← België

ECLI:BE:CABRL:2009:ARR.20090526.2

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van beroep van Brussel Vonnis/arrest van 26 mei 2009 ECLI nr: ECLI:BE:CABRL:2009:ARR.20090526.2 Rolnummer: 2009/VR/1 Rechtsgebied: Strafrecht Invoerdatum: 2009-05-26 Raadplegingen: 91 - laatst gezien 2026-07-02 19:49 Fiche Wanneer aan een hoger magistraat o.a. een wanbedrijf ten laste wordt gelegd, en dit wanbedrijf gepleegd werd buiten de uitoefening van het ambt, is het niet de procureur - generaal bij het hof van beroep die beslist te vervolgen maar komt het aan de minister van Justitie toe, die afschrift krijgt van de stukken, deze voor te leggen aan de procureur - generaal bij het Hof van Cassatie die de zaak op zijn beurt met een schriftelijke vordering voorlegt aan de tweede kamer van het Hof van Cassatie . Wanneer een geldboete wordt opgelegd van 26 euro of meer - wat in deze het geval is - geeft dit aan het misdrijf het karakter van een wanbedrijf. Krachtens artikel 38 Sw. is de geldboete voor een overtreding immers minimaal 1 euro en maximaal 25 euro . Een geldboete van 30 euro is bijgevolg een correctionele straf. Het voorrecht van rechtsmacht bestaat voor verkeersmisdrijven die wanbedrijven zijn UTU-thesaurus: STRAFRECHT - BIJZONDERE RECHTSPLEGINGEN (STRAFZAKEN) - Voorrecht rechtsmacht Vrije woorden: Voorrecht rechtsmacht - Raadsheer bij een hof van beroep - inbreuk op het wegverkeersreglement - Boete van 30 euro. Correctionele straf Tekst van de beslissing Nr van het arrest 18/05/09 U 25/05/09 VU 26/05/09 Nr. 1 PF09 van het parket Nr. 2009/VR/1 2009/BC/590 A R R E S T Het Hof van Beroep, zitting houdende te Brussel, 1ste Kamer, rechtdoende in strafzaken, wijst het volgende arrest : van het OPENBAAR MINISTERIE tegen : X., raadsheer bij het hof van beroep te Z, beklaagde, beschuldigd van : te Mechelen, meermaals, bij inbreuk op de artikelen 5, 65.5.1 en 70.2.1.1e van het K.B. van 1 december 1975 (Wegverkeersreglement), strafbaar gesteld bij artikel 29, §2 Wegverkeerswet , zijn voertuig te hebben geparkeerd op een plaats waar het verkeersbord E1 van toepassing is, namelijk : op 23 juli 2007 en op 13 oktober 2007; *** Gehoord het openbaar ministerie in zijn vordering; Gehoord de heer X. in zijn middelen van verdediging zoals ontwikkeld door hemzelf ; Gelet op de conclusie neergelegd door de heer X. ter zitting van 25 mei 2009. *** De aan de heer X. ten laste gelegde feiten zijn, na onderzoek van de zaak door het hof, bewezen gebleken. De materialiteit van deze feiten wordt overigens door betrokkene niet betwist. Of het al dan niet opportuun is om voor dergelijke feiten vervolging in te stellen, behoort niet tot de bevoegdheid van het hof als rechtsinstantie ten gronde. Al de bewezen verklaarde feiten zijn de voortgezette en opeenvolgende uiting geweest van een zelfde strafbaar opzet. Overwegende dat de verjaring van de feiten van 23 juli 2007 en 13 oktober 2007 rechtsgeldig gestuit werd door de brief van de procureur-generaal te Antwerpen van 27 mei 2008 gericht aan de minister van Justitie en waardoor de strafvordering rechtsgeldig op gang werd gebracht; Een geldboete van 30 euro komt, voor beide bewezen verklaarde feiten samen, in deze zaak als een aangepaste straf voor. Deze geldboete verhoogd met 45 opdeciemen wordt gebracht op 30 x 5,5 = 165 euro of een vervangende gevangenisstraf van 8 dagen. Gelet op de concrete omstandigheden waarin de feiten zich hebben voorgedaan, het sporadisch karakter ervan en het voornemen van betrokkene om zich voortaan aan het parkeerverbod te houden, behoort het echter uitstel te verlenen van de tenuitvoerlegging van huidig arrest voor wat 9/10 van de opgelegde boete en vervangende gevangenisstraf betreft en dit gedurende een termijn van 1 jaar. Overeenkomstig artikel 29 van de wet van 1 augustus 1985, wordt de heer X. bovendien veroordeeld tot de verplichting het bedrag te betalen van 25 euro , verhoogd met de wettelijke opdeciemen en wordt hem, overeenkomstig het K.B. van 29 juli 1992, een vergoeding opgelegd van 25 euro ; Na toepassing van de wet op de opdeciemen bedraagt de bijdrage 137,5 euro ( 25 x 5,5 ). De heer X. houdt ten onrechte voor dat de