id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van beroep van Brussel Vonnis/arrest van 30 juni 2009 ECLI nr: ECLI:BE:CABRL:2009:ARR.20090630.4 Rolnummer: 2006AR1907 Rechtsgebied: Burgerlijk recht Invoerdatum: 2009-07-02 Raadplegingen: 110 - laatst gezien 2026-07-02 20:06 Fiche Artikel 3 van de hypothekwet bepaalt dat 'geen eis strekkende tot vernietiging of tot herroeping van rechten voortvloeiende uit akten, aan overschrijving onderworpen', ontvankelijk is zonder te zijn ingeschreven op de kant der overschrijving van de titel van verkrijging, waarvan de vernietiging of de herroeping gevorderd wordt, en, in voorkomend geval, op de kant der overschrijving van het laatste overgeschreven titel. De vordering van X. strekt echter helemaal niet tot vernietiging of tot herroeping van rechten voortvloeiende uit akten, aan overschrijving onderworpen. Het tegendeel is het geval: de gemeente X. beroept zich net op de titel van de kopers, die hen verplicht tot de kosteloze afstand aan de gemeente X.. De gemeente X. wil net de eigendom verwerven van de eigenaar die vermeld staat in de laatste titel; zij betwist die titel niet. Derden hoeven dus niet geïnformeerd te worden over huidige procedure. UTU-thesaurus: BURGERLIJK RECHT - VOORRECHTEN EN HYPOTHEKEN - Onroerende publiciteit - Inschrijving BURGERLIJK RECHT - VOORRECHTEN EN HYPOTHEKEN - Onroerende publiciteit - Randmelding Vrije woorden: Artikel 3 hypotheekwet. Kantmelding. Vordering tot het horen veroordelen van de kopers van een kavel, tot een gratis overdracht van een stuk grond overeenkomstig de verkavelingsvoorwaarden. Wijze van gedwongen tenuitvoerlegging, middels aanstelling van notarissen. Geen kantmelding van deze vordering vereist. Tekst van de beslissing ARREST N° Het Hof van Beroep te BRUSSEL, eerste kamer, na beraadslaging, spreekt volgend arrest uit : Rep. Nr. 2009/ A.R. nr. 2006/AR/1967 INZAKE VAN : 1) De heer R. E., en zijn echtgenote 2) Mevrouw R. D., samenwonende te 3053 X., appellanten tegen een vonnis uitgesproken door de rechtbank van eerste aanleg te Leuven op 21 april 2005, vertegenwoordigd door Meester Elke CORNELIS loco Meester An VLEMINCKX, advocaat te 3000 LEUVEN, Vital Decosterstraat 46 bus 6, 1ste kamer TEGEN : De gemeente X., vertegenwoordigd door haar College van Burgemeester en Schepenen, waarvan de kantoren gevestigd zijn in het Gemeentehuis te X., sectie V geïntimeerde, vertegenwoordigd door Meester M. MARTLE loco Meester Johan DURNEZ, advocaat te 3050 X., Waversebaan 134 A,
- De procedure In dit arrest oordeelt het hof over het hoger beroep tegen een vonnis van de rechtbank van eerste aanleg te Leuven van 21 april
- ...
- De feiten De eerste rechter heeft de relevante feiten correct en volledig weergegeven als volgt: " De heer en mevrouw E.-D. (hierna: verweerders) kochten op 11 oktober 1984 een perceel bouwgrond gelegen aan de Bovenbosstraat te X., sectie H.. Dit perceel maakte deel uit van een verkaveling. De voorwaarden van de verkavelingsvergunning bepaalden dat een deel van het perceel, gelegen langsheen de Bovenbosstraat, bestemd was om gratis te worden afgestaan aan de gemeente om ingelijfd te worden bij het openbaar domein. Deze bepaling werd in de aankoopakte opgenomen. Op 15 april 2004 schreef notaris B. aan verweerders en nodigde hen uit om de akte van kosteloze grondafstand te komen ondertekenen op 7 mei 2004 om 9.30 uur op het gemeentehuis te V.. Verweerders gingen hier niet op in."
