOF, Rechtdoende op tegenspraak, Gelet op artikel 24 van de wet van 15 juni 1935 op het taalgebruik in gerechtszaken; Gehoord advocaat-generaal R. Debruyne in zijn mondeling advies, ter zitting van 31 maart 2009 gegeven. Verklaart het verzoek tot wraking ontvankelijk doch ongegrond. Aldus gevonnist en uitgesproken ter openbare terechtzitting van de burgerlijke eerste kamer van het hof van beroep te Brussel, op 5/5/2009 waar aanwezig waren en zitting hielden : A. DE PREESTER, Raadsheer dd. Voorzitter, E. JANSSENS DE BISTHOVEN, Raadsheer, B. VERHAEREN, Plaatsvervangend Raadsheer, bijgestaan door V. DE VIS, Griffier. V. DE VIS B. VERHAEREN E. JANSSENS DE BISTHOVEN A. DE PREESTER Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.