strafvervolging onregelmatig zou zijn. Wanneer aan een hoger magistraat o.a. een wanbedrijf ten laste wordt gelegd, en dit wanbedrijf gepleegd werd buiten de uitoefening van het ambt, is het niet de procureur - generaal bij het hof van beroep die beslist te vervolgen maar komt het aan de minister van Justitie toe, die afschrift krijgt van de stukken, deze voor te leggen aan de procureur - generaal bij het Hof van Cassatie die de zaak op zijn beurt met een schriftelijke vordering voorlegt aan de tweede kamer van het Hof van Cassatie . Wanneer een geldboete wordt opgelegd van 26 euro of meer - wat in deze het geval is - geeft dit aan het misdrijf het karakter van een wanbedrijf. Krachtens artikel 38 Sw. is de geldboete voor een overtreding immers minimaal 1 euro en maximaal 25 euro . Een geldboete van 30 euro is bijgevolg een correctionele straf. Het voorrecht van rechtsmacht bestaat voor verkeersmisdrijven die wanbedrijven zijn . Om deze reden werd dan ook bij arrest gewezen door het Hof van Cassatie op 21 april 2009, gewezen in raadkamer, op vordering van de procureur - generaal bij dat Hof, de heer X. verwezen naar het hof van beroep te Brussel. OM DEZE REDENEN, HET HOF, RECHTSPREKEND NA TEGENSPRAAK, Gezien de hierna volgende wetsbepalingen: - art. 38, 40, 65, 100 van het Strafwetboek, - 154, 162, 163, 185, 189, 190, 194, 195 van het Wetboek van Strafvordering, - 1 en 8 § 1 van de wet van 29 juni 1964 gewijzigd bij artikel 7 van de Wet van 9 januari 1991 en de artikelen 1 en 4 van de wet van 10 februari 1994 ingevoegd bij artikel 16 van het K.B. van 6 oktober 1994, - art. 5, 65,5,1 en 70.2.1.1° K.B. 1 december 1975, - art. 29 §2 van de Wegverkeerswet; - 1 en 3 van de wet van 5 maart 1952, gewijzigd bij de programmawet van 24 december 1993, de wet van 26 juni 2000 en de artikelen 36 en 45 van de wet van 7 februari 2003 op de opdeciemen; - 2, 11, 12, 13, 14, 16, 21, 24, 31 tot 37 en 41 van de Wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken; - art. 91 van het K.B. van 28 december 1950 op de gerechtskosten in strafzaken;, gewijzigd door het K.B. van 29 juli 1992 en door het K.B. van 23 december 1993 en K.B. van 11 december 2001; - art. 28, 29 en 41 van de Wet op 1 augustus 1985 en het K.B. van 18 december 1986 betreffende het hulpfonds ten bate de slachtoffers van opzettelijke gewelddaden en aan occasionele redders, gewijzigd bij wetten van 24 december 1993 en 22 april 2003; - art. 21 tot 28 van de Wet van 17 april 1878; - K.B. van 29 juli 1992, gewijzigd bij .K.B. van 11 december 2001; Veroordeelt de heer X. uit hoofde van de hem ten laste gelegde feiten verenigd tot een geldboete van DERTIG EURO. Zegt dat de boete van 30 euro, overeenkomstig de wet op de opdeciemen te verhogen is tot 165 euro en bij gebreke van betaling binnen de wettelijke termijn te vervangen is door een vervangende gevangenisstraf van ACHT DAGEN ; Zegt dat de tenuitvoerlegging van huidig arrest zal uitgesteld worden gedurende een termijn van EEN JAAR voor wat 9/10 van deze geldboete en vervangende gevangenisstraf betreft overeenkomstig de wet van 29 juni 1964 betreffende de opschorting, het uitstel en de probatie. Verplicht de heer X. bij wijze van bijdrage tot financiering van het Bijzonder Fonds tot hulp aan de slachtoffers van opzettelijke gewelddaden en aan occasionele redders tot betaling van VIJFENTWINTIG EURO, verhoogd met 45 opdeciemen per euro en zodoende gebracht op 137,5 euro. Legt hem tevens, bij toepassing van het K.B. van 29 juli 1992, gewijzigd bij .K.B. van 11 december 2001, betaling op van een vergoeding van VIJFENTWINTIG euro. Houdt de beslissing over de burgerlijke belangen aan. Veroordeelt de heer X. in de kosten van het geding, bedragende in totaal de som van 30,94 euro. Aldus uitgesproken in openbare terechtzitting van het hof van beroep te Brussel, eerste kamer, op 26/5/2009 waar aanwezig waren: DE PREESTER, Raadsheer d.d. Voorzitter, VEECKMANS & JANSSENS DE BISTHOVEN, Raadsheren, VERBELEN, Advocaat-Generaal, DE VIS, Griffier, Goedgekeurd de doorhaling van nietige lijn(en) en nietig(e) woord(en). DE VIS JANSSENS DE BISTHOVEN VEECKMANS DE PREESTER Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.