- Het onderwerp van de vordering 3.
- Voor de eerste rechter vorderde X. de aanstelling van notaris B. te Leuven om over te gaan tot het verlijden van de akte van kosteloze grondafstand betreffende het perceel "X. vierde afdeling H., een perceeltje grond gelegen langsheen de Bovenbosstraat, gekadastreerd of het geweest zijnde wijk B deel van nummer 50/C/2, voor een oppervlakte van negentig centiare". Zij vroeg verder E. en D. te veroordelen tot het ondertekenen van de notariële akte, en een tweede notaris aan te stellen om te tekenen in de plaats van verweerders als die na het vonnis zouden weigeren, en te zeggen voor recht dat alle kosten die het gevolg zijn van het dralen van E. en D. door hen moeten vergoed worden." X. vroeg de voorlopige tenuitvoerlegging toe te staan. E. en D. namen geen conclusie en verschenen in persoon op de zitting. 3.
- De eerste rechter verklaarde de vordering van X. reeds gedeeltelijk gegrond. Hij stelde notaris B. aan, veroordeelde E. en D. tot het ondertekenen van de notariële akte en stelde notaris T. aan om dat te doen als zij dat zouden weigeren. Hij stelde de voorlopige tenuitvoerlegging toe. Hij verzond de zaak voor het overige naar de rol. 3.
- Bij arrest van 27 februari 2007 heeft het hof het vonnis hervormd voor zover het de voorlopige tenuitvoerlegging had toegestaan. In hoger beroep concluderen E. en D. tot de niet-ontvankelijkheid, minstens de ongegrondheid van de vordering. Zij vragen de incidentele vordering van X. uit tergend en roekeloos hoger beroep ongegrond te verklaren. X. concludeert tot de niet-ontvankelijkheid, minstens de ongegrondheid van het hoger beroep. Bij incidentele vordering (die ze ten onrechte een incidenteel hoger beroep noemt) vraagt zij de veroordeling van E. en D. tot betaling van een schadevergoeding wegens tergend en roekeloos hoger beroep van 2.500,00 EUR plus de gerechtelijke intresten.
- De gronden van de beslissing en het antwoord op de middelen van de partijen 4.
- De ontvankelijkheid van het hoger beroep X. laat gelden dat het hoger beroep niet ontvankelijk is omdat E. en D. in hun akte van beroep geen grieven vermelden. Dit is niet ernstig; de akte vermeldt middelen met betrekking tot de ontvankelijkheid en de grond van de vordering op grond waarvan volgens E. en D. het vonnis moet hervormd worden. 4.
- De grond van het hoger beroep De eerste rechter besliste op grond van volgende overwegingen. E. en D. betwisten niet dat zij zich ertoe hebben verbonden het bedoelde stuk van hun perceel gratis af te staan aan X.. Zij werpen alleen op dat de afstand bedoeld is voor de aanleg van een weg, en dat X. voor die aanleg eerst nog een ander stuk moet verwerven. Het blijkt echter niet dat X. geen belang meer heeft bij de verwerving, of dat zij rechtsmisbruik pleegt. E. en D. werpen op dat de vordering niet ontvankelijk is omdat artikel 3 van de Hypotheekwet niet is nageleefd. Artikel 3 bepaalt dat "geen eis strekkende tot vernietiging of tot herroeping van rechten voortvloeiende uit akten, aan overschrijving onderworpen", ontvankelijk is zonder te zijn ingeschreven op de kant der overschrijving van de titel van verkrijging, waarvan de vernietiging of de herroeping gevorderd wordt, en, in voorkomend geval, op de kant der overschrijving van het laatste overgeschreven titel. De vordering van X. strekt echter helemaal niet tot vernietiging of tot herroeping van rechten voortvloeiende uit akten, aan overschrijving onderworpen. Het tegendeel is het geval: X. beroept zich net op de titel van E. en D., die hen verplicht tot de kosteloze afstand aan X.. X. wil net de eigendom verwerven van de eigenaar die vermeld staat in de laatste titel; zij betwist die titel niet. Derden hoeven dus niet geïnformeerd te worden over huidige procedure; zij nemen kennis van de voorziene afstand door de overschrijving van de titel van E. en D.. E. en D. voeren aan dat X. de algemene beginselen van behoorlijk bestuur schendt en daardoor een fout begaat in de zin van artikel 1382 van het Burgerlijk Wetboek. Het hof ziet niet hoe die beweerde fout E. en D. zou vrijstellen van de uitvoering van hun contractuele verbintenis. Er is overigens ook geen fout. Het hof ziet geen schending van het gelijkheidsbeginsel in het feit dat X. tegen E. en D. een procedure in rechte voert om de afstand te verkrijgen en tegen niet een andere eigenaar, van wie niet blijkt dat die zich ook heeft verbonden tot kosteloze afstand. E. en D. werpen op dat de aanleg van de weg de afstand vereist van perceeltjes door twee andere eigenaars, en dat zij niet willen afstaan als ze niet weten of die andere eigenaars dat ook zullen doen. De verplichting tot afstand die E. en D. op zich hebben genomen, is echter niet onderworpen aan de voorwaarde dat anderen ook afstand doen of dit eerst melden aan hen. E. en D. stellen dat zij niet het nut inzien van de afstand indien niet vaststaat dat ook de twee andere eigenaars afstand zullen doen. De gehoudenheid van E. en D. tot uitvoering van hun contractuele verbintenis hangt echter niet af van hun inzichten in het nut van wat X. onderneemt. E. en D. stellen dat de redelijke termijn overschreden is en dat daardoor inbreuk is gemaakt op de rechtszekerheid. Het blijkt echter niet dat het recht van X. is tenietgegaan door verjaring. Het wettelijk stelsel met betrekking tot de verjaring strekt net tot rechtszekerheid, en de redelijke termijn is niet van aard dat opzij te schuiven. Uit niets blijkt derhalve dat de vraag van X. strijdig is met de goede trouw. Evenmin kan X. een inbreuk op de goede trouw worden aangewreven bij het ontstaan van de overeenkomst van aankoop tussen E. en D. en hun verkoper. E. en D. maken nog overwegingen met betrekking tot de opportuniteit van de aanleg van een weg, maar dat staat niet ter beoordeling van de rechter. Het hoger beroep is dus ongegrond. Het blijkt echter niet dat E. en D. het hoger beroep hebben ingesteld en gevoerd terwijl zij wisten dat dit niet gegrond was of van aard om X. te schaden. De incidentele vordering van X. is dus ongegrond. Voor zoveel als nodig: gelet op het bovenstaande en omdat partijen de betwisting over het overige van de vordering van X. (met betrekking tot de kosten die het gevolg zijn van het dralen van E. en D.) niet aan het hof hebben voorgelegd, blijft de beoordeling daarvan aan de eerste rechter, die de zaak voor dit onderdeel naar de rol heeft verwezen. Het hof neemt immers kennis van de hele zaak, "het geschil zelf" (artikel 1068 van het Gerechtelijk Wetboek), maar enkel binnen de grenzen van het beroep zoals bepaald door partijen. ...... OM DEZE REDENEN : HET HOF, Rechtdoende op tegenspraak, Gelet op artikel 24 van de wet van 15 juni 1935 op het taalgebruik in gerechtszaken; Verklaart het hoger beroep van E. en D. ontvankelijk maar ongegrond. Verklaart de incidentele vordering van X. ontvankelijk maar ongegrond Veroordeelt E. en D. tot de betaling van de kosten van het hoger beroep... Verzendt de zaak voor het overige naar de eerste rechter. Aldus gevonnist en uitgesproken ter openbare terechtzitting van de burgerlijke eerste kamer van het hof van beroep te Brussel, op 30 juni 2009 waar aanwezig waren en zitting hielden : Marc DEBAERE, Raadsheer, bijgestaan door Viviane DE VIS, Griffier. V. DE VIS M. DEBAERE Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div